De grote weerschijnvlinder

Nadat we aan de rand van de vijver koffie hadden gedronken, stapten Jetske en ik gisteren rond het middaguur in de auto om min of meer op de bonnefooi een ritje door de Kop van Overijssel te maken. Onderweg bespraken we of er wellicht kans was om de grote vuurvlinder of de zilveren maan te spotten aan de Hogeweg, maar daar leek het ons nog wat te vroeg voor …

Dat nog maar net gezegd hebbend, zagen we een viertal met grote lenzen gewapende fotografen aan de kant van de weg bij een halfdode boom staan. “Daar valt voor ons ook wel wat te beleven, denk ik,” zei Jetske, terwijl ze de auto resoluut in de berm tot stilstand bracht. Zodra we uitgestapt waren, maakte ik op goed geluk een foto van een plek op de boomstam waar door een van de fotografen naar stond te wijzen …

Op onze vraag waar we nu naar stonden te kijken, hoorden we dat het de zeldzame grote weerschijnvlinder (Apatura iris) betrof. Op de eerste foto staan er twee bij elkaar. In totaal zaten er vijf op deze halfdode boom en er fladderden ook nog een paar rond …

De grote weerschijnvlinder (op de foto hieronder vlakbij een hoornaar) is in ons land een zeldzame vlinder met nog slechts enkele populaties in Twente, de Achterhoek en Noord-Brabant. Sinds de eeuwwisseling breidt hij zich echter weer uit en wordt op steeds meer plekken gezien, zoals hier in de Weerribben. Desondanks staat hij nog steeds op de rode lijst als ernstig bedreigd

Het is een vrij grote vlinder met een vleugellengte van 3 tot 4 cm. De vlinders leven van het sap van rottende vruchten, bloedende bomen, mest en zelfs dode dieren. De vleugels van beide seksen heeft aan de onderkant een prachtige tekening, zoals op de tweede en derde foto goed te zien is. De vleugels van het vrouwtje zijn aan de bovenkant bruin …

De vlinder ontleent zijn naam waarschijnlijk aan de bijzondere kleur aan de bovenkant van de vleugels van het mannetje. Zijn vleugels hebben aan de bovenkant namelijke bijzondere iriserende kleuren. Afhankelijk van sterkte en invalshoek van het zonlicht, kunnen de vleugels verkleuren van bruin naar een prachtige blauwe kleur ….

Wij konden ons geluk niet op toen er na enige tijd een mannetje neerstreek in een struik aan de voet van de boom. En dat was nog niet alles, hij vouwde zijn vleugels ook nog eens als een volleerd model open …

En zo kregen we uiteindelijk dan toch die bijzondere blauwe tinten op de vleugels te zien. Met het afvinken van deze schoonheid kon mijn dag al niet meer stuk …   🙂

Jetske heeft haar nieuwe bridgecamera, de Nikon Coolpix B700, eens goed losgelaten de grote weerschijnvlinder. Haar verslag en foto’s zijn hier te zien: De grote weerschijnvlinder.”

De laatste rietoogst

Naar mate Acnes en MS me meer hinder en pijn bezorgen, moet ik vaker afspraken, uitjes en fotogelegenheden aan me voorbij laten gaan. Zo ook eind vorige week en afgelopen weekend. Het was de bedoeling om samen met mijn fotomaatje Jetske verslag te doen van wat waarschijnlijk de laatste keer is, dat de rietsnijders die ik al een paar jaar volg actief zijn in de Prikkepolder …

In 2016 heb ik onder de titel Help, de rietsnijder verzuipt (1) al uitgebreid verslag gedaan van de door mensenhand veroorzaakte wateroverlast in het rietland van de Prikkepolder (zie bovenstaande foto). Dit jaar was de overlast opnieuw zo groot dat de mannen zich genoodzaakt zagen om een rupsmaaier te huren om het riet eraf te kunnen krijgen. Dat is overigens niet deze rupsmaaier, want die heb ik in december 2011 bij de Leijen aan het werk gezien …

Na een intussen 7 jaren durende strijd tegen de overheid, is er nog steeds geen duidelijkheid over schadevergoeding of compensatie voor de rietsnijders. Wel is intussen duidelijk dat ook dit gebied in navolging van de aangrenzende weilanden onder water gezet zal worden. Gelukkig kon Jetske er wel bij zijn toen het laatste riet hier vorige week werd geoogst. Haar uitgebreide fotoverslag kun je hier vinden: “Rupsmaaier in het rietland”.

Even fikkie stoken

Nadat we een uurtje bij de rietsnijders in het veld hadden rond gestapt, begon bij mij niet alleen de vermoeidheid, maar ook de meligheid toe te slaan. Op dat moment besloot ik mijn kans te pakken, het was nu of nooit. In een onbewaakt moment pakte ik een vork, waarmee ik het vuur in één van de brandende hoopjes ruigte eens even flink begon op te poken. Wees nou eerlijk, zo vaak krijg je de kans niet om even legaal fikkie te stoken in een natuurgebied. Jetske liet op haar beurt een kans om mij met een vork in actie te zien niet lopen …

Ja, dat riet branden is ook nog zoiets … Een toekomstig verbod op het verbranden van de ruigte hangt als een donkere wolk boven de rietsnijders. Dat zou betekenen dat ze niet alleen het riet, maar ook alle ruigte op de een of andere manier moeten afvoeren en (laten) verwerken. Maar ja, in het kader van het hedendaagse Haagse denken zijn die rookslierten gedurende twee maanden per jaar natuurlijk veel erger dan vele honderden laag overvliegende, vervuilende vliegtuigen boven de Weerribben van en naar vliegveld Lelystad per jaar …

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Intussen was het ruimschoots schafttijd geworden, en dus werden Jetske en ik uitgenodigd om het bezoek met koffie en broodjes knakworst af te ronden in de schaftkeet. Klaas en Klaas-Jan, opnieuw bedankt voor jullie verhalen en de gastvrije ontvangst …

Bij de rietsnijders (5)

“Dat werken op deze wijze moet volgens mij in je zitten,” schreef Sjoerd gisteren in een reactie op deel 4 van deze serie. En zo is het ook. Het riet zit bij de veel rietsnijders in deze regio al generatieslang in het bloed. Het werk in het riet gaat vaak over van vader op zoon of wordt anderszins voortgezet in de familie. Jetske’s vader was rietsnijder, haar zwager Klaas – waarmee ze op de foto hieronder in gesprek is – is rietsnijder en diens schoonzoon Klaas-Jan is de tweede man hier in het rietland …

Dit werk kun je ook alleen maar blijven doen als je er echt van houdt. Je hoeft het zeker niet te doen om rijk van te worden. Tot dusver kwam de concurrentie voor de rietsnijder vooral uit Polen. Op basis van een betere prijs/kwaliteit verhouding is het Poolse riet nooit een echte bedreiging geweest voor het riet uit de Weerribben. De laatste jaren wordt de Nederlandse markt echter overspoeld door riet uit China. De kwaliteit van dat riet schijnt goed te zijn. Omdat het wel tot 25% goedkoper schijnt te zijn, vormt dit Chinese riet een ernstige bedreiging voor rietsnijders …

Om dat Chinese riet hier te krijgen, wordt er door oceaanstomers een massa aan olie verstookt. Terwijl al die ellende de lucht wordt ingeblazen, doet ons eigen riet elk jaar opnieuw zijn stinkende best om hier maar zoveel mogelijk CO2 uit de lucht te halen. Waar zijn we met zijn allen mee bezig …?

Met een dalende prijs voor het riet en gestaag teruglopende subsidiebedragen, blijft voor de rietsnijder straks alleen nog de liefde voor het werk en de natuur over. Er zijn rietsnijders die op dit moment het riet van de oogst van vorig jaar nog deels in de schuur hebben liggen, omdat ze het niet kwijt kunnen. De enige die er beter van schijn te worden, is de rietdekker die het Chinese riet voor de volle prijs op daken legt, alsof het Nederlands riet is …

Van alleen liefde voor het werk en de natuur kan de rietsnijder zijn kachel niet laten roken. Het verdwijnen van de rietsnijder zal op termijn grote gevolgen hebben voor natuur en landschap in de Kop van Overijssel. De rietvelden zullen verlanden en veranderen in broekbossen. Kwetsbare planten en dieren zoals b.v. de zeldzame vuurvlinder zullen verdwijnen …

Dat soort mijmeringen stemt niet vrolijk. De enige die daar geen last van had, was Rhena, zij koesterde zich in het langzaam warmer wordende zonlicht …

– wordt vervolgd –

Bij de rietsnijders (4)

Elk jaar leer ik weer nieuwe dingen met betrekking tot de rietteelt. Vorige week is me tijdens het bezoek aan de rietsnijders duidelijk geworden dat het ene rietland het andere niet is …

Op dit perceel aan de Heuvenweg bij Kalenberg was ik nog niet eerder geweest met Jetske. Hier loop je over een dik drijvend vegetatiedek, de zogenaamde kragge, die zacht onder je voeten op en neer deint. En alsof dat niet genoeg is, wordt de toplaag hier gevormd door een dikke laag zacht veenmos …

Nadat hij het riet heeft gemaaid, begint het werk eigenlijk pas voor de rietsnijder. Samen met het riet is een groot deel van de ondergroei gemaaid, dat zit allemaal onderaan tussen het riet. Kijk maar eens naar de bovenstaande foto. Daarop is goed te zien dat Klaas-Jan met zijn linkerhand het bosje riet aan de bovenkant kan omvatten, terwijl hij met zijn rechterhand vooral een enorme bos ruigte ondersteunt …

Bosje voor bosje wordt deze zogenaamde ruigte machinaal uit het riet gekamd. Uiteindelijk blijft er maar een schamel bosje riet over. Bovendien is het riet dit jaar over de hele linie aan de korte kant gebleven als gevolg van een paar koude nachten tijdens de eerste groei van het nieuwe blad in april. De meeste rietsnijders zullen hun schuur dit jaar dan ook niet vol krijgen …

Nee, voor de rietsnijders is het geen vetpot, hard werken voor weinig geld. Gelukkig zijn ze niet voor de volle 100% afhankelijk van de verkoop van het riet. Zonder het maaien van het riet zouden de rietlanden snel verlanden en veranderen in bossen, daarom krijgen de rietsnijders een beheerssubsidie per hectare die ze onderhouden …

De derde en vierde foto laten mooi zien dat Rhena zich helemaal thuis voelt in het rietland. Ze is niet alleen een fijne metgezel, maar ze draagt haar steentje ook bij aan het werk. Op deze foto’s helpt ze mee met het schoonmaken van het riet door de stengel van een lisdodde te vermorzelen. En na gedane arbeid is het uiteindelijk goed rusten …

– wordt vervolgd –

Bij de rietsnijders (3)

Ruim voordat we de werkplek van de rietsnijders hebben bereikt, zijn we al gespot door Rena, de hond van één van de mannen …

Niet gehinderd door de rookslierten, blijft ze ons – waaks blaffend – attent volgen …

Eindelijk bovenwinds, we lopen weer in de zon en hebben opnieuw ruim en helder zicht …

Rena heeft intussen Jetske herkend, waarna een hartelijke begroeting volgt …

Bij de rietsnijders (2)

Het was een onverwacht pittige wandeling om over het nog licht berijpte, maar knap oneffen rietland bij de rietsnijders te komen …

Onderweg viel het Jetske en mij allebei op hoe kort en iel de bosjes riet waren, die her en der op het land lagen of al door de mannen in schoven bijeen waren gezet …

Zó kort had ik het riet hier de afgelopen jaren niet eerder gezien, dat beloofde niet veel goeds. Vergelijk het maar eens met deze foto’s uit februari 2016