Kievit verjaagt kiekendief

Zondagochtend heb ik weer eens een ritje naar de Jan Durkspolder gemaakt. Tot een week of zes geleden zat ik daar graag eens even in de grote vogelkijkhut. Tegenwoordig bekijk ik de wereld vanuit mijn mobiele kijkhut, en die stond zondag goed opgesteld. Al snel zag ik een bruine kiekendief over de oever van de plas zweven …

Het leverde blijkbaar niet direct iets op, want na enige tijd maakte hij zich op voor een tweede rondvlucht. Dat had hij beter niet kunnen doen …

Zodra de kiekendief tijdens deze tweede ronde te dicht bij het nest van een kievitenpaar kwam, kreeg hij een kievit achter zich aan. Maak nooit een kievit kwaad, want dat is een lastige tegenstander. Achterna gezeten door de kievit verdween de kiekendief dan ook al snel uit zicht …

Daarna keerde de rust terug in de Jan Durkspolder. Terwijl ik huiswaarts reed, bleven de vogelkijkhut en de op oude fundamenten van een boerderij gebouwde uitkijktoren ‘Romsicht’ in alle rust staan waar ze stonden …

De camouflage van mevr. kemphaan

Niet alleen de heer kemphaan liet zich zien, ook mevrouw kemphaan verscheen ten tonele. Samen met de kievit schittert ze al een paar dagen in de header …

Net als de heer kemphaan liet ze zich mooi zien door wat heen en weer te lopen. Het enige verschil was dat de kemphaanhaan uit de pitrussen tevoorschijn kwam, terwijl de hen er uiteindelijk in verdween …

Als ze eenmaal tussen de pitrussen en het droge gras verdwijnt, laat ze mooi zien hoe perfect haar camouflage is. Al snel vind je haar alleen met de nodige moeite terug. Zodra ze even gaat liggen is ze weg …

Met Jetske naar de grutto’s

Het is weer woensdag en dat betekent, dat ik de dag toch weer begin met de stand van zaken in coronatijd. De social distancing maatregelen lijken hun vruchten af te werpen. Voor zover ik heb gezien en uit de media heb vernomen, is het hier Fryslân de afgelopen weken op straat, in plantsoenen en in de natuur erg rustig geweest. Als gevolg van de maatregelen lijkt er heel voorzichtig een zekere stabilisering in zicht te komen van het aantal mensen dat met corona op de IC moet worden opgenomen. Ook m.b.t. de beschermingsmiddelen schijnt het er nu ook beter voor te staan. In de Friese ziekenhuizen lijkt alles langzaam maar zeker in de juiste plooien te zijn gevallen …

Dat merkt ook mijn fotomaatje in ziekenhuis Tjongerschans. Het was dan ook een prettige verrassing, toen ze me vorige week voor het eerst sinds het ingaan van de intelligente lockdown uitnodigde om maar weer eens samen op pad te gaan. Jetske wilde namelijk graag de grutto fotograferen, en ik mocht haar daarbij naar de juiste locatie gidsen. Maar dan wel met inachtneming van de coronamaatregelen natuurlijk. ‘Samen apart’ noemde Jetske het. Ieder in de eigen auto reden we naar de Mieden onder de rook van de zuivelfabriek in Gerkesklooster-Stroobos …

Op de bovenstaande foto’s zie rechts in de verte onze auto’s. Daar klapten we recht voor het plas-drasgebied onze stoelen uit op zeker 3 meter afstand van elkaar. Omdat ik de laatste weken altijd alleen op pad ben eigenlijk niemand tegenkom, moet ik daar nog steeds aan wennen, maar Jetske is daarin terecht heel stringent en consequent. Ik hoefde maar op te staan om een dropje presenteren, dan nam ze de benen om 50 meter verderop in de berm te gaan zitten …  😉

In de inleiding bij het filmpje schreef ik eergisteren al, dat het een feest was om al die (weide)vogels daar te zien en te horen. Maar nog mooier vond ik het eerlijk gezegd om daar weer met mijn fotomaatje te zitten. Het is in de loop van de afgelopen 13 jaar zo vertrouwd geworden om een paar maal per maand samen op pad te zijn, dat ik het de afgelopen weken echt als een gemis heb ervaren …

Terwijl we als vanouds samen zaten te fotograferen, was het ook goed om tussen de bedrijven door weer echt wat bij te praten. Jetske heeft gisteren een aantal fraaie close-ups en een prachtig filmpje van de zo gewenste grutto op haar weblog gezet: ‘Grutto’s in De Mieden’

Een kleurige kievit

Enkele dagen voordat de coronacrisis ons land vrijwel helemaal tot stilstand bracht, heb ik een rondje gemaakt door de Mieden onder de rook van Gerkesklooster-Stroobos. In die buurt hoopte ik de eerste teruggekeerde weidevogels te kunnen kieken …

Het was leeg, stil en koud de weilanden. Zelfs het plasdrasgebied lag er volledig verlaten bij …

Volledig verlaten …?
Nee. toch niet helemaal. Ik had hem al een paar maal horen roepen, maar het duurde even voordat hij zich liet zien: de ljip, bij jullie beter bekend als de kievit (Vanellus vanellus). Parmantig stapte hij met zijn wapperende kuif door het natte land, af en toe even voorover buigend om zijn snavel in de grond te prikken. En als een volleerd model showde hij uiteindelijk ook de mooie glanzende kleuren op zijn verendek nog even …

Mijn eerste kemphanen

Goh … alleen Jetske durfde het op basis van mijn vorige logje aan om een gokje te wagen dat ik kemphanen had gezien. Maar ja, Jetske had dan ook een kleine voorsprong, omdat ze enige tijd geleden bij Wetering-Oost ook een groep kemphanen heeft gezien: ‘Kemphanen in winterkleed’

Die vogels zaten toen een stuk dichterbij dan deze exemplaren hier. Een ander verschil is dat de kemphanen die Jetske fotografeerde en filmde allemaal nog in winterkleed waren, terwijl de mannen hier toch hun voorjaarstooi al lijken te dragen …

Ik heb vaak over kemphanen gelezen, maar ik had ze dus nog nooit met eigen ogen gezien. Eigenlijk verkeerde ik in de veronderstelling dat ze hier inmiddels als broedvogel zijn uitgestorven en dat de kans om ze ooit nog eens te zien verkeken was. Maar eind april bleek niets dus minder waar te zijn. Ik had graag wat betere foto’s gemaakt, maar daarvoor zaten ze simpelweg te ver in het weiland. Afijn, ik weet nu waar ze zich kunnen ophouden, daar moet ik volgend voorjaar dus zeker nog maar eens in de herkansing gaan …

“Deze spectaculaire, zeldzame weidevogel broedt in schrale, vochtige, bloemrijke graslanden, vrijwel uitsluitend in reservaten. Kemphanen zijn bekend door de fraaie voorjaarstooi van de mannetjes, die op de toernooiveldjes schijngevechten houden om de gunst van de vrouwtjes. Na de paring draaien de vrouwtjes op voor de zorg om het broedsel. Kemphanen zijn in ons land vooral nog te zien in de trektijd, maar ook wel in de winter.”
Aldus de Vogelbescherming op hun pagina over de kemphaan

Op de pagina van Sovon valt over de kemphaan het volgende te lezen: “Als broedvogel is de Kemphaan bijna uit ons land verdwenen. De laatste broedvogels houden zich op in extensief benutte graslanden (meest met aangepast beheer) in Friesland en Noord-Holland. Begin twintigste eeuw was de Kemphaan nog een lokaal algemene broedvogel, met een ruime verspreiding over de lage delen van het land en een plekgewijs voorkomen elders. Nog in 1950, ondanks een gemelde afname, werd het aantal broedende vrouwtjes geschat op ten minste 6000. Daarna ging het verder bergafwaarts, waarbij een tijdelijke opleving in het in 1969 drooggelegde Lauwersmeer enige tijd soelaas bood (maximaal 400 broedende vrouwtjes rond 1983). Afname is ook in andere delen van Noordwest-Europa het geval. Bij ons werd hij veroorzaakt door verlaging van grondwaterpeil, intensieve bemesting, zware beweidingsdruk en andere bijverschijnselen van de moderne landbouw …”

Je schijnt kemphanen het hele jaar in ons land te kunnen zien, met de hoogste aantallen in maart-april en in juli. Tijdens de trek kunnen ze overal opduiken, maar echt grote concentraties zijn in het voorjaar vrijwel voorbehouden aan Fryslân. De kleine aantallen overwinteraars concentreren zich met name in Zeeuws-Vlaanderen. De aantallen doortrekkers zijn drastisch verminderd, van ca. 50.000 rond de eeuwwisseling tot minder dan 10.000 nu …

Een primeur

Op zoek naar een ander decor en vooral op zoek naar meer weidevogels, ben ik na verloop van tijd een stukje verder gereden. Al enkele minuten later had ik een nieuwe plek gevonden …

Niet lang nadat ik mijn mobiele kijkhut netjes in de berm had geparkeerd, verschenen er ruim binnen het bereik van mijn camera een paar vogels. Er dook een grutto op uit het lange gras, er kwam even een kievit pronken met zijn mooie kleuren en er scharrelde een voor mij vreemde vogel door het gras …

Ook zonder de vogels was het er overigens een goed plekje tussen gevarieerde natte weilanden, die op verschillende plaatsen nog door oude boomwallen worden doorsneden …

Een paar maal zag ik een vrij grote groep vogels opstijgen vanuit plasdrasgebied aan de linkerkant van de weg. Na een korte rondvlucht keerden ze uiteindelijk steeds weer terug op dezelfde plek …

Tot op zekere hoogte keerde vervolgens de rust terug. Toen begon het uiteindelijk tot me door te dringen dat ik hier naar een vogel een heleboel vogels zat te kijken die ik nog niet eerder had gezien … wow …

– wordt vervolgd –

De ljip is werom!

Terwijl enige honderden voornamelijk brandganzen zich op nogal luidruchtige wijze ophielden in het noordelijk deel van de Jan Durkspolder, was het aan de zuidkant rustig. Heel rustig …

Niet zo ver van de vogelkijkhut dobberden wat eenden op het water, verder viel er in eerste instantie weinig te zien. Heel in de verte zaten de eerste lepelaars weer op hun vertrouwde nestplaats. Die zijn dus ook al heel vroeg terug …

Terwijl ik zo wat over het water zat te turen, hoorde ik aan de oostkant van de vogelkijkhut ineens een wel heel bekend vogelgeluid. En jawel, daar zat hij … “De ljip is werom – de kievit is terug …”

Nu eens kwamen er een paar smienten langs, dan weer dobberde er een slobeend voorbij. Het maakte de kievit niks uit. Het was een genot om te zien hoe hij ruim 20 minuten heen en weer trippelde op zijn kleine drassige eilandje. En voor wie altijd heeft gedacht, dat de kievit enkel zwart-wit gekleurd is … Kijk eens wat voor mooie, kleurrijke glans er over zijn verendek ligt …

Tot slot, onder ons gezegd en gezwegen …
Het kan natuurlijk ook heel goed zo zijn dat deze kievit de afgelopen maanden in onze contreien is gebleven, want in zachte winters vliegen niet alle kieviten duizenden kilometers naar het zuiden. Voor zover ik weet, schuiven sommige exemplaren hooguit mee met de sneeuw- of vorstgrens.