Biskopsgrêven bij de Drait

Er is in de gemeente Smallingerland nog een herinnering aan de oorlog van 1672-1674 te vinden. Nadat de plunderende bende van Bernhard von Galen – de bisschop van Münster, alias Bommen Berend – in juli 1672 tussen Nijega en Oudega bij ‘de Blauwe stien‘ werd tegengehouden, trokken die manschappen in verschillende groepen plunderend door de omgeving …


Een tweede treffen vond plaats bij Bûtenstfallaat (Google Maps) tussen Drachten en Smalle Ee. Bij de Poalsbrêge over het riviertje de Drait werden de plunderaars opnieuw opgewacht door Friese verdedigers onder leiding van de grietman. Ook hier was de weg opgebroken en gebarricadeerd …

Drie veldgraven uit 1672 herinneren nog aan deze lokale slag. In de volksmond worden ze de Biskopsgrêven (Bisschopsgraven) genoemd. Er liggen echter geen bisschoppen, maar drie van de plunderende Munsterse soldaten uit het leger van Bernhard van Galen, de bisschop van Münster. De graven werden in 1880 omheind met een hekwerk …

Firtuele koelte út Fryslân (3)

Gistermiddag verscheen ook hier de eerste dertiger op de thermometer, daarom vandaag warm aanbevolen …


Een cool bankje op de oever van de Drait in Drachten, 2 maart 2005

Terug over Oudega

Na twee rondjes boven onze woonwijk was het tijd om de terugweg te aanvaarden. We vlogen in noordwestelijke richting en passeren daarbij de oudste industrieterreinen van Drachten, ‘de Haven’ en ‘de Tussendiepen’ aan de westkant van Drachten …

Ik zag o.a. één van de onlangs door boeren geblokkeerde distributiecentra van Aldi onder me langs glijden (foto linksonder). Daarna kwam de Nieuwe Haven in beeld waar o.a. Kijlstra Beton gevestigd is (foto midden). We verlieten Drachten waar we het op de heenreis ook langzaam in beeld zagen verschijnen, bij de Smalle Eesterzanding (foto rechtsonder) …

Toen ik mijn blik weer naar voren richtte, zag ik dat Nationaal Park de Alde Feanen voor ons uitgestrekt lag. Aan de horizon zag ik voor het eerst de roze gloed van weerspiegeld zonlicht op de Waddenzee …

We waren intussen Oudega genaderd, één van de oudste dorpen in de gemeente Smallingerland, waarvan Drachten de hoofdplaats is. De van oorsprong in het midden staande kerk, die gebouwd is rond 1100, is het oudste monument van de gemeente …

We vlogen inmiddels al langs de Panhuyspoel, een nog in bedrijf zijnde zandwinput waar ik onderweg naar Earnewâld en de Jan Durkspolder regelmatig langs kom …

  • wordt vervolgd

Een rondje boven de Drait

Nadat ik tijdens het eerste rondje de onderstaande foto had gemaakt, waar ons huis tamelijk centraal op staat, besloot de piloot om nog een tweede rondje boven onze woonwijk de Drait te maken. Om een niet al te ruime boog te hoeven maken, ging het toestel voor mijn gevoel dusdanig scheef, dat ik mijn ongerustheid toch maar even heb geuit, want daar voelde ik me niet echt prettig bij. Dat was volgens de piloot natuurlijk volstrekt overbodig. “Je ging op je brommer toch ook altijd scheef door de bocht vroeger,” redeneerde hij …

Daar had hij zeker een punt. Daarom besloot ik maar door te gaan met fotograferen. Veel valt er over de drie onderstaande foto’s niet te zeggen, ze laten alleen wel zien dat we gelukkig in een vrij groene wijk uit begin jaren ’70 wonen …

De foto hieronder laat verder mooi een deel zien van de loop van het riviertje de Drait tussen de beide westelijke woonwijken de Trisken en de Drait …

Op de foto linksonder nog een blik op het riviertje en beide woonwijken. Tijdens het tweede rondje boven onze wijk was in zuidoostelijke richting Parkwijk de Singels te zien met zwembad De Welle (middelste foto). Op de foto rechtsonder nogmaals een deel van onze woonwijk en de ernaast gelegen begraafplaats Slingehof …

Ik sluit het tweede rondje over onze woonwijk af met een laatste foto, waarop voor kenners ons huis te vinden is …

  • wordt vervolgd

Een ‘vergeten’ ramp

Op 3 februari 1945 reed de tram van de NTM (Nederlandsche Tramweg Maatschappij) in bedaard tempo vanuit Olterterp-Beetsterzwaag in de richting van Drachten. Aan boord was een lading boomstammen en een aantal passagiers. Het waren dwangarbeiders uit Groningen, die door de Duitsers in de bossen van Beetsterzwaag te werk waren gesteld om hout te kappen. Dat hout werd gebruikt voor verdedigingswerk in de stad Groningen …

De Groninger mannen reisden dagelijks met de Drachtster tram naar de bossen. Op die noodlottige 3e februari 1945, had één van de arbeiders zijn 9-jarige zoontje Gerrit meegenomen. Het zou een leuk uitje zijn voor de jongen. Maar dat pakte heel anders uit …

Terwijl de tram over It Súd (Google Maps) reed, werden de stoomlocomotief en de tram plotseling onder vuur genomen, vermoedelijk door een of twee Spitfires van de Engelse luchtmacht. In de nadagen van de oorlog schoot de geallieerde luchtmacht op bijna al het gemotoriseerd verkeer om de Duitsers dwars te zitten …

De gevolgen waren verschrikkelijk. De hete stoom spoot vanuit de kapot geschoten locomotief naar buiten. De arbeiders zochten in paniek dekking en de 9-jarige jongen werd door zijn vader uit de tram gezet. Gewonden werden bij de aanwonende boeren in huis gebracht en zo goed en zo kwaad als het ging verzorgd. Uiteindelijk vertrokken enkele boerenkarren met de slachtoffers naar het ziekenhuis in Heerenveen …

De nu 94-jarige Jan Talsma was een 17-jarig ventje uit de streek en zag het bloedbad met eigen ogen. “Ik hoorde de salvo’s, zag de vliegtuigen en de kogels die opspatten van de stenen in de straat. Mijn vader leerde mij dat ik in dat soort gevallen in een greppel moest duiken, maar het had gevroren de greppels waren ijskoud, dus ik ging achter een boom staan. Toen ik in de wagon ging kijken, zag ik een enorm bloedige toestand. Gewonde mannen, mannen die uit de wagon waren gesprongen, geraakt waren en mannen zonder ledematen, het was afschuwelijk,” weet Talsma zich nog goed te herinneren …

Er waren uiteindelijk 7 doden te betreuren, onder wie de vader van Gerrit. De gewonden herstelden voor een deel, maar de psychische schade was groot …

Vreemd genoeg is er nooit enige moeite gedaan om deze schokkende gebeurtenis vast te leggen. Voor Tjitske en Jan van der Horst, die een Bêd & Brochje (B&B) runnen op de plek des onheils, is het onbegrijpelijk dat er geen enkel monument of een herinnering aan die gebeurtenis bestond. ‘Alsof die tramramp in de doofpot is gestopt’, zegt Van der Horst. Het echtpaar wist samen met de historische vereniging ruim 75 jaar na dato een monument op te richten met daarop de namen van de gevallenen en een korte tekst over de toedracht van de ramp.

Meer hierover: RTV Noord


Vanavond om 20:00 uur is het in het kader van de Nationale Dodenherdenking twee minuten stil en herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Opdat jong en oud deze en vergelijkbare gebeurtenissen nooit vergeten …

Bij de Kleastertsjerke (4)

Bij ons ‘rûntsje om ‘e tsjerke’ zijn we intussen aan gekomen in de noordoosthoek van het kerkhof …

Zo eenvoudig, sober en puur als de eerste grafmonumenten die we zagen waren, zo strak en stilistisch zijn een paar van de graven die we hier aantreffen …

Bij de verbouwing van 1620 werd het driezijdig gesloten koor aan de oostzijde gesloopt en vervangen door een vlakke muur met jaartal-ankers en twee kleine vensters. In de twee kleine vensters is acrylaatglas van de Friese kunstenaar Jan Murk de Vries aangebracht …

Een paar stappen verderop treffen we een bekend beeld aan: “Goeie”. Of iemand nu komt of gaat, het is een groet die in Fryslân op elk moment past. Hier blijkt het te gaan om een onderdeel van wat ik echt een machtig mooi grafmonument vind. Anne blijft op deze manier de voorbijgangers ongetwijfeld nog lang groeten …

Voordat we onze weg kloksgewijs vervolgen, doen we morgen eerst nog even een stapje terug om een stille groet aan Albert te brengen …

Bij de Kleastertsjerke (3)

Zoals ik aan het begin van deze serie al vertelde, maken we deze week ‘in rûnstje om de tsjerke’, oftewel een rondje om de kerk. Van de ingang in de westgevel lopen we kloksgewijs naar de noordelijke gevel van de Kleastertsjerke …

Voordat we de muur goed in beeld kunnen nemen, passeren we een aantal bijzonder vormgegeven grafmonumenten, waarvan ik vind dat ze het goed doen in deze omgeving. Eenvoudig, sober en doeltreffend, zonder nodeloze opsmuk, net als het kerkje …

In de noordwesthoek van het kerkhof staat het groene bankje dat ik hier vorige week ook al even liet zien. Als het van zichzelf niet zo’n pronkstuk zou zijn, was ik er zeker even op gaan zitten. Vanaf dat bankje heb je namelijk mooi zicht op de noordelijke gevel van de kerk. De kerk is gebouwd op een fundament van keistenen en de kerk is 14,25 m. lang en 7,5 m. breed. De muren zijn een halve meter dik en zoals de meeste Friese kerken is de stand west-oost …

Het eerste wat opvalt aan de noordzijde, zijn de spitsbogen: vier gesloten en drie met een venster. Ook zit er in deze muur een dichtgemetselde deur, het zgn. ‘noormannenpoortje’. In de middeleeuwen was deze donkere ingang bedoeld voor de (zondige) vrouwen …

In de zuidgevel, de lichtkant, is ook zo’n dichtgemetselde ingang te zien, die was bedoeld voor de mannen. Aan deze tweedeling kwam met de verbouwing in 1620 een eind. De ingangen voor mannen en vrouwen maakten plaats voor één ingang in de westelijke gevel …

Een blik door één van de ramen aan de noordzijde op een klein deel van het interieur, de preekstoel uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. De kanselbijbel dateert uit 1643 …

Intussen zijn we al mooi op weg naar de oostelijke gevel …