De laatste ronde (2e helft)

Nadat we de Freulevijver achter ons hadden gelaten, verlieten we een kleine kilometer noordelijker ook het Oude Bosch. Opnieuw staken we het Alddjip over, deze keer reden we over een houten bruggetje waar een paar tegenliggers ons netjes voor lieten gaan. Terug op de Mersken wilde een buizerd ter hoogte van de Merskenheide wel even voor ons poseren op een paaltje …

Het leek Jetske een leuk idee om nog even op de Merskenheide te kijken. Omdat ik daar een week eerder nog was geweest, toen de heide nog net mooi in bloei stond, stelde ik voor om langs de weg te wachten. De foto’s hieronder heb ik op 24 augustus gemaakt op de Merskenheide. Het uitbundige paars roze en paars begon toen al wat bruine randjes te krijgen …

In de noordoosthoek van het kleine natuurgebied staat een stukje naaldbos dat de afgelopen zomer zo ongeveer de genadeslag heeft gekregen door de klimaatverandering. Het was al langere tijd geen gezond stukje bos, maar veel van de bomen zijn in de afgelopen maanden al gevallen of gebroken. Het is triest om aan te zien …

Dat laatste geldt trouwens ook voor de aanblik van mijn Joiny korte tijd later. Op een bepaald moment draaide ik me om naar Jetske, nadat ik in één van de spiegels had gezien dat ze mijn kant weer op leek te komen. Wat er daarbij precies gebeurde, weet ik nog steeds niet. Ik weet alleen dat ik kort na elkaar twee felle tikken hoorde en dat de Joiny ineens naar links viel. Jetske omschreef het later als een harde knal. Gelukkig gebeurde het op een moment dat ik stil stond, zodat ik mezelf makkelijk kon opvangen …

Voordat Jetske weer bij me was, was ik alweer overeind gekrabbeld. Zo goed en zo kwaad als het ging duwde ik de Joiny naar het bankje verderop. Terwijl ik daar even ging zitten, was Jetske al in de actiemodus geschoten. Ze stelde eerst Aafje op de hoogte van ons pechgeval en belde daarna de dealer. We hadden geluk, ze hadden de bus bij de zaak en bij wijze van uitzondering wilden ze me wel ophalen …

– wordt vervolgd

De laatste ronde (1e helft)

In de eerste week van september maakten fotomaatje Jetske en ik nog maar eens een ritje op e-bike en Joiny. Daar was het tenslotte nog mooi weer voor. Jetske was meteen al prettig verrast was door de eerste nieuwe paden die ik voor die dag in gedachten had. Dicht bij de Mersken gaf deze jongedame ons de kans om wat foto’s te maken van haar en haar ruim 30 jaar oude pony …

In het volgende nieuwe pad zat een bruggetje waar we het Koningsdiep of Alddjip overstaken. Ook hier hielden we even halt om wat foto’s te maken …

Ten zuiden van het Alddjip kwamen we in het Oude Bosch uit. Ik had gepland om bij het nieuwe bankje voor Bert een hapje te eten. En dat lukte, want het bankje was vrij toen we er langs kwamen. En niet alleen dat, de zon scheen ook nog eens lekker tussen nog groene bladeren door …

Nadat we de inwendige mens hadden verzorgd, vervolgden we ons ritje. Al snel maakten we een volgende tussenstop bij de Freulevijver. Ook hier was het ondanks de warme en droge zomer nog flink groen. Als de nazomer het toelaat hoop ik hier binnenkort nog wat herfstkleuren te kunnen scoren …

– wordt vervolgd

Het uitzicht terug!

We waren gistermorgen ruim 10 km onderweg en we hadden al een paar foto-stops gemaakt, toen het tijd werd voor een korte sanitaire stop. Langs een stil, kronkelend fietspaadje tussen weilanden en bosschages zag Jetske een geschikt plekje. Terwijl ze wegdook tussen het struikgewas, wachtte ik rustig op de Joiny tot ze terug zou keren. Daarbij hoorde ik vanuit een maïsveld naast het fietspad al snel een ratelend en ronkend geluid naderen …

Vlak voordat de grote hakselaar uit de akker tevoorschijn kwam, stond Jetske weer decent gekleed naast het fietspad. ‘Dat is mooi getimed,’ riep ze me toe. Daarbij verwees ze niet alleen naar het feit dat ze zelf net op tijd weer tevoorschijn was gekomen, maar ook dat deze gebeurtenis mooi aansloot op mijn klaagzang over de muren van maïs van gisteren …

De combinatie van de hakselaar en de trekker met aanhangwagen maakte korte metten met deze muur van maïs, die het uitzicht op de Mersken blokkeerde. De mannen troffen het op deze waarschijnlijk laatste zomerse dag van 2026. Het werk vlotte snel op het droge akkerland. Wij troffen het trouwens niet minder tot dat moment, daarom vervolgden we onze weg in de richting van de Freulevijver tussen Wijnjewoude en Bakkeveen …

De blanke top der duinen

Je kunt het op de onderstaande foto niet zien. Jetske die de dijk was afgedaald aan de zeezijde, kon het bij gebrek aan zoomlens ook niet zien. Maar er was die dag echt wel iets bijzonders te zien. Ik had het bij mijn weten nog niet eerder gezien, en ik heb er ook even over moeten denk wàt ik nu eigenlijk had gezien …

Op de onderstaande foto’s zien we behalve een paar zeilboten ook het Aardgaswinningscomplex Ameland Westgat 1. Maar wat zien we op de horizon als ik de 600 mm zoomlens ten volle benut? Ik heb daar zoals gezegd even over moeten denken. Ik dacht in eerste instantie aan een luchtspiegeling, maar dat is het niet …

We staan op ruim 11, 5 km van Westgat 1 op de zeedijk ten oosten van Wierum. Ik weet dat ’t Oerd op de oostkant van Ameland een uitgestrekt laag gebied is. Ik kan daarom alleen maar tot de conclusie komen, dat we achter de zeilboten – maar vóór het gasplatform – de blanke top der duinen en de groene begroeiing van it Oerd op Ameland zien …

De vuurtorens en wat andere bebouwing op de eilanden zijn vaak goed te zien vanaf het vasteland. De duinen van Ameland heb ik hier vandaan voor het eerst gezien. Het maakt wel duidelijk hoe helder het die dag was. Daarom ter afsluiting vanaf de kruin van de dijk nog een laatste rondblik over de Waddenzee van west naar oost, van de kerktoren van Wierum tot Peazens-Moddergat in de verte …

Het uitzicht verveelde nog lang niet en het was nog steeds lekker weer. Maar het was desondanks tijd om af te dalen van de dijk en op weg naar huis te gaan. De auto stond tenslotte niet echt op geschikt plakje om lang te parkeren …

Het was weer een mooie en gezellige toegift op mijn verjaardag, met dank aan Aafje en Jetske.

Vlinders bij ‘de Putten’

Het slecht gemaaide pad liep rond de heuvel waar ooit het uitzichtpunt was. Er was nog een dicht begroeide verhoging te zien, maar daar viel met de beste wil van de wereld mijn oude uitzichtpunt niet meer in te herkennen. Van de Leijen rondom was niets meer te zien, het water bleef vrijwel helemaal verborgen achter een hoge en dichte rietkraag …

Gelukkig maakten wat vlinders op her en der bloeiend koninginnekruid de gang naar de Putten nog wat goed. Een mooie gave distelvlinder wilde beide kanten van zijn profiel wel even tonen. Een dagpauwoog werkte wat minder mee, die fladderde al na één foto weg. Een koolwitje liet zich nog net even in de vleugels kijken, voordat ze naar elders fladderde …

Het is voor het eerst dat ik de Putten heb kunnen verkennen sinds de herinrichting een jaar of 10 geleden. Ik heb niet het gevoel dat ik er de afgelopen jaren iets aan heb gemist. En ik denk ook niet dat ik de moeite nog eens neem om het gebied in te gaan. Er zijn gelukkig betere plekjes in de omgeving …

Naar ‘de Putten’

De dag was begonnen met meevallers bij het boerderijtje en op het strandje, maar dat we niet bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ konden komen was toch even een tegenvaller. Hopend dat we bij ons volgende doel meer geluk zouden hebben, vervolgden we ons ritje. We reden via het westen naar de noordkant van de Leijen …

Tot een jaar of tien geleden liep ik vanaf het keerpunt aan het eind van de doodlopende Mienskerwei (kaartje OpenStreetMaps) regelmatig naar een uitzichtpunt op de oever van de Leijen aan de kant van Estermar. Dat uitzichtpunt stelde op zichzelf niet zoveel voor. Meer dan een verhoging van ruim 1 meter met rondom een houten hek bestaande uit paaltjes was het niet. Maar je had er wel een mooi uitzicht over de Leijen …

Daar kan ik dus al een jaar of tien niet meer komen, omdat het laatste deel van de Mienskerwei is afgesloten voor autoverkeer. Het uitzichtpunt kwam daardoor met een loopafstand van ongeveer 1 km buiten mijn bereik te liggen. Het omringende weideland werd teruggegeven aan de natuur. Het nieuwe natuurgebied ‘de Putten’ bestaat nu vooral uit rietland en moeras. Ik was benieuwd hoe het er bij het oude uitzichtpunt nu uit zou zien …

Met beleid en voorzichtigheid kon ik met de Joiny net langs de afsluitboom aan het eind van het doodlopende weggetje. Daarna volgden we een slecht gemaaid pad dat in de richting van het vroegere uitzichtpunt voerde. Het enige wat ik er van vroeger herkende was het scheef hangende hek waar we langs liepen. Het stukje weide daarachter is onveranderd gebleven. Kennelijk is het nog steeds privébezit, want er lopen nog altijd pony’s …

So far so good, op naar het uitzichtpunt van weleer …

De wildernis in …?

Een kwartiertje nadat we bij het strandje waren vertrokken, kwamen we aan bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij Doktersheide. Dat wil zeggen, we kwamen tot het hek van het paadje dat door het rietland naar de hut leidt …

Over het hek kijkend was het paadje naar de hut nauwelijks nog te zien. Het paadje was vrijwel helemaal dichtgegroeid. Toen ik hier op 23 juli samen met Andries was, lukte het nog net om ons een pad naar de hut te banen. Dat was voor mij nu niet te doen, op de Joiny niet en met de stokken evenmin. De terreinbeheerder wordt bedankt …

Maar Jetske zou Jetske niet zijn, als ze toch niet even wilde ontdekken hoe ver ze kon komen. Dat was dus niet erg ver, er zat niets anders op dan maar weer op haar schreden terug te keren. Het was duidelijk, er was geen doorkomen aan …

Meer dan een streepje in de verte kregen we niet van de Leijen te zien. Toch jammer, want we hadden gehoopt vanuit de hut misschien nog wat foto’s van de zwarte sterns te kunnen maken …