Zomerse tussenbalans

Tot dusver doet het lang aanhoudende warme zomerweer nog geen al te grote aanslag op mijn lichaam. Dat is in eerdere warmere perioden wel eens anders geweest. Dat het nu een draaglijke warmte is, heeft alles te maken met het feit dat we dankzij de ligging van hogedrukgebieden gelukkig steeds te maken hebben met een bijna on-nederlandse droge warmte. Oftewel: het is niet van dat plakkerige weer …

De zomerstop op het weblog bevalt me daarbij uitstekend. Lekker in de relatief koele schaduw van de hazelaar liggend of zittend, krijg ik zo af en toe eens gezelschap aan de rand van de vijver. Zo komt er bijvoorbeeld regelmatig een merel om even te badderen of wormen te zoeken. Ook een buurtkat komt zo af en toe eens langs. Die moet ik in de gaten houden, want volgens mij komt die vooral voor de vissen …

Met de insecten in de tuin schiet het nog altijd niet op. Zo af en toe zie ik eens een vlinder – meestal een witje – fladderen, maar even poseren is er ondanks de weelderig bloeiende ijzerhard en de vlinderstruik niet bij. Dan maar even een foto van een passerende zweefvlieg …

Om niet helemaal te verstoffen en te verstijven heb ik een paar maal een ritje met wat korte tussenstops gemaakt. Voor echte fotokuiers is het me te warm en dat is met vrijwel steeds dat toch 150 gram wegende Tens-apparaat aan een bandje rond mijn hals ook niets waard nu.

Tijdens één van die tussenstops heb ik wel ontdekt waar een groot deel van de insecten tegenwoordig zit … op en rond de boerderij blijkbaar …   😉

Ik sluit af met het relatief koel aandoende beeld van een foeragerende lepelaar in de Jan Durkspolder. Een groot deel van de plaatselijke kolonie liet zich daar vanuit de grote vogelkijkhut goed bekijken …

Zo, en nu duik ik met het oog op de naderende hittegolf mijn hangmat weer in, want mijn zomerstop zal zeker nog een week voortduren. Tot een uur of drie lekker in de schaduw met Radio Tour en als het daarna op het terras te zonnig en te warm wordt, nestel ik me in de nog steeds relatief koele woonkamer lekker voor de Tour op tv. Want wat is het spannend en wat kan het nog mooi worden …

Tot later, blijf koel.

Een vuurjuffer in de tuin

Begin juni schreef ik al, dat ik in ons tuintje dit jaar nog maar weinig mooie insectenfoto’s heb kunnen maken. Daarin is ruim drie weken later nog maar weinig verbetering opgetreden. De komende dagen zal ik de hoogtepuntjes van de schrale oogst tot nu toe de revue laten passeren …

Om te beginnen één van mijn favorieten: de vuurjuffer. Voorgaande jaren een vaste bezoeker, die zich regelmatig liet zien bij de vijver. Dit jaar is deze vuurjuffer (gekiekt op 14 mei 2018) tot dusver de enige juffer die zich in mijn bijzijn in ons tuintje heeft vertoond dit jaar …

De plomp en ’t pompeblêd

Gebroederlijk naast de waterlelie bloeit ook dit jaar de gele plomp (giele plomp in het Fries) weer in onze vijver. De gele plomp is de nationale plant van de provincie Fryslân. Het blad van de gele plomp, in het Fries pompeblêd genoemd, staat in het rood afgebeeld op de Friese vlag. Dus voor wie nog altijd in die veronderstelling verkeerde: er staan geen hartjes op de Friesche vlag, maar pompeblêden …

“It Pompeblêdsje” is nog weer heel wat anders. Dat is “een oprechte Friesche kruidenlikeur, getrokken van talrijke natuurzuivere kruiden volgens oud-familie recept. Deze Friesche Kruidenbitter heeft een heilzame, opwekkende werking en is te bekomen bij de echte slijterij,” aldus het etiket. En lekkerrrr … hmmm …

Maar goed, daar ging het hier niet om. De bloem van de gele plomp oogt in eerste instantie misschien wat simpel, zeker wanneer hij net vanuit de diepte is opgedoken. Maar zodra hij zijn stevige bloembladeren opvouwt, komt er een ingenieus ogend kleinood tevoorschijn. Lekker op het terras zittend kan ik daar elk jaar weer van genieten. Komende week zou dat weer moeten lukken, want de onderstaande bloem staat nu volop te pronken en een tweede knop is net opgedoken …

De ielstikel en de swanneblom

Wat er rond onze vijver zoal bloeit, hebben we nu wel gezien. Tijd om de blik eens op de vijver zelf te richten, want ook daarin bloeit wel het een en ander. Om te beginnen, niet bloeiend, maar wel een mooie blikvanger: de krabbenscheer (ielstikel in het Fries) …

Maar het pronkstukje is toch wel de witte waterlelie (swanneblom in het Fries) …

Met 4 of 5 bloemen die mooi na elkaar bloeien, doet hij ook dit jaar weer goed zijn best …

Een tweede poging om te laten zien wat voor insect in het hart van de waterlelie de dood heeft gevonden, heb ik maar achterwege gelaten. De kans om mijn toch al wankele evenwicht te verliezen en met camera en al te water te raken was me net wat te groot …

De lis in de tobbe

Na wat onderbrekingen zijn we weer terug bij de bloemen die onze tuin de laatste tijd hebben helpen opfleuren …

Een bloem waar ik elk jaar weer naar uitkijk is de blauwe lis (Iris germanica), die bij ons samen met o.a. de kattenstaart in een zinken tobbe naast de vijver staat …

Het is alleen zo jammer, dat ze maar zo kort bloeien. Dit jaar hadden we het geluk dat ze net gingen bloeien, toen wij terug waren van onze meivakantie …

Ter afsluiting van deze blauwe periode nog even dit voor de vlinderliefhebbers:
Jetske is woensdagmiddag nog weer even terug gegaan naar de boom met de grote weerschijnvlinders. Daarbij heeft ze zowaar nog wat mooiere foto’s gemaakt dan eerder op de dag: De grote weerschijnvlinder – deel 2

Weerbeeld april 2018

Na een koude maart kwam ook april met lage temperaturen uit de startblokken. Op beide Paasdagen was het met respectievelijk gemiddeld 4,3 ºC en 4,2 ºC kouder dan op de Kerstdagen van 2017 met respectievelijk 6,7 ºC en 5,5 ºC. Als gevolg van dat kille begin van het voorjaar bloeiden onze narcissen voor mijn gevoel wat later dan normaal. Maar daar waren ze niet minder mooi om …

In de tweede week van april liepen de temperaturen op naar normale waarden voor de tijd van het jaar. Maar al snel werd het warmer dan normaal, van 18 t/m 22 april was het ronduit zomers te noemen. Op vijf achtereenvolgende dagen was het warmer dan 20 graden met een topper van 28,2 ºC op 19 april …

Uiteindelijk kwam de gemiddelde temperatuur van april uit op 11,3 ºC tegen normaal over de periode 1971-2000 een gemiddelde van 7,5 ºC. Kortom: april was bijna 4 graden warmer dan normaal. Ik heb 7 warme dagen (20 ºC of hoger) kunnen noteren tegen normaal twee …

In tuin en natuur was het allemaal amper bij te houden. Alle bloesem leek in een paar dagen tot bloei te komen, bloemen schoten aan alle kanten tevoorschijn, bomen en geelbruine weilanden kleurden in recordtempo groen en ook in onze vijver keerde het leven volop terug …

Vooral in de eerste en de laatste week was het bewolkt en viel er de nodige regen. In de tussenliggende periode was het meestal zonnig en droog. Aan het eind van de maand kom ik tot een totaal van 58 mm, ongeveer de helft meer dan het gemiddelde van 41 mm normaal over de periode 1971-2000. Daarmee zijn we hier overigens heel goed weggekomen. Vooral in het laatste weekend was het op diverse plaatsen bar en boos, waardoor men her en der tot een maandsom van 100 mm regen kwam …

Zowel landbouw als natuur konden wel wat water gebruiken, maar aan plensbuien zoals afgelopen weekend heb je dan niks. De toplaag van de grond slaat slaat dicht en er blijft veel water op het land staan, waardoor boeren het land niet op kunnen om b.v. de aardappelen te poten. Gelukkig lijkt er nu een periode met warmer en droger weer in het verschiet te liggen, goed weer voor boer, vakantieganger en alle andere mensen …

Het eerste muurbloempje

Dank voor de reacties m.b.t. het paarse bloemetje van gisteren, het blijkt inderdaad te gaan om de grote maagdenpalm. Matroos Beek dacht dat het een muurbloempje was, maar dat was het toch echt niet …   😉

Het muurbloempje, dat wil zeggen het bloemetje van de grote muur (Stellaria holostea) is wit. Op de dag waarop ik de maagdenpalm fotografeerde, stond daar vlakbij het eerste bloemetje van de grote muur (grutte mier in het Fries) te bloeien …

Afhankelijk van het weer zal het hier binnenkort één grote wirwar van deze witte bloemetjes zijn, die allemaal zo snel mogelijk zoveel mogelijk zonlicht willen vangen, waarna ze binnen de kortste keren allemaal weer uitgebloeid zijn …