Een nieuwe stap in mobiliteit

Om toch maar mobiel te blijven, hebben we ons genoodzaakt gezien om maar weer te investeren. De iLark was geen serieuze optie meer om op te kunnen vertrouwen. Nadat we ons uitgebreid hadden georiënteerd op de mogelijkheden, hebben we afgelopen week zaken kunnen doen. Gisteren heb ik de maidentrip ermee gemaakt …

Het is geen e-bike, geen e-scooter en ook geen scootmobiel, maar het is een Joiny. De Joiny verenigt ze alle drie in één. En dat maakt dat hij – in tegenstelling tot de iLark – gebruikt mag worden op de openbare weg, op fiets- en wandelpaden en in winkels. Voordeel van de Joiny is dat de gebruiker op dezelfde ooghoogte zit als fietsers en wandelaars …

De Joiny is ontworpen door de Twentenaar Martin Vossebeld. Door de ziekte MS kon Martin niet langer fietsen. Hij zocht naar een vervoersmiddel dat tussen de e-bike en scootmobiel in lag. Een scootmobiel voelde voor Martin net als voor mij als een te passieve optie met zijn lage zit en het gevoel van ongelijkheid wanneer hij met vrienden of zijn partner op stap ging. Hij voelde zich fysiek nog te goed voor een scootmobiel en was vastberaden een actievere oplossing te vinden. Dat Martin industrieel ontwerper is geweest kwam daarbij goed van pas. Dat leidde tot dit resultaat …

Wat de Joiny bijzonder maakt is dat hij een gepatenteerd kantelsysteem met stabiele middenstand heeft. Dat zorgt ervoor dat de Joiny tijdens het rijden meebeweegt met de bestuurder. Hierdoor worden de krachten die bij
bochten optreden, gecompenseerd in plaats van versterkt. Dit is vergelijkbaar met het in de bocht hangen zoals bij een tweewieler. Bij traditionele scootmobielen moet de bestuurder vaak de schokken opvangen van een
star frame met hoog zwaartepunt …

De Joiny is een volledig Twents product, dat in samenwerking met Steggink Metaal uit Oldenzaal en in een eigen Joiny-assemblagehal wordt gemaakt.

Water en schaduw

De afgelopen weken was het vaak te koud om lekker in de tuin te kunnen zitten. Alleen op het terras was het vaak best lekker, in de zon en uit de wind …

Sinds vrijdag is het weer andersom. Op het terras is het vanaf een uur of elf te warm in de zon. Onder de bomen achter in de tuin is het dan net wat beter uit te houden. Als het fonteintje in de vijver dan ook nog eens zachtjes ruist, is het er nog beter uit te houden …

Witte pakken zonder mannen

Als er ergens mannen in witte pakken opduiken, dan is dat meestal geen goed teken. De schilder laat ik hier even buiten beschouwing. Berucht zijn de mannen in witte pakken, die op zondagavond 4 oktober 1992 plotseling opdoken bij de Bijlmerramp.

Aan het begin van de avond boorde een vrachtvliegtuig van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al zich door een appartementsgebouw in Amsterdam. Wat volgde, was een mysterie. Getuigen zagen mannen in witte pakken die mogelijk geheime vracht of radioactief materiaal (verarmd uranium) hebben laten verdwijnen. Verschillende overlevenden en hulpverleners werden onverklaarbaar ziek. Het enige dat vaststaat, is dat de Boeing ingrediënten voor het zenuwgas sarin vervoerde. De rest van de vracht blijft top secret tot 2062. Wie waren die mannen in witte pakken bij de Bijlmerramp? Daar is ook tijdens de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp nooit echt een duidelijke verklaring voor gegeven …

Bij het Fochteloërveen zag ik half mei een paar witte pakken zonder mannen. Daar kun je beter mee te maken hebben dan met mannen in witte pakken …

Vuurwerk met paardenbloemen

Dit is het 5.000-ste blog sinds ik eind juli 2010 ben begonnen met Afanja’s Weblog. Dat hadden er al aanzienlijk meer kunnen zijn, ware het niet dat mijn eerdere blogs vanaf november 2005 geen lang leven was beschoren. Het eerste blog was daarom getiteldDoorstart

Met dank aan de likes en reacties van mijn lieve lezers beleef ik nog dagelijks plezier aan Afanja’s Weblog. Omdat we hier de afgelopen dagen toch in de bloemen zaten, leek het me leuk om dit hoogtepuntje te vieren met wat virtueel vuurwerk, 50 keer een paardenbloem bij 5.000 blogs

Pinksterbloemen in ’t groen

Als we het hebben over velden vol voorjaarsbloeiers, dan mag de pinksterbloem niet ontbreken …

Hoewel het komend weekend pas Pinksteren is, hebben de meeste pinksterbloemen hun hoogtepunt al in eind april – begin mei gehad. En dat is meestal het geval. Een mogelijke alternatieve verklaring voor de naam is dat de pinksterbloem bloeit als de pinken (jonge koeien van een jaar oud) voor het eerst de weide in gaan. Hoe dan ook, ik houd van die mooie lila tot roze kleurige bloemen met paarse aders. In fel zonlicht lijken ze soms wit van kleur te zijn ….

Paardenbloemen in volle bloei

Ik houd van velden vol bloeiende paardenbloemen in het voorjaar. Paardenbloemen zijn er in vele vormen en soorten die moeilijk te onderscheiden zijn. In Nederland komen er tenminste 200 ondersoorten voor. Fryslân heeft zijn eigen paardenbloem die alleen hier voorkomt: De Friese paardenbloem (Taraxacum frisicum)

Ik heb het wel eens vaker geschreven, maar ik vind de paardenbloem nog altijd een zwaar ondergewaardeerde bloem. Of je ze nu met duizenden tegelijk in een bijna aaneengesloten gele deken over een groen weiland ziet staan of dat je ze heel goed van dichtbij bekijkt, ze zijn altijd prachtig …

Zoals met veel planten en dieren gaat het helaas niet goed met de paardenbloem. Omdat ze onvoldoende voedsel opleveren voor de koeien, zie je in het overgrote deel van de weilanden vrijwel geen paardenbloem meer bloeien. Dat is doodzonde, want de paardenbloem kan als vroege insectenlokker een belangrijke rol spelen bij het herstel van de weidevogelstand: ‘Laat de paardenbloemen bloeien’

In onze tuin krijgen paardenbloemen daarom echt de kans om volledig uit te bloeien …

De kampen ‘Oranje’ en ‘Ybenheer’

Toen ik een paar weken geleden een rit door en rond het Fochteloërveen maakte met Aafje, kwamen we langs twee voormalige kampen uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog en daarna: kamp Ybenheer en kamp Oranje aan de Veenweg bij Fochteloo (kaartje OpenStreetMap)

Bij beide kampen maakten we een tussenstop om er een kort kuiertje te maken. Terwijl Aafje zich op de tekst van de informatiepanelen richtte, maakte ik hier en daar een foto …

Beide kampen zijn aangelegd als werkkampen voor de Duitse Arbeidsdienst. Na de oorlog werd kamp Oranje gebruikt voor het opsluiten van NSB’ers, vanaf die tijd heet het ‘Oranje’. Daarna is het kamp onder andere bewoond door vrijwilligers die in Nederlands-Indië wilden vechten, repatrianten uit Nederlands-Indië en Zuid-Molukkers …

Vanaf het voorjaar 1942 tot oktober van dat jaar was Ybenheer een werkkamp voor Joodse mannen. Begin oktober ’42 werden de mannen lopend opgejaagd naar kamp Westerbork. Daarna gingen ze linea recta door naar de vernietigingskampen …

In 1951 kwamen 4000 Zuid-Molukse militairen overhaast met hun gezinnen op dienstbevel tijdelijk naar Nederland. De mannen werden ontslagen en kwamen met hun gezinnen terecht in afgelegen barakkenkampen, waaronder Ybenheer en Oranje. Onder de tweehonderd Molukkers die in 1951 deze kampen gingen bewonen, waren leerplichtige kinderen die niet genoeg Nederlands kenden om naar een Nederlandse school te kunnen. Daarom kwamen er een school en later ook een kleuterschool …

Veel meer dan her en der wat betonnen resten is er niet meer te zien van de beide kampen. Maar met de informatie rondom, een aantal fijne bankjes en rondom zingende vogels in bomen en struiken langs de verharde paden vonden we het best de moeite waard …

– Informatie over de beide kampen is hier te vinden: Wandelroute voormalige kampen Oranje en Ybenheer, bij Fochteloo