De Joodse begraafplaats bij Dalen

“Het is een plek waar je af en toe de stilte kunt horen,” schreef boerin Hendrika gisteren in reactie op ‘Kunst achter de wringe’. Dat is mij indertijd eerlijk gezegd niet echt opgevallen. Slechts enkel honderden meters verderop aan dezelfde weg was dat die dag wel zeker het geval. Bij de voormalige Joodse begraafplaats van Dalen werd de stilte slechts verbroken door het gekwinkelier van vogels en het geritsel van bladeren aan de omringende bomen en struiken …

Toen zich in het begin van de achttiende eeuw enkele joodse gezinnen in Dalen gevestigd hadden, kochten zij buiten het dorp een stukje grond voor de aanleg van een eigen begraafplaats. In verband met de door Ezechiël uitgesproken profetie (Ezechiël 37!), dat alle overleden joden eens lijfelijk uit hun zouden worden opgewekt om naar Israël terug te keren, was het zeer belangrijk, dat de graven de eeuwen door onberoerd zouden blijven. Vandaar de verwerving van de begraafplaats in eigendom …

Toen de joodse gemeente van Coevorden in 1768 de beschikking kreeg over een eigen synagoge met begraafplaats, bezochten de Daler Joden hier voortaan de diensten en werden er ook begraven. De Daler begraafplaats raakte hierdoor buiten gebruik, maar bleef in overeenstemming met de joodse regels tot op de dag van vandaag onaangetast aanwezig …

Het aantal joden in Dalen was nooit groot. In 1942 bedroeg het 16 personen, waarvan er dertien werden weggevoerd en vermoord. Hun namen zijn te lezen op het bovenstaande plaquette op een gedenksteen bij de begraafplaats …

Vanaf 1997 werd gewerkt aan de restauratie van de oude begraafplaats. Dat jaar werd een gedenksteen geplaatst (zie foto). Met het plaatsen van een hek was in juli 2001 de restauratie voltooid.
Op de begraafplaats staat slechts één grafsteen, die van Samuel Visser. Hij overleed in 2001 en werd dus pas na de restauratie van de begraafplaats begraven. Hoeveel mensen hier in totaal zijn begraven en wat er met de andere grafstenen is gebeurd, is niet bekend …



Informatie: Wikipedia en online begraafplaatsen

Kunst achter de wringe

De ‘wringe’, het hek dat ik hier gisteren liet zien, is in het Nederlands een wringhek. In het Drents is het volgens boerin Hendrika ook een wring(e) of draaihek. Op de site van ‘De Hekkerij‘ staat over het wringhek:

“De Hekkerij ontwerpt, maakt en plaatst eikenhouten wringhekken. De hekken worden op maat gemaakt en hebben een landelijke uitstraling. Elk hek is uniek. Dit karakteristieke hek stond van oudsher op plaatsen die niet dagelijks geopend werden, zoals bij de ingang van weilanden en percelen. Het wringhek of boerenhek heeft als kenmerk dat de bovenligger bestaat uit een bezaagde en gedisselde inlands eikenhouten boomstam met een natuurlijke vorm. Deze bovenligger steekt aan beide zijden over. Aan de ene kant als contragewicht en aan de andere kant als handvat en sluiting. De zwaarste kant rust op een eiken draaipaal die aan de bovenzijde is voorzien van een rond draaipunt. Deze draaipaal bestaat uit één geheel, dus geen ingeslagen houten pen of ijzeren pen waar de paal uiteindelijk zwakker van wordt. De dunne kant rust in de gaffelpaal die een natuurlijke en karakteristieke Y-vorm heeft …”

Achter deze wringe bij het Drentse Dalen gaat een project schuil van Natuurkunst Drenthe – een kunstwerk op het platteland – GreenArtSpot Driftplein. Het betreft een aantal rechtlijnige ontwerpen van het Rotterdamse kunstenaarscollectief Observatorium

Van het intussen flink toegetakelde informatiepaneel werd ik niet veel wijzer. Wat ik wel weet, is dat het geheel tot stand is gekomen in overleg met omwonenden. Toevallig ken ik één van die omwonenden: boerin Hendrika. Zij heeft van 17 maart tot 19 juni 2014 op haar weblog uitgebreid verslag gedaan van de totstandkoming van ‘GreenArtSpot Driftplein‘, zoals het project uiteindelijk is gaan heten. In deel 1 van haar reeks over de geboorte van het kunstwerk schrijft boerin Hendrika: …

“GreenArtSpots zijn kunstprojecten die zich laten inspireren door de locatie en omgeving en/of er een dialoog mee aangaan. Dat kan een ingreep in het landschap zijn, een toevoeging of verwijdering van onderdelen. Het doet iets met de cultuurwaarden van de locatie (van het heden, de toekomst of de historie), versterkt dit of staat er juist mee in contrast. De kunstenaar is vrij om zijn of haar eigen invalshoeken te kiezen waarbij ook de sociale, culturele, economische of politieke context van de locatie mee kunnen spelen. GreenArtSpots laat je door de kunstprojecten anders naar de omgeving kijken. Je kunt het van afstand aanschouwen, maar je er ook in of bij verplaatsen. Beleving ter plekke is essentieel. Daarnaast is de fysieke houdbaarheid van het kunstproject van minimaal tien jaar een voorwaarde.”

De drie driehoeken stellen drie gebouwen uit de directe omgeving voor. Het hoogste gebouw stelt een grote amusementshal voor (Plopsaland Indoor Coevorden), de laagste een vakantiewoning op een bungalowpark (Center Parcs de Huttenheugte) en de middelste een van de boerderijen in het aangrenzende beekdal. Er zijn drie materiaalsoorten gebruikt: hout, staal en beton. Afijn, wandel maar even wat rond …

Mijn oordeel: het heeft wel wat. De robuuste materialen passen wel in de omgeving en de bouwwerken zijn voor mij wel herkenbaar. Ik vind het alleen jammer dat het geheel dicht bij de omringende bomen staat. Dat gaat ten koste van het strakke lijnenspel en vooral het stalen bouwwerk valt goeddeels weg tegen de bomen.

Een stijlvol bankje

Enkele minuten nadat ik een paar foto’s had gemaakt van de takkenzooi in de windmotor aan de Westersanning bij Oudega zag ik opnieuw een opvallend onderwerp opdoemen. In de berm van de Manjepetswei tussen Oudega en Earnewâld stond ineens een kleurrijk bankje …

Dat herinnerde mij er ineens aan dat 2017 is uitgeroepen tot het ‘Stijljaar‘. Door heel Nederland wordt aandacht besteed aan het jubileum van De Stijl. Omdat er in de geschiedenis van De Stijl een prominente plaats is voor Drachten, had ik me begin dit jaar voorgenomen om daar in mijn weblog ook af en toe wat aandacht te besteden, maar dat is er vanwege mijn gezondheidsperikelen helaas niet van gekomen …

Dit bankje heeft in opdracht van Doarpsbelang Aldegea in mei een kleurrijke make-over gekregen van cliënten van dagbesteding Tierelantuintje. Met de strakke lijnen en de herkenbare primaire kleuren van De Stijl brengt Oudega een mooie ode aan kunstenaar Theo van Doesburg die Drachten met zijn abstracte kunst internationaal op de kaart zette …

Theo van Doesburg had zijn eerste grote opdracht in Drachten. In 1921 mocht hij de kleurschema’s ontwerpen voor zestien middenstandswoningen in de Torenstraat. In deze straat, die in de volksmond de ‘Papegaaienbuurt’ wordt genoemd, zijn die stijlkleuren nog steeds terug te zien. Museum Dr8888 heeft een van de woningen teruggebracht in de originele staat en geopend voor het publiek. Als ik eraan denk, zal ik in de resterende maanden van het jaar proberen hier nog eens wat van de Stijlelementen in Drachten te tonen …

Jûkelburd is in ’t land

Koud, hé …!? Jawel, jûkelburd is weer even in het land. Zo noemen we de winter wel hier in Fryslân: jûkelburd (spreek uit als: joekelburd). En dan lijkt het ineens alsof er ècht een marathon op natuurijs wordt gereden bij Earnewâld, maar het zijn nog steeds de marathonschaatsers van Hans Jouta, die ik hier twee weken geleden ook al liet zien …

Het is vandaag dan wel koud, maar twee nachten met lichte tot matige vorst zijn nog lang niet genoeg om een marathon te kunnen schaatsen. Net zo min als het warm genoeg is voor de visser, die bij de haven van Earnewâld naar de schaatsers staat te kijken, om zijn fuiken te kunnen zetten trouwens …

Die visser laat overigens wel mooi zien waar de naam jûkelburd voor de winter vandaan komt. Vrij vertaald betekent jûkelburd zoiets als ruigbaard. En zo’n ruige baard krijg je met de combinatie van kou en mist vandaag vanzelf … zelfs als je geen baard hebt …  😉

Er gaat IETS boven Groningen

Vorig jaar werd er bij Nationaal Park Lauwersmeer een groot metalen bord geplaatst met daarop de naam van het park. Op zich niets mis mee, zou je zeggen, ware het niet dat het bord aan de Friese kant van het Lauwersmeer was geplaatst …

Niet alleen de naam van het park stond op het bord, maar onderaan het bord prijkte ook de verfoeilijke tekst “Er gaat niets boven Groningen“, en dat kan dus niet op Friese bodem. Daarom besloot de oudejaarsploeg “Stiekem mei alles” uit Nijega actie te ondernemen. Begin december werd het bord weggehaald om – enigszins gewijzigd – later te worden herplaatst …

Om duidelijk te maken dat er wel degelijk iets boven Groningen gaat, werden er om te beginnen een paar Friese pompeblêden op het bord aangebracht. Daarnaast verscheen aan weerszijden van de naam van het park in grote letters de tekst “Fryslân boppe”. Dat laat niets aan duidelijkheid te wensen over …

Restte nog één kleinigheidje … Er gaat niets boven Groningen? Jawel! Een klein stukje bijpassende roestend metaal werd over de ‘N’ geplakt. Er gaat wel degelijk iets boven Groningen … Fryslân Boppe! 🙂

In het programma “Noord Vandaag” van RTV Noord vertelde de Groningse historicus en medeblogger Harry Perton alias Groninganus maandag 2 januari het een en ander over de goedmoedige animositeit die al jaren gaande is tussen Groningers en Friezen, en die zo nu en dan weer even de kop opsteekt. Het ruim 5 minuten durende gesprek over de Fries-Groningse strijd is hier vanaf 9:45 min te zien: “Noord Vandaag, 2 januari 2017” …

En dat bord? Dat staat intussen waarschijnlijk alweer keurig aan de Friese kant in het Nationaal Park Lauwersmeer. 🙂

De koe van Nijega

Wie in het Friese Nijega om wat voor reden dan ook even wil zitten, die kan dat doen op een behoorlijk in het oog springend bankje in het plantsoen …

Nadat het geheel vorig jaar van een nieuw laagje verf is voorzien, staat er – na de roodbonte koe van vroeger – tegenwoordig een wat donkerder getinte koe op de vermoeide voorbijganger te wachten …

Morgen nemen we nogmaals een kijkje in het plantsoen van Nijega, dan richt ik het vizier op hetgeen nu uiterst rechts in beeld te zien is …

Marathonschaatsers bij Earnewâld

Ondanks het feit dat het ook gisteren weer grijs en kil weer was, heb ik toch maar even een ommetje gemaakt. Hoewel er volstrekt geen winter in de lucht zit, kwam ik bij Earnewâld toch een paar marathonschaatsers tegen. Kijk, daar gaan ze …

Het is een beeldengroep van cortenstaal op It Wiid bij de haven van Earnewâld, dat is gemaakt door Hans Jouta. Het beeld is op een drijvend ponton geplaatst, zodat het ongeacht de waterstand altijd lijkt of er echt een paar mannen aan het schaatsen zijn …

Wie goed kijkt, kan er misschien drie oud-winnaars van ‘De 100 van Earnewâld’ in herkennen: Jeen Wester, Hilbert van der Duim en Jos Niesten. Het beeld heeft een plekje gekregen op de plaats van de start en finish van de natuurijsklassieker …

En hoe ik hier nu op kom? Wel, vandaag is het op de kop af 20 jaar geleden dat de laatste Elfstedentocht werd gereden. De wedstrijd hebben we die dag van start tot finish voor de tv gevolgd, daarna zijn we in de auto gestapt om ergens langs de route wat sfeer op te snuiven. Dat lukte perfect met een wandeling van Birdaard naar Bartlehiem en weer terug over de Dokkumer Ee. Behalve dat er een uitstekende sfeer hing langs de route, herinneren we ons vooral goed hoe koud het daar in de snijdende wind op de kale vlakte was. De gevoelstemperatuur
lag rond de -20 graden als ik het me goed herinner … brrrrrr. Maar het was enig rillen zeker waard om erbij te zijn, want die dag pakken ze ons niet meer af.

Terwijl de wind vandaag buiten om het huis huilt, vermaak ik me binnenshuis prima met de herhaling van de live-uitzending van de Elfstedentocht van 1997 op nos.nl, want dat is met behulp van de Chromecast perfect te zien op tv …