‘Publieksvriendelijk’ naar de ijsvogels

Met het oog op de hitte die voor donderdag was aangekondigd, besloot ik op de net wat koelere woensdag even een ritje naar de ijsvogels te maken. Dat viel nog lelijk tegen. Met dank aan de boerenacties kon ik onze wijk slechts met grote moeite verlaten, nadat ik op twee minuten van huis ruim een kwartier stil had gestaan …


De heren waren blijkbaar begonnen aan hun blokkade- of langzaamaanactie van de A7 tussen Drachten-West en Heerenveen in beide richtingen. Er zat niets anders op dan binnendoor naar de afslag Drachten-Oost te rijden, maar ook daar stond alles al heel snel vast. Vluchtstrook en alles stond dicht! Twee aansnellende motormuizen hadden een klein halfuurtje praten nodig om het knooppunt weer enigszins vrij te krijgen. Tot die tijd zou er ook voor een eventuele ambulance geen doorkomen aan geweest zijn. Met hun publieksvriendelijke acties … *

Enfin, uiteindelijk kwam ik toch weer bij de ijsvogels aan. Ik trof het weer, de enige auto die er stond met een tweetal vogelaars, vertrok op het moment dat ik aankwam. Zo kon ik in alle rust op het beste plekje gaan staan …


Ik hoefde weer niet lang te wachten, na een klein kwartiertje zag ik voor het eerst die dag een ijsvogel op één van de takken neerstrijken. Nu eens kwam het mannetje aanvliegen, dan weer het vrouwtje …

Niet elke keer, maar toch regelmatig. werd er een visje het nest in gebracht. Aan het onderstaande exemplaar lijken de jonkies weer een flinke maaltijd te hebben. Ze zouden intussen bijna het nest moeten kunnen verlaten, lijkt me. Komende week toch maar weer eens een kijkje nemen …


  • Ik begrijp best dat de boeren boos zijn. Ik vind ook dat het kabinet weer eens(!) onhandig opereert door te komen met een kaart waarmee iedereen de gordijnen in gejaagd wordt en waarin andere sectoren dan landbouw en veeteelt (voorlopig) nog buiten de discussie rond het stikstofvraagstuk worden gelaten. Maar met dit soort ‘publieksvriendelijkeblokkades en diverse dreigementen van de boeren, waarin opnieuw de tractor meteen weer wordt ingezet als machtsmiddel, wordt op mijn sympathie er niet groter op.

Plotseling wist ik het …

Ik heb altijd al een hekel gehad aan nijlganzen. Vooral omdat ze vrijwel zonder uitzondering luidruchtig en agressief zijn. Maar er was meer, ik wist alleen niet zo goed wat. Totdat ik onlangs dit stel aantrof in een weiland …

Plotseling wist ik het … Behalve dat ze luidruchtig en agressief zijn, gedragen ze zich net zo pedant als de Russische soldaten die ik in 1978 in ganzenpas zag paraderen bij de aflossing van de wacht bij het graf van de onbekende soldaat in Oost-Berlijn …

(Door)startproblemen

Die man had het niet lulliger kunnen treffen. Je zult maar op een mooie zondagmiddag met je vriendin in je nieuwe rubberboot door de Dwarssloot varen en dan uitgerekend ter hoogte van ons huisje pech krijgen met je bootje …

Ja, dan kom je op de foto …

Verwoed begon de man aan het startkoord te trekken. Toen dat niet direct het gewenste resultaat had, begon hij aan de brandstoftoevoer te draaien. Eén en ander leverde niet meer op dan wat moeizaam gesputter, het had er alle schijn van dat de motor intussen was verzopen. Pas toen ze bijna uit mijn zicht verdwenen waren, begon de motor weer vriendelijk te pruttelen. Toen had ik de buit echter alweer binnen …

Beter weer

Nadat ik een bezoekje had gebracht aan de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder, zag ik ze al van ver aankomen, een drietal amazones en hun begeleider op zijn scootmobiel …

Ik zette de auto bij een dam in de berm. Nadat ik was uitgestapt, begon ik wat foto’s te maken van de omgeving en de gestaag naderende groep viervoeters en die ene vierwieler. Vriendelijk groetten we elkaar terwijl ze passeerden …

Ze hadden er beter weer bij dan de vorige keer dat ik ze hier trof. Dat was vorig jaar eind juli, midden in die maar aanhoudend natte zomer, die zomer voor echte bikkels

Een ‘vergeten’ ramp

Op 3 februari 1945 reed de tram van de NTM (Nederlandsche Tramweg Maatschappij) in bedaard tempo vanuit Olterterp-Beetsterzwaag in de richting van Drachten. Aan boord was een lading boomstammen en een aantal passagiers. Het waren dwangarbeiders uit Groningen, die door de Duitsers in de bossen van Beetsterzwaag te werk waren gesteld om hout te kappen. Dat hout werd gebruikt voor verdedigingswerk in de stad Groningen …

De Groninger mannen reisden dagelijks met de Drachtster tram naar de bossen. Op die noodlottige 3e februari 1945, had één van de arbeiders zijn 9-jarige zoontje Gerrit meegenomen. Het zou een leuk uitje zijn voor de jongen. Maar dat pakte heel anders uit …

Terwijl de tram over It Súd (Google Maps) reed, werden de stoomlocomotief en de tram plotseling onder vuur genomen, vermoedelijk door een of twee Spitfires van de Engelse luchtmacht. In de nadagen van de oorlog schoot de geallieerde luchtmacht op bijna al het gemotoriseerd verkeer om de Duitsers dwars te zitten …

De gevolgen waren verschrikkelijk. De hete stoom spoot vanuit de kapot geschoten locomotief naar buiten. De arbeiders zochten in paniek dekking en de 9-jarige jongen werd door zijn vader uit de tram gezet. Gewonden werden bij de aanwonende boeren in huis gebracht en zo goed en zo kwaad als het ging verzorgd. Uiteindelijk vertrokken enkele boerenkarren met de slachtoffers naar het ziekenhuis in Heerenveen …

De nu 94-jarige Jan Talsma was een 17-jarig ventje uit de streek en zag het bloedbad met eigen ogen. “Ik hoorde de salvo’s, zag de vliegtuigen en de kogels die opspatten van de stenen in de straat. Mijn vader leerde mij dat ik in dat soort gevallen in een greppel moest duiken, maar het had gevroren de greppels waren ijskoud, dus ik ging achter een boom staan. Toen ik in de wagon ging kijken, zag ik een enorm bloedige toestand. Gewonde mannen, mannen die uit de wagon waren gesprongen, geraakt waren en mannen zonder ledematen, het was afschuwelijk,” weet Talsma zich nog goed te herinneren …

Er waren uiteindelijk 7 doden te betreuren, onder wie de vader van Gerrit. De gewonden herstelden voor een deel, maar de psychische schade was groot …

Vreemd genoeg is er nooit enige moeite gedaan om deze schokkende gebeurtenis vast te leggen. Voor Tjitske en Jan van der Horst, die een Bêd & Brochje (B&B) runnen op de plek des onheils, is het onbegrijpelijk dat er geen enkel monument of een herinnering aan die gebeurtenis bestond. ‘Alsof die tramramp in de doofpot is gestopt’, zegt Van der Horst. Het echtpaar wist samen met de historische vereniging ruim 75 jaar na dato een monument op te richten met daarop de namen van de gevallenen en een korte tekst over de toedracht van de ramp.

Meer hierover: RTV Noord


Vanavond om 20:00 uur is het in het kader van de Nationale Dodenherdenking twee minuten stil en herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Opdat jong en oud deze en vergelijkbare gebeurtenissen nooit vergeten …

Sst … even Piet hearre

Mijn interesse voor het weer is al van jongs af aan aangewakkerd door een tweetal Friese weermannen. Eerst was er Hans de Jong, de onderwijzer uit Gorredijk, die in 1960 van zijn hobby zijn werk wist te maken. Behalve van een aantal landelijke media werd hij ook de vaste weerman bij Omrop Fryslân, dat toen nog door het leven ging als de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost). Al zo lang ik me kan herinneren, was Hans de Jong rond 12:30 uur te gast, terwijl we aan tafel zaten. “Sst … even Hans hearre …”

In 1985 werd Hans de Jong bij Omrop Fryslân opgevolgd door Piet Paulusma. Net als Hans de Jong was Piet Paulusma een autodidact. Een Teleac-cursus meteorologie lag aan de basis van zijn kennis en kunde. Daarna volgden jaren van zelfstudie naast zijn werk als manager facturering bij de PTT. In de eerste jaren werd Piet niet echt voor vol aangezien door meteorologen bij het KNMI en vergelijkbare instituten. In Fryslân was dat al snel wel het geval. “Sst … even Piet hearre …”

In 1996 werd Piet ook de vaste weerman van SBS. Dagelijks trok hij naar een buitenlocatie in ons land om zijn weersverwachting met het publiek te delen. Zijn definitieve doorbraak kwam in de winter van 1996-’97 in de aanloop naar de Elfstedentocht van 4 januari 1997. Driemaal werd hij sindsdien uitgeroepen tot weerman van het jaar. Bij SBS sloot Piet zijn weerbericht elke dag af met het Friestalige “Oant moarn …” Bij Omrop Fryslân beëindigde Piet zijn berichten steevast met: “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen …”

In 2007 maakte Piet bij Omrop Fryslân een serie programma’s over weer en fotografie. Voor iedere aflevering konden foto’s worden ingezonden en werd een portret gemaakt van één van de inzenders. Die eer viel mij in oktober 2007 te beurt. Die dag ben ik een aantal uren op pad geweest met een verslaggever en cameraman, daarbij zijn o.a. opnamen bij ons thuis gemaakt en in de omgeving van Olterterp …

In december werden we uitgenodigd voor de afronding van de programmareeks en de prijsuitreiking van de fotowedstrijd. Eén van mijn eerste druppelfoto’s was vanwege de eigenzinnige kijk goed voor een eervolle derde prijs. Het officiële deel van het programma stelde – afgezien van de handdruk van Piet – weinig voor. Maar ik weet wel dat het na afloop in kleine kring nog lang gezellig was in het mediacafé van de Omrop

Piet zijn verwachtingen klopten natuurlijk niet altijd, net zo min als die van andere meteorologen. En ook zijn winterverwachting kwam niet altijd uit(!) Maar veel vaker zat hij zeker regionaal wel goed met zijn verwachtingen. Piet is gisteren op 65-jarige leeftijd overleden. Hij zal gemist worden, om te beginnen door zijn familie en vrienden. Maar ook door een breed scala aan boeren, burgers en buitenlui in en daar buiten.

Nooit weer ‘Oant moarn’. Nea wer “Wy moatte moarn mar wer ris yn it waar sjen.”

Goeie Piet