Het vervallen lijkenhuisje

Met het gietijzeren hek en de smetteloos witte, rietgedekte huisjes had de entree van de Oude Stadsbegraafplaats in oktober 2008 nog altijd een zekere grandeur, maar eenmaal voorbij de poort was van die grandeur al snel weinig meer over …

Het eerste wat me bij het betreden van de begraafplaats opviel, was het vervallen lijkenhuisje. Meer dan een ruïne was het in feite niet meer …

– wordt vervolgd –

Algemene begraafplaats Spanjaardslaan

Zoals ik hier zondag al schreef, heb ik vorige week een fotoserie herontdekt, die ik in oktober 2008 heb gemaakt bij de Oude Stadsbegraafplaats in Leeuwarden. Indertijd was ik niet tevreden over de meeste van de foto’s vanwege het harde zonlicht. Waarschijnlijk heb ik ze opzij gelegd met het idee om de fotosessie nog eens over te doen op een druilerige en wat naargeestige herfstdag. Om de een of andere reden is dat er niet van gekomen. Omdat de begraafplaats intussen een grondige restauratie heeft ondergaan, hebben mijn foto’s ineens een soort van historisch waarde gekregen …

De Oude Stadsbegraafplaats werd aangelegd tussen 1830 en 1833. De begraafplaats bevindt zich op de plek waar rond het begin van onze jaartelling de terp Fiswerd ontstond. Fiswerd wordt voor het eerst genoemd rond 1460, toen het Sint Annaklooster op deze plaats werd gesticht …

Het klooster kreeg al snel een plaats binnen de stadsmuren. De gebouwen werden daarna gebruikt voor het onderbrengen van de leprozen van de stad. In de 18de eeuw resteerde nog slechts een boerenschuur met de naam Fiswerd. Toen de gemeente Leeuwarden in 1829 de gronden aankocht om een nieuwe begraafplaats buiten de stad aan te leggen werd geen melding meer gemaakt van de aanwezigheid van gebouwen ….

Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) maakte het ontwerp voor de begraafplaats. Hij tekende een ruim opgezette begraafplaats met vier grafvelden, verdeeld over vijf afdelingen. De eerste afdeling was bedoeld voor de adel en rijkste burgers van de stad. De laatste afdeling werd gereserveerd voor de allerarmsten, die op kosten van de stad werden begraven. Daarnaast werd een apart deel ingericht als joodse begraafplaats …

Op 3 juli 1833 vond de eerste begrafenis plaats. Vanaf die dag zal dat een bijna dagelijks terugkerend gebeuren geweest zijn, want bijna 50.000 doden hebben hier een laatste rustplaats gevonden. Na 1919 werden geen nieuwe graven meer uitgegeven. Het aantal begrafenissen nam sindsdien geleidelijk af …

Op 31 december 1969 werd de begraafplaats gesloten, nadat in de zomer van dat |aar de laatste begrafenis had plaatsgevonden. De Noorderbegraafplaats aan het Schapendijkje werd vervolgens voor vele Leeuwarders de laatste rustplaats. De Oude Stadsbegraafplaats is sinds 1967 een rijksmonument. Vanaf 1985 heeft een tweetal stichtingen geprobeerd de begraafplaats te restaureren en voor stad en nageslacht te bewaren. Het verval van de begraafplaats bleek echter niet te keren …

 – wordt vervolgd –

Kunst achter de wringe

De ‘wringe’, het hek dat ik hier gisteren liet zien, is in het Nederlands een wringhek. In het Drents is het volgens boerin Hendrika ook een wring(e) of draaihek. Op de site van ‘De Hekkerij‘ staat over het wringhek:

“De Hekkerij ontwerpt, maakt en plaatst eikenhouten wringhekken. De hekken worden op maat gemaakt en hebben een landelijke uitstraling. Elk hek is uniek. Dit karakteristieke hek stond van oudsher op plaatsen die niet dagelijks geopend werden, zoals bij de ingang van weilanden en percelen. Het wringhek of boerenhek heeft als kenmerk dat de bovenligger bestaat uit een bezaagde en gedisselde inlands eikenhouten boomstam met een natuurlijke vorm. Deze bovenligger steekt aan beide zijden over. Aan de ene kant als contragewicht en aan de andere kant als handvat en sluiting. De zwaarste kant rust op een eiken draaipaal die aan de bovenzijde is voorzien van een rond draaipunt. Deze draaipaal bestaat uit één geheel, dus geen ingeslagen houten pen of ijzeren pen waar de paal uiteindelijk zwakker van wordt. De dunne kant rust in de gaffelpaal die een natuurlijke en karakteristieke Y-vorm heeft …”

Achter deze wringe bij het Drentse Dalen gaat een project schuil van Natuurkunst Drenthe – een kunstwerk op het platteland – GreenArtSpot Driftplein. Het betreft een aantal rechtlijnige ontwerpen van het Rotterdamse kunstenaarscollectief Observatorium

Van het intussen flink toegetakelde informatiepaneel werd ik niet veel wijzer. Wat ik wel weet, is dat het geheel tot stand is gekomen in overleg met omwonenden. Toevallig ken ik één van die omwonenden: boerin Hendrika. Zij heeft van 17 maart tot 19 juni 2014 op haar weblog uitgebreid verslag gedaan van de totstandkoming van ‘GreenArtSpot Driftplein‘, zoals het project uiteindelijk is gaan heten. In deel 1 van haar reeks over de geboorte van het kunstwerk schrijft boerin Hendrika: …

“GreenArtSpots zijn kunstprojecten die zich laten inspireren door de locatie en omgeving en/of er een dialoog mee aangaan. Dat kan een ingreep in het landschap zijn, een toevoeging of verwijdering van onderdelen. Het doet iets met de cultuurwaarden van de locatie (van het heden, de toekomst of de historie), versterkt dit of staat er juist mee in contrast. De kunstenaar is vrij om zijn of haar eigen invalshoeken te kiezen waarbij ook de sociale, culturele, economische of politieke context van de locatie mee kunnen spelen. GreenArtSpots laat je door de kunstprojecten anders naar de omgeving kijken. Je kunt het van afstand aanschouwen, maar je er ook in of bij verplaatsen. Beleving ter plekke is essentieel. Daarnaast is de fysieke houdbaarheid van het kunstproject van minimaal tien jaar een voorwaarde.”

De drie driehoeken stellen drie gebouwen uit de directe omgeving voor. Het hoogste gebouw stelt een grote amusementshal voor (Plopsaland Indoor Coevorden), de laagste een vakantiewoning op een bungalowpark (Center Parcs de Huttenheugte) en de middelste een van de boerderijen in het aangrenzende beekdal. Er zijn drie materiaalsoorten gebruikt: hout, staal en beton. Afijn, wandel maar even wat rond …

Mijn oordeel: het heeft wel wat. De robuuste materialen passen wel in de omgeving en de bouwwerken zijn voor mij wel herkenbaar. Ik vind het alleen jammer dat het geheel dicht bij de omringende bomen staat. Dat gaat ten koste van het strakke lijnenspel en vooral het stalen bouwwerk valt goeddeels weg tegen de bomen.

Een rondje zuivel

Eigenlijk liep ik al vanaf de bouw van het enorme bedrijfscomplex van A-Ware Fonterra in 2013 langs de A7 bij Heerenveen rond met het idee om daar eens wat foto’s van te maken. Dat idee werd nieuw leven ingeblazen, toen ik vorig jaar hoorde dat boerin Hendrika en haar boer vanaf 1 januari 2017 de melk van hun koeien aan A-ware zouden leveren …

Toen het vorige week dinsdag net zo helder was als vandaag, ben ik na de koffie in de auto te gestapt om dat plan dan toch eindelijk maar eens ten uitvoer te brengen. Ik had geen beter moment kunnen kiezen, want toen ik vanaf de uiterste westkant aan mijn rondgang begon, was het nog heerlijk helder, maar toen ik een klein uurtje de oostkant had bereikt, was de lucht bijna helemaal dichtgetrokken …

Royal A-ware produceert in haar kaasmakerij in Heerenveen jaarlijks 80.000 tot 100.000 ton kaas, ruim de helft van de kaas die zij verhandelt. De wei die hierbij vrijkomt wordt door Fonterra, in de fabriek ernaast verwerkt tot hoogwaardige ingrediënten voor voeding voor baby’s, senioren en sporters. Fonterra produceert in de fabriek 5.000 ton wei-eiwit en 25.000 ton lactose per jaar …

Beide fabrieken maken gebruik van de modernste technologie. Daarnaast is bij de bouw en inrichting van de fabrieken waar mogelijk gebruik gemaakt van de meest duurzame apparatuur waardoor onder meer het verbruik van energie en water wordt geminimaliseerd. Het dak van de zuivelfabrieken is voorzien van zonnepanelen, zodat een groot deel van de benodigde energie zelf kan worden opgewekt. Momenteel wordt onderzocht of het resterende deel van de energiebehoefte via geothermie (‘aardwarmte’) kan worden ingevuld …

Voor zo ver grote industriële complexen mooi kunnen zijn, vind ik A-Ware Fonterra daar toch wel een schoolvoorbeeld van, hoewel natuurlijk afgewacht moet worden hoe die glanzende silo’s er na verloop van jaren uit zullen zien. Er volgen binnenkort nog wel wat detailfoto’s …

Oud en nieuw

Als je in Fryslân bij de ‘Seedykstertoer‘ en het ‘Tempeltje van Ids‘ bent, dan valt er niet te ontkomen aan het beeld van de oude poldermolen ‘Kleilânsmole‘ uit 1865, met daarachter een lange rij moderne windturbines. Oud en nieuw, gebroederlijk samen …

Ze zijn hier in het verleden wel vaker te zien geweest, maar zo met Oud & Nieuw leek dit me wel weer een toepasselijk beeld. En ze stonden er zo mooi bij met die combinatie van nevel en zon, daar kon ik simpelweg weer niet omheen …

Over Oud & Nieuw gesproken …bedankt voor al jullie leuke, kritische, meelevende en humoristische reacties en ‘likes’ in het afgelopen jaar!

Doen jullie voorzichtig vanavond!?
Een rustige en veilige jaarwisseling gewenst!