Een zware dichte deur

Voordat we de kerk van Wiuwert met zijn mummies verlieten, maakten we nog even een praatje met de koster. Op zijn vraag of we verder nog plannen hadden die dag, vertelden we dat we hoopten wat foto’s van weidevogels te maken en misschien nog even langs de Ald Toer wilden. Veel meer dan dat stond er niet op het programma — we zagen wel waar de dag ons bracht.

Hij had nog wel een tip: de Sint-Martinuskerk in Boazum. “Dat is miskien wol de moaiste romaanske tsjerke fan Fryslân,” zei hij. En, zo verzekerde hij ons, de kerk zou op dat moment open zijn …

Zo gezegd, zo gedaan. Het was maar een paar minuten rijden, dus Boazum werd onze volgende stop. Bovendien werkte het weer nog niet echt mee voor een rondje door de weilanden. Zodra we uitstapten, zei Jetske vrijwel meteen: “Hier zijn we al eens geweest…” Zelf had ik nog even een zetje nodig, maar een meter of vijftig verder, bij het bordje ‘Tsjerkebuorren’, viel ook bij mij het kwartje …

Toen ik even later de poort naar de kerk en de begraafplaats openduwde, wist ik het helemaal zeker: november 2022, precies hier. En alsof er niets veranderd was, stonden we — ondanks de stellige overtuiging van de koster — opnieuw voor een gesloten kerkdeur. Blijkbaar houdt zelfs de mooiste romaanse kerk van Fryslân zich gewoon aan middagtijden.

Ik had het kunnen weten.

Jammer was het wel, want dit keer waren we juist van plan om ook binnen te kijken. Vooral de plafondschilderingen uit de 13e eeuw schijnen de moeite meer dan waard te zijn. Voor een volgende poging heb ik een foto gemaakt van het briefje met openingstijden en telefoonnummers op de zware deur — je weet maar nooit …

– wordt ooit vervolgd

Het raadsel van de mummies

Er liggen niet alleen menselijke mummies in de kelder. Aan de zuidkant van het gewelf staan enkele op elkaar gestapelde kisten, waarin de resten van zes onderzochte mummies zijn ondergebracht. Op deze kisten staat een kleiner kistje, met daarin een gemummificeerde kat. Het dier is hier ooit in deze toestand aangetroffen. Veel vlees zit er niet meer op de botten, maar verder is het opmerkelijk goed bewaard gebleven …

Al sinds mensenheugenis worden er ook dode vogels in de grafkelder opgehangen. Een van de oudste exemplaren, een gemummificeerde haan, is momenteel uitgeleend aan het Natuurmuseum Fryslân voor de tentoonstelling ‘Mummie Mysteries’. Die samenwerking tussen het museum en de Nicolaaskerk heeft ook geleid tot een bijzonder experiment.

Want hoe het precies mogelijk is dat lichamen in deze kelder mummificeren, blijft een raadsel. En daarbij gaat het niet alleen om de elf menselijke lichamen, maar ook om dieren – zoals een haan, een papegaai en een spreeuw …

De droge lucht in de kelder en de aanwezigheid van twee ventilatiegaten spelen ongetwijfeld een rol, maar bieden geen volledige verklaring. Daarom is men een nieuw experiment gestart. In februari zijn een dode haan, twee kauwtjes en een houtsnip vanuit de collectie van het museum naar de grafkelder gebracht.

Daar hangen ze nu – stil, afwachtend bijna – terwijl bezoekers met eigen ogen kunnen volgen of en hoe het proces van mummificatie zich opnieuw voltrekt ….

Ingetogen en vol vragen gaan we weer naar boven. Hoeveel onderzoek er ook is gedaan, het Wonder van Wieuwerd is nooit ontrafeld. En dat is maar goed ook …

Wat overblijft is een plek waar geschiedenis, geloof en mysterie nog altijd dicht tegen elkaar aan liggen. En juist dat maakt de Nicolaaskerk in Wiuwert zo’n bijzondere bestemming: klein van formaat, maar groot in verhalen …

.– Slot

In de grafkelder met mummies

Goed, we hebben lang genoeg rondgedwaald en getalmd. Tijd om af te dalen naar de grafkelder …

Wat zou ons daar beneden te wachten staan. Ik ben hier ooit eerder geweest, maar mijn herinneringen aan de mummies zijn vaag en fragmentarisch. Mogelijk was het tijdens een schoolwerkweek in de jaren zeventig. Of ik het me goed herinner, weet ik eigenlijk niet eens meer …

We daalden een trapje met zeven treden af. Ik telde ze bijna automatisch. Met elke stap leek het licht van boven wat verder weg te raken. Het werd stiller, koeler ook. Beneden gekomen trok ik de deuren van de kelder open. Een koude windvlaag kwam ons meteen tegemoet, huiveringwekkend …

In 1609 werd het koor van de Nicolaaskerk in opdracht van de adellijke familie Walta verhoogd. Onder dat verhoogde koor liet men een grafkelder aanleggen, bedoeld als familiegraf. De Walta’s bezaten destijds een groot deel van de omliggende landerijen en woonden in een kasteel vlak bij de kerk …

In 1765 deden timmerlieden hier bij toeval een ontdekking die hen de schrik van hun leven bezorgde. De lichamen in de kisten bleken niet te zijn vergaan, maar ingedroogd en gemummificeerd. Vanaf dat moment volgden onderzoeken elkaar op. Rond 1800 werden zelfs enkele kisten overgebracht naar de universiteit van Franeker voor verder onderzoek. Buiten de kelder vielen de lichamen echter al snel uiteen tot stof …

Zo ging veel verloren. Van de oorspronkelijke elf mummies zijn er nog slechts vier over. In de loop der tijd zijn verschillende verklaringen geopperd – van extreme uitdroging en bodemgassen tot aardstralen of zelfs een wonder. Een sluitend antwoord is er nooit gevonden. Voorlopig blijft het dus een raadsel …

Om me heen kijkend, zag ik de opgehangen vogels – ook zij langzaam ingedroogd. Het is een vreemd gezicht. De kelder lijkt nog altijd zijn stille raadselachtige werk te doen …

.- wordt vervolgd

Wiuwert en de sekte der labadisten

Voordat we naar de grafkelder met de mummies gaan, nemen we eerst nog even een kijkje bij de expositie boven de kelder. In de vitrines zijn diverse archeologische vondsten rond de kerk te zien. Daarnaast gaat het er over de geheimzinnige sekte van de labadisten.

De labadisten waren een zeventiende-eeuwse religieuze gemeenschap die zich in Wiuwert vestigde. De naam komt van de Franse predikant Jean de Labadie, die een vrij radicale geloofsopvatting had en via orde, tucht en vroomheid eenwording met God wilde bereiken. Toen hij in 1669 uit de kerk werd gezet, stichtte hij zijn eigen gemeenschap: de labadisten

Na omzwervingen door Duitsland streek de groep in 1675 neer in het Friese Wiuwert. Zij vestigden zich op het familielandgoed Walta-State, waar ze in hun eigen onderhoud konden voorzien. De labadisten geloofden dat God niet in stenen kerken woonde, maar in het hart van de gelovige. Bezittingen werden gedeeld, kinderdoop en de zondagse rust werden verworpen. Wie zich aansloot, moest afstand doen van alles wat werelds was. Toch was de gemeenschap opvallend veelzijdig: onder de leden bevonden zich kunstenaars, geleerden en denkers, zoals Anna Maria van Schurman, de eerste vrouwelijke student van Europa, en de natuuronderzoekster Maria Sibylla Merian

Na het overlijden van Jean de Labadie ontstond er in de loop der tijd verdeeldheid binnen de gemeenschap. De strenge levenswijze en de hiërarchische structuur begonnen steeds meer op een sekte te lijken, en langzaam brokkelde de eens zo vurige beweging af. In 1732 kwam er in Friesland definitief een einde aan de labadisten …

In de kelder van de Nicolaaskerk in Wiuwert liggen nog altijd vier mummies, die nog steeds verbazingwekkend goed bewaard zijn gebleven. Maar de conditie van de mummies is over de eeuwen wel achteruit gegaan. Eén van de mummies zou de labadist Goudsmit Stellingwerf zijn, die zich in de kelder wilde laten bijzetten. Hij ligt er nog het meest vrij gaaf bij tegenwoordig …

En dan staan we voor de ingang van de met mysteries omgeven grafkelder. In 1765 kregen enkele timmerlieden hier de schrik van hun leven toen zij tijdens werkzaamheden bij toeval een aantal opmerkelijk goed bewaarde lichamen aantroffen. Volgens het verhaal renden ze in paniek de kerk uit. Wat zij precies zagen, en hoe deze lichamen zo goed geconserveerd konden blijven, is tot op de dag van vandaag niet volledig verklaard – en misschien is dat maar goed ook …

– spannend, hè …

De Nicolaaskerk in Wiuwert

De Nicolaaskerk in Wiuwert is, zoals ik gisteren al schreef, vooral bekend om de grafkelder met zijn mysterieuze mummies. Maar wie alleen daarvoor komt, mist eigenlijk de helft. Ook boven de grond heeft deze kleine kerk verrassend veel te vertellen.

Zo is de noordzijde nog grotendeels authentiek en al meer dan duizend jaar oud – een stille getuige van eeuwen die hier bijna tastbaar voorbij zijn gegaan. Binnen wacht een bijzonder interieur: de kerk behoort tot de tien best bewaarde originele protestantse kerkinterieurs in Fryslân, daterend uit het einde van de achttiende eeuw …

Het meubilair draagt daar sterk aan bij. De rijk gebeeldhouwde preekstoel, compleet met trap, achterschot en klankbord, trekt meteen de aandacht. Het fijn uitgewerkte houtsnijwerk op de panelen laat zien hoeveel vakmanschap hier ooit in is gestoken. Zelfs het doophek voegt zich naadloos in dat geheel van ingetogen maar verfijnde schoonheid. En dan is er nog het orgel – voor zo’n kleine kerk verrassend rijk uitgevoerd …

De kerk had oorspronkelijk een éénklaviers orgel, dat in 1788 werd gebouwd door orgelbouwer R. Knol uit het Oost-Friese Norden. In 1860 werd daar door L. van Dam en Zonen uit Leeuwarden een tweede klavier aan toegevoegd. Vooral de geschilderde houten gordijnen en de fraai gesneden balustrade met houtsnijwerk maken het geheel bijzonder en geven het orgel een bijna theatrale uitstraling….

Bij het verhoogde koor, waar tegenwoordig een doorlopende expositie van o.a. diverse archeologische vondsten en over de Labadisten te zien is, hangt boven de ingang naar de grafkelder een opvallend stuk houtsnijwerk – alsof het de bezoeker alvast voorbereidt op wat daaronder verborgen ligt …

– morgen meer …

Terug in Wiuwert

Vorig jaar maart reden Jetske en ik langs het Friese dorpje Wiuwert, op zoek naar weidevogels. Toen bleek dat Jetske de mummies in de Nicolaaskerk nog nooit had gezien, stelde ik voor om daar even te stoppen. We kwamen echter op de bonnefooi, en de kerkdeur bleef die dag gesloten. We spraken af om later nog eens terug te komen.

In de tussentijd ontdekte Jetske dat een van haar collega’s wel eens rondleidingen gaf in de kerk. Een mooie ingang, vonden we, om het bezoek een volgende keer beter te plannen …

En zo stapten we vorige week vrijdag rond half twaalf alsnog binnen. Voor een rondleiding waren we nog wat vroeg, vertelde de koster. Hij had op dat moment bezoek, maar we mochten gerust zelf wat rondkijken. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen.

We vonden er zelfs de sleutel van het Noormannenpoortje, dat op de foto hieronder dichtgemetseld te zien is. En natuurlijk gingen we naar de grafkelder, die achter het rooster linksonder te zien is – stil bewaard – alsof de tijd hier een andere maat hanteert …

De Nicolaaskerk dateert uit omstreeks 1200. Het is een eenbeukig bakstenen gebouw waarvan de rondbogige vensters aan de noordzijde verraden dat de oorsprong in de 12e of 13e eeuw ligt. Later werden van de rondbogen spitsbogen gemaakt en werden de zuid- en oostmuur opnieuw opgebouwd. De kerk kreeg vooral bekendheid door de mummies die er in de 17e eeuw werden aangetroffen …

morgen meer …

Dêr’t it lân de dyk omklammet

Aan het eind van de trap, boven op de kruin van de dijk bij Wierum, staan een informatiepaneel over de Waddenzee en een verrekijker die de passant geduldig van dienst zijn. Alsof ze daar al jaren staan te wachten tot iemand eindelijk eens écht goed komt kijken …

Bij die verrekijker hoort natuurlijk een opstapje voor de kleinere bezoekers. Op de zijkant staat al jaren de tekst: ‘Dêr’t it lân de dyk omklammet’. Vrij vertaald: waar de dijk het land omarmt, zoals een moeder haar kind. Een mooie gedachte – en eerlijk is eerlijk – als je daar zo staat, snap je precies wat ermee bedoeld wordt. De dijk ligt als een beschermende arm om het dorp heen, onverstoorbaar en geruststellend …

Door de verrekijker kun je eindeloos turen over de Waddenzee en het land achter de dijk. Maar ook zonder hulpmiddelen valt er genoeg te zien. Onderaan de dijk staat nog altijd de oude peilschaal, onverstoorbaar het waterpeil bijhoudend, alsof er nooit iets verandert. En als je iets verder kijkt – een beetje tegen beter weten in – zie je daar toch weer dat gaswinningsplatform Ameland-Westgat 1** opduiken. Elf kilometer verderop, maar nadrukkelijk aanwezig. Op de derde is te zien dat het nog veel dichter bij Ameland staat, gevaarlijk dicht bij de Waddenzee …

Toen we boven kwamen, was Jetske meteen doorgelopen naar de schapen die iets verderop op de dijk stonden te grazen. Die trokken zich er weinig van aan. Gras is gras, uitzicht of geen uitzicht. Terwijl ik nog één keer over de dijk uitkeek, zag ik haar alweer terugkomen …

Voor mij was het wel genoeg geweest. Het bankje, de wind, het uitzicht – het had allemaal z’n werk gedaan. Het was weer een mooie dag. Ik had de zee opgesnoven en de verte gezien. Meer is eigenlijk niet nodig …

** ik hoop binnenkort nog eens terug te komen op de gaswinning