Bij de campanula

Zondagmiddag heb ik een tijdje bij de campanula op de rand van terras en vijver gezeten om wat bijen te fotograferen. Toen die het eerst nog even lieten afweten, heb ik maar een paar profielshots van de campanula gemaakt. De gele plomp – de tweede die tot bloei is gekomen – deed op de achtergrond weer lekker …

Het duurde niet lang voordat de bijen ook weer terugkeerden. Ze deden flink hun best om alle lekkers te halen wat er maar te halen viel. Ze doken veelal letterlijk en figuurlijk  op de kop in bloemen van de campanula …

Toen Aafje er even later met koffie bij kwam zitten, verscheen ook de kikker weer ten tonele. Ik krijg bijna ’t idee dat hij gezelschap zoekt. Om onze relatie wat te vergemakkelijken, heb ik besloten hem vanaf nu maar Rick te noemen, Rick de Kikker naar de gelijknamige Nederlandse tv-serie voor kinderen uit de jaren zestig …

 

Volop leven in de vijver

De eerste gele plomp die tot bloei is gekomen, was afgelopen anderhalve week de belangrijkste blikvanger in onze vijver. Op de eerste foto is hij tot volle bloei gekomen en openen de buitenste bladeren zich voorzichtig …

Maar ook een dag eerder was hij al erg mooi. Die opvallende gele vlek in de duisternis trok regelmatig mijn aandacht als ik op het terras zat. Dat leverde weer een paar maal leuke bijvangst op …

Een kleine twee uur voordat ik de kikker daar zo mooi zag hangen, had ik een van de salamanders al heel bedaard voorbij zien zweven. Zowel de kikker als de salamanders zijn een bron van vermaak, die hier de komende tijd nog wel eens voorbij zullen komen …

Korenbloemen op de heuvel

Erg hoog is de heuvel aan de andere kant van onze vijver niet. In de 30 jaar sinds ik hem heb opgeworpen is hij flink ingeklonken. Maar dat zegt niks …

Voor de bergkorenbloemen (Centaurea Montana) is hij blijkbaar nog altijd hoog genoeg, want daarvan staan er elk voorjaar weer een paar op de heuvel te pronken …

De gang van de blauwe iris

De fotokuiertjes in de natuur vallen me zwaar met het warme en vaak benauwde weer van de laatste tijd. Omdat het volgende week opnieuw warmer lijkt te worden, richt ik me voorlopig vooral op de tuin …

In tijden van warmte speelt de vermoeidheid door MS altijd weer extra op. Met een gevoel van elastiek in de benen en lood in de voeten is de tuin eigenlijk al jaren de beste plek om te vertoeven …

Gelukkig valt er zeker in het voorjaar en het begin van de zomer genoeg te fotograferen in ons tuintje. Kijk bijvoorbeeld eens naar de gang van de blauwe iris, die in een oude zinken tobbe naast de vijver staat …

En als die iris eenmaal zijn grootste pracht heeft verloren, dan komt mijn zo geliefde heksenbol aan de andere kant van de vijver weer wat beter tot zijn recht …   🙂

Natte klaprozen met een vlieg

Net als in het afgelopen weekend ging ook gisteren alle regen weer aan ons voorbij. Alle nattigheid trok ook nu weer over zuidwestelijker gelegen streken, al kwam de laatste bui rond 21:45 uur nog even heel dichtbij …

Vanmorgen waren we dan ook eindelijk in Drachten weer aan de beurt. Dat leverde een aardige serie van de natte klaprozen in de voortuin op. Een vlieg die op één van de bloemen neerstreek, vormde de kers op de taart …

Na 1,5 mm in ruim twee uur komt de regen duidelijk niet bakken uit de lucht. Maar dat hoeft ook niet, want dan spoelt het toch meteen weer op nutteloze wijze weg. Kijkend naar de buienradar krijgen we er nog wel wat zachte regen bij, daar hebben tuin en natuur meer aan …

“Hé … kijk daar eens …”

Wie de laatste tijd wel eens een bezoekje heeft gebracht aan het weblog van mijn fotomaatje, zal ’t vast niet zijn ontgaan, dat ze in rap tempo uitgroeit tot een heuse vogelaar. Als er ergens in een omtrek van pakweg 25 meter iets van een vogel te zien of te horen is, dan ontdekt Jetske het wel. Zo fietste ze vorige week in Drenthe nog langs een piepende boom, die haar weer echt een bijzondere serie opleverde.

Ook aan de waterkant ziet ze elk vogeltje vliegen of zwemmen. Zo liepen we de laatste keer dat we samen op pad waren langs een tamelijk onooglijke en onopvallende sloot. “Hé … kijk daar eens …”, hoorde ik Jetske op een bepaald moment zachtjes zeggen …

Meer dan een felrood puntje tussen ’t groen aan de andere kant van de sloot zag ik in eerste instantie niet. Maar na enig wachten bleek er een waterhoen te zitten. Blijkbaar was het beestje niet echt van fotografen gediend, want hij bleef lang zitten waar hij zat. Uiteindelijk zag hij zich blijkbaar toch genoodzaakt om in zuidelijke richting langs ons te zwemmen. En zo kreeg ik dankzij mijn oplettende fotomaatje voor de tweede maal in 14 dagen tijd de kans om deze prachtige watervogel met zijn felgekleurde snavel te fotograferen …