Ja … #metoo

Terwijl de slotmuziek van ‘Pauw’ gisteravond al klonk, kreeg Jeroen Pauw van een van zijn tafelgasten de vraag of hij in het kader van #metoo zelf ooit een intieme ervaring had gehad. “Vele”, antwoordde hij met een knipoog, waarna hij vervolgde met: “maar als je een ongewenste intieme ervaring bedoelt … ja, die heb ik ook eens gehad …” Terwijl hij in enkele bewoordingen de gebeurtenis en de situatie schetste, herinnerde ik me ineens dat ik ook ooit een dergelijke ervaring had opgedaan …

We schrijven zomer 1978. Ik was jong, ik had geen verkering en ik wilde wel eens wat. Daarom besloot ik dat jaar in de vakantie, in navolging van andere mensen die daar ervaring mee hadden opgedaan, liftend Europa in te trekken. Zo gezegd, zo gedaan. Omdat ik geen zin had om wellicht meteen al bij een bekende in de auto terecht te komen, legde ik op een zaterdagochtend de eerste etappe naar Heerenveen af met de bus. Daar ging ik met mijn rugzak en een kartonnen bordje met de tekst “VER WEG” aan de kant van de weg staan …

Om een lang verhaal kort te maken: het werd een onvergetelijke vakantie, waarin ik diverse spannende ervaringen heb opgedaan, mooie en minder mooie. Eén van de minst prettige ervaringen deed zich op de terugweg voor.

Vanuit Briançon in de Franse Alpen kreeg ik die donderdag de hele dag alleen maar liften die me maar kleine stukjes huiswaarts voerden. Pas ’s avonds laat kreeg ik net ten zuiden van Lyon een lift die me in één keer mee kon nemen tot Parijs … en wat voor een lift … Er was een grote, niet onooglijke Amerikaanse wagen voor me gestopt. Een oudere man, grijs en kalend – hij zal toen misschien een paar jaar ouder zijn geweest dan ik nu ben – zwaaide de deur aan de passagierskant open. Natuurlijk kon ik meerijden tot Parijs, zei hij lachend op mijn kartonnetje wijzend. Met een joviaal gebaar maakte hij duidelijk dat ik mijn rugzak wel op de achterbank kon leggen. Daar gingen we …

Terwijl we over het Franse asfalt zoefden, voelde ik me de koning te rijk … in één ruk in een grote Amerikaan door naar Parijs, dat schoot tenminste op. Lang duurde die vrolijkheid echter niet. Ik was moe, waardoor een gesprek in het Frans op dat tijdstip niet zo goed meer wilde vlotten. Terwijl ik even wat weg dommelde, voelde ik ineens wat op mijn linker bovenbeen … Wat zouden we nou beleven …?

Nadat ik de hand van de man met een krachtig uitgesproken “Mais non, la main pas la! Comprend!?” had weggeduwd, begon de man tegen me te zemelen … “Aah, mais tu est un grand jeun garçon …”  Toegegeven, ik zag er natuurlijk niet slecht uit in die tijd – zie bovenstaande foto  – maar dit zag ik toch niet zo zitten. Maar het duurde niet lang of ik voelde de rechterhand van de man opnieuw over mijn bovenbeen strelen. Met een tik op zijn vingers maakte ik hem nogmaals duidelijk dat ik hier niet van gediend was. Opnieuw was een slijmerig Frans gemurmel mijn deel.

Intussen nam ik de situatie eens in ogenschouw. Nog bijna 400 km tot Parijs … Dat kwam niet goed op deze manier natuurlijk. Gelukkig werd op de bebording langs de weg intussen aangegeven dat we een benzinestation met restaurant naderden. Mezelf groter en sterker voordoend dan ik in werkelijkheid was, zei ik gebiedend: “Arête la, s’il vous plaît.” Dat leek de man nog niet meteen van plan te zijn, maar nadat ik het nog eens had herhaald, nam hij gelukkig toch de afrit. Zodra we stil stonden, overwoog ik even of ik de contactsleutel van de auto te pakken moest zien te krijgen. Dat bleek echter gelukkig niet nodig. De man bleef wat beteuterd en overdonderd zitten, zodat ik rustig uit kon stappen. Terwijl ik me door het achterportier naar binnen boog om mijn rugzak van de achterbank te pakken, had de man zich omgedraaid. Op zijn knieën zittend boog hij zich over de rugleuning heen met de bedoeling om mij te omhelzen en te kussen …

Nadat ik mezelf èn mijn rugzak in veiligheid had gebracht, heb ik het achterportier dicht gegooid. Daarna ben ik door het nog steeds geopende voorportier nog even lekker in het Fries tegen hem tekeer gegaan en heb ik hem op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat hij heel snel moest maken dat hij weg kwam. En dat deed hij!

In het vervolg van de terugreis waren de goden me gunstig gezind. Ik was nog maar nauwelijks bekomen van de schrik, toen ik opnieuw een lift kreeg. Ditmaal was de chauffeur een vriendelijke dertiger die goed Engels sprak, en de wagen … een gele sportwagen, een tweezitter waarbij mijn rugzak maar net in de bagageruimte paste. Maar het was gezellig en een paar uur werd ik op een gunstige plek aan de noordoost kant van Parijs gedropt. Daar kreeg ik vrijwel aansluitend een lift die me in één keer naar Den Haag bracht. Het liften moe, heb ik daar vandaan de trein naar Fryslân gepakt.

Dus, ja … #metoo
Maar verder was het een geweldige vakantie!

Weer net niet

Of er sprake is van een vloek, weet ik niet, maar een zegen rust er zeker niet op de prachtige generatie ronderenners die ons land momenteel heeft. Vorig jaar verloor Tom Dumoulin in de Ronde van Spanje zijn leiderstrui tijdens de laatste bergetappe aan Fabio Aru. Hij verloor zoveel tijd, dat hij zelfs van het podium tuimelde. In het voorjaar raakte Steven Kruijswijk zijn koppositie in de Giro d’Italië kwijt, nadat hij in de voorlaatste bergetappe ten val kwam. Hij eindigde net naast het podium op de ondankbare vierde plek. En gisteren hebben we Bauke Mollema na afloop van de voorlaatste bergrit in de Tour de France horen verzuchten: “Ik heb ’t gewoon verneukt …” Na een ongelukkige valpartij tuimelde hij keihard van de tweede plek naar de tiende plek …









Als hij vandaag tijdens de gevaarlijke afdaling van de Col de Joux Plane of elders niet uit de bocht vliegt, dan wint Chris Froome dit jaar opnieuw de Tour de France. Voor de vierde keer in vijf jaar zal er morgen in Parijs een renner van de Sky-ploeg in het geel op de hoogste trede van het podium staan. Met dank aan onze landgenoot Wout Poels, die hem op vrijwel alle bergen trouw terzijde stond, dat dan weer wel. De Sky-ploeg, die kan beschikken over een budget van ca. 35 miljoen Euro, koopt simpelweg de allerbeste renners bij elkaar om de kopman bij te staan. Daarmee heeft de ploeg ook dit jaar weer een verstikkende deken over de Tour gelegd. We zullen ermee moeten leren leven, vrees ik. Wat rest zijn de altijd weer mooie plaatjes van het landschappelijk schoon dat Frankrijk te bieden heeft …









De wat verschoten foto’s die deze pagina vandaag sieren, heb ik op 18 juli 1984 gemaakt op de flanken van de Col de Joux Plane. Op die dag moesten de renners aan het eind van een zware bergetappe de Col de Joux Plane bedwingen, om daarna in razende vaart af te dalen naar Morzine. De voet van die laatste beklimming lag op een uurtje rijden van de camping waar we op dat moment verbleven, en dus was dit de kans om als liefhebber van de Tour voor het eerst eens een bergetappe mee te maken.

Mijn toenmalige vriendin besloot ter elfder ure toch maar niet mee te gaan, zij verkoos een zonnebad boven de Tour. En dus ging ik vroegtijdig gewapend met voldoende eten en drinken, de wereldontvanger èn mijn fotocamera alleen op pad. Tot mijn grote vreugde vond ik bijna aan de voet van de Col de Joux Plane in Samoëns een mooi plekje voor de auto. Daarna begon ik te voet aan de beklimming.

Ik heb eerlijk gezegd geen idee meer hoe lang en hoe ver ik de berg op gegaan ben, maar kijkend naar het uitzicht op de foto’s moet het toch een flink eind zijn geweest, en dat terwijl het toch een bloedhete dag was. Uiteindelijk vond ik een mooi lommerrijk plekje, waar het niet al te druk was en vanwaar ik de renners drie keer zou kunnen zien passeren …









Eerst zou ik ze in het dal kunnen zien naderen over de weg die op de onderstaande foto te zien is. Daarna zou ik ze, zoals op de onderste foto te zien is, vanuit de verte zien naderen, op weg naar de haarspeldbocht die hen en mij nog scheidde. Tot slot zouden ze dan op pakweg 1 of 2 meter voor me langs rijden op weg naar de volgende haarspeldbocht, op weg naar de top en de verlossende, maar gevaarlijke afdaling naar Morzine. Ik was er helemaal klaar voor …

Totdat mijn camera – nog voordat de reclamekaravaan was gepasseerd – begon te piepen met de mededeling dat het filmpje vol was … Op dat moment kwam ik tot de gruwelijke conclusie, dat de filmpjes die ik de dag daarvoor speciaal met het oog op dit moment had gekocht, nog in het dashboardkastje van de auto lagen …

Ik heb een tijdlang behoorlijk staan balen van mijn stommiteit, maar uiteindelijk heb ik die dag toch enorm genoten van de sfeer die de passage van de Tour met zich meebrengt. Ik weet nog, dat ik me er vooral over heb verbaasd hoe klein de meeste van die wielrenners zijn, en hoe ongelooflijk snel ze over dat steile weggetje omhoog fietsten. Sinds die dag heb ik nog meer respect voor de prestaties die die mannen elke dag opnieuw leveren.



Allemachtig … tachtig!


Dit lytse beukerke …

Dit kleine peutertje …









Dizze stoere jongfaam …

Deze stoere meid …









Dizze ranke juffer …

Deze ranke juffrouw …









Dizze mem …
fiert hjoed har tachtichste jierdei …

Deze moeder …
viert vandaag haar tachtigste verjaardag …









Fan herte lokwinske, mem!




Een litteken op de kaart

Toen ik vorige week op Google Maps de buurtschap It Utein (dat daar als Uiteinde te boek staat) op de kaart had opgezocht, viel meteen het litteken in het landschap op, dat o.a. de weg It Utein op de kaart in tweeën deelde …





Dat betekende dat dit gedeelte van Google Maps nog altijd dateert van september 2006, toen werd er namelijk een gastransportleiding aangelegd van het Groningse Grijpskerk naar Medemblik in Noord-Holland …





Ten noorden van It Utein heb ik op 12 september 2006 bij de Gariperwei (op het bovenstaande kaartje aangegeven met de rode pijl) een aantal foto’s gemaakt van de graafwerkzaamheden die deze klus met zich meebracht …





Dwars door de landerijen werd een kilometers lange geul van een meter of vijf diep gegraven, waar de grote metalen pijpen door mobiele kranen in werden gedrapeerd …





Als een lange metalen slang slingerde de pijpleiding zich door het landschap voordat hij in de diepte aan het zicht werd onttrokken …





Op Google Maps is het litteken na negen jaar dus nog steeds zichtbaar, maar in werkelijkheid zie je er in het landschap gelukkig geen barst meer van …




Ontsnapt aan ’n blooper

“Hé.., de achtergrond van ‘Wat een waar man!’ 🙂 Ik heb de aflevering net nog weer een keer bekeken, Afanja voor z’n weblog aan het werk, het blijft leuk!” Dat was de reactie van boerin Hendrika bij het zien van de foto’s van het Witte Meer, die ik hier afgelopen donderdag liet zien. Die herinnering had ik woensdag ter plekke ook al met mijn fotomaatje gedeeld, en daar voegde ik er nog een tot dusver onbekend gebleven detail aan toe …





Hendrika verwees met haar opmerking naar een programma van Omrop Fryslân TV, waarin ondergetekende in oktober 2007 werd geportretteerd. Weerman Piet Paulusma had indertijd een wekelijks programma getiteld ‘Wat in waar man’ (Wat een weer man). In dat programma werd het weer gecombineerd met een fotowedstrijd. Dat was natuurlijk net wat voor mij, en nadat ik in één van de afleveringen als weekwinnaar uit de bus kwam, kreeg ik de vraag voorgelegd of er voor het programma een portret van mij gemaakt mocht worden …





En zo ging ik op 7 oktober 2007 op pad met een cameraman en een verslaggever van Omrop Fryslân TV. Nadat we bij ons thuis koffie hadden gedronken en er in huis en tuin wat opnamen waren gemaakt, nam ik de mannen mee naar een mooie oude beukenlaan bij Olterterp …





Omdat ik me ook toen al bezighield met macrofotografie, leek dat me een goed plekje om te beginnen vanwege de herfstkleuren en de paddenstoelen die er groeiden. Indertijd was het laag-bij-de-grondse fotowerk nog tamelijk favoriet, omdat ik toen nog een stuk makkelijker door de knieën ging (en vooral ook weer kon opstaan) dan tegenwoordig …





Indertijd maakte ik dan ook aanzienlijk meer foto’s van paddenstoelen dan heden ten dage, want de MS blijft gestaag zijn slopende werk aan mijn lijf voortzetten. De cameraman van de Omrop had er met zijn loodzware camera ook nog geen probleem mee om even diep af te dalen voor een close-up …





Voor een tweede buitenset stelde ik voor om nog even naar het iets verder gelegen Witte Meer te gaan. Nadat ik daar nog het een en ander had verteld over mijn dagelijkse doen en laten, maakte de cameraman nog een laatste shot van het wateroppervlak. En nu kom ik toe aan het nog niet eerder vertelde deel van deze kleine geschiedenis …





Bij mij sloeg op dat moment de vermoeidheid toe, dat was overigens niet zo verwonderlijk, want we waren intussen ook al ruim twee uur bezig geweest. Om vooral mijn benen even wat rust te geven, besloot ik even op één van de balken te gaan zitten, die daar ’s winters aan de rand van de ijsbaan als bankjes dienen t.b.v. het aanbinden en weer losmaken van de schaatsen. Met een korte droge krak brak het uiteinde van de balk af, waarna ik met de benen in de lucht achterover op mijn rug viel. De balk bleek compleet verrot te zijn …





Bij dat alles had ik alle geluk van de wereld. Om te beginnen was het niet erg nat achter het bankje, zodat de schade beperkt bleef tot een nat zitvlak en een paar natte ellebogen. Maar belangrijker nog: de cameraman was op het bewuste moment nog volledig geconcentreerd op zijn shot van het Witte Meer. Lachend keek hij op van zijn camera, toen hij mij zag liggen: “Ooh, wat jammer dat ik dat beeld gemist heb … dat zou een fantastische blooper geweest zijn …   ;-)” Daarna schoten beide mannen me overigens keurig te hulp om overeind te krabbelen, waarna we er met zijn drieën nog even hartelijk om hebben gelachen …





Ook verder liep het verhaal goed af. Aafje en ik werden samen met andere deelnemers uitgenodigd voor de prijsuitreiking van de fotowedstrijd op vrijdag 14 december en voor het bijwonen van het live tv-programma ‘Faktor Freed’. Daarna was het nog lang gezellig in de kroeg van Omrop Fryslân …





De hoofdprijs van de fotowedstrijd ging aan mijn neus voorbij, maar met een eervolle tweede plaats voor de onderstaande foto, getiteld “Kleurenexplosie op de grijze dag” was ik dik tevreden …





En dan tot slot nog even het 6 minuten durende portret dat een paar weken later werd uitgezonden in het programma ‘Wat in waar man” …




Sinterklaas en het grote zwarte paard

Dit verhaal is eerder gepubliceerd op 5 december 2008 op mijn oude web-log.

Ruim twintig jaar lang heb ik in de schaduw van Bram van der Vlugt op 5 december de mooiste en meest dankbare hoofdrol gespeeld, die je je maar kan wensen. Dat begon allemaal ergens eind jaren zeventig, toen ik werd gevraagd om als Sinterklaas op te treden bij het kinderwerk in een wijkcentrum in Drachten. Het verhaal daarover heb ik hier vorig jaar al eens verteld.

Naar mate mijn leeftijd vorderde, was die rol me meer en meer op het lijf geschreven, en werden de randvoorwaarden beter. Vanaf begin jaren tachtig was ik elk jaar op 5 december te gast op een basisschool. Langzaam maar zeker werden pak en pruik beter. Toen er een eigen – bijna op maat gemaakt – pak met toebehoren werd gekocht door de school, was het helemaal af …





Ook de secundaire arbeidsomstandigheden gingen stapsgewijs vooruit. Waar de Goedheiligman het in de beginjaren moest stellen met een banketstaaf als dank – een echt lekkere van de warme bakker, dat dan weer wel – kwamen daar in de loop der jaren stapje voor stapje een flesje wijn en een cadeaubon bij. Het spreekt voor zich, dat daar mijnerzijds wel iets tegenover moest staan … In 1994 had het organiserend comité bedacht, dat Sinterklaas maar eens niet met de auto, maar te paard bij de school moest aankomen. Dat ik nog nooit van mijn leven op een paard had gezeten, speelde geen rol. Paardrijlessen waren al geregeld …

En zo toog ik een aantal weken achtereen naar een manege op een boerderij hier ergens in de buurt. Ik kreeg les van de frêle dochter van de boer, en ik kreeg goed les ook. Het viel me allemaal niet mee, maar heel langzaam raakte ik vertrouwd met wat het makste paard van stal heette te zijn. En dat was niet zomaar een paard … nee, dit was zo’n grote stoere zwarte Friezin met van die prachtige lange manen. Het was al een hele klus om op te stijgen op dat grote dier, maar uiteindelijk kreeg ik de slag te pakken. Ik bleef het overigens somber inzien om dit in vol ornaat te doen, maar de juffer – stom, ik ben haar naam vergeten, maar ja … ook Sinterklaas en ik worden een dagje ouder – zei dat het allemaal goed zou komen. Daar hield ik me dus maar aan vast …





Heel rustig en bedaard hobbelde ik de eerste rondjes op de rug van het paard. Ik was blij dat de juffer ernaast liep met het paard stevig aan de lijn. Maar ik vertrouwde het voor geen cent … het was maar zo’n klein juffertje, en het was zo’n groot en sterk paard … Ondanks pijntjes alom in mijn lijf raakte ik na verloop van tijd toch vertrouwd met ’t paard. Het kwam zover dat ik los mijn rondjes mocht rijden, nou ja … het was meer stappen, maar toe maar, ik reed …

Anderhalve week vóór de grote dag stond de eerste grote repetitie op het programma. Na het gebruikelijke praatje en de intussen zo vertrouwde schouderklopjes, zadelde ik het paard. Toen die klus naar tevredenheid was afgerond, kreeg ik een oud gordijn omgehangen, dat even diende als de mantel van Sinterklaas. Eenmaal buiten met het paard zette ik mijn linkervoet in de stijgbeugel, even een paar hupjes op mijn rechterbeen en dan …
Terwijl ik mijn rechterbeen, gevolgd door het gordijn, over het paard probeerde heen te zwaaien, ging hij van halem … Bokken, steigeren en wegwezen … daar lag ik op mijn rug in het zand … kansloos!

Nadat ik was opgekrabbeld en het paard met de nodige moeite weer was gevangen en tot bedaren gebracht, kwamen we tot de conclusie dat het paard blijkbaar was geschrokken van dat vreemde kleed op haar achterlijf. Mijn voorbeeldige lerares nam zich voor om het paard daar dan maar snel aan te laten wennen. Ze voegde meteen de daad bij het woord. Met het gordijn omgebonden besteeg ze vrijwel moeiteloos het paard. Warempel, ze stapte zo met hem door de ring. Nou ja, even dan … Al snel begon het paard weer zozeer te bokken en te steigeren, dat ook mijn lerares na een korte rodeoshow niet te paard bleef. Zichtbaar geschrokken, maar bewonderenswaardig rustig krabbelde ze weer op. Ze bleef optimistisch en kordaat. Het zou allemaal wel goed komen …

Die hoop heb ik haar maar snel ontnomen. Ik moest er niet aan denken, dat zo’n tafereel zich zou ontvouwen voor de ogen van al die goedgelovige kindertjes … Voor deze Sinterklaas in ieder geval dat jaar geen paard! Gelukkig wist de boer raad. Hij zegde toe Sinterklaas op de vroege ochtend van 5 december geheel kosteloos met het rijtuigje naar de school te zullen brengen. Hulde voor de boer!

Laat ik nou uitgerekend van die intocht op 5 december 1994 nog wat videobeelden in mijn archief hebben …





Enkele maanden nadat de MS zich in 2004 had geopenbaard, heb ik nog een poging gewaagd om die prachtige traditie, die hoogtijdag, in stand te houden. Vooraf had ik overleg gehad met de school om hen te wijzen op de noodzaak om een vervanger achter de hand te hebben, voor het geval dat … En dat was maar goed ook, want toen puntje bij paaltje kwam, ging het jammer genoeg niet.

Vanwege de onzekerheid waarmee je met MS dagelijks leeft, heb ik daarna helaas voorgoed ook een punt achter deze carrière moeten zetten. Ik mis het ieder jaar nog weer, en dat zal ook altijd wel zo blijven … Het trouwe Pietje, dat al die jaren donderjagend en gekscherend aan mijn zijde verkeerde, heeft sindsdien nog een aantal jaren met een andere Klaas opgetreden. Zakelijk konden die twee het wel goed met elkaar vinden, maar ook het Pietje verlangde stiekem nog wel eens naar die goeie ouwe tijd, waarin wij samen optraden. 5 december was dan wel vooral de dag voor de kinderen, maar het was toch ook altijd onze dag, die van Piet en mij …

Als de altijd gezellige nababbel – geheel in stijl – met het personeel voorbij was, en Piet en ik tegen tweeën waren afgeschminkt, gingen we samen Drachten in om onder het genot van een goed glas wijn ergens een hapje te eten. Een hoogtepuntje in het jaar, waar ik nog steeds met plezier op terug kijk.
Nee, ik kijk niet om in wrok. Ik koester slechts prachtige herinneringen en gelukkig heb ik de foto’s en de video nog.

Ik wens jullie allemaal een gezellig Sinterklaasfeest.

Echten – Commissiepolle (3)

Nadat ik op het bruggetje bij het huis nog wat herinneringen uit begin jaren zestig had verteld aan Jetske, lieten we het huis achter ons om het schelpenpaadje verder te volgen in oostelijke richting …





Voordat we verder gaan, gooi ik er nog één foto uit de oude doos tussendoor. In zekere zin is het een symbolisch beeld, want hoe trots ik daar ook op die indertijd indrukwekkende tractor zit, de toenemende mechanisering in de landbouw betekende wel dat er voor mijn vader na verloop van tijd geen werk meer zou zijn op de boerderij …





In 1964 lieten we het huis aan de Commissiepolle achter ons om een nieuw bestaan te beginnen in de Friese groeikern Drachten, waar Philips zat te springen om werknemers …





Toen deze foto’s in maart 2009 zijn gemaakt, hadden ongeveer 3.400 woningen in het veenweidegebied rond Echten te kampen met ernstige verzakkingsverschijnselen als gevolg van de verlaging van het grondwaterpeil t.b.v van de landbouw. De meeste huizen zijn hier gebouwd op houten palen, die gaan rotten door de verlaging van het grondwater. Wetterskip Fryslân verschuilde zich indertijd tegenover de woningeigenaren al jarenlang achter een onontwarbare knoop van juridische argumenten over de schuldvraag en de financiële consequenties.
Hoe het daarmee nu gesteld is, weet ik niet, maar indertijd leek het al zo erg gesteld, dat ook straatnaambordjes diep in de grond wegzakten, zo bleek aan het eind van de Commissiepolle …





De Commissiepolle eindigt aan de Middenvaart, die van Echten naar Bantega loopt. Sinds enige jaren ligt er ter hoogte van de Commissiepolle een bruggetje over de Middenvaart. Vreemd genoeg ligt er aan de andere kant van de brug echter geen pad, daar sta je ineens in het weiland …





Minstens zo vreemd is dat er een stoel op het bruggetje stond. Eén keer raden wie daar ‘t eerst op zat … laat ik maar vast verklappen dat ik het nu eens niet was …





Gelukkig mocht ik even later ook nog even op die stoel zitten om te genieten van het weidse uitzicht over het polderlandschap. Met het uitzicht vanaf het bruggetje over het noorden, het oosten en het zuiden besluit ik dit drieluik over mijn geboortegrond …





Terwijl ik daar op het bruggetje zat, herinnerde ik me ook weer hoe groot de overgang van dit Friese polderlandschap naar het stadse dorp Drachten was voor dat kleine mannetje, dat altijd gewend was geweest hier in alle rust en vrijheid op zijn klompjes rond te banjeren. Man man man … al die rechte straten, al dat steen en beton, rijen huizen die allemaal op elkaar leken … ik vond het verschrikkelijk …





Voor de rest van de familie zal dat vast niet veel anders zijn geweest, vooral ook omdat we allemaal gebukt gingen onder de ploegendiensten van heit, die het ook bepaald niet gemakkelijk had om als buitenmens ineens continu tussen de stampende machines en tussen vier muren te moeten staan. Uiteindelijk hebben daarin allemaal onze weg wel weten te vinden, maar de Commissiepolle blijft trekken …