’t Laatste skûtsje is weer thuis

Het skûtsje De Roerdomp werd uiteindelijk teruggevonden in Zuid Frankrijk. Tijdens een vakantie in Spanje scrolde Douwe Tadema uit Twijzel, op zoek naar verloren skûtsjes, wat door Google Streetview. In een kanaaltje in Narbonne zag hij een schip dat verdacht veel weg had van een skûtsje. Door in te zoomen kon hij nét het unieke registratienummer lezen. Dat nummer bleek later exact overeen te komen met dat van De Roerdomp …

De eigenaar, de Fransman Eric Weller, had het schip omgebouwd tot woonschip en was er zeer aan gehecht. Verkopen wilde hij niet, maar een ruil zag hij wel zitten. Douwe Tadema en zijn broer Geale (beiden nauw betrokken bij het skûtsjesilen en verbonden aan It Doarp Eastermar) vonden uiteindelijk een geschikte aak. Ze knapten die volledig op en maakten zo de deal rond. Weller heeft het schip zelf terug gevaren naar Frankrijk, een tocht door maar liefst 247 sluizen …

Sinds kort ligt De Roerdomp weer in Drachten, op de werf waar hij meer dan negentig jaar geleden het water in ging. Het schip wordt volledig gestript en opnieuw opgebouwd om weer geschikt te worden voor de wedstrijdzeilerij. Volgens kenners is de basis nog altijd uitzonderlijk goed: strak gebouwd, herkenbaar als een echte Bûtenstfallaatster en in opvallend gave staat …

Het zal me niks verbazen als dit straks een prijswinnend skûtsje wordt. Ik probeer het te volgen.

’t Laatste skûtsje

In 1933 werd bij de Drachtster scheepswerf Buitenstvallaat het laatste skûtsje gebouwd. Het skûtsje, dat de naam De Roerdomp kreeg, verdween na jarenlange omzwervingen in de jaren negentig uit beeld. Er werd echter wel regelmatig naar het schip uitgekeken. Allerlei geruchten deden de ronde, zelfs dat het ergens in Afrika zou liggen …

De Roerdomp is van grote waarde voor liefhebbers van skûtsjes, skûtsjesilen en Fries maritiem erfgoed. Het skûtsje neemt een bijzondere plaats in binnen de Friese skûtsjehistorie. Alle kennis en ervaring van de scheepsbouwers kwam uiteindelijk samen in dit ene schip, waardoor het onder liefhebbers bijna een legendarische status kreeg. En het is niet alleen het laatste skûtsje dat op de Drachtster werf werd gebouwd, het is ook het zusterschip van de huidige skûtsjes van Lemmer en Earnewâld …

Onlangs werd het skûtsje teruggevonden en is het teruggekeerd naar de werf waar het is gebouwd. Hoewel het schip, dat tegenwoordig de naam De Vier Gebroeders draagt, nauwelijks meer als skûtsje te herkennen is, heb ik begin augustus toch even een kijkje genomen bij de ruim 300 jaar oude werf …

Morgen meer over dit bijzondere skûtsje …

Passage Buitenstvallaat 1

De skûtsjes voeren bij Buitenstvallaat eerst met gestreken zeilen van rechts naar links voorbij om ruim 100 m verderop bij de jachthaven een rondje te draaien. Daarna mochten de zeilen bij de tweede passage weer worden gehesen. Toen ik bij Buitenstvallaat aankwam, voer de koploper ‘Sterke Jerke’ net weer uit …

Daarna was het in de smalle wateren rond de 300 jaar oude skûtsjewerf en de jachthaven een voortdurend komen en gaan van skûtsjes en pramen. Het kwam aan op stuurmanskunst en spierkracht, want de bemanning moest bomend en peddelend de vaart erin zien te houden. Af en toe voer er ook een ander bootje voorbij, zoals het kleine slepertje op de laatste twee foto’s …

Morgen meer skûtsjes bij Buitenstvallaat

Lakenvelders bij Smalle Ee

Vorig weekend werd rond Drachten de 5e editie van de Turfrace georganiseerd. Twee dagen lang voeren skûtsjes en pramen door de wateren en dorpen van de gemeente Smallingerland. Ter voorbereiding daarop maakte ik donderdagmiddag op de Joiny even een verkenningsritje langs de route die vrijdagmiddag zou worden gevaren ,,,

Ik hoopte ze drie keer te zien passeren, achtereenvolgens bij de Smalle Eesterzanding (linksboven), bij Buitenstvallaat (rechtsboven) en bij de Pijpbrug in Drachten. Onderweg passeerde ik Smalle Ee, met ca. 45 inwoners het kleinste dorp van de gemeente Smallingerland, dat intussen bijna aan Drachten vast gegroeid zit …

Een boer in Smalle Ee heeft zich gespecialiseerd in Lakenvelders. De Lakenvelder is een bijzonder runderras. De dieren zijn meestal roodbruin, maar ook de zwarte uitvoering komt voor. De lakenvelder is herkenbaar aan de witte band tussen de voor- en achterpoten om de buik en rug. Een paar van de jonge dieren liepen vorige week simultaan grazend in een weiland bij het strandje van Smalle Ee …

Als ik hier langs kom en de dieren staan in de wei, dan maak ik toch wel regelmatig even een korte stop. Ook ditmaal heb ik een tijdje rustig aan de kant van het weiland staan genieten van deze mooie runderen, voordat ik de terugweg naar huis aanvaardde …

De hitte slaat toe

Vol goede moed stapten Jetske en ik gisterochtend rond 10:30 uur op fiets en iLark. Na een kort overleg met koffie en koek besloten we voor de westelijke fietstocht te kiezen. Hoe lang we ons ritje zouden maken en waar we exact langs zouden gaan, zouden we onderweg wel bekijken.

Toen we nog geen vijf minuten later over het fietspaadje langs het riviertje de Drait reden, werd Jetske meteen al lyrisch over het feit dat we al zo snel buiten de stadsbebouwing waren …

Op verzoek van Jetske maakten we een eerste tussenstop bij de jachthaven. Nadat we daar wat foto’s hadden gemaakt, zetten we koers naar het oude sluiscomplex en de skûtsjewerf aan het Buitensvallaat. Vorig jaar heb ik al een uitgebreide serie over dit stukje Drachten gepubliceerd, dat start met ‘Het Begin van de Drachtstervaart’.

Bij de oude sluis begon het al aardig op te warmen. Een paar tussenstops later was het ronduit heet toen we langs de boer kwamen, die aan de Bûtendiken in het hooi aan het werk was …

Amper twee kilometer verder kwam er onverwacht snel een eind onze rit. We hadden in de buurt van het Noorder Gemaal overlegd of we vanaf dit punt linksom naar De Veenhoop zouden rijden of juist rechtsom. We kozen voor het eerste, maar het werd uiteindelijk geen van beiden …

Terwijl Jetske al vooruit fietste over het smalle schelpenpaadje langs het oude petgat, kreeg ik mijn iLark niet meer aan de praat. Elke keer wanneer ik hem startte, reed hij 1,5 tot 2 m om daarna weer stil te vallen. Ik vreesde dat de hitte te groot was geworden voor de accu. Jetske was intussen ongerust geworden, omdat ze het gekraak van mijn driewieler op het schelpenpaadje miste. Al snel was ze omgekeerd.

Er restte mij intussen weinig anders dan de iLark maar naar het gemaal te duwen, zodat hij daar in de schaduw even kon afkoelen. Omdat het gehoopte effect daarvan op zich liet wachten, zat er niets anders op dan Aafje maar te bellen met het verzoek om me op te komen halen …

Nadat we de iLark korte tijd later met vereende krachten in de auto hadden gezet, heb ik me naar huis laten rijden. Jetske maakte de rit naar ons huis alleen, maar ze had daarbij wel het geluk dat er een verkoelende tegenwindje stond. Aan het eind van de middag was de accu van de iLark afgekoeld en kon ik weer een proefritje maken. Het is goed afgelopen. Het was een ander verhaal geweest als het me midden op het 2 km lange schelpenpaadje was overkomen. Daar moet ik even niet aan denken.

Vandaag blijf ik tot een uur of negen vanavond lekker binnen. Het is wel even genoeg geweest met de warmte. Even een dagje rust, morgen weer een dag, dan koeler …

Buitenstvallaat van 1920 tot ’80

Ik sluit deze blogserie over Buitenstvallaat af met een fotoserie die ik heb geleend van de site ‘Drachten terug in de tijd‘. De foto’s dateren van ca. 1920 tot 1980. Je zult zien, dat er in 100 jaar maar weinig is veranderd in de buurtschap. Er is echter één beeldbepalend landschapselement verdwenen: ongeveer 150 m ten noorden van de scheepswerf stonden tot in de jaren ’70 twee kalkovens …

Kalkovens werden lang gebruikt om schelpen met behulp van turf te verbranden tot kalk. Deze kalk werd gebruikt als bouwmateriaal en als bemesting voor het land. Kalk wordt gebruikt om de pH-waarde van de grond te verhogen en de grond dus minder zuur te maken.

Ooit stonden er naar schatting 10 kalkovens in en rond Drachten. Intussen zijn ze allemaal al lang gesloopt. Deze twee bij Buitenstvallaat waren de laatsten die ik in de jaren ’60 en ’70 nog heb gezien. Ik vind het doodzonde dat deze bijzondere bouwwerken, die net als skûtsjes nauw verbonden zijn met de Drachtster geschiedenis, niet bewaard zijn gebleven …

De sluiswachterswoning

De sluiswachterswoning, indertijd ook wel verlaatmeesterswoning genoemd, is in 1893 gebouwd in opdracht en naar standaardontwerp van de Provinciale Waterstaatsdienst. De woning staat georiënteerd op de sluis: de uitbouw van de voorgevel staat direct aan het vroegere jaagpad (tegenwoordig verbreed en bestraat) dat de woning scheidt van de sluiskolk in de Drachtstervaart. Aan de achterzijde ligt een ruime tuin. Dit is het aanzien van de sluiswachterswoning vanaf de klapburg …

De sluiswachterswoning is van cultuurhistorisch belang, omdat het een essentieel onderdeel is van het enige waterstaatkundig complex in de Drachtster Compagnonsvaart dat bewaard is gebleven. De woning is een voorbeeld van de gestandaardiseerde dienstwoning van de Provinciale Waterstaat. De sluiswachterswoning is geklasseerd als Rijksmonument

Tegenwoordig heeft kunstenares Margreet Boonstra haar domicilie in de sluiswachterswoning. Margreet behoort tot de ‘Noordelijke Realisten’, ze werkt voornamelijk buiten ‘en plein air’. “Dit alles ter plekke, alla prima. Direct werk in olieverf op doek”, schrijft Margreet op haar website

We vervolgen onze kuier door Buitenstvallaat en naderen het laatste huis: de woning van scheepsbouwer O.H. van der Werff. Daar duiken we echt de geschiedenis in …

– wordt vervolgd