Met Aafje naar Skrok

Na mijn uitgebreide verslag over het trip naar het Lauwersmeer en het Wad, loop ik weer wat achter op dit moment. En dat is wel jammer, want ik heb de afgelopen week een paar mooie primeurtjes gehad. Zo zijn Aafje en ik weer eens een middagje samen op pad geweest. Laat ik daar maar mee beginnen …

Vorige week maakte ik samen met Aafje een ritje naar de vogelkijkhut Skrok (kaart OpenStreetMaps) bij Wommels. Eigenlijk wilde ze die middag gewoon een wandeling maken in onze eigen wijk, maar echt enthousiast was ze daar niet over. Dus stelde ik voor om samen naar Skrok te rijden. Terwijl ik in de vogelkijkhut zou zitten, kon Aafje lekker haar eigen wandeling maken over een mooi pad door de weilanden richting Easterlittens. Bijkomend voordeel voor mij was dat Aafje dan terug zou kunnen rijden. Gelukkig zag ze dat wel zitten …

We begonnen samen in de hut, even rustig kijken. Daarna ging Aafje op pad en bleef ik achter in de hut bij de plas. Het was er opvallend rustig. Voor de grutto’s was ik te laat; die hadden zich al verspreid over de weilanden. Even voelde het alsof ik iets gemist had, maar dat duurde niet lang …

Er was namelijk nog genoeg te zien. In het ondiepe water scharrelden meerdere kluten rond. Ik blijf dat prachtige vogels vinden, dat strakke zwart-wit en die sierlijk omhoog gebogen snavel, het heeft iets elegants. Op het eilandje lagen kemphanen wat loom bij elkaar, alsof ze de tijd namen om gewoon even niets te doen. Aan de overkant was het juist levendig: tientallen oeverzwaluwen vlogen onafgebroken af en aan bij de wand. Daar kon ik me echt een tijdlang in verliezen …

Na een tijdje merkte ik dat het goed was zo. Het plaatje was wel compleet was. Net op het moment, toen ik de hut uitliep, zag ik Aafje alweer in de verte aankomen. Dat voelde bijna te mooi getimed. Ik pakte mijn wandelstokken en het viskrukje uit de auto en liep haar tegemoet, met het idee om elkaar in de buurt van het hek te treffen …

– wordt vervolgd

Dêr’t it lân de dyk omklammet

Aan het eind van de trap, boven op de kruin van de dijk bij Wierum, staan een informatiepaneel over de Waddenzee en een verrekijker die de passant geduldig van dienst zijn. Alsof ze daar al jaren staan te wachten tot iemand eindelijk eens écht goed komt kijken …

Bij die verrekijker hoort natuurlijk een opstapje voor de kleinere bezoekers. Op de zijkant staat al jaren de tekst: ‘Dêr’t it lân de dyk omklammet’. Vrij vertaald: waar de dijk het land omarmt, zoals een moeder haar kind. Een mooie gedachte – en eerlijk is eerlijk – als je daar zo staat, snap je precies wat ermee bedoeld wordt. De dijk ligt als een beschermende arm om het dorp heen, onverstoorbaar en geruststellend …

Door de verrekijker kun je eindeloos turen over de Waddenzee en het land achter de dijk. Maar ook zonder hulpmiddelen valt er genoeg te zien. Onderaan de dijk staat nog altijd de oude peilschaal, onverstoorbaar het waterpeil bijhoudend, alsof er nooit iets verandert. En als je iets verder kijkt – een beetje tegen beter weten in – zie je daar toch weer dat gaswinningsplatform Ameland-Westgat 1** opduiken. Elf kilometer verderop, maar nadrukkelijk aanwezig. Op de derde is te zien dat het nog veel dichter bij Ameland staat, gevaarlijk dicht bij de Waddenzee …

Toen we boven kwamen, was Jetske meteen doorgelopen naar de schapen die iets verderop op de dijk stonden te grazen. Die trokken zich er weinig van aan. Gras is gras, uitzicht of geen uitzicht. Terwijl ik nog één keer over de dijk uitkeek, zag ik haar alweer terugkomen …

Voor mij was het wel genoeg geweest. Het bankje, de wind, het uitzicht – het had allemaal z’n werk gedaan. Het was weer een mooie dag. Ik had de zee opgesnoven en de verte gezien. Meer is eigenlijk niet nodig …

** ik hoop binnenkort nog eens terug te komen op de gaswinning

Een roze jasje in Wierum

We hadden nog mooi de tijd om een bezoekje aan Wierum te brengen. Dat is er in de loop der jaren eigenlijk een beetje ingeslopen: vanuit Peazens eerst nog even naar Wierum, en dan pas braaf richting huis. Het was er rustig toen we het Tsjerkeplein opdraaiden. Alleen dat roze kinderjasje midden op het plein viel op, en niet zo’n beetje ook. Intrigerend, op z’n zachtst gezegd. Als het van een dorpskind was, zou het vast wel weer opduiken bij de rechtmatige eigenaar. Maar stel je voor dat het van een kleine toerist was… die zou het straks toch best fris kunnen krijgen. Je gaat er vanzelf allerlei scenario’s bij verzinnen …

Terwijl ik achter Jetske aan liep richting de dijk, zag ik haar blauwe jack prachtig weerspiegeld in de ramen van de boerderij aan het Tsjerkeplein. Zo’n moment waarop je ineens denkt: wacht even! Ik kon nog net op tijd vragen of ze even wilde blijven staan voor een foto – wat meestal neerkomt op “nog één dan” – gevolgd door nog twee …

We passeerden de Mariatsjerke, met daarvoor het beeld van ‘De wjirmdolster’, die er zoals altijd onverstoorbaar bij staat. Daarna staken we de weg over om voor de derde keer die dag de dijk te beklimmen. Deze keer luxe: een trap in twee schuifjes. Halverwege wachtte het plateau met het Vissersmonument en de ankers – een plek waar je vanzelf even stil blijft staan – al is het maar om de benen even te laten rusten …

Morgen bekijken we de wereld hier vanaf de kruin van de dijk. Vandaag vond ik het wel mooi geweest — we moeten tenslotte ook iets overhouden om naar uit te kijken.

Twee werelden

Zo lang Jetske bij de palenrij in gesprek bleef hangen, zat ik eerste rang voor twee totaal verschillende voorstellingen. Aan de noordkant was het een en al enthousiasme: twee honden die een bal achterna zaten alsof hun leven ervan afhing, en een vrouw die ze met zichtbaar plezier bleef uitdagen …

De bal werd gegooid, gemist, veroverd en opnieuw gegooid. En dat alles met een inzet en uithoudingsvermogen waar menig topsporter jaloers op zou zijn …

Aan de zuidkant ging het er een stuk rustiger aan toe. Na het nodige gepriegel had de boer eindelijk het hek aan de overkant van de Seewei open gekregen. Hij reed naar de juiste akker en begon daar met zijn trekker kalm zijn lijnen over het land te trekken. Geen gehaast, geen gedoe – gewoon gestaag doorwerken – zoals we dat ook de rietsnijders hebben zien doen. Alsof dat soort mannen een stilzwijgende afspraak heeft met weer en wind …

Het contrast kon bijna niet groter: voor me het onverstoorbare geploeter, achter me het fanatieke spring- en smijtwerk. En ik zat er precies tussenin, op mijn bankje, en vond dat eigenlijk de beste plek van allemaal. Gratis vermaak aan twee kanten, je zou er bijna kaartjes voor gaan verkopen …

Terug naar de dijk

Na een tijdje had ik het wel gezien bij de palenrij; mijn fotografische buit was weer binnen. Voorzichtig zocht ik mijn weg terug naar het verharde paadje, zo’n twintig meter achter de rij palen. Terwijl ik richting de dijk liep, kwam er een hardloper met een klein hondje mijn kant op. Met de veerboot naar Lauwersoog op de achtergrond kon ik het niet laten om een paar foto’s van het duo te maken.

In het voorbijgaan zei ik tegen Jetske dat ik alvast terugging naar de dijk. Ik zou daar op het bankje gaan zitten, zodat zij hier nog rustig haar gang kon gaan …

Eenmaal terug op de dijk nestelde ik me comfortabel op het bankje. In de verte, zo’n 13 kilometer verderop, zag ik het gaswinningsplatform Ameland-Westgat 1 als een klein stipje aan de horizon staan (foto 1). Met de zoomfunctie haalde ik het moeiteloos dichterbij (foto 2). In een volgende blog kom ik hier nog op terug.

Ondertussen was Jetske bij de palenrij in gesprek geraakt met een vrouw met — alweer — het derde hondje van die dag. Ze bleek in Moddergat te wonen en struinde dagelijks langs de palenrij op zoek naar spullen om iets moois van te maken, vertelde Jetske later …

Morgen nemen we een kijkje aan beide kanten van de dijk …

Terug bij de oude palenrij

De oude palenrij bij Peazens-Moddergat blijft trekken. Alsof het verleden hier nog tastbaar is, net boven de modder. Voorzichtig schuifelde ik dichterbij, over de glibberige kwelder, stap voor stap richting wat er nog overeind staat.

Langs de Friese en Groningse waddenkust werd eeuwenlang land gewonnen op de zee. Rijsdammen als deze temden het water, vertraagden de stroom en lieten het slib bezinken. Zo groeide stukje bij beetje nieuw land. Achter deze verweerde palen beginnen de Peazemerlânnen – stil, uitgestrekt, en ooit op de zee veroverd …

Dit keer hield de zee zich rustig. Er hing weinig in de palen: wat rafelig nylon, een zwaar touw dat zich koppig had vastgezet in de bodem. Maar wat ontbreekt aan aanspoelsels, wordt ruimschoots goedgemaakt door het hout zelf, doorleefd, getekend, en nog altijd vol karakter …

Dag na dag, jaar na jaar, blijft de zee nemen wat ze ooit gaf. De palen verliezen hun kracht, langzaam maar onvermijdelijk. Hier valt een splinter weg, daar bezwijkt een paaltje. Tot de samenhang verdwijnt en er open plekken ontstaan als stil bewijs van een strijd die nooit echt stopt …

De labrador en de vrouw

Aan de andere kant van de dijk daalden we langzaam weer af. Aan de voet van de dijk gingen onze wegen uiteen. Jetske liep meteen door naar het begin van de oude palenrij. Zelf liep ik eerst een stukje parallel aan de palenrij over het deels verharde paadje. Het heldere weer maakte dat Schiermonnikoog duidelijk afgetekend stond tegen de horizon. Net als de veerboot, die onderweg was van Schiermonnikoog naar Lauwersoog …

De belangrijkste attractie van Peazens-Moddergat is voor mij al jarenlang de oude palenrij, die zich ruim 400 uitstrekt in het Wad. Terwijl ik mijn ogen en mijn camera langs de palenrij liet gaan, verscheen er op een bepaald moment een zwarte hond in beeld. Zo te zien was het een labrador, een mooie gitzwarte labrador-retriever met de Friese vlag aan zijn tuigje. Aan een lange lijn volgde er op enige afstand een vrouw die goed kleurde bij de hond. Samen verdwenen ze in de verte …

Voor mij was dat het sein om me weer eens wat dichter bij de oude palenrij te wagen …