Even langs Skrok

Na de mummies van Wiuwert en de gesloten deur in Boazum hadden we onze dosis mysterie, religie en cultuur voorlopig wel even wel gehad. Tijd om het vizier weer op de natuur te richten, op zoek naar weidevogels. Het weer leek dat plan te ondersteunen, de zon brak door en legde een warme gloed over het Friese land …

De vogelkijkhut bij Skrok is dan een logisch beginpunt. Toen we een kwartiertje later in de hut stonden, zagen we dat het rond de plas opvallend rustig was. De meeste vogels hadden de openheid van het water inmiddels verruild voor de beschutting van de sappige weilanden in de omgeving.

Toch was er genoeg beweging om het oog te blijven prikkelen. Oeverzwaluwen schoten onafgebroken heen en weer langs de zwaluwenwand aan de overzijde, als kleine, nerveuze pijltjes in de lucht. Op het water zelf hield het gezelschap zich bescheiden: een groepje kemphanen en hier en daar een paar statige kluten, die met hun elegante vormen het stille toneel toch iets bijzonders gaven …

Na verloop van tijd hadden we alles wat zich liet zien wel in beeld gevangen. Het was niet de rijkdom aan soorten die we hier wel eens hadden meegemaakt, maar dat deed weinig af aan het moment. De kluten en kemphanen alleen al maakten de tocht de moeite waard. Rond Drachten zijn ze al lang meer te zien. Soms is er niet veel nodig om tevreden te zijn — een kinderhand is dan inderdaad snel gevuld …

Een zware dichte deur

Voordat we de kerk van Wiuwert met zijn mummies verlieten, maakten we nog even een praatje met de koster. Op zijn vraag of we verder nog plannen hadden die dag, vertelden we dat we hoopten wat foto’s van weidevogels te maken en misschien nog even langs de Ald Toer wilden. Veel meer dan dat stond er niet op het programma — we zagen wel waar de dag ons bracht.

Hij had nog wel een tip: de Sint-Martinuskerk in Boazum. “Dat is miskien wol de moaiste romaanske tsjerke fan Fryslân,” zei hij. En, zo verzekerde hij ons, de kerk zou op dat moment open zijn …

Zo gezegd, zo gedaan. Het was maar een paar minuten rijden, dus Boazum werd onze volgende stop. Bovendien werkte het weer nog niet echt mee voor een rondje door de weilanden. Zodra we uitstapten, zei Jetske vrijwel meteen: “Hier zijn we al eens geweest…” Zelf had ik nog even een zetje nodig, maar een meter of vijftig verder, bij het bordje ‘Tsjerkebuorren’, viel ook bij mij het kwartje …

Toen ik even later de poort naar de kerk en de begraafplaats openduwde, wist ik het helemaal zeker: november 2022, precies hier. En alsof er niets veranderd was, stonden we — ondanks de stellige overtuiging van de koster — opnieuw voor een gesloten kerkdeur. Blijkbaar houdt zelfs de mooiste romaanse kerk van Fryslân zich gewoon aan middagtijden.

Ik had het kunnen weten.

Jammer was het wel, want dit keer waren we juist van plan om ook binnen te kijken. Vooral de plafondschilderingen uit de 13e eeuw schijnen de moeite meer dan waard te zijn. Voor een volgende poging heb ik een foto gemaakt van het briefje met openingstijden en telefoonnummers op de zware deur — je weet maar nooit …

– wordt ooit vervolgd

Het raadsel van de mummies

Er liggen niet alleen menselijke mummies in de kelder. Aan de zuidkant van het gewelf staan enkele op elkaar gestapelde kisten, waarin de resten van zes onderzochte mummies zijn ondergebracht. Op deze kisten staat een kleiner kistje, met daarin een gemummificeerde kat. Het dier is hier ooit in deze toestand aangetroffen. Veel vlees zit er niet meer op de botten, maar verder is het opmerkelijk goed bewaard gebleven …

Al sinds mensenheugenis worden er ook dode vogels in de grafkelder opgehangen. Een van de oudste exemplaren, een gemummificeerde haan, is momenteel uitgeleend aan het Natuurmuseum Fryslân voor de tentoonstelling ‘Mummie Mysteries’. Die samenwerking tussen het museum en de Nicolaaskerk heeft ook geleid tot een bijzonder experiment.

Want hoe het precies mogelijk is dat lichamen in deze kelder mummificeren, blijft een raadsel. En daarbij gaat het niet alleen om de elf menselijke lichamen, maar ook om dieren – zoals een haan, een papegaai en een spreeuw …

De droge lucht in de kelder en de aanwezigheid van twee ventilatiegaten spelen ongetwijfeld een rol, maar bieden geen volledige verklaring. Daarom is men een nieuw experiment gestart. In februari zijn een dode haan, twee kauwtjes en een houtsnip vanuit de collectie van het museum naar de grafkelder gebracht.

Daar hangen ze nu – stil, afwachtend bijna – terwijl bezoekers met eigen ogen kunnen volgen of en hoe het proces van mummificatie zich opnieuw voltrekt ….

Ingetogen en vol vragen gaan we weer naar boven. Hoeveel onderzoek er ook is gedaan, het Wonder van Wieuwerd is nooit ontrafeld. En dat is maar goed ook …

Wat overblijft is een plek waar geschiedenis, geloof en mysterie nog altijd dicht tegen elkaar aan liggen. En juist dat maakt de Nicolaaskerk in Wiuwert zo’n bijzondere bestemming: klein van formaat, maar groot in verhalen …

.– Slot

In de grafkelder met mummies

Goed, we hebben lang genoeg rondgedwaald en getalmd. Tijd om af te dalen naar de grafkelder …

Wat zou ons daar beneden te wachten staan. Ik ben hier ooit eerder geweest, maar mijn herinneringen aan de mummies zijn vaag en fragmentarisch. Mogelijk was het tijdens een schoolwerkweek in de jaren zeventig. Of ik het me goed herinner, weet ik eigenlijk niet eens meer …

We daalden een trapje met zeven treden af. Ik telde ze bijna automatisch. Met elke stap leek het licht van boven wat verder weg te raken. Het werd stiller, koeler ook. Beneden gekomen trok ik de deuren van de kelder open. Een koude windvlaag kwam ons meteen tegemoet, huiveringwekkend …

In 1609 werd het koor van de Nicolaaskerk in opdracht van de adellijke familie Walta verhoogd. Onder dat verhoogde koor liet men een grafkelder aanleggen, bedoeld als familiegraf. De Walta’s bezaten destijds een groot deel van de omliggende landerijen en woonden in een kasteel vlak bij de kerk …

In 1765 deden timmerlieden hier bij toeval een ontdekking die hen de schrik van hun leven bezorgde. De lichamen in de kisten bleken niet te zijn vergaan, maar ingedroogd en gemummificeerd. Vanaf dat moment volgden onderzoeken elkaar op. Rond 1800 werden zelfs enkele kisten overgebracht naar de universiteit van Franeker voor verder onderzoek. Buiten de kelder vielen de lichamen echter al snel uiteen tot stof …

Zo ging veel verloren. Van de oorspronkelijke elf mummies zijn er nog slechts vier over. In de loop der tijd zijn verschillende verklaringen geopperd – van extreme uitdroging en bodemgassen tot aardstralen of zelfs een wonder. Een sluitend antwoord is er nooit gevonden. Voorlopig blijft het dus een raadsel …

Om me heen kijkend, zag ik de opgehangen vogels – ook zij langzaam ingedroogd. Het is een vreemd gezicht. De kelder lijkt nog altijd zijn stille raadselachtige werk te doen …

.- wordt vervolgd

Vrij als een vogel

Vandaag vieren we in Nederland Bevrijdingsdag. Behalve dat we feest vieren, staan we op 5 mei ook stil bij de grote waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten.

Toen ik vorige week maandag weer eens een ritje over de Wolwarren voorbij Oudega maakte, zag ik dat er vanuit tegengestelde richting een bruine kiekendief naderde. Traag zweefde hij links van de weg mijn kant op …

Ik zette de auto half in de berm en wachtte tot de kiekendief naast me vloog. Niets vermoedend zweefde hij over het laag liggende polderland aan me voorbij. Kort daarna zag ik hem in een wijde boog langs een boomsingel vliegen om zijn heil elders te zoeken. Vrij als een vogel. Mijn dag had niet beter kunnen beginnen …

Ik sluit af met een filmpje van een klassieker uit 1973 van Lynyrd Skynyrd die voor mij nog altijd vrijheid ademt …

Fijne dag allemaal.

Z1392 – codenaam SM-O

Vandaag, 4 mei, is de Nationale Dodenherdenking in Nederland. Geen dag voor frivoliteiten, Daarom heb ik vandaag gekozen voor het verhaal van de inzittenden van één van de vele Wellington-bommenwerpers, die boven Fryslân zijn neergehaald in de Tweede Wereldoorlog. De afdaling naar de grafkelder met de mummies schuift door naar woensdag.

De avond viel vroeg op 3 februari 1943. Boven Engeland steeg een Wellington-bommenwerper op van RAF-basis Lindholme, zijn donkere romp haast onzichtbaar tegen de winterlucht. Aan boord: vijf jonge mannen, allen van Poolse afkomst, vliegend onder Britse vlag. Hun doel lag ver weg, boven Hamburg. Een stad die die nacht opnieuw het dreunen van motoren en het vallen van bommen zou horen. Het toestel, Z1392 met de codenaam SM-O, maakte deel uit van het 301ste Poolse Squadron – een eenheid gevormd door mannen die hun eigen land verloren hadden, maar niet hun wil om te vechten … 

Na de aanval keerden ze huiswaarts, over het donkere landschap van Noord-Nederland. Boven de Friese velden werd de stilte bruut doorbroken. Een Duitse nachtjager, gevlogen door Unteroffizier Alois Oost, vond zijn doel. Rond 21.37 uur werd de Wellington geraakt. Wat daarna volgde, duurde slechts minuten … 

Het toestel stortte neer tussen Drogeham en Oostermeer. Een enkeling was getuige geweest van wat zich daarboven had afgespeeld. Eén van hen beschrijft later dat het toestel als een weggeworpen fakkel over Drogeham zeilde, om vervolgens te pletter te slaan in een weiland aan de Boskwei (Bosweg), ten oosten van het Bergummermeer.

Vier van de vijf bemanningsleden kwamen om het leven: Eugeniusz Lesisz, Bronisław Kozłowski, Henryk Gzell en Antoni Kowalski. Slechts één man, Roman Seredyn, wist zich met zijn parachute te redden. Zijn vrijheid was van korte duur – al snel werd hij gevangengenomen en afgevoerd naar krijgsgevangenschap …  

De doden kregen aanvankelijk een rustplaats dichtbij de plek waar ze vielen, op de begraafplaats van It Heechsân (Hoogzand-Oostermeer). Bijna twintig jaar later, in 1962, werden zij overgebracht naar het Poolse ereveld in Breda, waar zij rusten tussen landgenoten die vochten voor de bevrijding van Nederland. Toch bleef hun verhaal hier verankerd … 

Bij de Groene Toren in It Heechsân staat een sobere zwarte steen. Geen groot monument, geen overweldigend eerbetoon — maar stil, vastberaden. De inscriptie is eenvoudig en krachtig:

‘Za waszą i naszą wolność’
Voor uw en onze vrijheid

Vier namen. Eén datum. En een herinnering die zich niet laat wegvagen uit het Friese landschap, waar lucht en aarde elkaar die avond voor altijd hebben geraakt …

Bron: https://www.europeremembers.com/

Wiuwert en de sekte der labadisten

Voordat we naar de grafkelder met de mummies gaan, nemen we eerst nog even een kijkje bij de expositie boven de kelder. In de vitrines zijn diverse archeologische vondsten rond de kerk te zien. Daarnaast gaat het er over de geheimzinnige sekte van de labadisten.

De labadisten waren een zeventiende-eeuwse religieuze gemeenschap die zich in Wiuwert vestigde. De naam komt van de Franse predikant Jean de Labadie, die een vrij radicale geloofsopvatting had en via orde, tucht en vroomheid eenwording met God wilde bereiken. Toen hij in 1669 uit de kerk werd gezet, stichtte hij zijn eigen gemeenschap: de labadisten

Na omzwervingen door Duitsland streek de groep in 1675 neer in het Friese Wiuwert. Zij vestigden zich op het familielandgoed Walta-State, waar ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. De labadisten geloofden dat God niet in stenen kerken woonde, maar in het hart van de gelovige. Bezittingen werden gedeeld, kinderdoop en de zondagse rust werden verworpen. Wie zich aansloot, moest afstand doen van alles wat werelds was. Toch was de gemeenschap opvallend veelzijdig: onder de leden bevonden zich kunstenaars, geleerden en denkers, zoals Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student van Europa, en de natuuronderzoekster Maria Sibylla Merian

Na het overlijden van Jean de Labadie ontstond er in de loop der tijd verdeeldheid binnen de gemeenschap. De strenge levenswijze en de hiërarchische structuur begonnen steeds meer op een sekte te lijken, en langzaam brokkelde de eens zo vurige beweging af. In 1732 kwam er in Friesland definitief een einde aan de labadisten …

In de kelder van de Nicolaaskerk in Wiuwert liggen nog altijd vier mummies, die nog steeds verbazingwekkend goed bewaard zijn gebleven. Maar de conditie van de mummies is over de eeuwen wel achteruit gegaan. Eén van de mummies zou de labadist Goudsmit Stellingwerf zijn, die zich in de kelder wilde laten bijzetten. Hij ligt er nog het meest vrij gaaf bij tegenwoordig …

En dan staan we voor de ingang van de met mysteries omgeven grafkelder. In 1765 kregen enkele timmerlieden hier de schrik van hun leven toen zij tijdens werkzaamheden bij toeval een aantal opmerkelijk goed bewaarde lichamen aantroffen. Volgens het verhaal renden ze in paniek de kerk uit. Wat zij precies zagen, en hoe deze lichamen zo goed geconserveerd konden blijven, is tot op de dag van vandaag niet volledig verklaard – en misschien is dat maar goed ook …

– spannend, hè …