Strandweer!

De ACNES heeft zich ook na de derde serie injecties met corticosteroïden en glucose helaas niet laten temmen. Goede en slechte dagen blijven zich nog met een onzekere regelmaat voordoen. Als ik op de ene dag fluitend door het leven ga, is het goed mogelijk dat ik de volgende dag vanwege de pijn weer niets kan doen. Vooral die onvoorspelbaarheid is om gek van te worden. Vanwege de MS moet ik afspraken toch al vaak met een zeker voorbehoud maken, maar dat is nu helemaal waardeloos! Afijn, ik sla me er wel weer doorheen.

Voor verdere behandeling heb ik intussen een oproep voor de Pijnpoli van Nij Smellinghe in Drachten. Voordat ik daar terecht kan, zijn we echter weer een paar weken verder. Tot die tijd blog ik nog maar rustig wat door over die heerlijke vakantie op Terschelling. Kijkend naar het aantal dagen met pijn in de afgelopen weken, is het bijna niet te geloven dat ik uitgerekend in die week mijn buik bijna niet heb gevoeld. Het heeft zo moeten zijn …

Op dag 4 liet de zon zich van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat ten volle zien. Het laat zich raden: rond het middaguur togen we opnieuw naar ons onvolprezen Noordzeestrand …

De pas opgewaaide duinen op het brede strand deden hier en daar denken aan winterse sneeuwduinen. Ik zou bijna zeggen: “Het werd een lange barre tocht …” Zo erg als in ’63 werd het niet, maar het viel niet mee in het rulle zand …

Uiteindelijk vonden we een plekje dat de goedkeuring van de dames kon wegdragen …

Het grote genieten kon beginnen …  🙂

Rustdag aan ’t Wad

Op dag 3 liet mijn lichaam ’s ochtends bij de koffie al weten dat het misschien beter was om het vandaag eens even rustig aan te doen. Mijn buik hield zich tot dat moment gelukkig wonderlijk rustig, maar de strandwandelingen van de voorgaande dagen hadden hun sporen wel in mijn bovenbenen achtergelaten …

Zoals de meteorologen ons hadden beloofd, hadden de grijze wolken intussen plaats gemaakt voor een lekker zonnig weertype met alleen boven het vasteland nog wat wolken. Dat maakte goede raad in dit geval niet zo duur. Ik stelde voor om het overdag inderdaad maar rustig aan te doen, zodat we ’s avonds hopelijk met z’n drieën naar het strand zouden kunnen om te genieten van de zonsondergang …

Dat leek Aafje en Jetske een prima plan. Omdat zij van mening waren dat ze nog wel wat beweging konden gebruiken, stelden ze voor om samen een wandeling te maken. En zo geschiedde het, dat ik me rond het middaguur lekker op het terras nestelde om in alle rust te genieten van het mooie weer en het uitzicht op het Wad in de verte, terwijl de beide vrouwen genoeglijk keuvelend op pad gingen …

Tegen half tien vertrokken we ’s avonds naar het strand om weer eens een zonsondergang aan zee mee te maken. Bij aankomst leek het bijna te helder te zijn voor een mooie kleurrijke zonsondergang, maar dat bleek een half uurtje later gelukkig mee te vallen …

Jetske nam meteen positie in bij een vreemd en roestig, maar vanuit fotografisch oogpunt alleszins interessant object …

Zelfs Aafje begon te fotograferen, dat maak ik niet zo vaak mee …  😉

Nadat ik mijn eerste plaatjes had geschoten, ging ik er eens goed voor zitten op mijn strategisch opgestelde zetel …

Interview te velde

Vorige week werd ik via het bureau van Project N381 benaderd door Ingrid Spijkers van ‘Wij van PS‘. Zij is in opdracht van de provincie bezig met een boek over de vernieuwing van de N381 en alles wat daarmee annex is. In het kader daarvan wilde ze graag een gesprek met mij hebben, omdat mijn verhaal en foto’s m.b.t. de veranderingen in het Weinterper Skar wellicht bruikbaar zijn voor dit boek …

Een afspraak was snel gemaakt. Omdat Ingrid het gesprek graag op locatie wilde voeren, troffen we elkaar vanmorgen om elf uur in werkelijk prachtige winterse omstandigheden op de parkeerplaats aan de oostkant van het Weinterper Skar …

Meteen al genoeglijk pratend, wandelden we samen naar de nog licht berijpte heide. Onderweg hebben we natuurlijk even halt gehouden bij het nieuwe bankje aan het oostelijke pad, maar de rijp op de liggende delen nodigde helaas niet echt uit om er ook even te gaan zitten. Gelukkig heb ik dat met dit fantastische winterweer ook aanzienlijk minder snel nodig. In de huidige  omstandigheden kan ik zeker twee, op goeie dagen misschien wel drie keer zo ver lopen als in de beklemmende septemberwarmte …

Nadat we later op de parkeerplaats afscheid hadden genomen, heb ik mijn viskrukje nog even uit de auto gehaald om nog even wat macro-opnamen te maken van de vele fonkelende ijskristallen op de berijpte bladeren …

Omdat het vandaag voorlopig weer de laatste winterdag is en het twee nachten achtereen lekker heeft gevroren, besloot ik vervolgens nog even naar de Hooidammen te rijden om te kijken of daar al geschaatst werd. En jawel, daar werden alweer heel wat eerste streken gezet door de liefhebbers van natuurijs. Foto’s daarvan zullen hier ongetwijfeld in de loop van de week verschijnen …

En het tweede bankje: check!

Alle gebanjer over het vaak moeilijk begaanbare terrein in het Weinterper Skar heeft er de afgelopen weken behoorlijk ingehakt, toen ik donderdagmiddag thuis kwam, had ik dan ook echt het gevoel dat ik op mijn laatste benen liep. Maar nadat ik gisteren van een verkwikkende rustdag had genoten, vond ik toch dat ik vanmiddag met het mooie weer het tweede bankje nog maar eens moest gaan checken. Voor de nodige morele ondersteuning kuierde Aafje voor de verandering eens mee, want zij wilde ook wel eens met eigen ogen zien wat de veranderingen in It Skar teweeg hebben gebracht …

Die morele ondersteuning was zeer welkom, want het eerste deel van het pad vanaf de westelijke parkeerplaats was nog moeilijk begaanbaar vanwege de dikke laag zand die erop is gebracht. Pas ter hoogte van de plek waar tot twee jaar geleden nog een boerderij stond, bereikten we het deel tot waar de kraanmachinist het nieuwe pad had geëgaliseerd …

Op dat moment hadden we het tweede bankje gelukkig ook bijna bereikt. Kijk eens … daar staat het! Niet vlak ten noorden van het pad, zoals ik had verwacht, maar vlak ten zuiden daarvan  …

Het is een fijn plekje, hoor, lekker met de neus in zuidwestelijke richting … Kijk haar daar eens lekker zitten …

En het uitzicht … daar mankeert ook niets aan. In voorjaar en zomer kijk je hier uit over welig bloeiende velden …
Hoe vaak ik tot dit tweede bankje zal komen, is maar de vraag, want het is een flink stukje lopen, maar dat zien we in de loop der tijd ook wel. Ik ben in ieder geval tevreden met het behaalde resultaat, en ik verwacht dat de bankjes ook door andere wandelaars als een aanwinst zullen worden ervaren.

Zo, en nu neem ik even een paar dagen een welverdiende time-out, want er moet nog het nodige gebeuren om van de Sinterklaasviering ook dit jaar weer een succes te maken. Ik wens jullie allen een gezellige Sinterklaas.

Een vliegenvangzwam

Het viel me na de lange, warme zomer niet makkelijk om mijn fotokuiertjes weer op te pakken. Daarom heb ik sinds enige tijd ter stimulering van mezelf een appje op mijn telefoon, dat me er toe aanzet om op zijn minst een half uur per dag flink in beweging te zijn. Dat werkt op zich prima, maar ik heb het deze week ietwat overdreven, vrees ik …

De kunst is altijd om de juiste balans te vinden, en dat valt vaak niet mee. Daarom doe ik het vandaag maar weer eens een dagje rustig aan met een paar foto’s die ik eind oktober heb gemaakt in het toen nog lekker zonnige herfstbos bij Heidehuizen …

Om dergelijke laag bij de grondse macro’s te kunnen blijven maken, heb ik sinds het voorjaar altijd een superlicht aluminium viskrukje in de auto liggen. Het regelmatig doen van gymnastische kniel- en hurk tijdens een fotokuiers vergt onnodig veel kracht en energie. Wie niet sterk is moet maar weer slim zijn …

En dan nog even over de foto’s: ik weet natuurlijk ook wel, dat dit een porseleinzwam is, maar ik vond het met al die vliegjes op zijn kleverige hoed eigenlijk toch ook wel een mooie vliegenvangzwam. Maar kijkend naar de laatste foto, had ik hem eigenlijk net zo goed pompeblêdzwam kunnen noemen … 🙂

Vluchten kan niet meer

In de eerste 15 jaar van onze relatie zochten Aafje en ik in de vakanties vaak de warmte op in Frankrijk. Meestal genoten we daar ook volop van, maar soms werd het ook toen wel eens wat teveel van het goede. Zo hebben we in augustus 1990 onze vakantie aan de Franse zuidwestkust vroegtijdig beëindigd, omdat ik min of meer werd lamgelegd als gevolg van een hittegolf die daar over ons heen rolde. Een paar jaar later hebben we midden in de vakantie de oversteek van de Auvergne naar de westkust gemaakt om de hitte te ontvluchten. Uiteindelijk vonden we in 1994 een heerlijk ruime plek met zon en schaduw op de camping ‘Laborde’ in het departement Lot-et-Garonne. Aan de vele vakanties die we daar sindsdien hebben doorgebracht, bewaren we nog steeds warme herinneringen in de goede zin van het woord …
20000805-1500x
Aan die reeks fijne Franse vakanties kwam een eind, toen bij mij in oktober 2004 MS werd vastgesteld. Eén van de eerste adviezen van de behandelend neuroloog luidde: “Het lijkt me verstandig om de warmte maar niet teveel weer op te zoeken, want dat is bij MS vaak vragen om problemen.” Sindsdien zijn we het vaak zinderende Zuid-Frankrijk voorgoed gaan mijden …
160825-2228x
Het voordeel van de Franse hitte was, dat je er aan kon ontkomen door wat vroeger te vertrekken of door verder te reizen naar koelere oorden. Hier in Fryslân is vluchten geen optie. In de lange, warme nazomer van 2016 restte nog slechts een zacht wiegend verblijf in mijn hangmat en stil verlangen naar verkoeling, overdag veelal in de nog lang relatief koele woonkamer bij de sport op tv, ’s avonds na een uur of negen in de tuin aan de rand van de vijver bij de muizen en de kikkers …
160826-0002x
Dat was dan ook de reden dat het hier zo lang stil bleef. Mijn toenmalige behandelend neuroloog had gelijk. Eén of twee dagen warmte kan ik nog wel aan, maar wanneer de warmte zo lang aanhoudt, dan zuigt dat me zowel mentaal als fysiek helemaal leeg. Zelfs nu, eind oktober, ben ik er nog niet volledig van hersteld. Voorlopig zit er niets anders op dan keuzes te maken en prioriteiten te stellen, daarom zal ik het vooreerst ook in weblogland nog rustig aan blijven doen. Maar ik ben er in elk geval weer, en ik zet mijn tocht geleidelijk en vol goede moed voort.

Puy Mary, de laatste berg

De Tourkaravaan trok gisteren de Auvergne in. Tijdens de beklimming naar de 1.589 meter hoge Pas de Peyrol ontbrandde de strijd voor het eerst goed in deze Tour, waardoor diverse potentiële klassementsrenners al in de eerste bergetappe op achterstand werden gezet. Deze confrontatie met de eerste bergreuzen riep bij Aafje en mij meteen herinneringen op, want wij zijn de renners daar al eens voor gegaan …









Vanaf de Pas de Peyrol bestaat de mogelijkheid om te voet de 1.783 m hoge Puy Mary te beklimmen. Die uitdaging zijn we in 1993 aan gegaan. Aafje gaf er halverwege de klim de brui aan. Een gemetseld muurtje was een fijne plek om te wachten totdat ik terug was van de top, oordeelde ze (zie bovenstaande foto). Zelf besloot ik door te zetten. Enige tijd later bevond ik me letterlijk en figuurlijk in de wolken op de top van de Puy Mary, waar ik mezelf liet vereeuwigen door een vriendelijke Spanjaard …









Vanaf dit punt schijn je onder goede omstandigheden een van de mooiste vergezichten van heel Frankrijk te hebben. Bovenop de al lang uitgedoofde vulkaan strekt het uitzicht bij helder weer tot aan de Mont Blanc. Ook de nabije omgeving, met uitzicht op de Puy Griou, de Plomb de Cantal en de zeven valleien die rond de top liggen moet fantastisch zijn bij goed weer. Van dat alles heb ik op die dag helaas maar weinig kunnen zien, omdat de top in nevelen was gehuld …









Nadat ik Aafje op de terugweg weer van het muurtje had geplukt, hebben we terug op de Pas de Peyrol nog een tijdlang lekker op een terrasje gezeten, waarna we onze rit door de het vaak adembenemende vulkaanlandschap van de Auvergne hebben vervolgd. Het was de laatste keer dat ik te voet een berg heb beklommen, vandaar ook dat ik er een warme herinnering aan bewaar. In de jaren daarna ging mijn lichamelijke conditie bijna ongemerkt achteruit, totdat diverse onderzoeken 11 jaar later in oktober 2004 met een keiharde diagnose helderheid brachten: MS, zij het – voor zover dat mogelijk is – een milde vorm …









De hoogste top die ik de afgelopen jaren heb beklommen, is de steile kant van het 10 meter hoge Reaklif bij Warns in september 2010. Sindsdien heeft de MS zijn sloopwerk stilletjes voortgezet, waardoor ik me aan die beklimming onlangs met Jetske niet eens meer heb gewaagd. Voortdurend voortslepende vermoeidheid en regelmatig aanhoudende pijn dwingen me om steeds scherpere, en zeker niet altijd even leuke keuzes te maken m.b.t. wat ik wel en niet kan doen. Het meest vervelend is nog, dat die keuzes maar zelden worden begrepen en nog minder worden gerespecteerd door mensen. Maar ja, veel mensen weten nu eenmaal niet beter en oordelen (te) snel …









Eind april ben ik begonnen met nieuwe medicatie, in juni had ik het idee dat ik daar baat bij begon te krijgen, maar daar merk ik momenteel niet zo gek veel meer van. De laatste dagen waren zelfs mijn dagelijkse kuiertjes al wat teveel van het goede. Daarom doe ik het voorlopig met de Tour bijna dagelijks op radio en tv lekker rustig aan. Maar helemaal stil zal hier nog niet worden, want ik heb nog wel wat foto’s in voorraad.   🙂