Dêr’t it lân de dyk omklammet

Aan het eind van de trap, boven op de kruin van de dijk bij Wierum, staan een informatiepaneel over de Waddenzee en een verrekijker die de passant geduldig van dienst zijn. Alsof ze daar al jaren staan te wachten tot iemand eindelijk eens écht goed komt kijken …

Bij die verrekijker hoort natuurlijk een opstapje voor de kleinere bezoekers. Op de zijkant staat al jaren de tekst: ‘Dêr’t it lân de dyk omklammet’. Vrij vertaald: waar de dijk het land omarmt, zoals een moeder haar kind. Een mooie gedachte – en eerlijk is eerlijk – als je daar zo staat, snap je precies wat ermee bedoeld wordt. De dijk ligt als een beschermende arm om het dorp heen, onverstoorbaar en geruststellend …

Door de verrekijker kun je eindeloos turen over de Waddenzee en het land achter de dijk. Maar ook zonder hulpmiddelen valt er genoeg te zien. Onderaan de dijk staat nog altijd de oude peilschaal, onverstoorbaar het waterpeil bijhoudend, alsof er nooit iets verandert. En als je iets verder kijkt – een beetje tegen beter weten in – zie je daar toch weer dat gaswinningsplatform Ameland-Westgat 1** opduiken. Elf kilometer verderop, maar nadrukkelijk aanwezig. Op de derde is te zien dat het nog veel dichter bij Ameland staat, gevaarlijk dicht bij de Waddenzee …

Toen we boven kwamen, was Jetske meteen doorgelopen naar de schapen die iets verderop op de dijk stonden te grazen. Die trokken zich er weinig van aan. Gras is gras, uitzicht of geen uitzicht. Terwijl ik nog één keer over de dijk uitkeek, zag ik haar alweer terugkomen …

Voor mij was het wel genoeg geweest. Het bankje, de wind, het uitzicht – het had allemaal z’n werk gedaan. Het was weer een mooie dag. Ik had de zee opgesnoven en de verte gezien. Meer is eigenlijk niet nodig …

** ik hoop binnenkort nog eens terug te komen op de gaswinning

Een roze jasje in Wierum

We hadden nog mooi de tijd om een bezoekje aan Wierum te brengen. Dat is er in de loop der jaren eigenlijk een beetje ingeslopen: vanuit Peazens eerst nog even naar Wierum, en dan pas braaf richting huis. Het was er rustig toen we het Tsjerkeplein opdraaiden. Alleen dat roze kinderjasje midden op het plein viel op, en niet zo’n beetje ook. Intrigerend, op z’n zachtst gezegd. Als het van een dorpskind was, zou het vast wel weer opduiken bij de rechtmatige eigenaar. Maar stel je voor dat het van een kleine toerist was… die zou het straks toch best fris kunnen krijgen. Je gaat er vanzelf allerlei scenario’s bij verzinnen …

Terwijl ik achter Jetske aan liep richting de dijk, zag ik haar blauwe jack prachtig weerspiegeld in de ramen van de boerderij aan het Tsjerkeplein. Zo’n moment waarop je ineens denkt: wacht even! Ik kon nog net op tijd vragen of ze even wilde blijven staan voor een foto – wat meestal neerkomt op “nog één dan” – gevolgd door nog twee …

We passeerden de Mariatsjerke, met daarvoor het beeld van ‘De wjirmdolster’, die er zoals altijd onverstoorbaar bij staat. Daarna staken we de weg over om voor de derde keer die dag de dijk te beklimmen. Deze keer luxe: een trap in twee schuifjes. Halverwege wachtte het plateau met het Vissersmonument en de ankers – een plek waar je vanzelf even stil blijft staan – al is het maar om de benen even te laten rusten …

Morgen bekijken we de wereld hier vanaf de kruin van de dijk. Vandaag vond ik het wel mooi geweest — we moeten tenslotte ook iets overhouden om naar uit te kijken.

Terug bij de oude palenrij

De oude palenrij bij Peazens-Moddergat blijft trekken. Alsof het verleden hier nog tastbaar is, net boven de modder. Voorzichtig schuifelde ik dichterbij, over de glibberige kwelder, stap voor stap richting wat er nog overeind staat.

Langs de Friese en Groningse waddenkust werd eeuwenlang land gewonnen op de zee. Rijsdammen als deze temden het water, vertraagden de stroom en lieten het slib bezinken. Zo groeide stukje bij beetje nieuw land. Achter deze verweerde palen beginnen de Peazemerlânnen – stil, uitgestrekt, en ooit op de zee veroverd …

Dit keer hield de zee zich rustig. Er hing weinig in de palen: wat rafelig nylon, een zwaar touw dat zich koppig had vastgezet in de bodem. Maar wat ontbreekt aan aanspoelsels, wordt ruimschoots goedgemaakt door het hout zelf, doorleefd, getekend, en nog altijd vol karakter …

Dag na dag, jaar na jaar, blijft de zee nemen wat ze ooit gaf. De palen verliezen hun kracht, langzaam maar onvermijdelijk. Hier valt een splinter weg, daar bezwijkt een paaltje. Tot de samenhang verdwijnt en er open plekken ontstaan als stil bewijs van een strijd die nooit echt stopt …

De labrador en de vrouw

Aan de andere kant van de dijk daalden we langzaam weer af. Aan de voet van de dijk gingen onze wegen uiteen. Jetske liep meteen door naar het begin van de oude palenrij. Zelf liep ik eerst een stukje parallel aan de palenrij over het deels verharde paadje. Het heldere weer maakte dat Schiermonnikoog duidelijk afgetekend stond tegen de horizon. Net als de veerboot, die onderweg was van Schiermonnikoog naar Lauwersoog …

De belangrijkste attractie van Peazens-Moddergat is voor mij al jarenlang de oude palenrij, die zich ruim 400 uitstrekt in het Wad. Terwijl ik mijn ogen en mijn camera langs de palenrij liet gaan, verscheen er op een bepaald moment een zwarte hond in beeld. Zo te zien was het een labrador, een mooie gitzwarte labrador-retriever met de Friese vlag aan zijn tuigje. Aan een lange lijn volgde er op enige afstand een vrouw die goed kleurde bij de hond. Samen verdwenen ze in de verte …

Voor mij was dat het sein om me weer eens wat dichter bij de oude palenrij te wagen …

De dijk op

We besloten het over een andere boeg te gooien. Met de vogels viel het in deze hoek van Fryslân nogal tegen, maar dat hoefde de dag niet te bederven. Ik stelde voor om naar het amper tien kilometer verderop gelegen Peazens-Moddergat te rijden, om daar te genieten van het landschap en de zeelucht …

Peazens-Moddergat is eigenlijk bij elk weertype de moeite waard. Alleen dat ene nadeel — twee keer die hoge, steile zeedijk over — hoort er nu eenmaal bij. Geen gemopper, ik had het tenslotte zelf voorgesteld. Dus stapte ik fier achter Jetske aan, langs het hek. We hadden ook via de trap verderop in het dorp kunnen lopen, maar dat was bijna honderdvijftig meter omlopen, en dat zou mijn onderdanen misschien niet in dank afnemen.

Eenmaal op de kruin van de dijk waaide de zilte zeelucht ons zachtjes tegemoet. Voor ons lag het weidse Wad, stil en glinsterend, met in de verte Schiermonnikoog als een vage streep aan de horizon. Jetske had de vaart erin; ze tilde haar cameratas al over het hek halverwege de dijk toen ik nog stond te genieten van het uitzicht …

Morgen meer van dit moois

Vriendschap

Terwijl wij in de auto een broodje zaten te eten, scharrelde er een groep jongeren rond bij de haveningang van Lauwersoog. Deels leken ze een scoutinguniform te dragen. Na enige tijd kregen ze een sein om te verzamelen op de kade …

Vanaf de Waddenzee was het charterschip ‘Vriendschap’ intussen de haven binnengelopen. Nadat ze zich hadden ingescheept, zagen we de jongeren een half uur later de haven uitvaren aan boord van de ‘Vriendschap’. Het schip is in 1924 gebouwd in Jutphaas. Na jarenlang vrachtjes te hebben gevaren, is het schip in 1983 verbouwd tot een heel intiem en knus passagiersscheepje. Tot 2019 deed zij dienst als veerbootje tussen de Waddeneilanden Texel en Vlieland, waarna zij, na een jaartje stil te hebben gelegen, in 2021 is aangekocht door Waddenschipper.

De ‘Vriendschap’ mag 80 passagiers vervoeren en wordt vooral vanaf Oostmahorn en Lauwersoog ingezet. Er worden niet alleen overtochten naar de Waddeneilanden mee gemaakt, maar ook z.g. Brakzandtochten