Smallingerlands oudste gebouw

Wie hier regelmatig meeleest zal zich herinneren, dat het er in juni eindelijk van gekomen is om het oudste gebouw van de gemeente Smallingerland op te zoeken. Tot mijn spijt was het boerderijtje omgeven door bomen en struiken, waardoor ik toen geen foto heb kunnen maken waarop de voorgevel met het jaartal 1668 in zijn geheel te zien was. Daar kwam vorige week zaterdag verandering in …

Vanwege het aanhoudend mooie weer kwam Jetske weer een dagje met de auto naar Drachten en de fiets achterop. Tijdens de koffie spraken we af om een ritje rond de Leijen te maken – Jetske op de fiets, ik op de Joiny. We hadden Drachten nog maar net verlaten, toen ik voorstelde om even een extra afslag te nemen. Ik hoopte Jetske in het voorbijgaan iets van het oude boerderijtje te kunnen laten zien. Naast het pad naar het erf hangt het onderstaande informatiepaneel over dit rijksmonument …

We hadden geluk, er liep net iemand in de tuin. Op mijn vraag of hij de eigenaar was van dit mooie oude optrekje, kreeg ik een bevestigend antwoord. Nadat ik had verteld, dat ik een paar weken eerder tevergeefs had geprobeerd een paar foto’s van de voorgevel te maken, nodigde hij ons uit om even in de tuin te komen. Daar mochten we best even een paar foto’s komen maken …

We hoefden verder eigenlijk niets te zeggen of te vragen, we hadden hier te maken met een enthousiaste man, die blij was met het huis dat hij ruim anderhalf jaar geleden had kunnen kopen. Hij excuseerde zich voor de rommel in de tuin en vertelde over zijn plannen met het huis …

Natuurlijk mochten we ook de oude lindeboom zien, die aan de zuidkant naast het boerderijtje staat. Die boom zou ongeveer net zo oud zijn als het boerderijtje. Zoals op bovenstaande foto’s te zien is, is hij helemaal hol van binnen. Dat maakt het tot een bijzondere stam met zijn omtrek van ongeveer zes meter. Jetske en ik waren zoals gezegd nog maar net onderweg, maar voor mij kon de dag al niet meer stuk …

Maar de rondgang was nog niet voorbij, we werden nog even binnen uitgenodigd …

Dobbers in de Overtuin

Mijn onderdanen waren gisterochtend absoluut niet in de stemming om nogmaals een tripje naar Beetsterzwaag te maken. Toen mijn fotomaatje Jetske en ik er vrijdag waren, prikte de zon af en toe vriendelijk door de wolken heen. Het weer werkte zaterdag niet echt stimulerend, het was bewolkt en er stond een stevige wind. Ik besloot eerst maar rustig wat aan mijn weblog te werken …

Aan het begin van de middag stelde ik Aafje voor om toch nog maar even naar de Overtuin te rijden. Na mijn verslag over de ontmoeting van Jetske en mij met beeldhouwster Floor van der Leun was Aafje ook wel nieuwsgierig geworden …

Floor was blij verrast om te zien dat ik me even na tweeën meldde bij de vijver: ‘Do hast it dus dochs helle … moai!‘ Zij en Aafje raakten al snel in gesprek, zodat ik wat foto’s en videoshots kon maken van de installatie zoals hij nu in de vijver dreef. Floor was tevreden over de manier waarop de installatie in de vijver lag. De dobbers deden wat er van ze werd verwacht: ze wuifden elegant heen en weer in wind en water…

Floor had daar als enige rond de vijver niet te klagen over aanloop en ze kreeg vooral leuke en positieve reacties, vertelde ze. Ook Aafje had zich prima vermaakt. Zij vond het alleen jammer dat Floors man Roelof er niet was, want daar had Aafje zich – benieuwd naar de familierelatie – wel op verheugd. Desondanks was het leuk er even te zijn en het eindresultaat te zien …

Toen het tegen drieën zachtjes begon te regenen, hebben we afscheid genomen van Floor. De bui die ons even later op de terugweg noopte om toch maar even te schuilen in een tunnel, hebben maar voor lief genomen. Zo heeft de Joiny voor het eerst nattigheid gevoeld.

Kunstinstallatie in opbouw

Bij de laatste stop tijdens een ruim 30 km lange fietstocht, die ik gisteren samen met Jetske maakten, kwamen we terecht in de Overtuin van Huize Lyndenstein in Beetsterzwaag. Daar vielen we midden in de opbouw van een kunstinstallatie in de vijver van de parktuin. Beetsterzwaag staat in het weekend van 4 en 5 juli volledig in het teken van het jaarlijkse Kunstweekend

In de vijver was iemand in een waadbroek op een surfplank ergens mee bezig. Op de wal stond beeldhouwster Floor van der Leun die haar man Roelof af en toe een voorwerp aanreikte. Samen waren ze bezig te zijn met de opbouw van een kunstinstallatie in de vijver …

Zo nu en dan reikte Floor haar man weer een aantal grote dobbers aan. Roelof haalde vervolgens halsbrekende toeren uit om de dobbers precies op het juiste plekje te verankeren in een net zonder zelf in de vijver te vallen. Jetske liet zich intussen helemaal bijpraten over het ontstaan van de installatie. ‘Als alle gebeeldhouwde dobbers uiteindelijk in het water liggen is het de bedoeling dat ze door wind en water wuivende in beweging gebracht,’ vertelde Floor …

Het werd een verrassend leuk treffen. Voordat we opstapten om aan de thuisreis te beginnen, heb ik Floor belooft, dat ik dit weekend ijs en weder dienende nog even kom kijken hoe het geheel is uitgepakt. Of dat gaat lukken is nog even de vraag. Mijn onderdanen moeten nog even wat herstellen na weer een mooie en gezellige dag met mijn fotomaatje …

Samen groot (ge)worden

Drachten heeft er sinds enige tijd een muurschildering bij, gemaakt door Marcus Wedman (Marcart) en Teunis Spits (Future Relics). We kwamen er langs, nadat we bij Peije Dei waren geweest. Het is een geschenk van de gemeente Smallingerland ter ere van 75 jaar Philips in Drachten. De mural is geïnspireerd op een iconische Philips-verpakking van de Philishave uit 1950. Het staat symbool voor innovatie, historie en de sterke band tussen Philips en de stad …

Dankzij Philips is Drachten uitgegroeid tot een innovatieve maakstad met ruim 45.000 inwoners. De mural is een verrijking voor de stad zelf: een blijvend kunstwerk waarin verleden, heden en toekomst samenkomen. Bepalende elementen zijn o.a. de eerste en de meeste recente Philishave, het Wapen van Drachten met de drie turven,. het zogenaamde “Phil-Air” vliegveld, de goederentrein naar Groningen en de skyline van Drachten. Meer informatie over de verschillende details van de muurschildering is hier te lezen: Mural Philips – Open Drachten

Johanna’s Mountainboys

Peije Rasp was de bijnaam van Freerk de Jong, geboren in Ureterp (1879) en overleden in Drachten (1941). Met een trekzak, een pet, een glimlach en een verhaal kleurde hij decennia geleden de straten met zijn muziek. Hij kreeg zijn eigen standbeeld in Drachten en sinds 1975 is het jaarlijkse Drachtster straatfestival naar hem genoemd: Peije Dei … 

Zaterdag 6 juni traden mijn broer (de man met de hoed) en zijn vrouw (zij met de viool) met hun bandje ‘Johanna’s Mountainboys’ op tijdens Peije Dei. Aafje en ik besloten daar in het begin van de middag even een kijkje te nemen. Zo konden we meteen de Joiny introduceren bij het grote publiek …

Om een idee te geven van de bluegrassmuziek die Johanna en haar Mountainboys ten gehore brengen, sluit ik af met een korte video-impressie …

De Ald Toer fan Easterwierrum

Van de vogelkijkhut Skrok zetten we koers naar onze volgende bestemming. Daarover had Jetske een tip gekregen: de Ald Toer van Easterwierrum zou zeer de moeite waard zijn om te fotograferen — zeker in de tijd dat de paardenbloemen bloeien. En eerlijk is eerlijk: nog voordat we goed en wel waren uitgestapt, zagen we al dat de tipgever niets te veel had gezegd. Het weiland lag als een zachtgeel golvend tapijt om de terp heen, de eerste bloeiende paardenbloemen licht deinend in een frisse voorjaarsbries. Een voorzichtig zonnestraaltje had het geheel misschien nog nét wat extra glans gegeven, maar ook zonder dat was het een prachtig, bijna verstild beeld …

Easterwierrum is een terpdorp dat al in de vroege middeleeuwen ontstond, bij wat nu de buurtschap Tsjerkebuorren is (kaartje OpenStreetMap). Destijds lag het aan de Middelzee, een gunstige plek voor handel. In de loop van de 18e eeuw schoof het dorp langzaam op naar het zuiden. Wat achterbleef, is een stille herinnering aan die tijd: een eenzame toren op een terp — de Ald Toer. Het huidige Easterwierrum ligt tegenwoordig zo’n 600 meter verderop …

De buurtschap zelf stelt niet veel meer voor dan een paar boerderijen. De toren en het kerkhof liggen er wat verlaten bij, midden in het weidse landschap, op de ommuurde restanten van de afgegraven terp. Een krans van essen leek het geheel als het ware zacht ruisend te omarmen. De kerkhofmuur werd in 1985 vernieuwd …

De toren zelf, die teruggaat tot de 13e of 14e eeuw, is deels gebouwd van gele kloostermoppen. Een gevelsteen vertelt dat er in 1589 al herstelwerkzaamheden nodig waren — ook toen was onderhoud blijkbaar geen overbodige luxe. In 1776 kreeg de toren een moderner uiterlijk: het oorspronkelijke romaanse zadeldak maakte plaats voor de huidige spits met leisteen, een verandering die je in het noorden vaker ziet. De kerk die ooit bij de toren hoorde, werd in 1902 afgebroken. De laatste restauratie van de toren vond plaats in 2006 …

Fryslân kent meer van dit soort eenzame torens die als bakens in het landschap staan. De torens van Eagum, Firdgum en Miedum had ik al eerder vastgelegd. De Ald Toer van Easterwierrum vormt een mooie — en eigenlijk onmisbare — aanvulling op dat rijtje …

Een zware dichte deur

Voordat we de kerk van Wiuwert met zijn mummies verlieten, maakten we nog even een praatje met de koster. Op zijn vraag of we verder nog plannen hadden die dag, vertelden we dat we hoopten wat foto’s van weidevogels te maken en misschien nog even langs de Ald Toer wilden. Veel meer dan dat stond er niet op het programma — we zagen wel waar de dag ons bracht.

Hij had nog wel een tip: de Sint-Martinuskerk in Boazum. “Dat is miskien wol de moaiste romaanske tsjerke fan Fryslân,” zei hij. En, zo verzekerde hij ons, de kerk zou op dat moment open zijn …

Zo gezegd, zo gedaan. Het was maar een paar minuten rijden, dus Boazum werd onze volgende stop. Bovendien werkte het weer nog niet echt mee voor een rondje door de weilanden. Zodra we uitstapten, zei Jetske vrijwel meteen: “Hier zijn we al eens geweest…” Zelf had ik nog even een zetje nodig, maar een meter of vijftig verder, bij het bordje ‘Tsjerkebuorren’, viel ook bij mij het kwartje …

Toen ik even later de poort naar de kerk en de begraafplaats openduwde, wist ik het helemaal zeker: november 2022, precies hier. En alsof er niets veranderd was, stonden we — ondanks de stellige overtuiging van de koster — opnieuw voor een gesloten kerkdeur. Blijkbaar houdt zelfs de mooiste romaanse kerk van Fryslân zich gewoon aan middagtijden.

Ik had het kunnen weten.

Jammer was het wel, want dit keer waren we juist van plan om ook binnen te kijken. Vooral de plafondschilderingen uit de 13e eeuw schijnen de moeite meer dan waard te zijn. Voor een volgende poging heb ik een foto gemaakt van het briefje met openingstijden en telefoonnummers op de zware deur — je weet maar nooit …

– wordt ooit vervolgd