We blijven nog even aan de waterkant. Bij de Bonnebuskepettentussen Smalle Ee en de Veenhoop ben ik de afgelopen jaren nooit verder gekomen dan het maken van wat foto’s vanaf de noordkant aan de Bûtendiken. Vorige week ben ik over het 700 meter lange schelpenpaadje in de lengterichting langs het meest oostelijke petgat gereden (Google Maps). Door de dichte oeverbegroeiing heb je er maar op een paar plekken zicht op het petgat …
Bij een van de weinige open plekken halverwege het schelpenpaadje heb ik even een tussenstop gemaakt. Dat werd kennelijk nogal als storend ervaren door de familie grauwe gans. Pa en ma gans stuurden de laatste twee jongen die nog over waren snel onder de oeverbegroeiing aan de andere kant. Pa wachtte vervolgens zoals het hoort in de achterhoede tot het hele spul veilig was. Ik bleef in alle rust achter met de waterlelies en de gele plompen …
De brug naar de Jan Durkspolder was ook dinsdag nog niet open, daarom ben ik nog maar eens doorgereden naar het plekje waar ik vorige week het gruttopaar met hun kuiken had gefotografeerd. Ik werd meteen weer opgewacht door een paar rondvliegende grutto’s. Nadat de zaak weer wat tot rust was gekomen, mocht ik dit plaatje schieten …
In de verte zag ik iemand met een verrekijker lopen. Toen ik hem even later beter in beeld kreeg, zag ik dat hij een aantal stokken in zijn hand had. Dat maakte meteen duidelijk dat het de zogenaamde nazorger van het gebied is. Met de stokken heeft hij de nesten in het land gemarkeerd om ze te beschermen tegen de noodzakelijke werkzaamheden van de boer. Ze zoeken en markeren nesten, en ze tellen en registreren aantallen vogels, eieren en kuikens …
Half maart schreef ik hier een stukje over een bordje met het opschrift ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpen ruige mest en weidegang van de koeien de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels …
De nazorg concentreert zich rond steeds minder geschikte plekken voor weidevogels. De grootste aantallen vogels zitten over het algemeen daar waar de boer iets extra’s doet voor de weidevogels. Hier op dit stukje oud boerenland, dat intussen eigendom is van de Friese vereniging voor natuurbeheer It Fryske Gea, wordt dat in de praktijk gebracht. De nieuwe droge mest ligt al klaar voor verspreiding over het land als de jongen straks zijn uitgevlogen. De grutto’s varen daar echt wel bij in deze weilanden, waar regelmatig de roep van één of meerdere grutto’s over het land klinkt…
Als de nazorger het weiland heeft verlaten en als ook de fotograaf geen bedreiging blijkt te zijn, is de alarmfase voorbij en strijken de grutto’s weer neer op hun uitkijkpost op een paal of ergens tussen grassen, bloemen en zuring …
In het late voorjaar heb ik het vooral in reacties op andere blogs verschillende keren gehad over de boshyacinten in onze tuin. Hoe wel ze intussen al lang en breed zijn uitgebloeid, ben ik er nu pas aan toe om daar eens wat foto’s van te tonen. De eerste foto is gemaakt in de voortuin, daar heeft een tijdlang een kleine zee aan blauwe, witte en roze boshyacinten staan pronken. …
De resterende foto’s heb ik de achtertuin gemaakt. Daar staan hier en daar wat boshyacinten, zodat er wat meer ruimte is om enkele exemplaren eruit te lichten. Intussen zijn zowel de voortuin als de achtertuin voorlopig over hun hoogtepunt heen. De droogte zal de rest wel doen …
Nadat ik donderdagochtend in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Leijen een tijdlang had zitten genieten van de zwarte sterns, ben ik zoals ik wel vaker even doorgereden naar de Jan Durkspolder …
Daar kon ik echter niet komen, omdat de brug afgesloten was. Waarschijnlijk is de gammele polderbrug eindelijk vervangen. Dat hoop ik deze of volgende week te ontdekken. Omdat ik in de Jan Durkspolder niet terecht kon, heb ik een ommetje gemaakt naar de hooilanden ten noorden van Earnewâld. En daar kreeg ik geen spijt van …
Ik was het doodlopende weggetje nog maar nauwelijks honderd meter in gereden of er vloog al een grutto op, die meteen een paar maal luid roepend laag over de auto dook. Ik wist genoeg en zette de auto meteen in de berm. De grutto landde eerst pal naast me op een dampaal. Daarna dook hij het lange gras in. Even later kwam hij tevoorschijn met zijn partner en hun kuiken. Is het niet prachtig!?
Ieder aan een kant van hun kuiken hielden de ouders de omgeving scherp in de gaten. Lang duurde de show niet, al snel leidden pa en ma hun kuiken weer naar het lange gras. Hopelijk redt dit kuiken het om volwassen te worden, want de kuikenoverleving van grutto’s moet omhoog …
Mijn dag kon al na het zien van de zwarte sterns bij de Leijen al niet meer stuk, het treffen met dit prachtige drietal dat ook op de Rode Lijst staat, maakte het helemaal af! 🙂
Voor de jaarlijkse foto van een grutto op een paal ben ik twee weken geleden weer eens naar de Surhuizumermieden gereden. Het was hier met 21,2°C de eerste warme dag van het jaar, het was alleen jammer dat de lucht wat melkachtig wit bleef die dag …
Tijdens een rondje door het gebied, zag ik op een bepaald moment een grutto op een paal met een van de welbekende bordjes ‘Vogelbroed- en rustgebied’ staan. Rustig liet ik de auto in de berm uitrollen, maar voor de grutto was dat kennelijk nog niet rustig genoeg. Luid roepend vloog hij op …
Dat voorbeeld werd vrijwel meteen gevolgd door een paar andere grutto’s, die uit het lange gras opvlogen. Ik werd duidelijk als een onruststoker gezien, daarom besloot ik maar gebruik te maken van de gelegenheid door een betere positie in te nemen. Even later keerde de rust terug en streek de grutto weer op zijn paal neer …
Nadat we de metershoge steile wand in het achterste deel van de Ecokathedraal hadden bekeken, beklommen we de ruïnes van ‘de oude citadel’ aan de andere kant …
Daar bevonden we ons uiteindelijk naar schatting een meter of vier boven het maaiveld. De berenklauw tiert nog steeds welig daarboven, zodat we ons behoedzaam door de kleine woestenij heen moesten werken …
Op de terugweg, die langs een andere route voerde, passeerden we onder ander de tegelmuur. Deze muur bestaat deels uit stoeptegels waarvan je gecirkelde onderkant ziet. Die cirkels zorgen vaak voor mooie schaduweffecten …
Nadat we op- en afgaand nog verschillende andere bouwwerken hadden bekeken, eindigde de rondgang uiteindelijk nadat we twee uur hadden rondgezwalkt, bij de tegelkoepel naast de majestueuze Porta-Celi …
Ik heb het verslag wat ‘ingedikt’, omdat ik sinds die woensdag alweer wat nieuwe avonturen heb beleefd, waarvan nog verslag gedaan moet worden. Aan het eind van de wandeling stelde ik voor om nog even wat na te praten op het terras bij het lokale café. Dat was echter buiten de waard gerekend, want die was vertrokken en had zijn etablissement leeg achtergelaten. Het terras van ‘het Witte Huis’ bij Olterterp bood echter een waardig alternatief …
Ter afsluiting aan dit bezoek aan de Ecokathedraal wil ik jullie nog even wijzen op de podcast-serie ‘Platte Grond’. De verhalen van Platte Grond gaan over de kracht van architectuur en over plannen voor de toekomst. Over torenhoge ambities en over het spoor soms volledig bijster zijn. Over beton, staal en stenen. Over groen, erfgoed en ontwerp. Maar vooral: over mensen.
Voor aflevering van 19 van 1 mei jl. getiteld ‘Duizend Jaar Stapelen’ ging Platte Grond op bezoek in de Ecokathedraal. Onderwerp van gesprek is Louis Le Roy, die in de jaren ‘70 met zijn ideeën onze manier van naar de natuur kijken volledig op zijn kop zette. Het moest allemaal wilder, organischer en minder geordend.
De dag na de fotosessie met de ringslangen op de Delleboersterheide heb ik in alle rust in huis en tuin doorgebracht. De volgende dag stond er namelijk weer een pittige fotokuier op het programma. Ik had een Vlaamse medeblogger beloofd om op die dag te zullen ‘gidsen’ in de Ecokathedraal bij Mildam …
De tuin lag er oogstrelend bij en de huismussen zorgden met hun gekwetter rond de pot met pindakaas en in de voederhoek bij de hazelaar voor de nodige gezelligheid. Kortom: het was een prima dagje …