Een blik over de rietkraag

Nadat ik de otters had bekeken, vervolgde ik mijn weg over het recreatieterrein rond het paviljoen bij de Leijen, dat in 2015 een remake heeft ondergaan. Er werden o.a. een zandstrandje met speeltoestellen, een kabelbaantje en een uitkijkplatform aangelegd. Op de onderstaande foto het kabelbaantje achter een glinsterend wuivend rietkraagje …

Het uitkijkplatform staat maar een klein stukje verderop. Om het hoger te doen lijken, is het op een klein heuveltje geplaatst. De beklimming ervan levert dan ook niet alleen geen vermoeidheid op, maar ook geen hoogtevrees …

Maar als ik dan naar het Europese vlagvertoon op het platform kijk, denk ik toch wel: ‘had het nou echt niet een uitkijktoren van een paar meter hoger kunnen worden?’ Ik kan met mijn bijna twee meter eigenlijk nog steeds maar net over de rietkraag heen kijken. Dit is zo ongeveer alles wat je er van het meer kunt zien, de rest blijft verborgen achter struikgewas en bomen …

Laat ik dan toch net het geluk hebben, dat er een surfer achter de bosschages tevoorschijn komt. Terwijl hij over het water scheert, kan ik hem korte tijd volgen …

Ik sluit af met een foto die ik gemaakt heb vanaf het strandje bij het paviljoen …

Otters bij de Leijen

Eind oktober heb ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens een kijkje genomen aan de oostkant van de Leijen. Nadat ik de auto bij Paviljoen de Leijen (Google Maps) had geparkeerd, liep ik eerst maar eens naar het uitkijkplatform. Onderweg daar naar toe kwam ik weer langs de otters, die hier sinds 2015 heel stil rond dartelen …

Ik heb al eens eerder wat foto’s van dit prachtige otter-kunstwerk gemaakt, maar die hebben om een of andere reden mijn weblog nooit gehaald. Boswachter en houtkunstenaar Pieter Schaper van Vlieland heeft deze otterfamilie gemaakt van een oude boom van landgoed Stania State

Zwarte sterns en naderend onweer

De vreemde vogel liet zijn riedeltje nog steeds regelmatig horen vanuit de boom in het rietland. Hij liet zich echter niet zien, daarom besloten we door te lopen naar de vogelkijkhut met de toepasselijke naam ‘Blaustirns’. Het is de Friese benaming voor de zwarte stern, en dat is precies de vogel waarvoor we hier naar toe waren gekomen …

De zwarte stern is een trekvogel die als bedreigd op de Rode lijst staat. Die indruk kregen we zaterdagmiddag gelukkig geenszins. Vanaf het eerste moment dat we in de kijkhut zaten, vlogen er talloze malen zwarte sterns aan ons voorbij. Ik heb er nu eens een keer meer foto’s van kunnen maken dan ik hier nu kan laten zien …

Intussen kwam de bui die we eerder al boven Eastermar zagen hangen, langzaam maar zeker onze kant op. Na enige tijd hoorden we de donder in de verte over de Leijen rollen …

Wat ik niet goed begrijp, is dat sommige watersporters er desondanks voor kozen om het water op te gaan, zoals het motorbootje, of om er op te blijven zoals de kanoërs …

Jetske en ik hadden onze fotografische buit na een half uurtje wel binnen. Een echte duikvlucht om een visje te vangen en het voeren van bedelende jongen hadden we niet te zien gekregen, maar verder was ik zeer content over de medewerking die we hadden gekregen van de sterns. Daar besloten we op te stappen. Misschien konden we nog net voor de bui los zou barsten bij de auto zijn. …

Op de terugweg troffen we halverwege het pad door het riet een paar mensen aan. De man van het stel stond met de fiets aan de hand(!?) naar de boom te kijken. Daar klonk nog steeds het riedeltje dat we op de heenweg ook al hadden gehoord. De in een blauwe trui geklede man dacht dat het om een blauwborst ging.

Hij had hem alleen nog niet kunnen zien, daar bracht hij echter verandering. Behalve een fiets had hij ook een verrekijker meegenomen. Daarmee wist hij de vogel te lokaliseren, vertelde hij even later. Maar hoe goed hij ook zijn best deed om ons het juiste takje aan te wijzen, Jetske en ik kregen hem niet te zien …

Tot slot: hoewel we net niet helemaal droog bleven, waren we mooi op tijd bij de auto voordat de hemelsluizen echt open gingen. 🙂

Een nieuw bankje en ’n vreemde vogel

Nadat onze macromissie bij de Kapellepôle was mislukt, zetten Jetske en ik koers naar de Leijen. Zoals meestal parkeerden we de auto bij Doktersheide. Toen ik hier enkele weken geleden was, baadde de trots van de Tike in zonnig zomerlicht, nu hing er een bui boven Eastermar die best eens onze kant op zou kunnen komen …

Gelukkig had ik net een kwartiertje in de auto gezeten, zodat we het bankje met zicht op de oude boom links konden laten liggen. Het lijkt me met het oog op teken ook niet zo’n fijn plekje nu …

Tot mijn verrassing stond er pakweg 50 m verderop bij de ingang van het paadje naar de vogelkijkhut een gloednieuw bankje. Middels een plaatje en een QR-code vertelt het bankje een lokaal verhaal. Ik vind het mooi! De QR-code is ook hieronder te scannen …

Gevolgd door het met camera’s behangen boswachtersvrouwtje liep ik het paadje naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ in. Het omringende gras en riet was in nog geen drie weken tijd hoog opgeschoten …

Halverwege het paadje hielden we enige tijd halt. In de boom die iets verderop in het rietland staat, hoorden we een bijzondere vogelroep, die we geen van beiden thuis konden brengen …

Zomer aan de Leijen

Een telefoontje komt onderweg maar zelden gelegen. A belde vorige week precies op het juiste moment, ik was net uit de auto gestapt om een kuiertje te maken bij de Leijen. Terwijl ik vanaf het amper 10 meter verderop staande bankje zicht had op de trots van de Tike, hebben we enige tijd genoeglijk zitten bijpraten …

Daarna was het tijd om in beweging te komen en de korte kuier naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ te maken …

Het paadje werd links en rechts omzoomd door een keur aan bloemen. De bloem van één van de gele lissen werd goed bewaakt door een soldaatje …

Het meertje lag er stil en verlaten bij. In één van de bomen midden in het water zat een aalscholver. Omdat hij net op het randje van het bereik van mijn camera zat, kon ik daar verder niet veel mee …

Een fuut dobberde rustig aan de kijkhut voorbij zonder mij ook maar een blik waardig te keuren. Een futendansje zoals twee jaar eerder op dezelfde plek, zat er helaas niet in. Saai, hoor …

Nog dichterbij was het wateroppervlak goeddeels bedekt met bloemen en bladeren van de waterlelie. Op het eerste gezicht een mooi beeld …

Als ik wat verder inzoom, ziet het er echter een stukje minder mooi uit. Het warme weer van de laatste weken is een katalysator voor algengroei. Het zal niet lang meer duren voordat de eerste zwemverboden i.v.m. blauwalg worden afgekondigd, vrees ik …

Ondanks weer en wind

In de bijna 15 jaar waarin Jetske en ik regelmatig samen een fotokuier maken, hebben we ons maar zelden laten weerhouden door de weersomstandigheden. Daarom zijn we ondanks de stormachtige wind en de buien die over het land werden geblazen ook gisteren samen op pad gegaan …

Ons eerste doel werd het Weinterper Skar, want Jetske wilde ook dit jaar graag weer een paar wilde orchideeën fotograferen. Dat viel nog lang niet mee ditmaal, ontdekte ze. Om te beginnen stonden er nog steeds maar weinig orchissen, maar het was ook erg nat. De vuilniszak, de Jetske bij zich had om droog neer te kunnen knielen, was tegen deze nattigheid niet opgewassen. Maar uiteindelijk kon Jetske toch met een paar orchissen op de foto terug naar huis …

Eigenlijk was het met die harde wind natuurlijk helemaal geen weer om macro-opnamen te maken. Het zou er nu moeten zoemen van de insecten en fladderen van de vlinders, maar niks van dat alles. Veel verder dan enkele pogingen om een paar Pinksterbloemen nog enigszins acceptabel te vereeuwigen ben ik niet gekomen. Verder heb ik me vooral gericht op het veelkleurige bloementapijt onder de voortjagende grijze wolken …

Nadat we tussendoor thuis een paar boterhammen hadden gegeten, besloten we nog even naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen te rijden. Het was er een stuk minder gerieflijk dan toen ik hier op 11 mei was. Maar we hadden het slechter kunnen treffen, want we konden de kijkluikjes open hebben zonder te worden weggeblazen …

Sterns en de boerenzwaluwen lieten zich alleen zien terwijl ze in hoog tempo het luchtruim doorkliefden. De roerdomp liet zich weer horen, net als de rietzanger die ons vlak naast de kijkhut op een mooi concertje trakteerde. Hoe we ook zochten, we kregen ze niet te zien. Daarom hielden we ons verder vooral bezig met de dreigende wolkenpartijen en de woelige baren. Na verloop van tijd verschenen er aan de andere kant van het meer een paar windsurfers, die nog voor wat afleiding zorgden …

Toen we een klein uurtje later huiswaarts keerden, was ik de enige die een vogeltje op een takje in beeld had kunnen vangen. Deze rietzanger liet zich onderweg naar de auto heel even zien, om daarna snel weer in de diepte van takken en bladeren te verdwijnen. Maar het allerbelangrijkst was, dat we weer terug konden kijken op een paar gezellige en geslaagde fotokuiertjes …

Sweltsjes bij de ‘Blaustirns’

Dinsdag ben ik weer eens naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ op de oever van het meertje de Leijen gewandeld. De laatste keer was half februari, toen er nog een laagje ijs en sneeuw op de Leijen lag …

Het was er nu weer een stuk aangenamer en groener dan in februari. Terwijl het in de winter gemaaide riet alweer mooi groen kleurde, lag er naast het pad een vergeten bosje riet weg te kwijnen …

Vanuit de vogelkijkhut viel niet veel te zien. Bij het boomeilandje lang een vissersbootje afgemeerd en er vloog een paar maal een zwarte stern (blaustirns in het Fries) voorbij, dat had ik al snel bekeken …

Vanaf de andere kant van de hut hoorde ik op dat moment ergens vanuit het riet verschillende keren de ‘misthoorn’ van de roerdomp klinken. En dus heb ik aan de andere kant een luikje geopend, maar hoezeer ik ook in het rond spiedde wanneer hij zich liet horen, hij liet zich niet zien …

Dat deden een paar teruggekeerde boerenzwaluwen wel. Terwijl ik de roerdomp zocht, hoorde ik achter me plotseling het geruis van vleugeltjes en het kenmerkende gepiep van de zwaluwen (sweltjes in het Fries). Het was duidelijk dat ze graag de hut in wilden, om op de gebruikelijke plek een nestje te bouwen, maar dat ze problemen hadden met die grote gedaante van ondergetekende …

Omdat de roerdomp zich niet liet spotten en omdat er verder ook niet veel te beleven viel, besloot ik me terug te trekken uit de hut, zodat de zwaluwen rust en ruimte hadden om hun werkzaamheden uit te voeren …

Onderweg naar de auto heb ik nog een poging gedaan om een rietzanger aan de andere kant van de vaart te kieken, maar ik was veel te traag. Zodra ik hem in de kieker had, schoof de rakker steeds weer een stukje op. Maakt niet uit, de aanblik van de zwaluwen en het geluid van de roerdomp hadden mijn dag voldoende kleur gegeven …