Een pentekening van Kirsten

Achteraf bekeken hadden zowel Aafje als mijn fotomaatje het woord ‘verrassing’ de laatste tijd al eens min of meer terloops laten vallen. Omdat dat voorafgaand aan Sinterklaas was, besteedde ik er geen aandacht aan. Ik ben al van jongs af aan gewend om me eind november-begin december maar bij verrassingen en geheimpjes neer te leggen. Meestal kruipt de aap rond de vijfde wel uit de mouw.

Ditmaal gebeurde dat echter niet. Ik was het alweer vergeten, toen Aafje in de week na Sinterklaas op een dag vroeg of ze wel met de auto naar haar werk mocht, omdat ze iets groots voor mij moest ophalen. Ik was volledig overbluft en overdonderd, toen ze me aan het eind van de middag deze tekening liet uitpakken. Zo hangt hij nu aan de muur, en ik ben er echt heel erg blij mee …

De tekening is gemaakt door Kirsten Krijthe, activiteitenbegeleidster bij Revalidatie Friesland en als zodanig inmiddels een oud-collega van Aafje, maar ook zeer actief als kunstenares. Omdat Aafje mij graag mee wilde laten delen in haar pensionering, heeft ze Kirsten gevraagd of zij een tekening van mij wilde maken zoals ik de afgelopen 15 jaar fotograferend door Fryslân gekuierd ben.

Kirsten heeft alle door Aafje voorgestelde elementen op haar geheel eigen wijze op het papier weergegeven. Het skûtsje dat met een witte snor het water doorklieft, de Friese vlag fier in top, een Fries paard dat met wapperende manen door de wei galoppeert, de grutto als ‘Kening fan de greide’ op zijn troon, op de voorgrond de laatste kievit en de schaatser die door het wit berijpte Fryslân onder voortdrijvende wolken blijft trainen voor die ene tocht …

Heel fijn gestipt heeft Kirsten er zelf nog een mooi pompeblêd in de fok aan toegevoegd. Fijn gestipt …? Jawel, op dit formaat is dat niet goed te zien, maar de originele tekening van 30 x 30 cm bestaat volledig uit kleine stipjes …

Al die elementen maken samen Fryslân, waarvan ik weet dat ik er nu niet meer weg wil. Hier ben ik geboren, hier wil ik graag nog een jaar of wat vrij en veilig met mijn camera rondstappen en hier wil ik uiteindelijk ook mijn laatste adem uitblazen.

Morgaine had het verhaal erachter aardig doorzien in haar reactie.
De meest opvallende vraag kwam van OmaBaard, zij vroeg wat ik met paarden heb. Behalve dat ik vooral Friese paarden erg mooi vind, heb ik er niet zo gek veel mee. Zeker sinds het beste paard van stal me eens zand heeft laten happen. Hoe dat zit, kun je lezen in ‘Sinterklaas en het grote zwarte paard’.

En dit is Kirsten zelf …

Meer informatie over Kirsten en haar werk kun je op haar website vinden:https://kirstenkrijthe.nl
Maar natuurlijk kun je haar en haar werk ook op Facebook vinden: Kirsten Krijthe – beeldend kunstenaar

Kievit verjaagt kiekendief

Zondagochtend heb ik weer eens een ritje naar de Jan Durkspolder gemaakt. Tot een week of zes geleden zat ik daar graag eens even in de grote vogelkijkhut. Tegenwoordig bekijk ik de wereld vanuit mijn mobiele kijkhut, en die stond zondag goed opgesteld. Al snel zag ik een bruine kiekendief over de oever van de plas zweven …

Het leverde blijkbaar niet direct iets op, want na enige tijd maakte hij zich op voor een tweede rondvlucht. Dat had hij beter niet kunnen doen …

Zodra de kiekendief tijdens deze tweede ronde te dicht bij het nest van een kievitenpaar kwam, kreeg hij een kievit achter zich aan. Maak nooit een kievit kwaad, want dat is een lastige tegenstander. Achterna gezeten door de kievit verdween de kiekendief dan ook al snel uit zicht …

Daarna keerde de rust terug in de Jan Durkspolder. Terwijl ik huiswaarts reed, bleven de vogelkijkhut en de op oude fundamenten van een boerderij gebouwde uitkijktoren ‘Romsicht’ in alle rust staan waar ze stonden …

De camouflage van mevr. kemphaan

Niet alleen de heer kemphaan liet zich zien, ook mevrouw kemphaan verscheen ten tonele. Samen met de kievit schittert ze al een paar dagen in de header …

Net als de heer kemphaan liet ze zich mooi zien door wat heen en weer te lopen. Het enige verschil was dat de kemphaanhaan uit de pitrussen tevoorschijn kwam, terwijl de hen er uiteindelijk in verdween …

Als ze eenmaal tussen de pitrussen en het droge gras verdwijnt, laat ze mooi zien hoe perfect haar camouflage is. Al snel vind je haar alleen met de nodige moeite terug. Zodra ze even gaat liggen is ze weg …

Met Jetske naar de grutto’s

Het is weer woensdag en dat betekent, dat ik de dag toch weer begin met de stand van zaken in coronatijd. De social distancing maatregelen lijken hun vruchten af te werpen. Voor zover ik heb gezien en uit de media heb vernomen, is het hier Fryslân de afgelopen weken op straat, in plantsoenen en in de natuur erg rustig geweest. Als gevolg van de maatregelen lijkt er heel voorzichtig een zekere stabilisering in zicht te komen van het aantal mensen dat met corona op de IC moet worden opgenomen. Ook m.b.t. de beschermingsmiddelen schijnt het er nu ook beter voor te staan. In de Friese ziekenhuizen lijkt alles langzaam maar zeker in de juiste plooien te zijn gevallen …

Dat merkt ook mijn fotomaatje in ziekenhuis Tjongerschans. Het was dan ook een prettige verrassing, toen ze me vorige week voor het eerst sinds het ingaan van de intelligente lockdown uitnodigde om maar weer eens samen op pad te gaan. Jetske wilde namelijk graag de grutto fotograferen, en ik mocht haar daarbij naar de juiste locatie gidsen. Maar dan wel met inachtneming van de coronamaatregelen natuurlijk. ‘Samen apart’ noemde Jetske het. Ieder in de eigen auto reden we naar de Mieden onder de rook van de zuivelfabriek in Gerkesklooster-Stroobos …

Op de bovenstaande foto’s zie rechts in de verte onze auto’s. Daar klapten we recht voor het plas-drasgebied onze stoelen uit op zeker 3 meter afstand van elkaar. Omdat ik de laatste weken altijd alleen op pad ben eigenlijk niemand tegenkom, moet ik daar nog steeds aan wennen, maar Jetske is daarin terecht heel stringent en consequent. Ik hoefde maar op te staan om een dropje presenteren, dan nam ze de benen om 50 meter verderop in de berm te gaan zitten …  😉

In de inleiding bij het filmpje schreef ik eergisteren al, dat het een feest was om al die (weide)vogels daar te zien en te horen. Maar nog mooier vond ik het eerlijk gezegd om daar weer met mijn fotomaatje te zitten. Het is in de loop van de afgelopen 13 jaar zo vertrouwd geworden om een paar maal per maand samen op pad te zijn, dat ik het de afgelopen weken echt als een gemis heb ervaren …

Terwijl we als vanouds samen zaten te fotograferen, was het ook goed om tussen de bedrijven door weer echt wat bij te praten. Jetske heeft gisteren een aantal fraaie close-ups en een prachtig filmpje van de zo gewenste grutto op haar weblog gezet: ‘Grutto’s in De Mieden’

Een kleurige kievit

Enkele dagen voordat de coronacrisis ons land vrijwel helemaal tot stilstand bracht, heb ik een rondje gemaakt door de Mieden onder de rook van Gerkesklooster-Stroobos. In die buurt hoopte ik de eerste teruggekeerde weidevogels te kunnen kieken …

Het was leeg, stil en koud de weilanden. Zelfs het plasdrasgebied lag er volledig verlaten bij …

Volledig verlaten …?
Nee. toch niet helemaal. Ik had hem al een paar maal horen roepen, maar het duurde even voordat hij zich liet zien: de ljip, bij jullie beter bekend als de kievit (Vanellus vanellus). Parmantig stapte hij met zijn wapperende kuif door het natte land, af en toe even voorover buigend om zijn snavel in de grond te prikken. En als een volleerd model showde hij uiteindelijk ook de mooie glanzende kleuren op zijn verendek nog even …

Mijn eerste kemphanen

Goh … alleen Jetske durfde het op basis van mijn vorige logje aan om een gokje te wagen dat ik kemphanen had gezien. Maar ja, Jetske had dan ook een kleine voorsprong, omdat ze enige tijd geleden bij Wetering-Oost ook een groep kemphanen heeft gezien: ‘Kemphanen in winterkleed’

Die vogels zaten toen een stuk dichterbij dan deze exemplaren hier. Een ander verschil is dat de kemphanen die Jetske fotografeerde en filmde allemaal nog in winterkleed waren, terwijl de mannen hier toch hun voorjaarstooi al lijken te dragen …

Ik heb vaak over kemphanen gelezen, maar ik had ze dus nog nooit met eigen ogen gezien. Eigenlijk verkeerde ik in de veronderstelling dat ze hier inmiddels als broedvogel zijn uitgestorven en dat de kans om ze ooit nog eens te zien verkeken was. Maar eind april bleek niets dus minder waar te zijn. Ik had graag wat betere foto’s gemaakt, maar daarvoor zaten ze simpelweg te ver in het weiland. Afijn, ik weet nu waar ze zich kunnen ophouden, daar moet ik volgend voorjaar dus zeker nog maar eens in de herkansing gaan …

“Deze spectaculaire, zeldzame weidevogel broedt in schrale, vochtige, bloemrijke graslanden, vrijwel uitsluitend in reservaten. Kemphanen zijn bekend door de fraaie voorjaarstooi van de mannetjes, die op de toernooiveldjes schijngevechten houden om de gunst van de vrouwtjes. Na de paring draaien de vrouwtjes op voor de zorg om het broedsel. Kemphanen zijn in ons land vooral nog te zien in de trektijd, maar ook wel in de winter.”
Aldus de Vogelbescherming op hun pagina over de kemphaan

Op de pagina van Sovon valt over de kemphaan het volgende te lezen: “Als broedvogel is de Kemphaan bijna uit ons land verdwenen. De laatste broedvogels houden zich op in extensief benutte graslanden (meest met aangepast beheer) in Friesland en Noord-Holland. Begin twintigste eeuw was de Kemphaan nog een lokaal algemene broedvogel, met een ruime verspreiding over de lage delen van het land en een plekgewijs voorkomen elders. Nog in 1950, ondanks een gemelde afname, werd het aantal broedende vrouwtjes geschat op ten minste 6000. Daarna ging het verder bergafwaarts, waarbij een tijdelijke opleving in het in 1969 drooggelegde Lauwersmeer enige tijd soelaas bood (maximaal 400 broedende vrouwtjes rond 1983). Afname is ook in andere delen van Noordwest-Europa het geval. Bij ons werd hij veroorzaakt door verlaging van grondwaterpeil, intensieve bemesting, zware beweidingsdruk en andere bijverschijnselen van de moderne landbouw …”

Je schijnt kemphanen het hele jaar in ons land te kunnen zien, met de hoogste aantallen in maart-april en in juli. Tijdens de trek kunnen ze overal opduiken, maar echt grote concentraties zijn in het voorjaar vrijwel voorbehouden aan Fryslân. De kleine aantallen overwinteraars concentreren zich met name in Zeeuws-Vlaanderen. De aantallen doortrekkers zijn drastisch verminderd, van ca. 50.000 rond de eeuwwisseling tot minder dan 10.000 nu …

Een primeur

Op zoek naar een ander decor en vooral op zoek naar meer weidevogels, ben ik na verloop van tijd een stukje verder gereden. Al enkele minuten later had ik een nieuwe plek gevonden …

Niet lang nadat ik mijn mobiele kijkhut netjes in de berm had geparkeerd, verschenen er ruim binnen het bereik van mijn camera een paar vogels. Er dook een grutto op uit het lange gras, er kwam even een kievit pronken met zijn mooie kleuren en er scharrelde een voor mij vreemde vogel door het gras …

Ook zonder de vogels was het er overigens een goed plekje tussen gevarieerde natte weilanden, die op verschillende plaatsen nog door oude boomwallen worden doorsneden …

Een paar maal zag ik een vrij grote groep vogels opstijgen vanuit plasdrasgebied aan de linkerkant van de weg. Na een korte rondvlucht keerden ze uiteindelijk steeds weer terug op dezelfde plek …

Tot op zekere hoogte keerde vervolgens de rust terug. Toen begon het uiteindelijk tot me door te dringen dat ik hier naar een vogel een heleboel vogels zat te kijken die ik nog niet eerder had gezien … wow …

– wordt vervolgd –