Bij de baggelmachine

Vervening of turfwinning gebeurde in verschillende streken op verschillende manieren. In hoogveengebieden (boven de grondwaterspiegel) werd het veen eerst deels ontwaterd door sloten te graven. Daarna kon het veen direct gestoken worden, het z.g. turfsteken. In laagveengebieden zoals De Deelen lag het veen onder de waterspiegel. Daar werd het veen door de veenarbeiders als natte drab van de bodem geschraapt en dan op de legakker gelegd om te drogen. Na enkele dagen werd de natte veenlaag platgestampt, waarna er turven van konden worden gestoken. Om dit zware werk makkelijker en goedkoper te maken deed begin vorige eeuw de baggelmachine zijn intrede …

  • de baggelmachine was gemonteerd aan de voorkant van een platte schuit, die langs kabels werd voortbewogen (1)
  • een kooi waarin messen waren bevestigd werd eerst opgetakeld en vervolgens losgelaten (2)
  • de messen boorden zich ca 1,5 m in het veen. Als de kooi daarna weer werd opgehesen sloten zich vanzelf twee kleppen onder het gestoken pakket veen (3)
  • de inhoud werd in de schuit gestort en met water vermengd. Daarna kwam de veenbrij via een jacobsladder in de vloeigoot (4)
  • via de vloeigoot werd de veenbrij over de legakkers verspreid (5)
  • wanneer de veendrab enkele dagen had gedroogd, kon het worden aangestampt, zodat er later turven van gestoken konden worden
  • de baggelmachine werd aangedreven door stoom, en vrat zo zich letterlijk een weg door het veenlandschap

Tot zover wat algemene informatie over de (machinale) vervening, c.q. de turfwinning. In vervolg hierop morgen (een deel van) het verhaal achter de baggelmachine die hier in De Deelen ligt. Vandaag mogen jullie verder vrij rondkijken bij deze historische bonk roest. Doe dat wel voorzichtig, want je ligt zo in het veenwater …

  • wordt vervolgd

Op naar de baggelmachine

Het begon allemaal afgelopen maandag. Terwijl ik nog bezig was met de bloemen en de beestjes in De Deelen, kreeg ik een mailtje van een stille volger, die mij zo af en toe verrast met een foto, waar ik dan onder vermelding van ‘andere Jan’ gebruik van mag maken. “Hier nog een foto vanuit De Deelen, past mooi bij de blog,” luidde de tekst bij de onderstaande foto. Ik herkende er meteen de oude baggelmachine in, die ergens in De Deelen verborgen ligt …

Natuurlijk was ik blij met die foto. Hij zou goed passen als vervolgd op de blogs over de laatste veengraver in De Deelen, die voor de volgende dagen op de rol stonden. Maar als ‘andere Jan’ die foto had gemaakt, dan wist hij natuurlijk ook waar dat ding ligt, bedacht ik me. En dus vroeg ik of hij de locatie ook met me zou willen delen …

De volgende dag kreeg ik opnieuw een mailtje met een foto: “Vanaf de parkeerplaats is het ca 1,5 lopen/fietsen richting Haskerdijken. Daar is het rechts van het fietspad met gelegenheid even te rusten op de bankjes …”

Anderhalve kilometer lopen of fietsen … Dat zou zelfs met mijn loopfietsje een heel eind worden, vreesde ik. En vanaf de kant van Haskerdijken zou het niet korter zijn, want dat had ik ook al eens geprobeerd. Toen ik Google Maps erbij pakte, ontdekte ik dat het maar een paar honderd meter verder was dan het fietspontje over de Heafeart ter hoogte van Luinjeberd. Ik ontdekte er zelfs de omtrek van de baggelmachine op. Dat wierp een heel ander licht op de zaak …

Een tweede meevaller was, dat mijn fotomaatje ook wel nieuwsgierig was naar die baggelmachine. En dus trokken we gistermiddag samen de Heafeart over. Daarbij moesten we nog even haast maken, want er lag tijdelijk een skûtsje op rampkoers van ons kettingpontje …

We haalden desalniettemin veilig de overzijde. Daar begonnen we aan onze kuier over het fietspad. En die was vanaf het pontje gelukkig goed te doen. Al snel zagen we het bovenste deel van de roestige baggelmachine boven het riet uitsteken. Vlak voordat we ter hoogte van het paadje naar de machine waren, zagen we een viertal toeristen het rietland in gaan om deze onbekende attractie te bekijken …

Dat gaf ons (lees: mij) gelegenheid om gebruik te maken van ‘andere Jan’ zijn advies om even te rusten op de bankjes. Nadat er weer ruimte was, hebben Jetske en ik onze kans gegrepen om allebei een uitgebreide fotoserie te scoren van deze onbekende attractie. Een deel daarvan zal hier de komende dagen de revue wel passeren samen met het verhaal achter de ruïne van deze ongeveer 100 jaar oude machine.

Met een foto van Jetske naast dat enorme apparaat en een woord van dank aan ‘andere Jan’ laat ik het hier voor vandaag bij …

  • wordt vervolgd

Orchideeën in de duinen

– Een virtuele vakantie 26 –

Sneller dan verwacht reden we weer in de duinen. Onderweg kwamen we langs een orchideeënveldje waar het dinsdagochtend plensde van de regen toen we daar passeerden. Van fotograferen was op dat moment ter plekke dus niets gekomen. Dit buitenkansje moesten we dus ook maar even meepakken. Een luidkeels “Ho …” mijnerzijds was voldoende om onze kleine karavaan halt te doen houden. Een kenner ben ik niet, maar vermoedelijk zijn het gevlekte orchissen …

Een schaapje op ’t droge

– Een virtuele vakantie 24 –

We hebben in Fryslân enkele bijzondere dierenrassen. Het meest bekend is waarschijnlijk het Friese paard, het meest bijzonder is zonder meer het Friese stamboek dijkschaap. Fietsend langs de dijk passeerden we nogal wat van die wonderlijke schapen. Aan het eind van dit logje kom ik hier nog op terug. Hieronder zie je er alvast eentje lekker in zon en wind op de dijk liggen.

Na een half uurtje kwamen we op het punt waar we de zee de rug toe moesten keren om onze tocht landinwaarts te vervolgen. Nog even een laatste rondblik over winderige Waddenzee …

En dan nog even een kleine ‘terzijde’ …

De Friese troubadour Pieter Wilkens heeft een ode gebracht aan het Friese dijkschaap, ‘It dykskiep’, waarvan je hieronder een live uitvoering kunt bekijken en beluisteren. Een Nederlandse vertaling van de tekst, waarin het dijkschaap nader wordt beschreven, kun je hier lezen: Vertaling ‘Dykskiep’

Eiders op een zandplaat

– Een virtuele vakantie 23 –

De volgende tussenstop tijdens onze buitendijkse fietstocht was bij een zandplaat. Aan de rand zat een grote groep vogels. Van afstand was moeilijk te zien wat het waren, maar dat werd m.b.v. de zoomlens al snel duidelijk. Het waren eiders, ook wel eidereenden genoemd. Deze eendensoort houdt van zout water. De meeste eiders die ons land bezoeken, zitten in de Waddenzee. Nederland ligt aan de zuidkant van zijn broedgebied.

Nadat ik de in de verte passerende tweemaster tot aardige bijvangst had geprofiteerd bijvangst, vervolgden we onze tocht weer. Beurtelings wierpen de vrouwen een blik over de schouder om te zien of ik het nog bij kon fietsen. Voorlopig ging dat nog steeds goed …


Fietsend langs de Waddenzee

– Een virtuele vakantie 22 –

Daar stonden we dan op zeeniveau. Links de zeedijk, rechts de Waddenzee, en vóór ons een eindeloos lijkend fietspad. Even diep ademhalen en daar gingen we. Na een paar kilometer stelde ik voor om even een tussenstop te maken, zodat we een paar zeegezichten konden scoren. Zo gezegd, zo gedaan. Nadat ik een paar foto’s had gemaakt, vervolgden we onze tocht …


De andere kant van ’t eiland

– Een virtuele vakantie 21 –

Op de derde en laatste dag van ons korte verblijf op Terschelling besloten we een fietstocht over de zuidkant van het eiland te maken, langs het Wad en tussen de weilanden door. Hoewel ik als enige in het gezelschap over een e-bike beschikte, lieten de ritjes van de voorgaande dagen zich flink voelen in mijn bovenbenen.

Het hek en vooral het waarschuwingsbord op de eerste twee foto’s kwamen me eerlijk gezegd dan ook wel goed uit. Even een moment van rust en humor. Volgens onze gids moesten we over de dijk, om dan aan de zeezijde verder naar het oosten te fietsen. De beide vrouwen stonden erop om alle drie de fietsen gezamenlijk naar boven te brengen, zodat ik mijn benen nog even kon ontzien. Wat een kanjers, hè …!?