Als je langs een rietveld loopt of fietst zie je meestal weinig meer dan de wuivende pluimen van het riet, die afhankelijk van wind en zon regelmatig veranderen van kleur en glans …

Nu ik al een jaar of 17 regelmatig met fotomaatje Jetske een dagje bij de rietsnijders ben, weet ik dat er van alles schuil gaat onder die wuivende rietpluimen. Over de verende bodem, die lang niet overal even sterk is, heb ik het al eens gehad. Wat voor de rietsnijders van minstens even groot belang is, is dat het riet niet overal even goed groeit.
Dat is op de onderstaande foto al een klein beetje te zien. Dit is het perceel waar Errie met de blauwe rietmaaier aan het werk was. De buitenste randen leverden mooi lang en stevig riet op. Maar als je goed kijkt naar het riet dat er nu nog staat, zie je aan de kleurverschillen dat het naar het midden steeds donkerder en korter wordt. In het midden is het riet veel korter en er zit ook meer ondergroei in het riet …

Bij het perceel ernaast, waar de pachter zelf aan het werk was, was het nog slechter gesteld. Dat hele veld werd wel gemaaid, maar het riet werd niet in bosjes gebonden. Het was te kort en er bleef vooral afval over. Alles wat hier gemaaid is, wordt bij elkaar geschoven en in brand gestoken. Voor de rietsnijder blijft er van dat perceel geen riet over voor de handel. Maar geen zorgen, hij krijgt wel subsidie voor het maaien en opruimen van het riet …





Het beeld is dus nogal wisselend Maar gelukkig leek het op het volgende perceel weer een stuk beter. Daar wierp de rietmaaier weer mooie, volle bossen riet uit …

– wordt vervolgd




























