Einde van een tijdperk

Fietsen was al langere tijd geen optie meer en mijn fotokuiertjes werden steeds korter. Daarom zette ik eind mei 2023 een nieuwe stap om mobiel te blijven. Na lang zoeken had ik voor mijn gevoel gevonden wat ik zocht: de Doohan iLark een opvouwbare e-step met een topsnelheid van 25 km/u en een actieradius van 30 km …

Drie zomers lang heb ik er volop van kunnen genieten. Ik heb in die jaren heel wat mooie tochtjes gemaakt naar diverse locaties in de natuur rondom Drachten. Vorig jaar liet de iLark me tegen het eind van de zomer voor het eert enigszins in de steek. Vanwege de afnemende kracht van de batterij liep de actieradius terug tot iets meer dan 25 km …

Een paar weken geleden bracht ik mijn trouwe iLarkje naar de dealer om een nieuwe accu te kopen en het wiellager rechtsvoor te laten vervangen. Daar wachtte me een koude douche. Het wiellager vervangen zou nog wel gaan, maar een nieuwe accu was niet meer leverbaar. Toen ik daarover mijn verwondering uitsprak, kreeg ik te horen dat de fabrikant helaas failliet is gegaan …

Ik ben dus op zoek naar wat anders. Dat valt nog niet mee, want net als drie jaar geleden ben ik nog steeds niet toe aan de scootmobiel. En interessante nieuwe e-steps heb ik nog niet gevonden. Intussen hebben we wel iets op het oog, maar die is me eigenlijk net wat te duur. Zo lang het nog geen lekker weer is, heb ik gelukkig nog alle tijd om op zoek te gaan naar alternatieven. En intussen kan ik nog wat blijven sparen ook …

Ruziënde meerkoeten

We stonden net op het punt om de grote grutto in het land van boer Bote achter ons te laten, toen ik zag dat er een paar meerkoeten achter elkaar aan begonnen te jagen. Omdat ik toch nog ter plekke was, heb ik er nog maar even een kleine fotoserie van gemaakt …

Daarmee komt er een eind aan deze 12-delige serie over de dag die begon in de kerk van Wiuwert met zijn raadselachtige mummies en die eindigde bij het gruttoland van boer Bote in Tjerkwerd …

Met dank aan mijn fotomaatje was het weer een mooie dag.

Bij Bote’s grote grutto

‘Vogels kun je niet melken.’

Om die zin draait het in de anderhalf uur durende documentairefilm over boer Bote de Boer, zijn gezin en de weidevogels. Het is een zin die blijft hangen. Misschien juist omdat hij zo nuchter klinkt, bijna achteloos – en ondertussen alles zegt.

Bote leeft voor de vogels die broeden op zijn land. Dat voel je in alles. Met hart en ziel zet hij zich in voor hun behoud, ook als dat zichtbaar ten koste gaat van het rendement van zijn melkveebedrijf. Natuur- en vogelliefhebbers lopen met hem weg. Ik begrijp dat wel …

In 2000 kochten Bote en zijn vrouw Astrid een melkveebedrijf net buiten Tjerkwerd. Op zo’n vijftig hectare land houden ze ongeveer negentig koeien. Toen Bote de weidevogels langzaam zag verdwijnen, besloot hij het anders te doen. Twintig hectare werd ingericht als agrarische natuur, met oude greppels, een hoger waterpeil, kruidenrijk grasland en een latere maaidatum …

Maar binnen zijn eigen gezin wringt het. Zijn zoon, die het bedrijf moet overnemen, ziet dat ‘vogeltjesland’ liever verdwijnen. ‘Domme ideeën,’ zegt hij. ‘Wat?’ vraagt zijn vader. ‘Alles.’ Het hele levenswerk van Bote samengevat in één hard woord. Bote zegt niets meer. Hij staat in zijn oranje-rode overall voor het raam en wrijft met zijn grote handen over zijn kale hoofd. Een klein gebaar, maar het komt binnen.

Ik moest onwillekeurig denken: dit is niet alleen het verhaal van één boer en zijn zoon. Dit is, in het klein, het verhaal van de Nederlandse landbouw van de afgelopen decennia …

En met resultaat. Het land langs de weg tussen Bolsward en Workum groeide uit tot wat inmiddels bekendstaat als ‘Bote’s Paradijs’. Jaarlijks broeden er zo’n tachtig tot negentig paartjes grutto’s. Dat zijn aantallen waar je stil van wordt, zeker als je weet hoe schaars ze op veel andere plekken zijn geworden. In 2023 kregen Bote en Astrid voor hun inzet de Gouden Grutto van Vogelbescherming Nederland …

Maar uiteindelijk gaat het niet alleen om vogels. Wanneer Bote bij de bank aanklopt voor financiering van een nieuwe stal, blijkt hoe weinig zijn inspanningen in dat systeem waard zijn. De weidevogels tellen niet mee; het gaat om cijfers, om rendement. De aanvraag wordt afgewezen.

Daar zit Bote dan, gevangen tussen twee werelden. Aan de ene kant zijn liefde voor de weidevogels, aan de andere kant zijn gezin en de toekomst van het bedrijf. Zijn zonen willen verder boeren, maar wel op een manier die wél geld oplevert. Met strak grasland, efficiëntie en zonder weidevogels …

Over hun leven en keuzes werd de docufilm ‘Vogels kun je niet melken‘ gemaakt. Na de bioscooprelease in 2024 was hij ook te zien bij 2Doc en hij staat nog altijd op NPO Start. Het is niet alleen inhoudelijk een interessante film, hij is ook erg mooi gemaakt.

Bote zit in een spagaat. Hij houdt van zijn weidevogels maar uiteraard ook van zijn gezin. Hij wil ook zijn zonen de kans bieden om te kunnen boeren. Wat mij betreft echt het kijken waard: ‘Vogels kun je niet melken’

Het blijft me bezighouden. Je kunt vogels niet melken. Maar wat is het ons waard dat ze er nog zijn?

Op zoek naar Bote’s gruttoland

Tegen het einde van een toch al mooie dag had ik nog één wens. Het lag niet bepaald op de route naar huis, maar ik wilde nog graag het gruttoland van boer Bote zien te vinden. Alleen: waar begin je zo’n zoektocht? Ik wist niet veel meer dan dat hij ergens in de buurt van Tjerkwerd moest wonen, en dat er een grote grutto van cortenstaal in een van zijn weilanden zou staan.

In Tjerkwerd hielden we een paar wandelaars staande. Misschien konden zij ons verder helpen. ‘No jimme treffe it, ik bin Bote syn sweager,’ antwoordde een van hen. ‘Jimme moatte in lyts stikje werom ride, dêrnei twa kear nei links en dan oer de brêge fuortendaliks nei rjochts, oer in smel kronkeldykje …’

Het smalle weggetje bracht ons uiteindelijk bij drie boerderijen. Behalve wat jongvee was er weinig leven te bespeuren. En van een grote grutto van cortenstaal? Geen spoor. Op dat moment bedacht ik me dat ik misschien beter naar Bote’s grutto had kunnen vragen dan naar zijn boerderij.

Er zat niets anders op dan terug te keren naar de doorgaande weg. We hadden nog maar net besloten om dan maar een stukje zuidwaarts over de N359 te rijden, toen het ineens gebeurde. Daar, midden in het land, stond hij — de grote grutto. Alsof hij al die tijd al op ons had staan wachten …

– Wie boer Bote is …? Dat zal ik hier morgen haarfijn uit de doeken doen …

De Ald Toer fan Easterwierrum

Van de vogelkijkhut Skrok zetten we koers naar onze volgende bestemming. Daarover had Jetske een tip gekregen: de Ald Toer van Easterwierrum zou zeer de moeite waard zijn om te fotograferen — zeker in de tijd dat de paardenbloemen bloeien. En eerlijk is eerlijk: nog voordat we goed en wel waren uitgestapt, zagen we al dat de tipgever niets te veel had gezegd. Het weiland lag als een zachtgeel golvend tapijt om de terp heen, de eerste bloeiende paardenbloemen licht deinend in een frisse voorjaarsbries. Een voorzichtig zonnestraaltje had het geheel misschien nog nét wat extra glans gegeven, maar ook zonder dat was het een prachtig, bijna verstild beeld …

Easterwierrum is een terpdorp dat al in de vroege middeleeuwen ontstond, bij wat nu de buurtschap Tsjerkebuorren is (kaartje OpenStreetMap). Destijds lag het aan de Middelzee, een gunstige plek voor handel. In de loop van de 18e eeuw schoof het dorp langzaam op naar het zuiden. Wat achterbleef, is een stille herinnering aan die tijd: een eenzame toren op een terp — de Ald Toer. Het huidige Easterwierrum ligt tegenwoordig zo’n 600 meter verderop …

De buurtschap zelf stelt niet veel meer voor dan een paar boerderijen. De toren en het kerkhof liggen er wat verlaten bij, midden in het weidse landschap, op de ommuurde restanten van de afgegraven terp. Een krans van essen leek het geheel als het ware zacht ruisend te omarmen. De kerkhofmuur werd in 1985 vernieuwd …

De toren zelf, die teruggaat tot de 13e of 14e eeuw, is deels gebouwd van gele kloostermoppen. Een gevelsteen vertelt dat er in 1589 al herstelwerkzaamheden nodig waren — ook toen was onderhoud blijkbaar geen overbodige luxe. In 1776 kreeg de toren een moderner uiterlijk: het oorspronkelijke romaanse zadeldak maakte plaats voor de huidige spits met leisteen, een verandering die je in het noorden vaker ziet. De kerk die ooit bij de toren hoorde, werd in 1902 afgebroken. De laatste restauratie van de toren vond plaats in 2006 …

Fryslân kent meer van dit soort eenzame torens die als bakens in het landschap staan. De torens van Eagum, Firdgum en Miedum had ik al eerder vastgelegd. De Ald Toer van Easterwierrum vormt een mooie — en eigenlijk onmisbare — aanvulling op dat rijtje …

Langs een broedende meerkoet

Op weg naar de vogelkijkhut bij Skrok had ik gezien, dat er aan de overkant van de sloot langs het Swynzerpaad een meerkoet op een nest zat, Toen we er op de terugweg weer langs kwamen, vroeg ik Jetske om er even voorzichtig te stoppen …

De auto stond nog maar nauwelijks stil of de meerkoet ging er als een speer vandoor. Ik had van een anders zo felle meerkoet eerlijk gezegd wel wat meer vechtgedrag dan vluchtgedrag verwacht. Dat zat er echter niet in. Omdat de eieren nu onbeschermd en afkoelend in het nest lagen, zijn we meteen na het maken van deze foto’s doorgereden naar onze volgende bestemming …

Even langs Skrok

Na de mummies van Wiuwert en de gesloten deur in Boazum hadden we onze dosis mysterie, religie en cultuur voorlopig wel even wel gehad. Tijd om het vizier weer op de natuur te richten, op zoek naar weidevogels. Het weer leek dat plan te ondersteunen, de zon brak door en legde een warme gloed over het Friese land …

De vogelkijkhut bij Skrok is dan een logisch beginpunt. Toen we een kwartiertje later in de hut stonden, zagen we dat het rond de plas opvallend rustig was. De meeste vogels hadden de openheid van het water inmiddels verruild voor de beschutting van de sappige weilanden in de omgeving.

Toch was er genoeg beweging om het oog te blijven prikkelen. Oeverzwaluwen schoten onafgebroken heen en weer langs de zwaluwenwand aan de overzijde, als kleine, nerveuze pijltjes in de lucht. Op het water zelf hield het gezelschap zich bescheiden: een groepje kemphanen en hier en daar een paar statige kluten, die met hun elegante vormen het stille toneel toch iets bijzonders gaven …

Na verloop van tijd hadden we alles wat zich liet zien wel in beeld gevangen. Het was niet de rijkdom aan soorten die we hier wel eens hadden meegemaakt, maar dat deed weinig af aan het moment. De kluten en kemphanen alleen al maakten de tocht de moeite waard. Rond Drachten zijn ze al lang meer te zien. Soms is er niet veel nodig om tevreden te zijn — een kinderhand is dan inderdaad snel gevuld …