Alweer een jaarwisseling

2021 zou het jaar worden, waarin we ons met behulp van een vaccinatie weer zouden ontdoen van de ellende en alle beperkingen die corona in 2020 over de wereld had uitgerold. Alweer een jaar later is helaas niets minder waar gebleken. In woorden ben ik eigenlijk ook snel klaar met een terugblik over het afgelopen jaar …

Het was ook in 2021 vooral corona dat ons leven voor een belangrijk deel bepaalde. De lockdowns deden en doen velen geen goed, en daar moet voor ieders bestwil dan ook zo snel mogelijk een eind aan komen. Eén ding is zeker: er zijn ook dit jaar weer veel bittere tranen gevloeid over en voor mensen die overleden zijn aan de gevolgen van corona. Ook in eigen kring hebben we dat dit jaar gevoeld …

En dan staan we op 31 december alweer op de drempel van een nieuw jaar. Voor de gelegenheid heb ik mijn glazen bol er maar weer eens voor afgestoft. Niet dat je er veel mee opschiet, maar ik zie er toch wel wat in … zon, wolken, water en vooral één of andere lange weg. Dat laatste zou er wel eens op kunnen wijzen, dat we in tegenstelling tot een jaar geleden nog geen snel eind aan de coronatijd hoeven te verwachten. Nee, wat dat betreft moeten we er toch maar rekening mee houden dat er nog een lange weg te gaan is, vrees ik …

Maar goed, de vast volgers weten, dat ik in elke situatie probeer om mijn beste beentje voor te zetten om er het beste van te maken. ‘In bytsje fleurich op,’ zeg ik altijd maar, oftewel: ‘zo vrolijk mogelijk’. Daarom sluit ik 2021 af met een kleurige foto van een weerspiegeling in het laatste ijs op de vijver dit jaar, die ik op Tweede kerstdag heb gemaakt. Probeer het maar te zien als stil vuurwerk of zo …

Tot slot

Bedankt voor alle bezoekjes aan mijn weblog dit jaar. En bedankt vooral voor alle ‘likes’ en leuke reacties. Het zijn de reacties en de contacten die er af en toe uit voortkomen, die het bloggen zo leuk maken, vind ik.

Ik wens jullie allen een rustige en veilige jaarwisseling.

Een oude stobbe

Wat doe je tijdens een herfstwandeling wanneer het kleurrijke bladerdek ter plekke wat tegenvalt en de paddenstoelen zijn verdwenen? Precies, je kijkt eens wat om je heen of er verder wat valt te ontdekken. Daarbij gleed mijn oog over de oude stobbe, waarmee ik het vorige logje afsloot …

Ik liep er eens omheen en ontdekte daarbij dat die oude boomstronk met wat fantasie qua vorm wel wat deed denken aan een groene, begroeide versie van Uluru of Ayers Rock. Ik zocht een droog plekje onder het bladerdek op de bodem en zakte daar door de knieën om wat foto’s te maken van de ‘rotswand’. Wat een pracht aan kleuren en vormen tussen al die gaten als grotten

Nadat ik overeind was geklauterd liep ik terug naar het fietspad. Daar bedacht ik me dat mijn benen nog verrassend goed aanvoelden. Daarom besloot ik het erop te wagen om door te lopen naar het vennetje, een stukje voorbij de bocht in het fietspad in de verte …

Een knisperend bruin tapijt

Toen ik vanmorgen de gordijnen op trok, was meteen duidelijk dat het de vijfde grijze, af en toe natte dag op rij van deze week zou worden. Gelukkig had ik maandagmiddag nog een gezonde fotokuier met af en toe wat zon op de bol gehad …

Nadat ik eind oktober al eens een boswandeling had gemaakt bij Heidehuizen (Google Maps), heb ik dat maandagmiddag nogmaals gedaan. De eerste keer was ik te vroeg om van uitbundige herfstkleuren te kunnen genieten, toen kleurde het bos nog voornamelijk groen. Afgelopen maandag was het hoogtepunt van de kleurenpracht duidelijk al geweest …

Een groot deel van de bladeren was intussen al neergedwarreld en vormde een knisperend bruin tapijt op de bosgrond. Ook de bladeren die nog wel waren blijven hangen hadden hun glans intussen goeddeels verloren. Nee, van een mooi kleurrijk bladerdek hoefde ik het hier niet te hebben …

Maar gelukkig valt er meer te ontdekken in een oud bos. Wat te denken van deze oude stobbe bijvoorbeeld. Aan de zonnige kant was hij nog veel mooier …

Op naar de rustplaats

Langzaam dringen we verder door in de wonderlijke wildernis van de Ecokathedraal, alleen het atelier van Louis le Roy op de achtergrond wijst nog op enige beschaving …

Dan naderen we het oude tempelcomplex halverwege de Ecokathedraal. Nog één keer maak ik een klein klimmetje om vanaf enige hoogte een foto te kunnen maken van Aafje bij de twee grote torens …

Achter de torens waar Aafje hierboven vóór staat, ligt letterlijk en figuurlijk een rustplaats. Met uitzicht op het naastgelegen weiland heeft Louis le Roy hier ooit een zitbankje gecreëerd, waar hij zelf ook wel eens een momentje van rust pakte. Voor het bankje ligt een stuk van een oude grafsteen, waarop alleen nog ‘RUSTPLAATS’ te lezen is. Hoewel er rondom in de Ecokathedraal wel plekjes te vinden zijn waar je even op een muurtje kunt zitten, ga ik bij vrijwel elk bezoek hier toch wel even zitten mijmeren …

Eenmaal bij de rustplaats halverwege de Ecokathedraal aangekomen, vind ik het ook meteen welletjes. Mijn onderdanen staan een tocht verder naar achteren langs de Inca-tempels niet toe. We besluiten terug te gaan naar het startpunt. Daarbij passeren we de oude gebroken boom weer en krijgen dan zicht op de van stoeptegels gebouwde koepel. Aafje lijkt het niet helemaal te vertrouwen en blijft buiten staan. Pas nadat ik haar heb laten zien hoe hij gebouwd is en hoe dik de muren zijn, waagt ze het er ook even op …

Tot zover deze rondgang door de Ecokathedraal. Maar de goede verstaander heeft maar een half woord nodig …

– wordt ooit zeker vervolgd –

Kris kras door de kathedraal

Zodra we de Porta Celi gepasseerd zijn, beginnen we aan onze tocht die kris kras door de Ecokathedraal voert. We klimmen en dalen, terwijl we links en rechts langs indrukwekkend hoge torens komen. Aafje kijkt zich de ogen uit …

Bij de overgang van het voorste naar het achterste deel van de Eockathedraal lopen we langs een muurtje met keurig gerangschikte zeshoekige tegels, die er duidelijk nog niet zo lang liggen. Aan de andere kant van het pad gaat de bovenkant van een ouder stapelwerk schuil onder een dikke laag mos …

Hoe verder je de Ecokathedraal in loopt, hoe mooier het spel tussen de natuur en de door mensenhanden gestapelde bouwwerken is. Op de eerste foto hieronder staat een van de oudere kleine bouwwerken. Vooral met wat zonlicht erbij is dit in elk jaargetijde een plekje. Het is spannend om te zien of en wanneer de natuur het bouwwerk echt uiteen drukt. Maar ook de omliggende, deels of intussen volledig ingepakte bouwwerken zijn de moeite van het bekijken waard …

– wordt vervolgd –

Regen brengt glans

Regen en hagelbuien werden gisteren afgewisseld door steeds langer durende opklaringen …

Voor wie er oog voor heeft, is het dan meteen weer mooi buiten …

Want regen brengt glans …

Mos beter bekeken

Nadat ik zondagmiddag wat foto’s had gemaakt van het mos in de aardbeienpot op de regenton, heb ik me gisteren op een deel van het mos bij de vijver gericht. Daar groeien her en der ook diverse mossoorten. De onderstaande foto’s heb ik gemaakt op de grens van vijver en terras …

Om te beginnen groeit daar vrij veel mos. Maar het is vooral ook de best bereikbare plek om eens diep door de knieën te gaan voor dit laag-bij-de-grondse plantje. Om mos goed te kunnen bekijken, moet de macro(voorzet)lens eraan te pas komen. Hoe klein de meest interessante delen van mos zijn, kun je op de foto rechtsboven goed zien. Daar kun je in de hoek linksonder wat kleine roodbruine puntjes in het groene mos zien, dat zijn de zogenaamde sporendoosjes. Vergelijk die nu eens met het formaat van de hazelnoot die rechtsboven in beeld te zien is …

We hebben het hier over gewoon dikkopmos, een van de meest voorkomende mossoorten in ons land. Het is makkelijk herkenbaar aan de kleine roodbruine sporendoosjes die als bloemetjes bomen het groen uittorenen. In die doosjes zitten de sporen. Aan het eind van de winter gaan die doosjes open, waarna de sporen zich door de wind laten meenemen, op zoek naar nieuwe groeiplekjes. De doosjes zitten nu nog dicht, en dan vind ik ze het mooist. Door de macrolens laten ze zich goed bekijken, zelfs op een donkere dag als gisteren kun je zien hoe fijn en hoe kleurig dit kleine spul is opgebouwd. Nog regelmatig vol verwondering, raak ik daar eigenlijk nooit op uitgekeken …