Van bankje naar bankje

Na nog een laatste blik over het water maakte ik me op om aan de terugweg te beginnen. Het zal wel enige tijd duren voordat ik hier weer kom. Tenzij het echt winter wordt natuurlijk, want dan kruipt mijn bloed nog wel eens waar het niet kan gaan …


Het was geen straf om terug te lopen, zo zag ik het gebied ook weer even vanaf de andere kant. Daarbij viel het me op dat de grond naast het pad aardig aan het verbossen is. De kale dode boom die er jarenlang alleen had gestaan, was nu gezellig omringd door jonge berkjes …

Rustig doorstappend kwam ik op het punt waar tot 6 jaar geleden de Nije Heawei liep. Op 21 november 2016 kwam daar voorgoed een eind aan. Op dit punt kon ik nu kiezen: direct linksaf naar de auto of nog even rechtdoor lopen naar het ‘Afanja-bankje’, dat ter compensatie van de verwijderde weg een stukje verderop was geplaatst. Dat het bankje – met dank aan een dwarse boswachter niet hier geplaatst is, maar 50 m verderop, zoals was afgesproken – begon zich nu toch wel te wreken …


Ik besloot toch nog maar even door te zetten, het was te mooi weer om al huiswaarts te gaan. Korte tijd later bereikte ik het bankje. Daar werd ik welkom geheten door twee libellen, die op de rugleuning op me zaten te wachten. De ene zat mooi in het midden op de onderste plank, de tweede zat helemaal rechts op de bovenste plank van de rugleuning …


Natuurlijk vlogen ze allebei op toen ik op het bankje plaats nam. Maar gelukkig waren ze beurtelings bereid om even later nog eens netjes te poseren voor mijn camera …

En daarmee was het nog niet helemaal voorbij. Geduldig bleef ik lekker in de zon zitten wachten of er verder nog wat zou verschijnen dat de moeite waard was …

Weerzien met de dobbe

Voorbij de randwal kreeg ik de dobbe, zoals ik deze favoriete pingoruïne gemakshalve altijd noem, in beeld. Hoe voorzichtig ik ook liep, een attente reiger had me alweer opgemerkt en vloog krijsend en krassend op …


Enige tijd geleden heb ik hier al eens beschreven hoe pingoruïnes tijdens en na afloop van de laatste ijstijd ontstonden in onze omgeving. Onlangs heb ik er ook een 3:30 minuten durend filmpje over gevonden …

Nadat ik een kort verkennend kuiertje langs de waterkant had gemaakt, ben ik eens even lekker in het najaarszonnetje op het vertrouwde bankje gaan zitten. Op dat bankje heb ik in de loop der jaren meerdere prettige ontmoetingen gehad met juffers, libellen, kikkers en salamanders, die zich daar vaak mooi voor mijn camera lieten zien …


Gelukkig was er nog niets veranderd. Al snel kroop er een Aziatisch lieveheersbeestje over de rugleuning van het bankje mijn kant op. En het lieveheersbeestje was niet het enige insect dat op die mooie novembermiddag nog actief was. Heidelibellen vlogen af en aan en het duurde niet lang of er streek weer eentje op mijn linkermouw neer …

Mijn dag was alweer goed en daar konden ook de wandelaars, die wilden weten of er ook vis in dit water zat, niets meer aan veranderen. Ik heb ze naar waarheid geantwoord, dat ik het niet wist. “Ik zit nu eenmaal liever met mijn camera aan de waterkant dan met een hengel,” voegde ik eraan toe …


Nadat de mannen hun weg vervolgden ben ik nog even blijven zitten. Erg lang duurde dat overigens niet, het was dan wel mooi novemberweer, met ca. 12ºC was het toch wat te fris om er nog lang te blijven zitten …

Heidelibel met ’n verrassing

Na mijn rondgang door de parktuin van Huize Olterterp heb ik via landelijke wegen een ritje gemaakt naar de Alde Ie. Dat is voor auto’s een doodlopend weggetje waar aan het eind een oud en verweerd bankje staat (Google Maps). Terwijl ik ging zitten om me in de zon te nestelen, zag ik een libel wegvliegen …


Zoals veel libellen gewoon zijn om steeds op het zelfde plekje terug te keren, was dat met deze heidelibel gelukkig ook het geval. En elke keer gaf hij mij de kans om een paar foto’s te maken …

Zo ging dat een tijdje door. We hadden het best gezellig samen. Pas toen ik later op de middag de foto’s op de pc bekeek, zag ik dat de libel tussendoor kennelijk een cadeautje voor me had meegenomen. Er leek een heel klein beestje op de linkervleugel van de libel te zitten. Maar eh … wat is het eigenlijk? Kan het een bijna microscopisch kleine cicade zijn …?

Afijn, kijk maar even. Door erop te klikken kun je de foto vergroten tot 1920×1200 pixels …

De kikker en de heidelibel

Om maar te beginnen waar ik gisteren was gebleven: nee, ik zat niet helemaal alleen bij de Witte Mar. Maar van het zwarte monster dat de wal op probeerde te kruipen, had ik niets te vrezen. En verder was ik omringd door ‘goed volk’. Om te beginnen hield ’n kikker in het voorbij gaan even halt vlak voor het bankje waar ik lekker in de zon zat …


Terwijl de kikker zijn weg langs het water vervolgde, werd het gezelschap zowaar nog wat mooier. Een minuut of wat later streek er een zwarte heidelibel bij me op het bankje neer. Nadat ik hem even aan mijn aanwezigheid had laten wennen, kon ik voorzichtig bewegend een paar foto’s van hem maken …

Het was toch weer een kleine overwinning om in mijn eentje naar de Wite Mar te lopen. Om dat te vieren, kan de laatste foto van de zwarte heidelibel worden vergroot tot 1920×1200 pixels door erop te klikken …


Fijne zondag verder!

Pronkende pantserjuffer

Deze pantserjuffer, een houtpantserjuffer om wat preciezer zijn, streek eind augustus op één van de warmste dagen op een geopend zaaddoosje van de blauwe iris neer. Daar ging hij mooi in de zon zitten pronken …

Klikken om te vergroten is toegestaan

Droogte aan de Rietweg

Na de tussenstop bij de kerk van Blankenham bleven we de oude, slingerende zeedijk nog enige tijd volgen. Bij Baarlo verlieten we de dijk om even later via de buurtschap Nederland de Weerribben weer ik te rijden. Aan de Rietweg (Google Maps) maakten we een laatste tussenstop …

Sprakeloos keken we om ons heen. Het normaal zo natte gebied aan beide kanten van de Rietweg was vrijwel helemaal drooggevallen. Tijdens onze ritjes door de Weerribben hebben Jetske en ik hier de afgelopen jaren diverse keren een tussenstop gemaakt om vogels te fotograferen …

Zo heb ik hier in 2017 een mooie serie gemaakt van een grote zilverreiger en twee lepelaars, die samen in beeld verschenen. Zoiets zat er vorige week niet in. Er was in de verste verte geen vogel te zien, om over watervogels of steltlopers nog maar te zwijgen …

Alleen hier en daar restte nog een laatste plas water, zoals aan de zuidkant van de weg op de plek waar wij stonden. Zonder regen zouden ook de laatste natte plekken snel verdampen …

Gelukkig is hier in Drachten sindsdien bijna 40 mm regen gevallen. Dat zegt in principe niets over de situatie in de Weerribben 50 km en zuidwesten van Drachten, maar daar zal vermoedelijk ook net genoeg regen zijn gevallen om enige verlichting te brengen. Maar het neerslagtekort is er nog lang niet mee weggewerkt.

Ik sluit deze serie, die begon met vertraging vanwege een kortdurende file, af met de foto van een heidelibel, die te midden van de droogte nog even in alle rust bij ons neerstreek in de berm van de Rietweg …

Weidebeekjuffers … wat zijn ze mooi!

Enkele minuten nadat we bij de pizzeria in Kuinre waren vertrokken, zette Jetske de auto alweer stil aan het begin van een bospad …

Ze stelde me al snel gerust, er stond geen boswandeling meer op het programma die middag. Datgene waar we voor gekomen waren, bevond zich op slechts enkele meters van de auto. Door een brede duiker werd vanaf de andere kant van de weg water aangevoerd, dat vanaf dit punt door ’n snel stromende afwateringssloot werd weggevoerd …

Hier had mijn fotomaatje enige tijd geleden weidebeekjuffers ontdekt. Zelf had Jetske ze al eerder gefotografeerd in Drenthe, maar voor mij was dit nog een ontbrekende soort in mijn fotoarchief. De weidebeekjuffer komt in ons land algemeen voor in het oosten, midden en zuiden, bij voorkeur rond schone, langzaam stromende beken …

In Fryslân heeft het diertje zich tot dusver niet laten zien, maar er is hoop! De weidebeekjuffer is in de afgelopen jaren vanuit het oosten en zuiden steeds verder opgerukt naar het noorden en westen. Met een beetje geluk is het nog maar een kwestie van tijd voordat ik er dichter bij huis eentje kan fotograferen. Ze kunnen me niet snel genoeg deze kant op komen, want wat zijn het een prachtige beestjes met die blauwe metallic glans over hun lichaam en de grote vleugels …

Het viel trouwens nog niet mee om ze wat strak op de foto te krijgen. Ze dansten vooral onrustig als vlinders door de lucht. En ook als ze even gingen zitten, had ik er nog een flinke klus aan. De onregelmatige wind liet de lange veerkrachtige bladeren, waarop ze af en toe even neerstreken, soms flink op en neer dansen. Maar na een halfuurtje had ik zowel in de vlucht als zittend op een blad een mooie serie van deze al zo lang gewenste soort gemaakt. Dankjewel, fotomaatje …

  • wordt vervolgd