Sneeuw in de tuin

“De MS flikt me weer eens zo’n typische, kille rotstreek. De ene dag ben je een hele kerel, en de volgende dag ben je zo slap als een vaatdoek …,” schreef ik vorige week woensdag op de tweede sneeuwdag.

Het was uitermate lief en sympathiek dat velen me als reactie daarop beterschap wensten, maar echt nodig is dat op zo’n moment niet hoor. Ik ben op zo’n dag ook niet echt ziek of zo, maar het is gewoon even een mindere dag. Waar een ander ’s ochtends bij de koffie even bijpraat met een collega of met zijn of haar partner, daar gebruik ik op zo’n moment mijn weblog even voor. Want ja, in zekere zin zijn jullie – mijn medebloggers – mijn collega’s. En mijn partner zit overdag op het werk met haar collega’s bij te praten …

Zo’n periode met ’t gevoel van elastiek in de benen is meestal na één dag van relatieve rust weer voorbij. Vorige week woensdag heb ik me grotendeels voor het raam vermaakt met zicht op de tuin. Maar als kind van de winter kon ik het toch niet laten om ’s middags ook nog even een klein rondje door de tuin te maken …

Lytse reade Robin

Lytse reade Robin, zo noem ik onze vast roodborstige wintergast: kleine rode Robin voor niet-Friestaligen …

Hoe zachter de winters zijn, hoe langer het duurt voordat hij zich weer laat zien, zo lijkt het. Maar vanmorgen liet hij zich dan toch weer even bewonderen op één van de voederplekjes in de tuin …

In de tuin

De kruitdampen zijn weer opgetrokken en de zon scheen vrolijk vanmorgen, tijd om voor het eerst dit jaar eens een rondje door de tuin te maken. Er is voorlopig nog niets dat op winter wijst …

Integendeel, hoewel ’t nog maar 3 januari is, kondigt het naderende voorjaar zich alweer aan. Achter in de tuin worstelen de eerste voorjaarsbloeiers zich al door het beschermende bladerdek heen …

Wat meer in het zicht staan op enkele plaatsen de campanula en de maagdenpalm (Frisselgrien in het Fries) alweer (of nog steeds, dat weet je nooit bij deze planten) te pronken met hun paarse bloemetjes. Volgens Wikipedia wordt de maagdenpalm gerekend tot de zogenaamde afweerkruiden. Het zou afweer bieden tegen hekserij …

Voorlopig lijkt nog niets te wijzen op echt winterweer, maar de geschiedenis heeft geleerd dat dat snel kan veranderen.

Hoopvol perspectief

“Vraag niet hoe ’t kan, maar profiteer ervan …”

Dat is eigenlijk het enige wat ik kan zeggen over de Qutenza-behandeling die ik bijna vier weken geleden heb gehad tegen de zenuwpijn in mijn buikwand oftewel Acnes. Het was precies zoals de verpleegkundige me na afloop van de behandeling bij het verlaten van de Pijnpoli nogmaals op het hart drukte, de eerste dagen gebeurde er niets. Maar daarna was het alsof er een warme, pijnstillende deken over mijn buik was gelegd …

Hoewel ik moet blijven opletten met strak zittende kleding en goed moet gaan zitten om in de auto geen last te krijgen van de veiligheidsgordel, is het goeddeels verdwijnen van de pijn een ferme stap voorwaarts. Alle voorgaande pogingen om me van de pijn af te helpen, boden hooguit enkele dagen verlichting. Dankzij de Qutenza ben ik nu al een paar weken grotendeels vrij van pijn en heb ik eindelijk weer wat meer bewegingsvrijheid. Nu is het een kwestie van afwachten hoe lang de pijn wegblijft, in principe kan de werking ongeveer 12 weken aanhouden …

Hoe lang de werking ook aanhoudt, de afgelopen weken heb ik in elk geval eindelijk weer eens een paar mooie fotokuiers kunnen maken. En dat hoop ik de komende tijd – ijs en weder dienende – ook te kunnen doen. We zien wel waar het schip strandt.

Een zacht deinende rozenkever

‘Het tilt nog altijd niet op van de insecten in ons tuintje’, om maar eens een goed frisisme te gebruiken. Liggend in de hangmat heeft dat zo zijn voordelen, want daar ben ik deze week nog niet één keer gestoord door een insect. En ook in huis hebben we nog geen last gehad van gezoem of ander hinderlijk gedrag van insecten. Maar dat ik in de tuin echt mijn best moet doen om wat voor de lens te krijgen, stoort me wel …

Deze Johanneskever – ook wel rozenkever genoemd – leek zich op zoek naar wat verkoeling op een warme dag te hebben vastgehaakt aan een blad, dat zacht deinend boven de rand van de vijver hing. Of dat nou zo’n handig plekje was, betwijfelde ik, want het zijn allerminst behendige insecten, die meer schuifelen dan lopen. Die twijfel bleek overbodig, want korte tijd later vloog hij weg …

Facetogen in beeld

Vorige week was er op een zonnig moment dan toch eindelijk weer een insect bereid om even voor me te poseren. Nu heb ik eerlijk gezegd liever een ander insect voor de lens dan zo’n ordinaire huis-, tuin- en keukenvlieg, maar ook in de fotografie moet je nu eenmaal de tering naar de nering zetten …

De vlieg – hij lijkt nog het meest op een dambordvlieg – zat op de grijze afvalcontainer waar ik mijn camera mooi op kon laten rusten. Omdat hij bovendien heel gewillig bleef zitten kon ik hem mooi scherp in beeld brengen …

Wat zijn ’t van dichtbij een vreemde monstertjes, hè. Die grote oogbollen, die bestaan uit duizenden facetjes. In feite zijn het allemaal individuele zeshoekige oogjes die ieder een lensje hebben. En dan dat slordige hechtwerk waarmee de linker- en rechterhelft van het kopje bijeen lijken te worden gehouden … wonderlijk …

Een vuurjuffer in de tuin

Begin juni schreef ik al, dat ik in ons tuintje dit jaar nog maar weinig mooie insectenfoto’s heb kunnen maken. Daarin is ruim drie weken later nog maar weinig verbetering opgetreden. De komende dagen zal ik de hoogtepuntjes van de schrale oogst tot nu toe de revue laten passeren …

Om te beginnen één van mijn favorieten: de vuurjuffer. Voorgaande jaren een vaste bezoeker, die zich regelmatig liet zien bij de vijver. Dit jaar is deze vuurjuffer (gekiekt op 14 mei 2018) tot dusver de enige juffer die zich in mijn bijzijn in ons tuintje heeft vertoond dit jaar …