Een verrassing – 2. de concurrent

Ons geduld werd aardig op de proef gesteld, terwijl we met onze camera’s in de aanslag zaten te wachten op de dingen die zouden komen. Gelukkig hadden we alle tijd. De zon was intussen schuil gegaan achter een grijs wolkendek en er stond een vrij kille noordelijke wind. Daarmee viel een tweede doel voor die dag automatisch af. En dat gaf ons, terwijl we gerieflijk in de auto zaten, nog wat meer tijd …

Plotseling was er actie in het water. Vanuit de schijnbaar onpeilbare diepte was ineens een aalscholver opgedoken …

Dat was niet echt waar we op zaten te wachten. In tegendeel, het was een regelrechte concurrent van hetgeen waar wij op zaten te wachten. Maar ach, het bood ons wel even wat afleiding en bezigheid …

Lang duurde de voorstelling niet. Nadat hij eens naar links en naar rechts had gekeken, schonk hij mij nog een vernietigende blik. Meteen daarna dook hij weer onder …

En wij … wij bleven wachten, want we hadden immers alle tijd …

  • wordt vervolgd

Vrolijk Pasen!

Een verrassing – 1. het decor

Vrijdag stond er weer een dagje met Jetske op het programma. Nadat we drie weken geleden hadden rondgetoerd in het grensgebied van Drenthe en Overijssel, kwam mijn fotomaatje ditmaal weer naar Fryslân …

Normaal gesproken heb ik dan nog wel eens wat te zeggen over de invulling van de dag, maar deze keer had Jetske voor de verandering vooraf de locatie en het te fotograferen onderwerp al vastgesteld. Ze had namelijk van een collega een gouden tip gekregen. Ik hoefde alleen de weg maar te wijzen om er te komen …

Na een klein halfuurtje kwamen we precies uit op de gewenste locatie. Ik hoefde er gelukkig niet weer zo’n stuk voor te lopen als bij de vorige tip die Jetske had gekregen. Na een kleine herschikking van onze posities in de auto waren we er helemaal klaar voor …

Nu hoefden we slechts geduldig af te wachten en vervolgens snel en attent te reageren …

Het eerste was goed te doen, want hebben het eigenlijk altijd wel gezellig, maar het tweede viel nog niet eens mee …

  • wordt vervolgd

Terug bij ’t bankje

We besloten nog even door te lopen naar het ‘Afanja-bankje’. Bij de splitsing van de paden bleef ik even op de uitkijk staan, zodat Jetske het bloed weer even kon laten kruipen waar het eigenlijk niet kan gaan …

Ook het blauwgrasland in het Weinterper Skar was flink nat. De slenk had het er maar druk mee om alle overtollige nattigheid af te voeren. Precies zoals het met de herinrichting in 2015 was bedacht. Vóór die herinrichting was het een mooi, gevarieerd insectenrijk gebied, waar ik wekelijks te vinden was. Voor mij heeft het gebied als gevolg van de herinrichting zijn glans helaas verloren …

Tegenwoordig kom ik er nog slechts een paar maal per jaar. En dan zit ik toch graag even op ‘mijn bankje’. Ik blijf zeggen dat het 20 meter noordelijker bij de splitsing van de paden mooier en beter had gestaan. Maar goed, op momenten zoals vorige week vrijdag ben ik al blij, dàt er tegenwoordig überhaupt een bankje staat …

Het pad was in de natte periode overigens mooi kapot gejakkerd. Dat kan maar door een klein aantal mensen gedaan zijn, omdat er maar enkele mensen zijn die de slagboom open kunnen doen. Dus ik zou zeggen: er achteraan SBB! Want dit is nog wel wat anders dan even voorzichtig een paar stappen naast het pad zetten. Het lijkt verdorie wel een loopgraaf …

Makkelijker dan gedacht liepen we enige tijd later terug naar de parkeerplaats. Ik kon het hele stuk met losse handjes lopen. Maar het was fijn dat Jetske me daarna weer veilig thuis afzette … 🙂

Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.

Laatste blik over het rietland

Terwijl vader en zoon het laatste strookje riet maaiden, begon ik aan een laatste rondje over het rietland …

Jetske bleef in tegenlicht nog even werken aan het familiealbum …

Ik maakte in het voorbijgaan nog wat detailopnamen van een paar schoven met riet …

Het waren weer een paar fijne, ontspannen uurtjes in het rietland …

Wordt op de een of andere manier ooit vast wel weer vervolgd …

Na gedane arbeid …

Verkijk je er niet op, het verbranden van dat rietafval is nog knap vermoeiend werk. Een goede verhouding van arbeid en rust is hier van groot belang …

En dus ging Klaas, nadat het vuurtje gedoofd was, even lekker naast Rhena zitten. Jetske maakte gebruik van de gelegenheid door ook wat foto’s van het tweetal te maken …

Zoals te verwachten was, genoot Rhena duidelijk van de aandacht en de knuffels die ze kreeg van haar kleine baasje …

Maar zoals dat gaat in het rietland, na verloop van tijd moet er weer wat gebeuren. Terwijl Klaas zich bij zijn vader meldde, zocht Rhena een lekker zacht plekje voor zijn middagslaapje …

Geen vogels, wel F-35 gebulder

Ze waren mooi, maar ook behoorlijk hinderlijk, die uitgebloeide zeeasters. Ik zat al snel onder de pluisjes die aan mijn kleren plakten, terwijl Jetske in haar speciale natuurtenue nergens last van had …

Hoe dan ook, voor die pluisjes waren we niet voor gekomen. Vol goede moed zoomde Jetske nog maar eens in op de verte …

Ja warempel, daar waren ze … in de verste verte zagen we de kluten en hier en daar een andere Wadvogel zitten. Te ver om er echt iets mee te kunnen, maar Jetske had ze nu in lek geval kunnen zien …

Wat er verder vooral ook was, was het gebulder van F-35’s. In het logje ‘Stilte versus geluidsoverlast’ vertelde ik al dat er twee F-35’s laag over vlogen, terwijl wij op de kruin van de dijk stonden. Die waren op weg naar de vliegbasis Leeuwarden, daardoor zwakte het geluid relatief snel af.

Op de dag waarop Jetske en ik op de kwelder zaten, kregen we ze niet te zien. Maar wat we deze dag boven het Wad hoorden was vele malen erger. Je kon regelmatig minuten lang het sonore gebulder van de JSF’s horen. Echt gruwelijk! En dat gaat dagelijks zo door boven het Waddengebied, ons grootste stiltegebied en UNESCO Werelderfgoed nota bene. Het is om te janken. Enfin, luister en huiver …

Omdat de vogels ondanks het aanhoudende gebrom bleven waar ze waren, besloten wij uiteindelijk maar te gaan. Nadat we onze spulletjes bij elkaar hadden gezocht, liepen we terug naar de dijk. Zelfs de schapen waren daar intussen verdwenen …

Update:

Momenteel is het relatief rustig in de lucht. Acht van de 13 JSF’s die in Leeuwarden gestationeerd zijn, zitten met 165 man aan grondpersoneel een week of zes in de V.S. voor specifieke trainingsdoeleinden. Vliegbasis Leeuwarden is in principe gesloten, maar toestellen van de vliegbasis Volkel blijven hier wel hun oefenrondjes maken.