40 jaar

Gisteravond mochten Aafje en ik aanschuiven bij het tuinfeest van mijn fotomaatje en haar eega ter gelegenheid van hun 40-jarig huwelijk. Het werd een gezellige avond met een fijne temperatuur om buiten te zitten. De tuin was feestelijk ingericht en de catering was weer goed geregeld. Zoon- en dochterlief ontlokten Jetske en Dick met een bloemlezing over kleine en grotere gebeurtenissen in de afgelopen 40 jaar menigmaal een brede glimlach of een gulle lach. Kortom, het was fijn om er weer bij te kunnen zijn …

Hoewel het gisteravond dus lekker weer was, zit de warmte van de afgelopen dagen al flink in mijn benen. Dat is op zo’n avond toch wel jammer. Ik hield er altijd wel van om eens van plekje wisselen om met verschillende mensen bij te kunnen praten. Ook vond ik het altijd wel lekker om even aan een statafel te staan. Daarnaast heeft het mijn foto- en videobeelden wat eentonig gemaakt, maar een kniesoor die daar op let …

Was ik vroeger wel eens wat brak op de dag na een feestje, daar heb ik vandaag in ieder geval geen last van. Vandaag willen de benen alleen hun rust en wat verkoeling. Maar daarin zal ik vast niet de enige zijn …

Fijne zondag verder

Johanna’s Mountainboys

Peije Rasp was de bijnaam van Freerk de Jong, geboren in Ureterp (1879) en overleden in Drachten (1941). Met een trekzak, een pet, een glimlach en een verhaal kleurde hij decennia geleden de straten met zijn muziek. Hij kreeg zijn eigen standbeeld in Drachten en sinds 1975 is het jaarlijkse Drachtster straatfestival naar hem genoemd: Peije Dei … 

Zaterdag 6 juni traden mijn broer (de man met de hoed) en zijn vrouw (zij met de viool) met hun bandje ‘Johanna’s Mountainboys’ op tijdens Peije Dei. Aafje en ik besloten daar in het begin van de middag even een kijkje te nemen. Zo konden we meteen de Joiny introduceren bij het grote publiek …

Om een idee te geven van de bluegrassmuziek die Johanna en haar Mountainboys ten gehore brengen, sluit ik af met een korte video-impressie …

Op zoek naar Bote’s gruttoland

Tegen het einde van een toch al mooie dag had ik nog één wens. Het lag niet bepaald op de route naar huis, maar ik wilde nog graag het gruttoland van boer Bote zien te vinden. Alleen: waar begin je zo’n zoektocht? Ik wist niet veel meer dan dat hij ergens in de buurt van Tjerkwerd moest wonen, en dat er een grote grutto van cortenstaal in een van zijn weilanden zou staan.

In Tjerkwerd hielden we een paar wandelaars staande. Misschien konden zij ons verder helpen. ‘No jimme treffe it, ik bin Bote syn sweager,’ antwoordde een van hen. ‘Jimme moatte in lyts stikje werom ride, dêrnei twa kear nei links en dan oer de brêge fuortendaliks nei rjochts, oer in smel kronkeldykje …’

Het smalle weggetje bracht ons uiteindelijk bij drie boerderijen. Behalve wat jongvee was er weinig leven te bespeuren. En van een grote grutto van cortenstaal? Geen spoor. Op dat moment bedacht ik me dat ik misschien beter naar Bote’s grutto had kunnen vragen dan naar zijn boerderij.

Er zat niets anders op dan terug te keren naar de doorgaande weg. We hadden nog maar net besloten om dan maar een stukje zuidwaarts over de N359 te rijden, toen het ineens gebeurde. Daar, midden in het land, stond hij — de grote grutto. Alsof hij al die tijd al op ons had staan wachten …

– Wie boer Bote is …? Dat zal ik hier morgen haarfijn uit de doeken doen …

Het raadsel van de mummies

Er liggen niet alleen menselijke mummies in de kelder. Aan de zuidkant van het gewelf staan enkele op elkaar gestapelde kisten, waarin de resten van zes onderzochte mummies zijn ondergebracht. Op deze kisten staat een kleiner kistje, met daarin een gemummificeerde kat. Het dier is hier ooit in deze toestand aangetroffen. Veel vlees zit er niet meer op de botten, maar verder is het opmerkelijk goed bewaard gebleven …

Al sinds mensenheugenis worden er ook dode vogels in de grafkelder opgehangen. Een van de oudste exemplaren, een gemummificeerde haan, is momenteel uitgeleend aan het Natuurmuseum Fryslân voor de tentoonstelling ‘Mummie Mysteries’. Die samenwerking tussen het museum en de Nicolaaskerk heeft ook geleid tot een bijzonder experiment.

Want hoe het precies mogelijk is dat lichamen in deze kelder mummificeren, blijft een raadsel. En daarbij gaat het niet alleen om de elf menselijke lichamen, maar ook om dieren – zoals een haan, een papegaai en een spreeuw …

De droge lucht in de kelder en de aanwezigheid van twee ventilatiegaten spelen ongetwijfeld een rol, maar bieden geen volledige verklaring. Daarom is men een nieuw experiment gestart. In februari zijn een dode haan, twee kauwtjes en een houtsnip vanuit de collectie van het museum naar de grafkelder gebracht.

Daar hangen ze nu – stil, afwachtend bijna – terwijl bezoekers met eigen ogen kunnen volgen of en hoe het proces van mummificatie zich opnieuw voltrekt ….

Ingetogen en vol vragen gaan we weer naar boven. Hoeveel onderzoek er ook is gedaan, het Wonder van Wieuwerd is nooit ontrafeld. En dat is maar goed ook …

Wat overblijft is een plek waar geschiedenis, geloof en mysterie nog altijd dicht tegen elkaar aan liggen. En juist dat maakt de Nicolaaskerk in Wiuwert zo’n bijzondere bestemming: klein van formaat, maar groot in verhalen …

.– Slot

In de grafkelder met mummies

Goed, we hebben lang genoeg rondgedwaald en getalmd. Tijd om af te dalen naar de grafkelder …

Wat zou ons daar beneden te wachten staan. Ik ben hier ooit eerder geweest, maar mijn herinneringen aan de mummies zijn vaag en fragmentarisch. Mogelijk was het tijdens een schoolwerkweek in de jaren zeventig. Of ik het me goed herinner, weet ik eigenlijk niet eens meer …

We daalden een trapje met zeven treden af. Ik telde ze bijna automatisch. Met elke stap leek het licht van boven wat verder weg te raken. Het werd stiller, koeler ook. Beneden gekomen trok ik de deuren van de kelder open. Een koude windvlaag kwam ons meteen tegemoet, huiveringwekkend …

In 1609 werd het koor van de Nicolaaskerk in opdracht van de adellijke familie Walta verhoogd. Onder dat verhoogde koor liet men een grafkelder aanleggen, bedoeld als familiegraf. De Walta’s bezaten destijds een groot deel van de omliggende landerijen en woonden in een kasteel vlak bij de kerk …

In 1765 deden timmerlieden hier bij toeval een ontdekking die hen de schrik van hun leven bezorgde. De lichamen in de kisten bleken niet te zijn vergaan, maar ingedroogd en gemummificeerd. Vanaf dat moment volgden onderzoeken elkaar op. Rond 1800 werden zelfs enkele kisten overgebracht naar de universiteit van Franeker voor verder onderzoek. Buiten de kelder vielen de lichamen echter al snel uiteen tot stof …

Zo ging veel verloren. Van de oorspronkelijke elf mummies zijn er nog slechts vier over. In de loop der tijd zijn verschillende verklaringen geopperd – van extreme uitdroging en bodemgassen tot aardstralen of zelfs een wonder. Een sluitend antwoord is er nooit gevonden. Voorlopig blijft het dus een raadsel …

Om me heen kijkend, zag ik de opgehangen vogels – ook zij langzaam ingedroogd. Het is een vreemd gezicht. De kelder lijkt nog altijd zijn stille raadselachtige werk te doen …

.- wordt vervolgd

Wiuwert en de sekte der labadisten

Voordat we naar de grafkelder met de mummies gaan, nemen we eerst nog even een kijkje bij de expositie boven de kelder. In de vitrines zijn diverse archeologische vondsten rond de kerk te zien. Daarnaast gaat het er over de geheimzinnige sekte van de labadisten.

De labadisten waren een zeventiende-eeuwse religieuze gemeenschap die zich in Wiuwert vestigde. De naam komt van de Franse predikant Jean de Labadie, die een vrij radicale geloofsopvatting had en via orde, tucht en vroomheid eenwording met God wilde bereiken. Toen hij in 1669 uit de kerk werd gezet, stichtte hij zijn eigen gemeenschap: de labadisten

Na omzwervingen door Duitsland streek de groep in 1675 neer in het Friese Wiuwert. Zij vestigden zich op het familielandgoed Walta-State, waar ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. De labadisten geloofden dat God niet in stenen kerken woonde, maar in het hart van de gelovige. Bezittingen werden gedeeld, kinderdoop en de zondagse rust werden verworpen. Wie zich aansloot, moest afstand doen van alles wat werelds was. Toch was de gemeenschap opvallend veelzijdig: onder de leden bevonden zich kunstenaars, geleerden en denkers, zoals Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student van Europa, en de natuuronderzoekster Maria Sibylla Merian

Na het overlijden van Jean de Labadie ontstond er in de loop der tijd verdeeldheid binnen de gemeenschap. De strenge levenswijze en de hiërarchische structuur begonnen steeds meer op een sekte te lijken, en langzaam brokkelde de eens zo vurige beweging af. In 1732 kwam er in Friesland definitief een einde aan de labadisten …

In de kelder van de Nicolaaskerk in Wiuwert liggen nog altijd vier mummies, die nog steeds verbazingwekkend goed bewaard zijn gebleven. Maar de conditie van de mummies is over de eeuwen wel achteruit gegaan. Eén van de mummies zou de labadist Goudsmit Stellingwerf zijn, die zich in de kelder wilde laten bijzetten. Hij ligt er nog het meest vrij gaaf bij tegenwoordig …

En dan staan we voor de ingang van de met mysteries omgeven grafkelder. In 1765 kregen enkele timmerlieden hier de schrik van hun leven toen zij tijdens werkzaamheden bij toeval een aantal opmerkelijk goed bewaarde lichamen aantroffen. Volgens het verhaal renden ze in paniek de kerk uit. Wat zij precies zagen, en hoe deze lichamen zo goed geconserveerd konden blijven, is tot op de dag van vandaag niet volledig verklaard – en misschien is dat maar goed ook …

– spannend, hè …

Windmotor Barfjild is weg

Vanuit de Jan Durkspolder was een paar weken geleden in de verte een kraan te zien. Omdat die vermoedelijk op de Wolwarren stond, reed ik er uit nieuwsgierigheid naartoe. Wat daar precies werd getakeld, was op dat moment onduidelijk. Hoewel er werkzaamheden plaatsvinden aan de verhoging van de kades rond de polder, leek de inzet van een dergelijke kraan daarvoor niet direct verklaarbaar …

Al snel werd duidelijk wat er gaande was: de windmotor Barfjild bleek te zijn verwijderd. Langs de weg stond een aanhangwagen van Bouw- en Molenbouw Bertus Dijkstra uit Sloten, een gespecialiseerd bedrijf in molenonderhoud. De windmotor was inmiddels gedemonteerd en lag klaar voor transport. Volgens een van de aanwezige medewerkers gaat het niet om een volledige restauratie, maar zal de molen een opknapbeurt krijgen. Vanwege het bescheiden formaat is ervoor gekozen de werkzaamheden niet op locatie uit te voeren, maar in de werkplaats …

Tijdens het laden werd het onderstel door twee medewerkers gezekerd, terwijl een derde de bladen van het windrad takelde. Daarbij bleek het windrad, met 18 bladen en een diameter van circa 3 meter, te groot voor de aanhangwagen. Besloten werd om ook dit onderdeel verder te demonteren. Dat proces heb ik niet afgewacht …

Bij een latere passage stonden de medewerkers op het punt te vertrekken, met het windrad alsnog gereed voor transport.