Een kiekendief bij de Leijen

Ik prijs me weer eens gelukkig dat we in het noorden wonen. Met een verkoelende noordoostelijke bries kwam de maximumtemperatuur gisteren maar net aan de 23°C toe. Dat is voor mij nog een temperatuur om wat bij te doen. Daarom ben ik na de koffie op de Joiny gestapt voor een ritje naar de Leijen. Onderweg kwam ik langs een begraafplaats waar ik ’t bestaan niet van kende. Na een snelle eerste blik moet ik binnenkort nog eens naar terug …

Terwijl ik niet veel later over het fietspad langs het Opeinder Kanaal reed, zag ik links van me een bruine kiekendief boven het rietland zweven. Dat is een voordelen van de Joiny boven de auto, ik ben meteen klaar om wat foto’s te maken. En dat is met deze serie aardig gelukt, al zeg ik het zelf …

Het paadje naar het uitkijkpunt voorbij het strandje bij de Leijen was keurig onderhouden en gemaaid, zodat ik probleemloos door kon rijden. Het uitzicht van het plateau heeft verder niks spectaculairs opgeleverd. maar ik heb er wel een tijdje heerlijk gezeten in een verfrissend briesje …

Tureluurs in actie

Maandagochtend heb ik weer een ritje gemaakt in de omgeving van Earnewâld. Ook deze keer wachtte me weer een leuke verrassing aan de Hooiweg. De hooilanden aan weerszijden van de doodlopende weg hebben zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een interessant klein vogelgebied …

De afgelopen maanden heb ik er al een paar maal een grutto kunnen portretteren. Maandag wachtte me daar opnieuw een leuke verrassing. Links van de weg stond een tureluur op de paal van een stalen hek. Vrijwel recht daar tegenover stond aan de overkant van de weg een tureluur op een oud, wat scheef hangend hek …

Voorzichtig parkeerde ik de auto in de berm rechts van de weg tussen beide vogels in. De vogel aan de linkerkant van de weg vloog al snel op om een rondje te vliegen. Daarna landde hij bij zijn partner aan de andere kant van de weg op een dikke paal …

Nadat beide vogels een paar maal een korte vlucht hadden gemaakt, zag ik op een bepaald moment wat bewegen in de linker berm. Zag ik dat nu goed …? Ja, daar zocht een tureluurskuiken moeizaam zijn weg tussen weerbarstige grassprieten en klaverbloemetjes. Al snel kwam er een tweede achteraan …

Kort na elkaar vlogen beide tureluurs op van het hek. De luchtmacht leek in actie te komen als om een veilige oversteek van de kuikens naar de overkant van de weg te garanderen …

Langs it Swynzerpaad

Aafje bleek al een stuk dichterbij te zijn dan ik had gedacht. Toen we elkaar tegenkwamen, stelde ik voor om samen nog even terug te lopen over het Swynzerpaad (kaartje OpenStreetMaps), dat slingerend door de natte weilanden gaat. Van mijn fotomaatje Jetske wist ik al: bij het hek ligt een brede greppel en een sloot waar eigenlijk altijd wel íets te zien is …

In de verte wees de kerktoren ons richting Easterlittens. Zo ver was Aafje dus niet gelopen, vertelde ze. Terwijl we daar stonden, waggelde er iets verderop een eend met zeven donkere, pluizige kuikens door het gras. Vanaf mijn lage standpunt zag ik ze ineens één voor één verdwijnen—alsof ze gewoon oplosten. Pas toen ik weer opstond, snapte ik het: ze waren in de greppel beland. Tijd voor hun eerste zwemles …

Achter ons kwamen ondertussen een paar zwanen rustig onze kant op drijven. Tegen de tijd dat ze dichtbij genoeg waren, zag ik al hoe laat het was: voorjaar in de kop. En niet alleen daar …

– maar goed, dat verhaal komt nog. Eerst de echte primeurtjes …

Twee werelden

Zo lang Jetske bij de palenrij in gesprek bleef hangen, zat ik eerste rang voor twee totaal verschillende voorstellingen. Aan de noordkant was het een en al enthousiasme: twee honden die een bal achterna zaten alsof hun leven ervan afhing, en een vrouw die ze met zichtbaar plezier bleef uitdagen …

De bal werd gegooid, gemist, veroverd en opnieuw gegooid. En dat alles met een inzet en uithoudingsvermogen waar menig topsporter jaloers op zou zijn …

Aan de zuidkant ging het er een stuk rustiger aan toe. Na het nodige gepriegel had de boer eindelijk het hek aan de overkant van de Seewei open gekregen. Hij reed naar de juiste akker en begon daar met zijn trekker kalm zijn lijnen over het land te trekken. Geen gehaast, geen gedoe – gewoon gestaag doorwerken – zoals we dat ook de rietsnijders hebben zien doen. Alsof dat soort mannen een stilzwijgende afspraak heeft met weer en wind …

Het contrast kon bijna niet groter: voor me het onverstoorbare geploeter, achter me het fanatieke spring- en smijtwerk. En ik zat er precies tussenin, op mijn bankje, en vond dat eigenlijk de beste plek van allemaal. Gratis vermaak aan twee kanten, je zou er bijna kaartjes voor gaan verkopen …

De dijk op

We besloten het over een andere boeg te gooien. Met de vogels viel het in deze hoek van Fryslân nogal tegen, maar dat hoefde de dag niet te bederven. Ik stelde voor om naar het amper tien kilometer verderop gelegen Peazens-Moddergat te rijden, om daar te genieten van het landschap en de zeelucht …

Peazens-Moddergat is eigenlijk bij elk weertype de moeite waard. Alleen dat ene nadeel — twee keer die hoge, steile zeedijk over — hoort er nu eenmaal bij. Geen gemopper, ik had het tenslotte zelf voorgesteld. Dus stapte ik fier achter Jetske aan, langs het hek. We hadden ook via de trap verderop in het dorp kunnen lopen, maar dat was bijna honderdvijftig meter omlopen, en dat zou mijn onderdanen misschien niet in dank afnemen.

Eenmaal op de kruin van de dijk waaide de zilte zeelucht ons zachtjes tegemoet. Voor ons lag het weidse Wad, stil en glinsterend, met in de verte Schiermonnikoog als een vage streep aan de horizon. Jetske had de vaart erin; ze tilde haar cameratas al over het hek halverwege de dijk toen ik nog stond te genieten van het uitzicht …

Morgen meer van dit moois

De eerste kieviten

Bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was weinig te beleven, daarom ben ik vrijwel meteen doorgereden naar de Hooiweg aan de andere kant van Earnewâld. Bij een langzaam uit elkaar vallend hek van It Fryske Gea zette ik de auto even half in de berm om mijn medicijnen te nemen en een stukje koek te eten …

Na enige tijd zag ik verderop een kievit neerstrijken. Toen ik even later dichterbij kwam, zag ik dat het er zelfs twee waren. Het vrouwtje deed alsof ze aan het broeden was. Daar geloofde ik echter niks van, zo dicht bij de weg. Niet veel later vlogen ze allebei op om hun heil ergens anders te zoeken. Maar mijn eerste kievit van het jaar was weer binnen …