Woninginspectie

Ik had hem al een paar keer door het geboomte zien scharrelen …

Gelukkig keek ik maandagmiddag net met de camera de goede kant op. Daar was hij weer … zou ’t dan toch …?

– wordt vervolgd –

Weer een storm overleefd

Niet alle lampionnetjes hebben de rukwinden van Ciara en de regenvlagen van Dennis goed doorstaan. Maar ondanks alle natuurgeweld, hing er gistermiddag nog steeds een tiental lampionnetjes vrolijk wapperend in de wind. Dit waren er twee van …

Toen mijn fotomaatje Jetske hier vorige week was, ontdekte ze dat Ciara schijnbaar een takje met drie lampionnetjes uit de plantenbak had geplukt. Die had ze vervolgens heel sympathiek naast ons vijvermeisje op de rand van de vijver gelegd …

Met het oog op de komst van Dennis heb ik dat takje voor het weekend maar even gezekerd door er een steen op te leggen. Twee van de drie lampionnetjes kwamen daarbij mooi op de warm ingepakte bovenbenen van ’t vijvermeisje te liggen. Gistermiddag hing de bovenste van het drietal zachtjes in de zon heen en weer te wiegen. Als je de 2 foto’s hierboven vergelijkt met de 2 hieronder, dan is meteen duidelijk wat een beetje zon met de wereld doet …

Ik sluit af met een mooi lampionnetje dat nog boven de plantenbak hing. Bij dit exemplaar is mooi te zien dat de bovenkant van het kelkje alleen nog uit nerven bestaat, terwijl verder naar beneden het vliesje er nog goeddeels omheen zit …

Visser op laag water

Het is niet koud voor de tijd van het jaar, maar als gevolg van de defecte thermostaat in mijn lijf begonnen mijn benen na een kwartiertje toch vrij snel af te koelen. Daarom besloot ik de vogelkijkhut te verlaten en mijn ritje te vervolgen met het gebruikelijke rondje aan de noordkant van Earnewâld …

Daar was ik er korte tijd later getuige van dat een ooievaar in één van de petgaten een smakelijk hapje gevangen leek te hebben …

Even netjes afspoelen en weg was het …

Hé … zwemt daar nu ook nog wat voorbij …?

Dat viel blijkbaar tegen, waarna hij rechtsomkeert maakte en met ferme pas aan de terugweg begon. Ik startte mijn mobiele kijkhut weer en vervolgde mijn weg …

De grauwe dirigent

Zoals ik gisteren al schreef, was het vrijdag heerlijk rustig en haast onwerkelijk stil op en rond de plas bij de grote kijkhut in de Jan Durkspolder. Bijna surreëel in die wereld van grijstinten …

Alleen door flink in te zoomen, kon ik zien dat er aan uiterste zuidkant onnoemlijk veel eenden ronddobberden …

Vanuit een ooghoek ontwaarde ik na enige tijd dat er dichterbij, aan oostkant van de hut ineens iets gebeurde. Eén van de twee grauwe ganzen die daar al een tijdlang zij aan zij in het water stonden, begon omstandig met zijn vleugels te slaan …

Zodra hij in de gaten leek te hebben dat ik de camera op hem had gericht, wisselde hij van plaats met zijn partner. Parmantig ging hij recht voor me staan, waarna hij opnieuw met zijn vleugels begon te gesticuleren alsof hij dirigent was. Gelukkig bleef het bijbehorende gegak van een gans ganzenkoor uit. Dat zou ik pas later op de dag horen  …

 

Zaaddoosjes in verval

Misschien kunt u zich de zaaddoosjes nog herinneren die ik half januari lekker in het zonnetje fotografeerde? Het leek wel voorjaar toen … wat lijkt dat alweer lang geleden. De laatste tijd heb ik meer het idee dat het herfst is …

Maar terug naar de zaaddoosjes. Die heb ik sindsdien nog een paar keer onder de loep genomen. Eerst een paar opnamen van 5 februari, toen scheen de zon nog wel eens …

Intussen hebben ze Ciara overleefd, maar ze zijn er niet mooier op geworden. De onderstaande foto’s heb ik gisteren gemaakt, nadat het urenlang had geregend …

Een gaai op ’t duivennest

Ook zonder dat er in het intussen bekende hoekje in de tuin pinda’s voor het grijpen liggen, laten de gaaien zich af en toe mooi zien …

De kleinste van de twee gaaien die regelmatig even komen buurten, ontdekte onlangs het duivennest in de hazelaar. Nadat hij de situatie even van bovenaf in ogenschouw had genomen, daalde hij af naar het nest, waar hij zich zogezegd even lekker nestelde …

Man, vrouw, mees

Vandaag begin ik met een paar foto’s die ik drie weken geleden van de hazelaar heb gemaakt. Dat is tenslotte een beeldbepalend, ’s zomers zelfs dominant onderdeel van onze tuin. Gisteren kon je hem door een druppel heen nog op zijn kop zien staan.

Vandaag gaat het me om de bloeiwijze van de hazelaar. De hazelaar is een zogenaamde naaktbloeier: hij bloeit voordat de bladeren aan de boom of struik verschijnen. Voor de bestuiving is de hazelaar afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloei kent iedereen wel, dat zijn de opvallende langwerpige, geelwitte katjes die vaak al in januari vrolijk hangen te wapperen …

De vrouwelijke bloemetjes zijn een stuk minder bekend. Het zijn kleine rode bloempjes, die zo onopvallend zijn dat veel mensen ze nog nooit gezien hebben. Staand onder onze hazelaar valt het ook niet mee om ze met het blote oog te zien, daarvoor hangen ze al bijna te hoog. Om ze goed te tonen, komt de macrolens er eigenlijk aan te pas, maar ook daarvoor hangen de bloempjes te hoog. Ik volsta daarom met een uitsnede van de eerste foto …

En de mees …?

Dat is de koolmees die ik zaterdagochtend in de hazelaar kon fotograferen. Op die foto is mooi te zien dat de kleur van de katjes al flink is veranderd. Ook kun je zien dat de structuur van de katjes een stuk opener is dan op de eerste foto. Na de passage van Ciara is het meeste stuifmeel er intussen wel uitgewaaid …