In de grafkelder met mummies

Goed, we hebben lang genoeg rondgedwaald en getalmd. Tijd om af te dalen naar de grafkelder …

Wat zou ons daar beneden te wachten staan. Ik ben hier ooit eerder geweest, maar mijn herinneringen aan de mummies zijn vaag en fragmentarisch. Mogelijk was het tijdens een schoolwerkweek in de jaren zeventig. Of ik het me goed herinner, weet ik eigenlijk niet eens meer …

We daalden een trapje met zeven treden af. Ik telde ze bijna automatisch. Met elke stap leek het licht van boven wat verder weg te raken. Het werd stiller, koeler ook. Beneden gekomen trok ik de deuren van de kelder open. Een koude windvlaag kwam ons meteen tegemoet, huiveringwekkend …

In 1609 werd het koor van de Nicolaaskerk in opdracht van de adellijke familie Walta verhoogd. Onder dat verhoogde koor liet men een grafkelder aanleggen, bedoeld als familiegraf. De Walta’s bezaten destijds een groot deel van de omliggende landerijen en woonden in een kasteel vlak bij de kerk …

In 1765 deden timmerlieden hier bij toeval een ontdekking die hen de schrik van hun leven bezorgde. De lichamen in de kisten bleken niet te zijn vergaan, maar ingedroogd en gemummificeerd. Vanaf dat moment volgden onderzoeken elkaar op. Rond 1800 werden zelfs enkele kisten overgebracht naar de universiteit van Franeker voor verder onderzoek. Buiten de kelder vielen de lichamen echter al snel uiteen tot stof …

Zo ging veel verloren. Van de oorspronkelijke elf mummies zijn er nog slechts vier over. In de loop der tijd zijn verschillende verklaringen geopperd – van extreme uitdroging en bodemgassen tot aardstralen of zelfs een wonder. Een sluitend antwoord is er nooit gevonden. Voorlopig blijft het dus een raadsel …

Om me heen kijkend, zag ik de opgehangen vogels – ook zij langzaam ingedroogd. Het is een vreemd gezicht. De kelder lijkt nog altijd zijn stille raadselachtige werk te doen …

.- wordt vervolgd

Wiuwert en de sekte der labadisten

Voordat we naar de grafkelder met de mummies gaan, nemen we eerst nog even een kijkje bij de expositie boven de kelder. In de vitrines zijn diverse archeologische vondsten rond de kerk te zien. Daarnaast gaat het er over de geheimzinnige sekte van de labadisten.

De labadisten waren een zeventiende-eeuwse religieuze gemeenschap die zich in Wiuwert vestigde. De naam komt van de Franse predikant Jean de Labadie, die een vrij radicale geloofsopvatting had en via orde, tucht en vroomheid eenwording met God wilde bereiken. Toen hij in 1669 uit de kerk werd gezet, stichtte hij zijn eigen gemeenschap: de labadisten

Na omzwervingen door Duitsland streek de groep in 1675 neer in het Friese Wiuwert. Zij vestigden zich op het familielandgoed Walta-State, waar ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. De labadisten geloofden dat God niet in stenen kerken woonde, maar in het hart van de gelovige. Bezittingen werden gedeeld, kinderdoop en de zondagse rust werden verworpen. Wie zich aansloot, moest afstand doen van alles wat werelds was. Toch was de gemeenschap opvallend veelzijdig: onder de leden bevonden zich kunstenaars, geleerden en denkers, zoals Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student van Europa, en de natuuronderzoekster Maria Sibylla Merian

Na het overlijden van Jean de Labadie ontstond er in de loop der tijd verdeeldheid binnen de gemeenschap. De strenge levenswijze en de hiërarchische structuur begonnen steeds meer op een sekte te lijken, en langzaam brokkelde de eens zo vurige beweging af. In 1732 kwam er in Friesland definitief een einde aan de labadisten …

In de kelder van de Nicolaaskerk in Wiuwert liggen nog altijd vier mummies, die nog steeds verbazingwekkend goed bewaard zijn gebleven. Maar de conditie van de mummies is over de eeuwen wel achteruit gegaan. Eén van de mummies zou de labadist Goudsmit Stellingwerf zijn, die zich in de kelder wilde laten bijzetten. Hij ligt er nog het meest vrij gaaf bij tegenwoordig …

En dan staan we voor de ingang van de met mysteries omgeven grafkelder. In 1765 kregen enkele timmerlieden hier de schrik van hun leven toen zij tijdens werkzaamheden bij toeval een aantal opmerkelijk goed bewaarde lichamen aantroffen. Volgens het verhaal renden ze in paniek de kerk uit. Wat zij precies zagen, en hoe deze lichamen zo goed geconserveerd konden blijven, is tot op de dag van vandaag niet volledig verklaard – en misschien is dat maar goed ook …

– spannend, hè …

De Nicolaaskerk in Wiuwert

De Nicolaaskerk in Wiuwert is, zoals ik gisteren al schreef, vooral bekend om de grafkelder met zijn mysterieuze mummies. Maar wie alleen daarvoor komt, mist eigenlijk de helft. Ook boven de grond heeft deze kleine kerk verrassend veel te vertellen.

Zo is de noordzijde nog grotendeels authentiek en al meer dan duizend jaar oud – een stille getuige van eeuwen die hier bijna tastbaar voorbij zijn gegaan. Binnen wacht een bijzonder interieur: de kerk behoort tot de tien best bewaarde originele protestantse kerkinterieurs in Fryslân, daterend uit het einde van de achttiende eeuw …

Het meubilair draagt daar sterk aan bij. De rijk gebeeldhouwde preekstoel, compleet met trap, achterschot en klankbord, trekt meteen de aandacht. Het fijn uitgewerkte houtsnijwerk op de panelen laat zien hoeveel vakmanschap hier ooit in is gestoken. Zelfs het doophek voegt zich naadloos in dat geheel van ingetogen maar verfijnde schoonheid. En dan is er nog het orgel – voor zo’n kleine kerk verrassend rijk uitgevoerd …

De kerk had oorspronkelijk een éénklaviers orgel, dat in 1788 werd gebouwd door orgelbouwer R. Knol uit het Oost-Friese Norden. In 1860 werd daar door L. van Dam en Zonen uit Leeuwarden een tweede klavier aan toegevoegd. Vooral de geschilderde houten gordijnen en de fraai gesneden balustrade met houtsnijwerk maken het geheel bijzonder en geven het orgel een bijna theatrale uitstraling….

Bij het verhoogde koor, waar tegenwoordig een doorlopende expositie van o.a. diverse archeologische vondsten en over de Labadisten te zien is, hangt boven de ingang naar de grafkelder een opvallend stuk houtsnijwerk – alsof het de bezoeker alvast voorbereidt op wat daaronder verborgen ligt …

– morgen meer …

Terug in Wiuwert

Vorig jaar maart reden Jetske en ik langs het Friese dorpje Wiuwert, op zoek naar weidevogels. Toen bleek dat Jetske de mummies in de Nicolaaskerk nog nooit had gezien, stelde ik voor om daar even te stoppen. We kwamen echter op de bonnefooi, en de kerkdeur bleef die dag gesloten. We spraken af om later nog eens terug te komen.

In de tussentijd ontdekte Jetske dat een van haar collega’s wel eens rondleidingen gaf in de kerk. Een mooie ingang, vonden we, om het bezoek een volgende keer beter te plannen …

En zo stapten we vorige week vrijdag rond half twaalf alsnog binnen. Voor een rondleiding waren we nog wat vroeg, vertelde de koster. Hij had op dat moment bezoek, maar we mochten gerust zelf wat rondkijken. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen.

We vonden er zelfs de sleutel van het Noormannenpoortje, dat op de foto hieronder dichtgemetseld te zien is. En natuurlijk gingen we naar de grafkelder, die achter het rooster linksonder te zien is – stil bewaard – alsof de tijd hier een andere maat hanteert …

De Nicolaaskerk dateert uit omstreeks 1200. Het is een eenbeukig bakstenen gebouw waarvan de rondbogige vensters aan de noordzijde verraden dat de oorsprong in de 12e of 13e eeuw ligt. Later werden van de rondbogen spitsbogen gemaakt en werden de zuid- en oostmuur opnieuw opgebouwd. De kerk kreeg vooral bekendheid door de mummies die er in de 17e eeuw werden aangetroffen …

morgen meer …

Bij de baggeraar

Vanaf het bruggetje over de Dwarsgracht  (kaart OpenStreetMap) hadden we in alle richtingen uitzicht over de kenmerkende grachten van de Weerribben en de Wieden …

De huizen en bedrijven die aan de verkeerde kant van één van de grachten wonen, zijn alleen bereikbaar over het water, te voet of op de fiets. De aan- en afvoer van (bouw)materialen en ook verhuizingen gaan er over het water. Rond het beeld ‘de Baggeraar’ van beeldhouwer Jarno Petter en het huis erachter wordt al geruime tijd hard gewerkt. Daar liggen ook een paar rechthoekige vaartuigen in het water. Deze zogenaamde ‘bokken’ worden in deze streek gebruikt voor het vervoer van materiaal over het water …

Het beeld van ‘de Baggeraar’ heb ik hier in verleden al meerdere keren zien staan tijdens een rondvaart door het gebied met Jetske (foto linksonder). Vanaf de brug op de foto rechtsonder heb ik vrijdag de bovenstaande foto’s gemaakt …

Vallend hout in de Ecokathedraal

Vanmorgen ben ik eindelijk weer eens in de Ecokathedraal geweest. Vorige week was ik daar ook al, maar toen stonden er twee auto’s geparkeerd op het plekje waar helemaal niet geparkeerd mag worden. Behalve door mij natuurlijk, want ik heb tenslotte niet voor niks een gehandicaptenparkeerkaart. Dat ging vorige week dus niet door, maar vanmorgen was het plekje vrij …

Het was onderweg flink mistig vanmorgen, in de Ecokathedraal was het nog wat nevelig. Daarom heb ik de foto’s maar omgezet naar zwartwit. Het eerst wat me opviel, is dat het gevaarlijk begint te worden in de Ecokathedraal. Op verschillende plaatsen is onlangs een boom ter ziele gegaan en er hangen ook een paar bomen tussen hun nog fier rechtop staande soortgenoten. De grootste bomen zijn hier ruim 50 jaar geleden allemaal geplant door Louis Le Roy, de grondlegger van de Ecokathedraal. Hun tijd is dus langzamerhand gekomen …

Verder zijn er hier en daar wat nieuwe, kleinere bouwwerken gestapeld. Er wordt dus nog altijd gewerkt in de Ecokathedraal, die onlangs is aangewezen als één van de jonge Rijksmonumenten. Ik ben vanmorgen tot halverwege gekomen, daar heb ik weer even zitten genieten van de rust op het bankje dat de oude baas daar zelf heeft gevormd …

En nu ga ik zelf de rust in …

De klokkenstoel van Baarlo

De dag was nog niet om na de rondvlucht langs en boven de Wetering, daarom reden we nog een rondje door de omgeving. Toen we even later langs het dorpje Baarlo (kaart OpenStreetMap) kwamen, zag ik daar een klokkenstoel staan. Een stop was snel gemaakt.

De klokkenstoel staat op een ruim 600 jaar oude begraafplaats bij Baarlo, aan de voet van de oude zeedijk langs de voormalige Zuiderzee. De oorspronkelijke kapel bij de begraafplaats is in 1825 verloren gegaan bij een zware stormvloed. Sindsdien bleef de begraafplaats als markant, geïsoleerd element zonder luidklok in het landschap over …

In 2012 zag Jan Kuipers uit Steenwijk, die een adviesbureau voor luidklokken heeft, een klokkenstoel met luidklok op Marktplaats staan. Kuipers vond het zonde dat dit ding verloren zou gaan. De stoel stond te verpieteren op een bouwplaats. Met hulp van een bevriende aannemer kon de klokkenstoel gekocht worden.

De protestantse gemeente Blokzijl, eigenaar van de begraafplaats, had belangstelling voor de klokkenstoel. Ook de gemeente Steenwijkerland werkte mee aan plaatsing. In april 2017 klonk er voor het eerst in waarschijnlijk honderden jaren weer klokgelui in Baarlo …

Jetske was al meteen na het uitstappen aan de praat geraakt met de man, die bladeren stond te vegen bij de ingang van de begraafplaats. Hij stelde zich voor als gids, hovenier, doodgraver, straatveger, beheerder en klokluider van de begraafplaats. De beste man liep hier duidelijk al jaren rond, hij wist bij ieder graf wel een verhaal vertellen …