De earste tsjirken

Het was wat tegengevallen met de vogels tot nu toe, maar we lieten ons niet uit het veld slaan. Het Lauwersmeergebied is groot, heel groot. Daarom besloten we nog even naar Ezumakeeg Zuid te rijden, bijna twee km zuidelijker. Onderweg passeerden we voor de tweede maal die dag het naampaneel van Nationaal Park Lauwersmeer

Terwijl we stapvoets in zuidelijke richting reden, zagen we na enige tijd links van de weg een paar vogels half in het water staan. “Dat lijken me tureluurs,” zei Jetske, terwijl ze mijn camera van de achterbank pakte en me die aanreikte. Ik had de auto intussen laten uitrollen. Door het tegenlicht viel het nog niet eens mee om er een mooie foto’s van te maken, maar ik was tevreden. “Jawis,” antwoordde ik, toen ik de foto’s op het schermpje had bekeken, “dat binne myn earste tsjirken fan it jier …”

Jetske had minder geluk. Na onze vorige stop had ze haar camera’s enigszins onnadenkend allebei in de kofferruimte gelegd. Nadat ze mij mijn camera had gegeven, opende ze voorzichtig het rechter portier om gebukt naar de achterkant van de auto te kunnen lopen. Dat was echter al wat te veel van het goede. De vogels vlogen kort op om een stukje verderop tijdelijk op een zandbankje te gaan zitten. Daarna verdwenen ze uit zicht …

Dat was voor ons het sein om ook weer verder te gaan …

Ver weg, heel ver weg

Van de Eanjemumerkolken was het maar een kleine 2 km rijden naar het uitkijkpunt bij Ezumakeeg Noord (kaart OpenStreetMaps) aan de westkant van het Lauwersmeergebied. Het was er rustig. Er stonden een paar auto’s op het parkeerplaatsje, en er stonden en zaten ook maar enkele vogelliefhebbers op de uitkijkheuvel …

En dat was nog niet alles, ook op het water leek het uitgestorven te zijn. Alleen door maximaal in te zoomen waren er op grote afstand wat vogels te zien. Ook hier leken het vooral grutto’s te zijn. Dat is het nadeel van dit gebied, doordat het zo immens groot is, zitten de meeste vogels ver weg. Alleen een paar slobeenden vlak achter de rietkraag lieten zich wat beter zien …

Maar er was nog hoop …

Via de Mieden naar de Kolken

Nadat we ons de koffie met appeltaart hadden laten smaken en Aafje ons had uitgewuifd, besloten Jetske en ik vorige week dinsdag weer eens een ritje in noordoostelijke richting te maken. Het zou zonde zijn om daarbij niet even te stoppen in de Surhuizumermieden …

De grutto’s stonden nog steeds hoofdzakelijk in een grote groep bij elkaar in en aan het water. Dankzij het heldere zonnige weer waren de grutto’s al een stuk mooier en beter te zien dan bij mijn vorige bezoek. Maar actie viel er verder niet te bespeuren …

Van de Surhuizumermieden zetten we koers naar het Lauwersmeergebied. Nadat we onderweg een afslag hadden gemist en rechtsomkeert hadden gemaakt, kwamen we per ongeluk terecht bij de Eanjumerkolken ten westen van het Lauwersmeergebied …

De Eanjumerkolken is een kleinschalig natuurgebied van 141 hectare bij het dorp Anjum. Het gebied wordt beheerd door It Fryske Gea, de provinciale vereniging voor natuurbescherming. Met twee cultuurhistorische elementen in de vorm van eendenkooien en de verspreid liggende drinkdobben, is het een uniek gebied. De Eanjumerkolken is niet vrij toegankelijk, maar laat zich goed bewonderen vanaf de omringende wegen …

Omdat wij niet meer te zien kregen dan grote groepen brandganzen die de omringende hooilanden bevolkten, besloten we verder te gaan …

Ganzen in de berm

Er lag nog een laatste kleine fotoserie uit het vroege voorjaar te wachten op publicatie. Tijdens een ritje in de omgeving van Earnewâld zag ik op een mooie dag de familie gans in de berm liggen. Ze bleven rustig liggen, terwijl ik de auto langzaam liet uitrollen en het raampje naar beneden liet glijden. Alleen de gans die al rechtop stond toen ik naderde, verzette een paar stappen.

Maar wat voor ganzen zijn het? De meest linkse lijkt me een grauwe gans. De anderen lijken me een soort van hybride versie van de grauwe gans en de witte tamme gans. Verder kan ik er weinig van maken. Maar ik sta zoals altijd open voor suggesties …

De eerste grutto’s

Gisteren hadden we het over de eerste kievit. De eerste grutto’s had ik anderhalve week eerder al gezien. Op een grijze dag in maart had ik zin om even naar buiten te gaan, maar niet naar een van de vaste plekken. Daarom reed ik naar de Surhuizermieden, in de hoop de eerste grutto’s van het seizoen te zien. Dit gebied bestaat uit oude graslanden en hooilanden en is onder meer aantrekkelijk voor grutto’s, kieviten, tureluurs, smienten, slobeenden en kemphanen …

De grutto is een oer-Hollandse weidevogel die in Nederland terugkeert vanaf februari en zich in het voorjaar verzamelt bij ondiepe plassen en plas-dras weilanden om aan te sterken na de trek. In zulke natte graslanden foerageren de vogels intensief, voordat ze zich later in het seizoen meer verspreiden naar hun broedgebieden. De piek van de eileg ligt meestal in de tweede helft van april, en al vanaf eind maart kunnen de eerste legsels aanwezig zijn …

In de Surhuizermieden zijn de omstandigheden speciaal voor weidevogels verbeterd, onder meer door een hoger waterpeil, flauwe slootkanten en het verwijderen van bomen. Daardoor is het gebied een geschikte plek voor soorten als grutto, kemphaan en kievit. Hoewel de vogels vaak op afstand blijven, levert zo’n bezoek toch altijd iets op: een paar momenten waarop een grutto even op de wiek gaat, en het gevoel dat de lente langzaam begint …

Missie geslaagd dus: de nationale vogel is weer gezien, de grutto kan worden afgevinkt.

De eerste kieviten

Bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was weinig te beleven, daarom ben ik vrijwel meteen doorgereden naar de Hooiweg aan de andere kant van Earnewâld. Bij een langzaam uit elkaar vallend hek van It Fryske Gea zette ik de auto even half in de berm om mijn medicijnen te nemen en een stukje koek te eten …

Na enige tijd zag ik verderop een kievit neerstrijken. Toen ik even later dichterbij kwam, zag ik dat het er zelfs twee waren. Het vrouwtje deed alsof ze aan het broeden was. Daar geloofde ik echter niks van, zo dicht bij de weg. Niet veel later vlogen ze allebei op om hun heil ergens anders te zoeken. Maar mijn eerste kievit van het jaar was weer binnen …

Een ooievaar en een ree

Na het treffen met het ree en de reebok bij de Legauke vervolgde ik mijn weg in de richting van Oudega en de Jan Durkspolder. De eerste reeën van die dag hadden me verrast op een plek waar ik nog niet eerder een ree had gezien.

Een kwartiertje later reed ik rustig over de Westersânning bij Oudega. Hier had ik in het verleden al vaak reeën getroffen. Deze keer zag ik er na lange tijd rechts van de weg eindelijk weer eens een ree in het weiland staan. Even verderop foerageerde een ooievaar, alsof het landschap die ochtend nog wat extra rust had meegekregen …

Omdat de dieren op flinke afstand stonden en de wind gunstig was, kon ik de auto een stukje achteruit zetten zonder ze te verstoren. Zo had ik een beter zicht.. Dat leverde de onderstaande serie op. Ik had er nog veel meer foto’s van kunnen maken, want ze maakten geen enkele aanstalten om zich te laten afleiden. Het landschap vertelde verder weer zijn eigen verhaal …

Daarmee was het gemis aan reeën eerst weer even gecompenseerd.