Verrassingen langs de Swartewei

Vorige week dinsdag reed ik richting Jan Durkspolder via de Swartewei, een smal landweggetje met links en rechts een uitwijkstrook van gravel …

Op zich niets bijzonders, ware het niet dat ik er tot mijn verrassing klaprozen in de berm zag staan. Die had ik hier nog niet eerder gezien, en dus zette ik de auto even aan de kant voor een korte fotosessie …

De aanblik van rode klappers stemt me eigenlijk altijd wel vrolijk, samen met de kamille vormde het best een mooi boeket. Maar ook als enkelingen mochten ze gezien worden …

Toen ik even later weer rechtop ging staan, werd ik echter verrast door een nog mooier tafereeltje, dat zich achter de klappertjes afspeelde. Maar zoals wel vaker …, dat is voor morgen …

Krabbenscheer als beton

We waren gebleven bij Jetske, die een kleine opening in het rietkraagje had gevonden. Voorzichtig op de afbrokkelende walkant steunend, maakte ze een aantal foto’s van het petgat …

In het petgat staat daar een aantal kooien en manden met daarin verschillende hoeveelheden krabbenscheer. Met deze opstelling wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om verlanding in het gebied te stimuleren. Dat vraagt om enige nadere uitleg …

De Deelen is een laagveenmoerasgebied dat is ontstaan door de turfwinning, die daar een eeuw geleden begon. De afgegraven stroken liepen vol water – de petgaten – en daartussen liet men stroken grond droog. Op deze droge stroken, de legakkers of stripen, zoals we in Fryslân zeggen, werd de afgestoken turf te drogen gelegd …

Het is nog steeds een nat gebied, maar dat is niet meer te danken aan het oorspronkelijke grondwater en het water is slechter van kwaliteit. Door intensieve landbouw in de omringende gebieden, die gepaard gaat met diepontwatering, is De Deelen hoger komen te liggen waardoor het grondwater wegloopt. Er wordt nu water ingepompt vanuit een naburige zandwinning en als dat niet voldoende is vanuit het oppervlaktewater in de rest van Friesland. Daarmee wordt de waterkwaliteit langzaam maar zeker weer wat beter. Maar daarmee is De Deelen nog niet gered …

Na het stoppen van de vervening kregen weer en wind geleidelijk meer grip op het water. Door stormen kalfden de legakkers steeds verder af. Op sommige plekken zijn ze zelfs helemaal weggeslagen. Als dit proces geen halt wordt toegeroepen, dan heeft Fryslân er op den duur weer een groot meer bij en dat is niet de bedoeling …

Om verlanding in het gebied op een natuurlijke manier te stimuleren, wil men gebruik maken van krabbenscheer. Hier is een proef bezig om dat krabbenscheer een voorsprong te geven. Krabbenscheer is het beton van nieuw veen. Het groeit snel, maakt veel biomassa en legt ook nog eens CO2 vast. Als het krabbenscheer een dikke plak maakt en in de winter boven water blijft, krijgen andere planten als lisdodde, riet en gele plomp een kans: het begin van het verlanden …

Het hele verhaal werd onlangs op een mooie en aanschouwelijke manier uit de doeken gedaan in het natuurprogramma ‘Vroege vogels’. Een 8 minuten durende aanrader: ‘De Deelen verdwijnt’.

  • wordt vervolgd

Weerzien met De Deelen

Vorige week zaterdag besloten Jetske en ik weer eens samen naar De Deelen te gaan. Daar waren we al veel te lang niet meer samen geweest. Nadat we tijdens onze laatste fotokuier bij de Kapellepôle geen juffers en libellen hadden aangetroffen, hoopten we hier meer geluk te hebben. Ik stelde voor om eerst een kijkje te nemen bij het linker petgat bij de parkeerplaats …

Terwijl Jetske nog even bezig was met haar uitrusting, liep ik alvast naar de vlonderbrug over het petgat. Nog voordat ik een voet op het hout had gezet, zag ik al een libel op de met gaas bespannen vlonder zitten. Dat was maar goed ook, want één voet op de brug en er is geen leven meer op te bespeuren …

Nadat ik de bovenstaande foto’s had gemaakt en Jetske zich bij me had gevoegd, vervolgde ik mijn weg over de bij iedere stap luid krakende vlonderbrug …

Waterlelies, gele plompen en hier en daar wat krabbenscheer bedekten het wateroppervlak. Op die krabbenscheer kom ik later in deze serie nog terug …

Voor nu laat ik het erbij dat het een goed teken is dat de krabbenscheer ook hier in bloei staat. De onderstaande close-up van het kleine bloemetje van de krabbenscheer heb ik bij de vijver in onze tuin gemaakt …

Een paar maal lukte het om een juffertje dat even op de krabbenscheer neerstreek in beeld te vangen. Verderop tijdens onze kuier kregen we nog verschillende juffers en libellen lekker close in beeld …

  • wordt vervolgd

Een natte vlieg

Meer dan 8,5 mm regen is er in totaal niet gevallen dinsdag en woensdag. Maar het regende daarbij wel continue door met hele fijne druppeltjes. Gisteren was het twee keer een minuut of 5 echt droog, daar heb ik uiteraard gebruik van geprofiteerd door even een rondje door de tuin te maken …

Op een knop van één van de hosta’s trof ik deze natte vlieg aan, die een showtje opvoerde met een druppel op zijn kopje en een paar nauwelijks waarneembare druppeltjes aan zijn pootjes …

De opmars van de orchis

Twee jaar geleden schreef ik in het logje ‘Orchissen in beweging’ al, dat de orchissen in het Weinterper Skar in hun drang om zich elders te vestigen een pad waren overgestoken. Daarmee hadden ze nieuw terrein veroverd in het noordoostelijke deel van het natuurgebied …

Toen ik vorige week tijdens een ritje over de parallelweg van de Opperhaudmare/N381 reed, zag ik tot mijn niet geringe verbazing dat de orchideeën hun opmars inmiddels in zuidoostelijke richting hadden voortgezet. Het veld in de zuidoostelijke hoek staat zo ver het oog reikt ineens vol met kleine, maar vooral ook veel grote orchissen …

Aan de andere kant van de autoweg N381 ligt een klein natuurgebiedje, genaamd it Skjer. Bij de verbreding van de weg in 2015 is tussen de beide terreinen een wildtunnel aangelegd. Nu vermoed ik, dat de orchideeën hun weg in oostelijk richting voort zullen zetten door die tunnel, en dat ik ze volgend jaar vast terug kan vinden in it Skjer … 😉