De purperreiger gespot

Bijna aan het eind van een ritje door De Weerribben, hadden mijn fotomaatje Jetske en ik gistermiddag net geconcludeerd dat we in fotografisch opzicht wel eens beter dagen hadden gehad, toen ik in een flits iets bijzonders meende te zien in het moerasland rechts van de weg …

“Stond daar nou een purperreiger …?” vroeg ik half luid eigenlijk meer aan mezelf dan aan Jetske. Jetske hield als chauffeur haar blik op de weg gericht, maar ze trapte wel meteen op de rem en zette de auto in z’n achteruit. En jawel, daar stond hij in al zijn pracht, Ardea purpurea, de purperreiger

Het overige verkeer raasde aan ons voorbij en een enkele nieuwsgierige passant toch wel even wilde weten waar wij zo geconcentreerd, maar hinderlijk voor het overige verkeer naar stonden te kijken. Wij deden intussen ons best om deze bijzondere verschijning zo goed mogelijk te vereeuwigen. Voor mij was het de eerste keer dat ik een purperreiger in het wild zag. En dat moment wilde ik toch wel even goed mee pakken. Het feit dat hij aan de rand van het bereik van mijn camera stond, maakte het er niet makkelijker op, maar ik ben wel blij en tevreden met het resultaat …

Terwijl we daar stonden, ging de grote vogel tweemaal kort op de wiek. De laatste van die twee keer is te zien in de korte onderstaande video, die ik tussendoor ook nog van deze mooie waarneming kon maken …

2 x 33 = 46(?)

Van het Weerribbenriet worden bosjes met een omtrek van 46 cm gemaakt. Willy vroeg zich in april af waar dat getal 46 vandaan komt. Daar wist ik op dat moment het antwoord niet op te geven, en de beide rietsnijders in Jetskes’ familie wisten het evenmin. Daarom ging Klaas-Jan te rade bij zijn leermeester, opa Lok …

Klaas-Jan werd als klein kind al door zijn opa meegenomen naar het rietland, en daar komt zijn liefde voor dit werk dan ook vandaan. Opa Lok vertelde dat de maat van een bosje riet in de Weerribben sinds ongeveer 70 jaar 46 cm is, daarvoor was het 33 cm …

In de regionale rietvereniging is rond 1950 afgesproken om van bosjes van 33 cm over te stappen naar bosjes van 46 cm. “Twee bosjes van 33 cm zijn samen 46 cm,” aldus opa Lok. Dat betekende om te beginnen tijdwinst voor de rietsnijder, want hij hoefde vanaf dat moment maar de helft van het aantal bosjes te maken. Omdat het riet toen nog met twijg gebonden werd, betekende het ook dat er minder twijg nodig was …

Om te controleren of deze redenering van opa Lok klopt, besloot Klaas-Jan om twee bosjes van 33 cm te maken. Dat viel nog niet mee wanneer je gewend bent om op gevoel altijd bosjes van 46 cm te maken, maar uit eindelijk lukte het. Nadat Klaas-Jan die bosjes vervolgens uiteen had getrokken, maakte hij van die twee bosjes weer één bos. Bij meting bleek de nieuwe bos net wat te dik te zijn: ruim 47 cm. Omdat zowel de centimeter als de rietstengel in die 70 jaar geëvolueerd kunnen zijn, ben ik geneigd om de som en de redenering goed te rekenen … 😉

In de onderstaande video laat Klaas-Jan nog even zien hoe hij van die twee bosjes één net wat te dikke bos maakt. Tot slot wist hij zijn opa te verleiden om ‘voor de film’ nog eenmaal een bosje riet te maken. Ook dat viel nog niet mee, want na verloop van jaren vloeit de ervaring toch langzaam weg. En het werken met zo’n moderne bindmachine was opa Lok al helemaal vreemd. “Maar om die rietstengels in je hand te hebben, dat blijft een mooi gevoel,” aldus opa Lok …

Ter aanvulling: in de bovenstaande video lijkt het alsof opa Lok alleen een snoepje aan zijn achterkleinzoon geeft. Maar ik kan getuigen dat zijn achterkleindochter haar lekkers al eerder had gekregen.

Met dank aan Klaas-Jan & Gerjanne voor de gastvrijheid en aan opa Lok voor het mooie verhaal.

Kelev de rietsnijdershond

Nadat de voorgaande logjes vooral in het teken stonden van de bedreigingen van het werk van de rietsnijders, sluit ik deze miniserie over mijn bezoek aan het rietland in de Weerribben wat lichtvoetiger af met een paar foto’s van Kelev. Kelev komt samen met zijn vrouwtje dagelijks op werkbezoek bij de rietsnijder …

Kelev 1

Zodra hij ter plaatse is, begint hij met een stukje kwaliteitscontrole van het werk, zoals op de bovenstaande foto goed te zien is. Daarna maakt hij – om zijn poten niet open te halen aan de harde en scherpe stoppels – behoedzaam een ronde door het rietland …

Kelev en zijn baas kunnen natuurlijk ook bekeken op Jetskes’ weblog.
Het werk van de rietsnijders zal hier in de toekomst ongetwijfeld nog eens aan de orde komen.

In het Weerribbenriet (3)

Omdat het gemaaide riet in schoven bijeen staat, verplaatst de rietsnijder zijn werkplek regelmatig. Zo kan hij het afval uit het riet kammen zonder dat hij met elk bosje heen en weer moet lopen …

Zodra hij zijn werkplek heeft verplaatst, begint de rietsnijder de ruigte die uit het riet is gekamd op te ruimen. Dat doet hij simpelweg door het te verbranden. Hoe lang dat nog kan, is ook maar de vraag. Er gaan stemmen op om het verbranden te verbieden, dat zou betekenen dat de rietsnijder het moet verzamelen en afvoeren. En wie dat zal betalen …? De rietsnijder, vrees ik. Zo lang die zijn werk nog kan doen tenminste …

Het werk van de rietsnijder is momenteel alleen lonend dankzij subsidie. Nu de overheid van plan is om die subsidie te halveren, valt er voor de meeste rietsnijders straks zelfs geen droog brood meer te verdienen. En voor de rietsnijder die het misschien nog wel lonend kan maken, heeft de overheid nog een andere verrassing in petto. Tot nu toe wordt er voor de pacht van rietlanden gewerkt met langjarige contracten. Ook daar wil de overheid van af. Dat zal de nekslag zijn voor veel rietsnijder, maar ook voor natuur en landschap …

De rietsnijders zijn onontbeerlijk voor het behoud van de uitgestrekte rietlanden in de Weerribben en de Wieden, maar ook in De Alde Feanen en verschillende andere gebieden in ons land. Wanneer de rietlanden niet jaarlijks worden gemaaid, dan zullen ze binnen enkele jaren veranderen in bossen. Dat was al goed te zien in het perceel waar Klaas dinsdag aan het werk was. Om de paar meter schiet een klein boompje tussen het riet omhoog. De rietmaaier kan die jonge twijgen nu nog aan, maar na een tweede jaar komt hij er niet meer doorheen …

Nee, het was niet echt een heel vrolijk bezoek aan de rietsnijders. Er hingen niet alleen grijze rookwolken boven het rietland, maar ook de spreekwoordelijke donkere wolken met het oog op de toekomst waren voelbaar. Voor Kelev maakte het allemaal niets uit,  hij was en is gewoon heer en meester over zijn domein …

Tot slot: bij RTV Oost kun je terecht voor een radio-interview en een tv-interview over de problemen.
Met dank aan RTV Oost en mijn fotomaatje Jetske, ook zij publiceerde een logje over de ‘Kopzorgen in het rietland’.

In het Weerribbenriet (2)

Na de lunch hervatte de rietsnijder zijn werk. Zo lang je het niet met eigen ogen hebt gezien, kun je je nauwelijks voorstellen hoeveel werk er verzet moet worden om 1 bos riet samen te stellen …

Zoals ik gisteren al schreef, moeten alle grassen en ander groen uit het riet worden gekamd. De rietsnijder gebruikt daarvoor een machine met metalen pennen op een lopende band. Hij pakt steeds een bosje riet stevig vast en duwt de ondereinden van de stengels over de metalen pennen. Zo wordt alle ruigte uit het riet getrokken …

Vele tientallen van die kleine bosjes later ligt er een groot bos riet op de stellage, en die moet daar af … Dat kan daar midden in het rietland maar op één manier: op de schouder. Een jaar of wat geleden heb ik zelf eens zo’n bos op de wagen gegooid, maar dat valt niet mee. Respect voor die man en zijn collega’s …

– wordt vervolgd –

In het Weerribbenriet (1)

Gisteren ben ik samen met mijn fotomaatje Jetske het rietland in de Weerribben weer eens ingetrokken om een bezoek te brengen aan Jetskes’ zwager Klaas, één van de vele rietsnijders in de Kop van Overijssel. Er was ons door de weermannen droog, maar bewolkt en gestaag ophelderend weer toegezegd. Daar kwam echter weer weinig van terecht, het bleef bewolkt en waterkoud, en het regende zelfs af en toe even een beetje …

Zodra Klaas ons zag aankomen, staakte hij zijn werkzaamheden om eerst even bij te praten. Op het betreffende perceel in het centrum van de rietcultuur bij Kalenberg is opnieuw sprake van een zeer matige oogst. “Het staat niet hoog, maar zo van een afstandje lijkt het nog heel wat,” vertelde Klaas, “maar als je het veld in loopt, dan zie dat er bijna net zoveel gras staat als riet …” Hardnekkige grassen zoals het pijpestrootje zorgen ervoor dat de rietsnijder meer werk heeft van minder riet. Daarover morgen meer …

Rond twaalven verscheen ook de vrouw van de rietsnijder ten tonele met hun trouwe viervoeter Kelev. Omdat het geen weer was om buiten te lunchen, werden we uitgenodigd in de mobiele kantine voor koffie en broodjes …

– wordt vervolgd –

Aan de voet van de toren

Het uitzicht vanaf de uitkijktoren op de Woldberg was absoluut de moeite waard, maar ik was nadien toch wel blij dat ik weer veilig met beide benen op de grond stond. Jetske heeft in haar verslag van de klimpartij een paar foto’s opgenomen waarop ik op de toren te zien ben. Daaraan is mooi te zien dat ik me vanwege mijn hoogtevrees vrijwel steeds wel ergens aan vast hield. Het is nog een wonder dat de meeste foto’s die ik daarboven gemaakt heb gelukt zijn, want de meeste heb ik met één hand gemaakt …

Terug op de grond heb ik eerst een tijdje zitten bijkomen op een van de bankjes aan de voet van de uitkijktoren. Terwijl Jetske bij de toren rond scharrelde begon ik foto’s te maken van het lijnenspel dat deze ranke, open toren te bieden heeft. Het zal niet iedereen aanspreken, maar ik houd wel van dit wat abstractere werk …