Industrieel erfgoed in De Deelen

De eerste baggelmachines werden rond 1900 in gebruik genomen. De machine die hier in De Deelen staat is hier naartoe gehaald door de in deze serie al eerder genoemde firma De Leeuw. Voordat het apparaat naar De Deelen kwam, werd het nog tot 1933 gebruikt in de Rottige Meenthe. Dat laatste was een leuke twist in het verhaal voor mijn fotomaatje, want de Rottige Meenthe behoort meer tot haar rayon. 🙂

In totaal stonden er drie van dergelijke machines in De Deelen. Tegenwoordig is daar nog één exemplaar van over. ,,De familie De Leeuw wilde de laatst overgebleven baggelmachine als oud ijzer verkopen. Ze konden het alleen met de opkoper niet eens worden over de prijs”, vertelde boswachter Roel Vriesema in mei 2019 in de Heerenveense Courant. Nadat deze baggelmachine in 1968 de laatste vracht veen naar boven gehaald om er turf van te maken, bleef de machine hier liggen en zakte hij steeds schever in het petgat …

Toen Staatsbosbeheer in de jaren zeventig eigenaar werd van De Deelen, kreeg ze er ook deze oude machine bij. Sindsdien is er veel gedacht, gepiekerd en gebrainstormd over de vraag wat er met het gevaarte moest gebeuren, zoals het weer rechtop zetten en/of er een kunstwerk van maken. Omdat het apparaat inmiddels in te slechte staat verkeerde, kon het niet meer gerestaureerd worden. Daarom is in 2019 besloten om de baggelmachine op te takelen en hem dan weer rechtop te zetten en te verankeren in een ijzeren corset …

En nu rust dat machtige stuk industrieel erfgoed hier als een grote bonk roest in een verborgen petgat in De Deelen. Roemloos en statusloos, want het ding is praktisch onvindbaar en heeft geen enkele monumentale status. Eigenlijk is dat natuurlijk heel raar. Hier in Fryslân en in de Kop van Overijssel zijn naar schatting tientallen baggelmachines in bedrijf geweest. Samen zijn ze gezichtsbepalend geweest voor het landschap dat we er tegenwoordig aan overgehouden hebben. Treurig dat SBB zelfs nog geen eenvoudige, goed zichtbaar bordje langs het fietspad heeft geplaatst. Je zou bijna denken, dat ze niet willen dat het gezien wordt …

Ik heb altijd gedacht dat dit de laatste baggelmachine van ons land was, maar er schijnt nog een (in werkende staat verkerende) baggelmachine in museum De Ronde Venen in het Utrechtse Vinkeveen te staan. Daar heb ik op internet echter geen enkel bewijs voor gevonden. De laatste mij bekende baggelmachine is daarom de ruïne van dit exemplaar in De Deelen. Hij heeft zijn werk gedaan en mag verder in alle rust wegroesten …

Bij de baggelmachine

Vervening of turfwinning gebeurde in verschillende streken op verschillende manieren. In hoogveengebieden (boven de grondwaterspiegel) werd het veen eerst deels ontwaterd door sloten te graven. Daarna kon het veen direct gestoken worden, het z.g. turfsteken. In laagveengebieden zoals De Deelen lag het veen onder de waterspiegel. Daar werd het veen door de veenarbeiders als natte drab van de bodem geschraapt en dan op de legakker gelegd om te drogen. Na enkele dagen werd de natte veenlaag platgestampt, waarna er turven van konden worden gestoken. Om dit zware werk makkelijker en goedkoper te maken deed begin vorige eeuw de baggelmachine zijn intrede …

  • de baggelmachine was gemonteerd aan de voorkant van een platte schuit, die langs kabels werd voortbewogen (1)
  • een kooi waarin messen waren bevestigd werd eerst opgetakeld en vervolgens losgelaten (2)
  • de messen boorden zich ca 1,5 m in het veen. Als de kooi daarna weer werd opgehesen sloten zich vanzelf twee kleppen onder het gestoken pakket veen (3)
  • de inhoud werd in de schuit gestort en met water vermengd. Daarna kwam de veenbrij via een jacobsladder in de vloeigoot (4)
  • via de vloeigoot werd de veenbrij over de legakkers verspreid (5)
  • wanneer de veendrab enkele dagen had gedroogd, kon het worden aangestampt, zodat er later turven van gestoken konden worden
  • de baggelmachine werd aangedreven door stoom, en vrat zo zich letterlijk een weg door het veenlandschap

Tot zover wat algemene informatie over de (machinale) vervening, c.q. de turfwinning. In vervolg hierop morgen (een deel van) het verhaal achter de baggelmachine die hier in De Deelen ligt. Vandaag mogen jullie verder vrij rondkijken bij deze historische bonk roest. Doe dat wel voorzichtig, want je ligt zo in het veenwater …

  • wordt vervolgd

Op naar de baggelmachine

Het begon allemaal afgelopen maandag. Terwijl ik nog bezig was met de bloemen en de beestjes in De Deelen, kreeg ik een mailtje van een stille volger, die mij zo af en toe verrast met een foto, waar ik dan onder vermelding van ‘andere Jan’ gebruik van mag maken. “Hier nog een foto vanuit De Deelen, past mooi bij de blog,” luidde de tekst bij de onderstaande foto. Ik herkende er meteen de oude baggelmachine in, die ergens in De Deelen verborgen ligt …

Natuurlijk was ik blij met die foto. Hij zou goed passen als vervolgd op de blogs over de laatste veengraver in De Deelen, die voor de volgende dagen op de rol stonden. Maar als ‘andere Jan’ die foto had gemaakt, dan wist hij natuurlijk ook waar dat ding ligt, bedacht ik me. En dus vroeg ik of hij de locatie ook met me zou willen delen …

De volgende dag kreeg ik opnieuw een mailtje met een foto: “Vanaf de parkeerplaats is het ca 1,5 lopen/fietsen richting Haskerdijken. Daar is het rechts van het fietspad met gelegenheid even te rusten op de bankjes …”

Anderhalve kilometer lopen of fietsen … Dat zou zelfs met mijn loopfietsje een heel eind worden, vreesde ik. En vanaf de kant van Haskerdijken zou het niet korter zijn, want dat had ik ook al eens geprobeerd. Toen ik Google Maps erbij pakte, ontdekte ik dat het maar een paar honderd meter verder was dan het fietspontje over de Heafeart ter hoogte van Luinjeberd. Ik ontdekte er zelfs de omtrek van de baggelmachine op. Dat wierp een heel ander licht op de zaak …

Een tweede meevaller was, dat mijn fotomaatje ook wel nieuwsgierig was naar die baggelmachine. En dus trokken we gistermiddag samen de Heafeart over. Daarbij moesten we nog even haast maken, want er lag tijdelijk een skûtsje op rampkoers van ons kettingpontje …

We haalden desalniettemin veilig de overzijde. Daar begonnen we aan onze kuier over het fietspad. En die was vanaf het pontje gelukkig goed te doen. Al snel zagen we het bovenste deel van de roestige baggelmachine boven het riet uitsteken. Vlak voordat we ter hoogte van het paadje naar de machine waren, zagen we een viertal toeristen het rietland in gaan om deze onbekende attractie te bekijken …

Dat gaf ons (lees: mij) gelegenheid om gebruik te maken van ‘andere Jan’ zijn advies om even te rusten op de bankjes. Nadat er weer ruimte was, hebben Jetske en ik onze kans gegrepen om allebei een uitgebreide fotoserie te scoren van deze onbekende attractie. Een deel daarvan zal hier de komende dagen de revue wel passeren samen met het verhaal achter de ruïne van deze ongeveer 100 jaar oude machine.

Met een foto van Jetske naast dat enorme apparaat en een woord van dank aan ‘andere Jan’ laat ik het hier voor vandaag bij …

  • wordt vervolgd

Oud roest in De Deelen

We kijken nog even verder rond op de plek waar de laatste commerciële veengraver van ons land enkele weken geleden de laatste vracht veengrond op transport zette. Nadat turf als brandstof overbodig werd, schakelde De Vries sr. als laatste veengraver in 1957 over op de exploitatie van veengrond uit De Deelen als basis voor potgrond. Sindsdien zijn de grootste veengravers uitgeweken naar Letland en Estland …

Met een rupskraan werd de veengrond in De Deelen afgegraven en bij één van de petgaten op een dekschuit geladen. De dekschuit werd vervolgens met een motorbootje naar de overslagplaats gesleept. Daar werd de grond dan met een tweede kraan op een transportband geladen, waarmee het in een vrachtschip werd gestort, dat afgemeerd lag in het aangrenzende kanaal ‘de Heafeart’ …

Omrop Fryslân heeft een kort filmpje gemaakt van het laden en de vaartocht van de laatste vracht veengrond. Vanaf 2.47 min. komt de laatste originele baggelmachine in de Deelen in beeld. Dat is het mooiste roest dat in De Deelen verborgen ligt. Deze prachtige bonk oud roest, die ooit eigendom was van Theun de Vries zijn vader, is sinds de jaren 50 deels weggezakt in het moeras …

Ik wist al lang dat ding ergens in De Deelen moet liggen, maar de exacte locatie was me niet bekend. Intussen heb ik er al een paar foto’s van gekregen die ik mag gebruiken. Maar voordat ik die hier publiceer, wil ik dat wonderbaarlijke ding eigenlijk zelf graag eens met eigen ogen zien. En ik weet intussen waar hij ligt …

  • wordt vervolgd

Een gammele polderbrug

Ik neem jullie weer even mee terug naar de dag, waarop ik die reeën en hazen ontmoette. Dat gebeurde terwijl ik onderweg was naar de Jan Durkspolder. Omdat de reeën en de hazen niet van plan leken om weg te gaan, heb ik dat uiteindelijk zelf maar gedaan. Een minuut of tien later zag ik bij de Jan Durkspolder een tweede ‘bekende’ sprong reeën in het land achter een rietboer lopen …

Een stukje verderop heb ik de auto even stil gezet voor de gammele brug in de Westersânning. Ik had al eens vaker het plan opgevat om daar eens wat foto’s van te maken, maar het was er tot dusver niet van gekomen. Omdat het grijze en troosteloze weer van dat moment goed bij de huidige staat van de brug paste, heb ik er nu maar eens werk van gemaakt …

Omdat de vogelkijkhutten in de Jan Durkspolder en de uitkijktoren ‘Romsicht’ alle drie aan de andere kant van deze gammele brug staan, hobbel ik er nog regelmatig overheen. Een echt betrouwbare indruk maakt hij al lang niet meer, maar zo lang de vuilniswagen van de gemeente en het zware verkeer van en naar de gaswinlocatie aan het eind van de weg erover kunnen, zal hij ons Golfje ook nog wel houden …

Terwijl ik de brug van verschillende kanten fotografeerde, ontmoetten twee paar wandelaars elkaar aan de andere kant van de brug bij een hek. Daar bleven ze staan praten. Terwijl ik hen even later passeerde, sprak één van de vier wandelaars me aan …

“Hoe liket it, sil it hast wêze …?”
“Hoe no …?”
“Ik sei: dizze man stiet sa te fotografearjen, dy sil wol fan’e gemeente wêze …”

Nou nee, ik was niet van de gemeente, maar mijn nieuwsgierigheid was wel gewekt en dus bleef ik even staan praten. De gemeente schijnt al jaren geleden toezeggingen te hebben gedaan dat de brug vervangen zal worden. Maar zoals dat wel vaker gaat met overheden, gaat het ook hier niet erg vlot. Nadat we nog even hadden staan praten, nam ik afscheid om nog even een stukje de polder in te lopen …

Een natte strandwandeling

– Virtueel naar Frankrijk 4 –

We zijn intussen aangekomen op het strand aan de noordkant van het dorp. Het is een strand zoals ik dat niet eerder heb gezien of gevoeld, deels kiezels en deels zandstrand. Om het onszelf niet te moeilijk te maken lopen we over het harde zand langs de waterlijn een stukje in zuidelijke richting …

Onderweg doe ik deze vreemde strandvondst. Ik heb geen idee wat het (geweest) is, maar ik vond het samen met het wier fotogeniek genoeg voor een paar opnamen …

Ver kwamen we die middag niet, dat werd ons belet door het opkomende water. En als het vloed wordt, kun je daar maar beter maken dat je weg komt. Maar dat vond ik eerlijk gezegd helemaal niet erg. Voor mij was de wandeling al lang genoeg geweest. En wat belangrijker is: ik had mijn fotografische buit intussen al binnen met het fraai weerspiegelde Ault en de krijtrotsen in de verte …

– wordt vervolg –

Roeststrepen

– Virtueel naar Frankrijk 3 –

Ault is een badplaats uit het begin van de twintigste eeuw, de periode waarin badplaatsen alleen voor de welgestelden te bereiken waren. Van de grandeur van weleer is niet veel meer over, maar in het dorp is de oude rijkdom nog steeds te zien en te voelen. Daar zal ik in de loop van deze serie nog wel het een en ander laten zien …

Onderweg naar het strand komen we eerst langs een stukje verval in beeld dat met die oude glans van weleer weinig te maken heeft. Maar in fotografisch opzicht vond ik dit te mooi om achteloos aan voorbij te lopen …

– wordt vervolg –