Buitenstvallaat – het begin

De foto’s en het verhaal van ‘De Jonge Trijntje’ brachten me in gedachten terug naar het Buitenstvallaat (Google Maps), waar het skûtsje ruim 100 jaar geleden is gebouwd. In 2008 heb ik daar eens een fotokuiertje gemaakt. De foto’s die dat heeft opgeleverd, heb ik wat afgestoft om jullie een idee te geven van de situatie ter plekke …

Buitenstvallaat is een buurtschap aan de westkant van Drachten. De eerste keer dat ik hier kwam, was ik nog een maar een kind. In 1970 heb ik samen met een paar vriendjes de Hooidammentocht geschaatst. Deze tocht van 20 km van Drachten naar de Hooidammen (vice versa) werd indertijd door de Politie Personeelsvereniging Smallingerland georganiseerd voor de jeugd tot 15 jaar. Start en finish lagen bij de brug De Pijp en de tocht leidde over de Drachtstervaart o.a. langs Buitenstvallaat naar de Hooidammen …

Behalve een sluis, een paar huizen en enkele boerderijen was er in de wijde omgeving in de toen ’s winters nog vaak bar koude witte wereld weinig te zien. Of het moet al zijn dat er toen nog een paar kalkovens stonden. Ik geef het toe, dat er ook een oude skûtsjewerf lag, daar was ik me toen nog niet van bewust. De oude sluiswachterswoning is één van de pronkstukjes die  nu nog resten …

Hier ligt echt een belangrijk stukje geschiedenis voor Drachten. Vanaf dit punt werd in 1641 begonnen met de aanleg van de Drachtstervaart. Om dat mogelijk te maken is hier een sluis of vallaat aangelegd. Het oude Buitenstvallaat is het beginpunt van de Drachtstervaart die in 1641 is aangelegd in opdracht van koopman en veenbaas Passchier Bolleman. Dat vormt eigenlijk ook het beginpunt van Drachten. De vaart maakte de afvoer van turf uit de omgeving mogelijk en dat bracht allerlei activiteit naar Drachten …

Er is sinds die tijd veel gebeurd. Buitenstvallaat ligt tegenwoordig ingeklemd tussen Drachtster nieuwbouwwijken en het dorp De Wilgen. Dit is nog het enige authentieke stukje van de oude vaart uit 1641, waarvoor naar verluidt 800 arbeiders tewerkgesteld werden. Het deel van de vaart vanaf de Hogeweg tot in het centrum van Drachten werd in de jaren 60 gedempt en in 2016 heropend …

Ik heb me voorgenomen om over niet al te lange tijd nog eens een fotokuiertje te maken bij Buitenstvallaat. Wil je nu nog meer weten over Buitensvallaat, kijk dan eens naar de geactualiseerde pagina over de buurtschap, van Frank van den Hoven op de website plaatsgids.nl. Daar kun je overigens informatie vinden over de kleinst mogelijke buurtschappen in ons land …

Jetske bij ‘De Jonge Trijntje’

Terwijl ik me bezighield met de spiegelende gevel van het oude arbeidsbureau, had mijn fotomaatje haar aandacht gericht op een skûtsje dat in de Drachtstervaart voor de wal lag. En niet zo maar een skûtsje, ‘De Jonge Trijntje’ is één van de boegbeelden van ‘het Drachten-van-de-skûtsjes’. Jetske leek het met bijzondere aandacht te bekijken …

‘De Jonge Trijntje’ is in 1909 in opdracht van Jan Martens Jagersma gebouwd op de skûtsjewerf van Jan Oebeles van der Werff aan het Buitenstvallaat in Drachten. Beurtschipper Jan Martens Jagersma vernoemde het skûtsje naar zijn enige dochter Trijntje. De schipper onderhield tot 1920 een geregelde beurtdienst tussen Drachten en Groningen en omstreken. In 1920 nam zijn zoon het over met een motorschip. Het skûtsje werd verkocht en maakte vervolgens onder verschillende namen omzwervingen door Nederland en België …

Haiko van der Werff, de achterkleinzoon van Jan Oebeles, zette vanaf 1 januari 2001 het bedrijf van zijn overgrootvader aan het Buitenstvallaat voort onder de naam ‘Scheepsbouw O.H. van der Werff’. Haiko zag een droom uitkomen, toen ‘De Jonge Trijntje’ in 2010 werd teruggevonden in Zwolle en hij de kans kreeg om het te restaureren. Het beurtvaart skûtsje werd aangekocht door Stichting De Jonge Trijntje met de bedoeling om het schip als cultureel erfgoed in de oorspronkelijke staat terug te laten brengen, En zo was de cirkel rond, het skûtsje werd volledig gestript en in de originele staat teruggebracht op de werf waar het 100 jaar eerder was gebouwd …

’s Zomers ligt het skûtsje aan het Buitensvallaat voor de scheepswerf van Haiko van der Werff. Er wordt dan met ploegjes gezeild, kinderen worden er onderwezen over de zeilvaart vroeger en er wordt onderhoud gepleegd. In de winter ligt het skûtsje in de Drachtstervaart of in de passantenhaven in het centrum van Drachten …

Een speelse spiegelwand

Omdat we toch op het Moleneind waren, wilde Jetske meteen wel even bij het passantenhaventje kijken, dat het centrum van Drachten rijk is sinds de vaart weer is geopend. Daarbij kwamen we langs het oude arbeidsbureau. Tegenwoordig is Grafisch Centrum Drachten hier gevestigd …Verder valt er weinig over te vertellen, maar toen we daar eenmaal stonden, vielen de weerspiegelingen van de in een ronding geplaatste ramen me op. Daar heb ik even wat mee staan spelen …

Bij ‘It Bleekerhûs’

Gisteren kwam Museum Dr8888 ter sprake, omdat het verdwenen gewaande beeld ‘Vader en moeder met slingerend kind’ daar tegenwoordig blijkt te staan. Het museum is sinds 1996 gevestigd in het voormalig minderbroedersklooster in het centrum van Drachten. Daar heb ik nog geen foto’s van in mijn archief. Waar ik wel foto’s van heb, is het gebouw waar het museum ooit is begonnen als oudheidskamer ‘It Bleekerhûs’. Vlak voordat ik vorige week dinsdag werd gebeld door de gemeente, was ik daar namelijk met Jetske geweest …

Het ‘Bleekerhûs’ is in 1806 gebouwd als dokterswoning voor dokter Hendrik Willem Bleeker, die het pand gebruikte als woon- en praktijkruimte. Bleeker schijnt een bijzonder mens te zijn geweest. Van 1904 tot 1944 oefende hij zijn praktijk uit en nog altijd gaan er verhalen over hem in omloop. Hij was niet alleen arts, maar naar verluidt was hij ook drankbestrijder, leraar aan de Rijkskweekschool en mede-oprichter en docent van de Volksuniversiteit …

De dokterswoning was ook het eerste onderkomen van oudheidskamer (later museum) ‘It Bleekerhûs’. Voor zover ik me kan herinneren, richtte de oudheidskamer zich in eerste instantie vooral op de turfwinning, die zo belangrijk is geweest voor het ontstaan van Drachten. Maar er kwam in ‘It Bleekerhûs’ ook geleidelijk meer aandacht voor het belang van de kunststromingen De Stijl en Dada voor Drachten …

Voor nieuw beleid en uitbreiding van de collectie kwam meer ruimte beschikbaar, toen de oudheidskamer in 1979 naar het historische grietenij- en gemeentehuis aan de overkant van de straat kon verhuizen. Dat was ook het moment waarop de oudheidskamer ‘It Bleekerhûs’ werd omgedoopt tot ‘Streekmuseum Smallingerland’ …

In ‘It Bleekerhûs’ is tegenwoordig een tandartsenpraktijk gevestigd. Sinds de verhuizing van het museum naar het klooster in 1995, zat in het oude gemeentehuis (zie foto hierboven) grandcafé ‘Smelnehûs’, maar dat heeft vorig jaar de deuren helaas noodgedwongen moeten sluiten.

Tabaksfabriek Erven Fokke v/d Meulen

Op de laatste foto van gisteren was op de achtergrond nog net een stuk van de gerestaureerde tabaksfabriek van de  firma Erven Fokke v/d Meulen te zien. Dit was lang het vlaggenschip van de Drachtster tabaksindustrie. In Drachten waren vroeger tientallen bedrijfjes waar pijp- en pruimtabak werd gefabriceerd, daarnaast werden er ook veel sigaren gemaakt …

De tabaksfabriek annex pakhuis is rond 1902 gebouwd in opdracht van de fa. Fokke van der Meulen. In de fabriek werd de beroemde pruimtabak “Drachtster Kei” vervaardigd. Tot in de jaren 60 van de vorige eeuw was ‘Drachtster Kei’ een begrip. Maandelijks werd er voor de liefhebbers zo’n 1000 kilo pruimtabak gefabriceerd …

Later nam de vraag naar pruimtabak geleidelijk af. In 1990 werd de productie gestaakt en de merknaam ‘Drachtster Kei’ werd verkocht aan Douwe Egberts. Daar bleef van het ooit vermaarde merk al snel niets meer over. Vanwege de geringe belangstelling werd de ‘Drachtster Kei’ uiteindelijk uit de handel genomen …

In de ca. 20 jaar die volgden, vielen de restanten van de oude tabaksfabriek regelmatig ten prooi aan brandstichting en vernieling. Omdat de oude fabriek één van de weinige monumentale gebouwen in Drachten is en vanwege de herinnering die het gebouw vormt aan de verloren gegane Drachtster tabaksindustrie, is het rond 1990 op de lijst van rijksmonumenten in Drachten gezet door de gemeente …

Er volgde een jarenlange soap rond het pand, dat gestaag verder in verval raakte en verloederde. Lang dreigde sloop van het karakteristieke pand. Diverse miljoenen kostende plannen gingen over tafel om vervolgens weer een stille dood te sterven. Uiteindelijk is het oudste en meest kenmerkende deel van de fabriek behouden gebleven en gerestaureerd …

Het gebouw is behouden, maar daar is het ook wel mee gezegd. Als onderdeel van één of ander packagedeal werd het gebouw aan de voor- en achterkant ingeklemd tussen nieuwbouw. De voorkant van het pand is vanaf de Zuidkade maar nauwelijks meer te zien …

Het eindresultaat van het behoud van de tabaksfabriek is niet honderd procent, maar het proces er omheen heeft wel de drastische sloop van waardevolle historische panden in Drachten een halt toegeroepen. De dreigende sloop van het gebouw was rond 1990 namelijk de directe aanleiding voor de oprichting van de cultuurhistorische stichting ‘Smelne’s Erfskip’. Het enige wat nog echt van de oude fabriek is overgebleven, is het originele bord op de gevel. …

Te huur – natte horeca

Na ruim 14 jaar heb ik mijn fotomaatje gisteren voor het eerst eens meegenomen naar het uitgaanscentrum van Drachten. De portemonnee kon dicht blijven, want het is al een jaar lang triest gesteld met het uitgaansleven …

Aan de Noord- en Zuidkade, traditioneel het uitgaanscentrum voor Drachten en een groot deel van de omliggende dorpen. lijkt alleen ‘Horecamakelaardij  Koolmees, Wiebes & Hoekstra’ binnenkort nog goede zaken te doen. Als het kabinet de portemonnee niet trekt om horeca, cultuur en een groot deel van de middenstand ruimhartig financieel te ondersteunen, dan ziet ’t er zeer somber uit tegen de tijd dat we hopelijk eindelijk weer wat vrijer kunnen leven …

Vreemd genoeg zijn alleen de gevels van het oude vertrouwde Jenifeu, waar Aafje en ik elkaar ooit in de jaren 70 al eens hebben leren kennen, gevrijwaard gebleven van de protestborden …

Peije Rasp, de laatste speelman

Vanaf het Franse Pleintje wandelde ik naar het carillon, dat precies in het centrum van het oude Drachten staat. Tot de demping van de Drachtster Vaart halverwege de jaren 60 lag hier een ophaalbrug om van noord naar zuid te kunnen komen …

Tussen 2012 en 2015 is de Drachtster Vaart vanaf het centrum in westelijke richting heropend. Ten tijde van de turfwinning bracht ’t water welvaart, tegenwoordig hoopt men een graantje van het watertoerisme mee te pikken …

Aan de waterkant staat een beeld van Peije Rasp (1879- 1941), gemaakt door Mindert Wilstra. Peije was een in Ureterp als Freerk de Jong geboren straatmuzikant. Hij was de laatste echte speelman die bijna veertig jaar door Zuidoost-Fryslân zwierf met zijn trekharmonica. Hij speelde wat de mensen wilden: “Wat moat it wêze, in psalmke of in walske?” was zijn gebruikelijke vraag. Hij speelde op bruiloften en partijen, maar scharrelde ook als straatmuzikant zijn kostje bij elkaar. Hij begeleidde reisjes van ouden van dagen en zorgde ’s winters voor sfeer op het ijs. Bekend is het verhaal dat hij eens op zijn knieën voor het open raam van een ziek kind een uur lang zachtjes muziek maakte. Geen wonder dus dat Peije een eervol plekje in het centrum van Drachten heeft gekregen op de plek waar hij veel heeft gespeeld …

Op de draagbalken van het carillon staat een tekst van de schrijver en dichter Harmen Wind. Deze tekst verwijst naar de vier elementen: aarde, vuur, water en lucht en is zowel in het Nederlands (buitenkant) als in het Fries (binnenkant) aangebracht. Ook de relatie van Drachten met de turfwinning en het belang van de Drachtster vaart liggen in de tekst besloten…