Zwarte sterns bij de ‘Blaustirns’

Zodra ik me vrijdagochtend in de vogelkijkhut “Blaustirns’ voor één van de kijkgaten had genesteld, hoorde ik het gekwetter van de boerenzwaluwen alweer …

Er trokken nog wat buien over de provincie, maar volgens de buienradar zouden ze voorlopig de westelijke oever van de Leijen met rust laten. Voor het uitzicht vormden de buien alleen maar een verrijking …

Terwijl de zwaluwen tijdens de volgende aflossing van de broedplicht even naast elkaar op de schutting zaten, kreeg ik een kans om snel even te zien dat er vijf eitjes in het nest liggen. Hoe mooi ook, daar kwam ik niet voor …

Ik was hier vrijdag voor de zwarte stern, een vogel die als bedreigd op de Rode Lijst staat.. De enige zwarte sterns die ik tot nu toe had gezien, broedden op vlotjes in de Kleine Beulakkerwiede bij Sint Jansklooster

Hoewel ik in het verleden hier rond het oude prieeltje in de Leijen bij mijn weten niet eerder zwarte sterns had gezien, was intussen duidelijk geworden dat ze er tegenwoordig wel degelijk zitten. Daar kon Ed Mather zijn reactie op 11 juni niets aan af doen: “Zonder nestvlotjes geen zwarte stern …”

Op het moment dat ik geconcentreerd bezig was met het filmen van het futendansje, lukte het Jetske woensdag al om een aantal mooie opnamen te maken van passerende en vissende zwarte sterns vlak voor de ‘Blaustirns’

Vrijdagochtend ben ik er eens goed voor gaan zitten. Aan het eind van de sessie leek ik toch zeker een tiental voor mij heel acceptabele foto’s van zwarte sterns had gemaakt. Ze waren zo scherp niet als die van Jetske natuurlijk, daar kan ik met mijn eenvoudige Powershot ook niet tegenop. Ik ben er echter weer blij mee …

 

Oom Hielke en de ljippen

De kievit (ljip in het Fries) is terug in het land. Maandag is het eerste kievitsei van Fryslân gevonden. De eieren mogen dit jaar wel worden gezocht, maar ze mogen niet worden meegenomen. Zelf ben ik niet echt opgevoed met de traditie van het kievitseieren zoeken, maar drie oudere broers van mijn moeder leefden er in hun jongere jaren in het voorjaar helemaal voor. Zodra de eerste kieviten werden gesignaleerd, waren die mannen zo ongeveer dag en nacht in het veld te vinden, en steevast kwamen ze dan thuis met een pet vol eieren …





Toen ik een mannetje van een jaar of twaalf was, ben ik eens een dag met twee van mijn ooms mee geweest om eieren te zoeken. Ik kan me herinneren dat de auto op een bepaald moment ergens in de berm werd gezet, waarna de gebeurtenissen in en boven een weiland zorgvuldig in ogenschouw werden genomen. Na verloop van tijd zei oom Hielke tegen mij: “Rin marris 50 flinke stappen dy kant op. en dêrnei sa’n 15 stappen nei rjochts …” (“Loop maar eens 50 flinke stappen die kant op, en daarna ongeveer 15 stappen naar rechts.”) Volgzaam en hoopvol liep ik op mijn laarzen in de aangeduide richting door het weiland. Zou ik dan eindelijk mijn eerste kievitsei vinden …?
Maar nee, zelfs met die hulp wist ik geen kievitsei te vinden. Toen mijn ooms zich even later bij me voegden, wees oom Hielke me er fijntjes op, dat ik bijna op het nestje stond … Ik had de beide eitjes verdorie wel kapot kunnen trappen. Sindsdien heb ik me niet meer aan het zoeken van kievitseieren gewaagd …





Vandaag brengen we oom Hielke, mijn moeder’s laatst levende broer naar zijn laatste rustplaats. Voor mij zal hij – samen met oom Jan en oom Siebe – voortleven als een groot eierzoeker en natuurliefhebber. Dag oom Hielke …

Konijnen in De Deelen

In De Deelen broeden elk jaar vele honderden ganzen. Na de broedtijd waggelen de ganzen met hun jonge kroost bij voorkeur over de omringende weilanden en akkers om zich te voeden met het eiwitrijke gras en jonge maïsplantjes. Om dat te voorkomen werd er in voorgaande jaren in het voorjaar tijdelijk een afrastering rond een deel van het natuurgebied gezet, zodat de ganzen hun kostje in De Deelen bijeen moesten scharrelen …

Omdat dit onvoldoende resultaat opleverde, zijn in het afgelopen voorjaar zoveel mogelijk ganzeneieren stuk geprikt, zodat de aanwas van de ganzenpopulatie tot staan wordt gebracht. Over de resultaten van deze actie heb ik nog niets gelezen, maar tijdens mijn fotokuier van maandagmiddag heb ik er geen gans gezien. Intussen lijkt zich echter wel een ander probleem aan te dienen in De Deelen …

De afgelopen jaren is het regelmatig voorgekomen, dat ik tijdens een kuier in het gebied een konijntje op mijn pad aantrof, nu eens een bruin getint exemplaar, dan weer een zwarte …

Zoveel als maandagmiddag heb ik er echter niet eerder gezien, volgens mij zaten er meer konijnen dan ganzen in De Deelen, want ganzen heb ik er niet gezien maandag …

Wel trof ik op de terugweg naast het pas in een bosachtig gedeelte een drietal eieren aan. Het zouden ganzeneieren kunnen zijn, geprikt zijn ze in elk geval niet …

Ik vervolgde mijn weg terug naar de auto over het vlonderpad dat door het moerassige rietland loopt …

Bij de parkeerplaats lag een zwart konijntje in de beschutting van een rietkraag lekker te zonnen …

Helemaal aan het eind van mijn wandeling zat nog een konijntje onder de picknicktafel. Omdat ik mijn zinnen erop had gezet om daar even te rusten voordat ik huiswaarts zou keren, moest hij zijn heil even elders zoeken …

Terwijl ik aan de oever van het petgat wat zat te mijmeren aan de picknicktafel, heb ik eens even geteld hoeveel konijnen ik had gezien. Ik ben uitgekomen op negen stuks … het is bij de wilde konijnen af …

De kieviten zijn er weer

Zodra de kieviten terug zijn, zie je her in der mensen door de Friese weilanden scharrelen, beoefenaars van de oude Friese traditie van het eieren rapen, aaisykje in goed Fries …

Zelf heb ik niets met deze traditie, die vaak van vader op zoon overgaat, omdat ik er niet mee ben opgegroeid. Ik trek er op een mooie voorjaarsdag liever op uit om wat plaatjes te schieten van de kieviten. Vandaag was daar een uitgelezen dag voor …

De eerste kieviten die zich net binnen het bereik van mijn camera ophielden, trof ik aan bij de Tjonger. Op de bovenstaande foto is te zien dat er een paar kieviten lekker aan de waterkant zaten te zonnen, eentje was er aan het pootjebaden, en een vijfde exemplaar zette net de landing in …

Ongeveer anderhalf uur later trof ik in de omgeving van Aldeboarn een kievit aan, die zich wat dichter bij de weg ophield. Hij bleef rustig staan om zijn kleurrijke verenpakket en z’n fraaie kuif even te showen …

Mijn dag was weer goed!

Vrolijk Pasen

Ja hoor, daar is hij weer …

Nu maar hopen dat de paashaas meer kennis heeft van ’s lands tweede rijkstaal dan de gemiddelde Nederlander, want het zou niet slim zijn om de eieren te verstoppen in een weiland, waar een bordje met de tekst “aaisykje ferbean” op een dampaal hangt. Dat betekent namelijk zoveel als “eieren zoeken verboden”. En dat geldt vast ook voor kinderen die op zoek zijn naar paaseieren …    🙂

Kieviten

Een inwoner van Earnewâld heeft vandaag tot twee keer toe het eerste kievitsei van Fryslân gevonden. Het is mijn hobby nooit geweest, dat kievitseieren zoeken. Een paar ooms van me leefden er in hun jongere jaren in het voorjaar helemaal voor. Zodra de eerste kieviten werden gesignaleerd, waren die mannen zo ongeveer dag en nacht in het veld te vinden, en steevast kwamen ze dan thuis met een pet vol eieren …

Ik kan me herinneren dat ik eens een dag met één van mijn ooms mee ben geweest om eieren te zoeken. Aan de rand van een weiland nam de man het weiland een tijdlang in ogenschouw. Na verloop van tijd zei hij dan tegen mij: “Loop maar eens 50 flinke stappen die kant op, en daarna ongeveer 15 stappen naar rechts.” Volgzaam en hoopvol ging ik dan op pad, maar zelfs met die hulp heb ik nooit een ei gevonden, terwijl ik nota bene toch echt een paar maal bijna op het nestje stond …

Tegenwoordig heb ik zelfs al moeite om kieviten te vinden, om over hun eieren maar niet te spreken. Zowel gisteren als vandaag heb ik alleen maar vrijwel lege weilanden gezien. Dat lijkt me overigens niet verwonderlijk, want de straffe noordoosten wind maakte het ook vandaag weer akelig koud op de vlakte. Als ik kievit was, dan was ik eerst nog maar weer even terug gevlogen naar zuidelijker oorden …

De bovenstaande foto’s heb ik al op 2 maart gemaakt. Een grote groep kieviten was die dag – pas terug vanuit het warme zuiden – blijkbaar neergestreken aan de Fjûrlânswei bij Aldeboarn. Daar waren ze samen met een groep spreeuwen en enkele meeuwen aan het foerageren. Sindsdien heb ik vrijwel geen kievit meer gezien.