Alle begin is moeilijk

Nadat we de nodige foto’s hadden gemaakt van de ooievaars in het bosachtige deel van ‘de Lokkerij’ zijn Jetske en ik enige tijd bij het veld met de paalnesten gaan zitten …

Vooral het geklepper, dat regelmatig opklonk van één of meerdere nesten was fascinerend. Het geklepper begint vaak al, wanneer een partner naar het nest komt vliegen. Na de landing wordt er niet alleen geklepperd, maar ook stijlvol gedanst. Met de snavels dicht bij elkaar tonen de geliefden elkaar hun genegenheid. Het is niet voor niks dat ooievaars monogame partners zijn, die elkaar in principe hun leven lang trouw blijven …

Dat alles bij elkaar vroeg niet alleen om beeld, maar ook om geluid. Tijd voor een actiefilmpje …

Daarmee kom ik aan het eind van dit verrassende bezoek aan ‘de Lokkerij’. Met dank aan mijn fotomaatje!

Zo zie ik ze niet vaak

Tijdens mijn reguliere ritjes zie ik vooral rondom Earnewâld regelmatig ooievaars, maar in zo’n bosrijke omgeving als hier bij ‘de Lokkerij’ zag ik ze niet eerder. De naam ‘Lokkerij’ betekent trouwens niet dat de ooievaars hier naar toe werden gelokt. De naam houdt verband met de familie Lokken, die in de boerderij waarin nu het ooievaarsstation gevestigd is, generaties lang het boerenbedrijf uitoefende. Lokkerij betekent dus: ‘de boerderij van Lokken’

Ik vond het fascinerend om te zien hoe de ooievaars daar in het bos bouwmateriaal bijeen sprokkelen om hun boomnesten te bouwen. Dat sprokkelen is één ding, maar dan moet het spul vervolgens ook nog naar huis worden gebracht. Dat betekent in dit geval opstijgen tussen de bomen door, daarna wordt buiten het bos met een wijde boog hoogte gemaakt …

Eenmaal op de juiste hoogte keert de ooievaar met zijn vracht terug naar het bos. Vervolgens is het de kunst om strak tussen de bomen door te manoeuvreren om het bouwmateriaal uiteindelijk netjes af te leveren bij moeder de vrouw op het nest in aanbouw. Er is nog wel het nodige werk aan de winkel voor dit koppel, want meer dan een paar takjes liggen er zo te zien nog niet. Maar ze vliegen af en aan, dus ze doen wel hun best …

De meeste ooievaars op boom- en paalnesten rondom hebben het er beter voor staan. Vooral veel van de oude boomnesten zijn indrukwekkend. Aan veel van die nesten wordt al jarenlang gewerkt, en daar zijn ook al vele generaties uit voortgekomen …

Maar niet iedereen maakt zich even druk om een nest. Dit koppel stond lekker rustig naast elkaar in de zon. Het fundament ligt er, en daar lijkt het nog even bij te blijven. Misschien zijn ze ook nog simpelweg te jong om al aan broeden te beginnen. Je weet ’t niet …

Naar ‘de Lokkerij’

Vorige week woensdag zweefden er een tijdlang twee ooievaars boven onze woonwijk. Daar valt niet veel voor ze te halen, het zal dus wel een verkenningsmissie geweest zijn om t.z.t. ergens wat te brengen. Daar naar kijkend, nam me ik voor om deze week weer eens een ritje langs de ooievaars bij Earnewâld te maken. Het zou er echter niet van komen, maar ik ging wel naar de ooievaars …

Terwijl we twee dagen later aan het begin van een gezamenlijke fotodag bij Jetske op het terras aan de koffie zaten, vroeg Jetske of het een idee was om naar ooievaarsstation ‘de Lokkerij’ te gaan. Ze was daar enkele dagen eerder al samen met haar zoon geweest, maar van foto’s maken was toen niet veel gekomen. Afgaand op de foto’s die ze ervan had getoond op haar blog, leek het me een prima plan …

En zo stonden we een uur later bij ooievaarsstation ‘de Lokkerij’. Het is prachtig gelegen in het Reestdal, op de grens van de provincies Overijssel en Drenthe (Google Maps). Het is net als ‘It Eibertshiem’ bij Earnewâld één van de eerste 12 ooievaars-buitenstations die eind jaren ’70 in het leven zijn geroepen …

Nadat in de jaren 60 de ooievaar in ons land was uitgestorven, werd er in 1969 in het Liesvelt in Groot-Ammers een fokprogramma gestart. Ooievaars die daaruit zijn voorgekomen kregen na verloop van tijd op deze buitenstations de kans om te wennen aan een meer natuurlijk leven …

Het fokprogramma en de buitenstations zijn een groot succes gebleken. Nadat de ooievaars eind jaren 60 uitgestorven waren, telt ons land momenteel weer 1200-1300 broedparen. Zoals hier had ik ze echter nog niet gezien. ‘De Lokkerij’ telt op en rondom huize ‘de Luttike Havixhorst’ momenteel ca. 50 broedparen, die nestelen op palen en daken, maar ook in de bomen …

  • wordt vervolgd

Waar pake woonde

Letterlijk en figuurlijk op een steenworp afstand van ons huis stond aan de overkant van de vaart het huisje van mijn pake (opa voor niet-Friestaligen). Met hem heb ik de eerste jaren van mijn leven vele uren doorgebracht, en daar kijk ik nog altijd met warme gevoelens op terug. Begin 1966 overleed hij op 64-jarige leeftijd aan een hartstilstand. Veel te vroeg natuurlijk, maar toen waren wij al vrienden voor het leven geworden …

Na pake zijn overlijden hebben een oom en tante er nog enige jaren gewoond. Ook bij hen heb ik nog diverse keren met plezier gelogeerd. Nadat oom en tante naar Lemmer verhuisden werd pake’s huisje afgebroken. Nu rest nog slechts dit stukje grond …

In het huis dat net voorbij dat van pake stond, woonde in mijn jongste jaren een vriendelijk en lief ouder echtpaar. Ook hun huis is al lang geleden afgebroken. Aan het eind van de Commissiepolle staan nu nog enkele van de oorspronkelijke huizen (of delen daarvan). Voor zover ik weet, zijn het allemaal vakantiehuisjes, het één wat mooier dan het ander. In één van die huisjes, waarschijnlijk het meest rechtse, woonde in de jaren 60 een wat zonderlinge oude man. Hij liet zich nauwelijks zien en dat maakte me in mijn herinnering altijd wat huiverig in de buurt van zijn huis …

De mooiste huisjes staan helemaal achteraan langs de Commissiepolle. Wat dacht je van dit fraaie stulpje aan de andere kant van de vaart …?

Het laatste huis direct aan het pad is recentelijk verkocht (vraagprijs € 140.000 k.k.). De voorgevel kan wel een kwastje verf gebruiken, maar als je dan de andere gevel bekijkt, is duidelijk dat eraan gewerkt wordt. De tuin zag er voor de verkoop uit als een woestenij, en kijk eens wat het hoveniersbedrijf ervan heeft gemaakt, compleet met Pipowagen en hottub …

En zo waren we via mijn geboortehuis (1) en de plek waar ooit pake’s huisje stond, aangekomen aan het eind van de Commissiepolle (2). Dwars op de Commissiepolle loopt de Middenvaart. Sla je daar rechtsaf, dan loopt het pad na 200 meter dood. Ga je linksaf, dan kom je na ruim 600 meter uit in Echten …

Daar aan het eind van de Commissiepolle ligt een loopbruggetje over de Middenvaart. Op dat bruggetje stond bij vorige bezoeken altijd een stoel. Die stoel is intussen vervangen door een mooi bankje. En ook op de wal staat nu een bankje. Vanaf dat tweede bankje heb ik de onderstaande foto genomen. Morgen een rondblik vanaf het bruggetje over het vlakke Friese polderland …

  • wordt vervolgd

Terug op de Commissiepolle

Van de boerderij waar heit vroeger werkte, restte alleen nog het later gebouwde woonhuis. De laatste delen van de bijgebouwen waren sinds mijn laatste bezoek ook afgebroken. Het had er aan de voorkant lange tijd niet zo netjes uitgezien …

Over het smalle paadje, dat nog altijd de welluidende naam Commissiepolle draagt, liepen we in de richting van mijn vroegere ouderlijk huis. Aan de linkerkant van het pad lag een nog altijd goed onderhouden tuin. Aan de andere kant van de vaart zag het er een stuk minder fraai uit. Aan de achterkant van de voormalige boerderij stond het vol met trekkers, graafmachines en ander rollende materieel. En daar weer achter lag geen open weiland meer, maar een stuk maïsland …

Na ongeveer 150 meter kwamen we aan bij de Commissiepolle 2, het mijn kleine, maar o zo onmetelijk grote domein van waaruit ik mijn eerste stapjes op deze aardkloot zette. Het eerst wat me opviel was dat er sinds mijn vorige bezoek een nieuw bruggetje over de sloot lag …

Het huis dat er nu staat is overigens niet het huis waar wij in woonden. Het huis is op een bepaald moment verkocht, waarna de nieuwe eigenaar het tot de grond heeft laten afbreken. Daarna is er een nieuw huis gebouwd, dat ten opzichte van het originele huis een kwartslag is gedraaid en het huis is vierkanter geworden. Mijn slaapkamertje zat achter de dakkapel, maar van daaruit had je indertijd geen zicht op het Tjeukemeer in het noorden, maar op Lemmer in de verte in het westen …

En we hadden ook vanaf de begane grond ruim zicht over de weilanden. Daar is momenteel geen sprake meer van, het zicht wordt aan drie kanten ontnomen door het omringende maïsland. Bovendien is het erf rondom beplant met intussen al forse bomen. Ik vraag of de bewoners zich niet beter op hun gemak zouden voelen in een bosrijke omgeving. En ik ben ook benieuwd hoe lang die dichte beplanting rechtop blijft staan in de veenweidegrond …

  • wordt vervolgd

Alle blondines verzamelen!

Van het Weinterper Skar neem ik jullie weer even mee terug naar het land van de grutto. Nadat een wandeling tussen de weilanden me niet in dank werd afgenomen door de grutto’s, heb ik na enige tijd maar even een rondje door de Surhuizumermieden en de Strobosser Mieden gemaakt met de auto …

Op een bepaald moment zag ik een lange rij koeien lopen. Op zich is dat natuurlijk geen ongewoon gezicht in onze contreien. Om te worden gemolken, lopen koeien vaak op gezette tijden in een lange rij naar de boerderij …

Wat het opvallend maakte, was dat het hier zo te zien gaat om koeien van het ras Blonde d’Aquitaine. Dat zijn geen melkkoeien die naar de boerderij hoeven te lopen om te worden gemolken. Ze worden gehouden voor het vlees en worden steeds vaker ingezet om natuurgebieden te begrazen. Waarom de boer de blondines hier bijeen riep, weet ik niet, maar ik vond het wel een mooi gezicht …

IJs en sneeuw bij de Leijen

Voor de derde tussenstop tijdens onze winterse rondrit door de gemeente waren Jetske en ik naar de Leijen gereden. Veel schaatsers verwachtte ik daar niet te zien, maar we gingen er vooral voor het landschap naar toe …

vogelkijkhut 'de Blaustirns'

Het rietveld achter de kijkhut was al vroeg in het jaar gemaaid door de rietsnijders. In verte waren de bossen riet te zien. De paar bomen die in het rietveld staan, hadden een warm en sierlijk rietkraagje gehouden. In de nog bijna maagdelijke sneeuwlaag waren verschillende sporen te zien …

Al voordat we de hut betraden, nam ik door een kijkluik in de wand naast het vlonderpad een kijkje naar de sneeuwvlakte op het meertje …

In de richting van Oostermeer stond een koek & zopie tent op het ijs, ook waren er kleine groepjes schaatsers te zien. Twee wandelaars kwamen met iets meer tussenruimte dan de roemruchte anderhalve meter onze kant op …

Voor de hut deinden enkele volle rietpluimen zachtjes heen en weer in de wind …

Bij het verlaten van de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ viel mijn oog nog op een winterse verrassing. Aan de achterkant van de hut hadden wind, water, sneeuw en vorst samen een soort van spiraalvormige witte ‘stalagmieten gevormd …

Terwijl ik me met het ijs bezighield, stond Jetske een paar meter verderop te genieten van de zon, die in de luwte van de wand al lekker warm aanvoelde …

– wordt vervolgd –