Regen brengt glans

Regen en hagelbuien werden gisteren afgewisseld door steeds langer durende opklaringen …

Voor wie er oog voor heeft, is het dan meteen weer mooi buiten …

Want regen brengt glans …

Mos beter bekeken

Nadat ik zondagmiddag wat foto’s had gemaakt van het mos in de aardbeienpot op de regenton, heb ik me gisteren op een deel van het mos bij de vijver gericht. Daar groeien her en der ook diverse mossoorten. De onderstaande foto’s heb ik gemaakt op de grens van vijver en terras …

Om te beginnen groeit daar vrij veel mos. Maar het is vooral ook de best bereikbare plek om eens diep door de knieën te gaan voor dit laag-bij-de-grondse plantje. Om mos goed te kunnen bekijken, moet de macro(voorzet)lens eraan te pas komen. Hoe klein de meest interessante delen van mos zijn, kun je op de foto rechtsboven goed zien. Daar kun je in de hoek linksonder wat kleine roodbruine puntjes in het groene mos zien, dat zijn de zogenaamde sporendoosjes. Vergelijk die nu eens met het formaat van de hazelnoot die rechtsboven in beeld te zien is …

We hebben het hier over gewoon dikkopmos, een van de meest voorkomende mossoorten in ons land. Het is makkelijk herkenbaar aan de kleine roodbruine sporendoosjes die als bloemetjes bomen het groen uittorenen. In die doosjes zitten de sporen. Aan het eind van de winter gaan die doosjes open, waarna de sporen zich door de wind laten meenemen, op zoek naar nieuwe groeiplekjes. De doosjes zitten nu nog dicht, en dan vind ik ze het mooist. Door de macrolens laten ze zich goed bekijken, zelfs op een donkere dag als gisteren kun je zien hoe fijn en hoe kleurig dit kleine spul is opgebouwd. Nog regelmatig vol verwondering, raak ik daar eigenlijk nooit op uitgekeken …

 

Mosculturen in een pot

Ooit droeg hij rondom vrolijk blozende zomerkoninkjes

Die tijd is echter al lang voorbij. Tegenwoordig huisvest de voormalige aardbeienpot op onze regenton voornamelijk mosculturen. Wat minder kleurrijk, maar goed bekeken toch niet minder mooi …

Langs de vijver terug

Bij het passeren van deze zorgvuldig opgebouwde constructie verlaten we het middelste deel van de Ecokathedraal weer …

Even lijkt het alsof we de Ecokathedraal hebben verlaten Wanneer we tussen een bos bamboe en een bos rododendrons door zijn gelopen, zien we een vijvertje opduiken. Als ik het oversteken van het bruggetje de camera eerst weer op de bamboe richt en daarna wat doordraai naar rechts, zie je nog net een deel van het atelier in beeld verschijnen …

Als we verder lopen, is al snel duidelijk dat we ons nog wel degelijk in de Ecokathedraal bevinden …

Ter hoogte van de iglo en de ‘Porta Celi’ naderen we het eind van onze overleggen tocht. Staand tussen die beide indrukwekkende bouwwerken overleggen we even over het vervolg van de dag …

Omdat mijn onderdanen inmiddels zachtjes begonnen te protesteren tegen nog langer moeten staan, stelde ik voor om het overleg voort te zetten in het voorportaal van de Ecokathedraal …

– wordt vervolgd –

Ruïnes in de rimboe

Terwijl ik al even op het hoogste punt in de Ecokathedraal stond, bevonden de beide vrouwen zich nog een stuk lager op de heuvel …

Het was zo te zien opnieuw gelukt om interessant natuurlijk materiaal te vinden …

Korte tijd later zag ik Jetske dichterbij komen met de uitgedroogde bloem van een berenklauw …

Nadat we even met zijn drieën naar de koeien in het weiland aan de voet van de heuvel hadden staan kijken, begon ik alvast aan de afdaling …

Een verdieping lager had ik mooi zicht op de gezusters en de hen omringende ruïnes …

Afijn, kijk maar even mee. Ik loop intussen rustig door naar de volgende fotogenieke plek …

– wordt vervolgd –

Natuurfotografie in de Ecokathedraal

Vanaf de ‘RUSTPLAATS’ had ik eigenlijk over het lange pad tussen de ‘Inca-tempels’ door willen lopen, maar Anna had voor een andere koers gekozen. Nu volgden we het gluiperig oplopende pad aan de rechterkant. Tja, dat komt ervan wanneer je als ‘gids’ te lang blijft zitten rusten …

Ik voegde me bij de vrouwen op de plek waar ze beurtelings neerknielden bij een geknakte, omgewaaide boom. Enkele meters verderop had een leger zwammetjes boven de gapende afgrond een fijne en voorlopig veilige voedingsbodem gevonden op het afstervende hout …

Nadat ik er zelf een foto van een andere zwam had gemaakt, vervolgde ik mijn weg naar het hoogste en achterste deel van de Ecokathedraal …

Toen ik even later eens achterom keek, zag ik dat Jetske en Anna onderweg opnieuw tot stilstand waren gekomen. Zo te zien hadden ze weer een interessant object gevonden om hun camera’s op los te laten …

Aangekomen op het hoogste punt helemaal achterin de Ecokathedraal, besloot ik het mezelf maar even gemakkelijk te maken in afwachting van de komst van Jetske en Anna. Lekker achterover leunend tegen een deel van het bouwwerk waarop ik stond, voelde ik de weldadige rust van de gestaag herkauwende dikbillen in het weiland onder me oprijzen …

– wordt vervolgd –

Rond de rustplaats

We laten het slootje en de verzwakte kademuur achter ons en gaan verder de Ecokathedraal in. Al snel passeren we de grote tegelmuur met zijn vaak zo mooie schaduwwerking als het zonlicht er overheen strijkt …

Een klein stukje verderop komen we langs een groepje trottoirbanden. Die liggen c.q. staan daar volgens mijn fotoarchief ook al sinds februari 2003 onaangeroerd. De kans is echter groot dat ze er al veel langer staan …

En dan komt mijn favoriete plekje in zicht. Bij twee massieve torens heeft Louis le Roy ooit een mooi betonnen ‘bankje’ gecreëerd. Ik heb me laten vertellen, dat hij daar zelf ook graag eens even ging zitten. En dat kan ik me goed voorstellen, want het is een fijn plekje om even te zitten. Je kijkt er uit over het aan de Ecokathedraal grenzende weiland. En wanneer je daar zit, ligt er vlak voor je voeten een stuk van een oude grafsteen met het opschrift ‘RUSTPLAATS’. Dat neem ik ter plekke dan ook altijd graag even letterlijk. Het spreekt voor zich dat Jetske en Anna daar toch ook wel even een plaatje van wilden schieten …

Zodra mijn vermoeide benen weer wat krachten hebben verzameld, volg ik Jetske die op haar beurt probeert te ontdekken waar Anna is gebleven. We lopen tussen de twee massieve torens door om op weg te gaan naar de rimboe in het achterste deel van de Ecokathedraal …

– wordt vervolgd –