Kelev de rietsnijdershond

Nadat de voorgaande logjes vooral in het teken stonden van de bedreigingen van het werk van de rietsnijders, sluit ik deze miniserie over mijn bezoek aan het rietland in de Weerribben wat lichtvoetiger af met een paar foto’s van Kelev. Kelev komt samen met zijn vrouwtje dagelijks op werkbezoek bij de rietsnijder …

Kelev 1

Zodra hij ter plaatse is, begint hij met een stukje kwaliteitscontrole van het werk, zoals op de bovenstaande foto goed te zien is. Daarna maakt hij – om zijn poten niet open te halen aan de harde en scherpe stoppels – behoedzaam een ronde door het rietland …

Kelev en zijn baas kunnen natuurlijk ook bekeken op Jetskes’ weblog.
Het werk van de rietsnijders zal hier in de toekomst ongetwijfeld nog eens aan de orde komen.

In het Weerribbenriet (3)

Omdat het gemaaide riet in schoven bijeen staat, verplaatst de rietsnijder zijn werkplek regelmatig. Zo kan hij het afval uit het riet kammen zonder dat hij met elk bosje heen en weer moet lopen …

Zodra hij zijn werkplek heeft verplaatst, begint de rietsnijder de ruigte die uit het riet is gekamd op te ruimen. Dat doet hij simpelweg door het te verbranden. Hoe lang dat nog kan, is ook maar de vraag. Er gaan stemmen op om het verbranden te verbieden, dat zou betekenen dat de rietsnijder het moet verzamelen en afvoeren. En wie dat zal betalen …? De rietsnijder, vrees ik. Zo lang die zijn werk nog kan doen tenminste …

Het werk van de rietsnijder is momenteel alleen lonend dankzij subsidie. Nu de overheid van plan is om die subsidie te halveren, valt er voor de meeste rietsnijders straks zelfs geen droog brood meer te verdienen. En voor de rietsnijder die het misschien nog wel lonend kan maken, heeft de overheid nog een andere verrassing in petto. Tot nu toe wordt er voor de pacht van rietlanden gewerkt met langjarige contracten. Ook daar wil de overheid van af. Dat zal de nekslag zijn voor veel rietsnijder, maar ook voor natuur en landschap …

De rietsnijders zijn onontbeerlijk voor het behoud van de uitgestrekte rietlanden in de Weerribben en de Wieden, maar ook in De Alde Feanen en verschillende andere gebieden in ons land. Wanneer de rietlanden niet jaarlijks worden gemaaid, dan zullen ze binnen enkele jaren veranderen in bossen. Dat was al goed te zien in het perceel waar Klaas dinsdag aan het werk was. Om de paar meter schiet een klein boompje tussen het riet omhoog. De rietmaaier kan die jonge twijgen nu nog aan, maar na een tweede jaar komt hij er niet meer doorheen …

Nee, het was niet echt een heel vrolijk bezoek aan de rietsnijders. Er hingen niet alleen grijze rookwolken boven het rietland, maar ook de spreekwoordelijke donkere wolken met het oog op de toekomst waren voelbaar. Voor Kelev maakte het allemaal niets uit,  hij was en is gewoon heer en meester over zijn domein …

Tot slot: bij RTV Oost kun je terecht voor een radio-interview en een tv-interview over de problemen.
Met dank aan RTV Oost en mijn fotomaatje Jetske, ook zij publiceerde een logje over de ‘Kopzorgen in het rietland’.

In het Weerribbenriet (2)

Na de lunch hervatte de rietsnijder zijn werk. Zo lang je het niet met eigen ogen hebt gezien, kun je je nauwelijks voorstellen hoeveel werk er verzet moet worden om 1 bos riet samen te stellen …

Zoals ik gisteren al schreef, moeten alle grassen en ander groen uit het riet worden gekamd. De rietsnijder gebruikt daarvoor een machine met metalen pennen op een lopende band. Hij pakt steeds een bosje riet stevig vast en duwt de ondereinden van de stengels over de metalen pennen. Zo wordt alle ruigte uit het riet getrokken …

Vele tientallen van die kleine bosjes later ligt er een groot bos riet op de stellage, en die moet daar af … Dat kan daar midden in het rietland maar op één manier: op de schouder. Een jaar of wat geleden heb ik zelf eens zo’n bos op de wagen gegooid, maar dat valt niet mee. Respect voor die man en zijn collega’s …

– wordt vervolgd –

In het Weerribbenriet (1)

Gisteren ben ik samen met mijn fotomaatje Jetske het rietland in de Weerribben weer eens ingetrokken om een bezoek te brengen aan Jetskes’ zwager Klaas, één van de vele rietsnijders in de Kop van Overijssel. Er was ons door de weermannen droog, maar bewolkt en gestaag ophelderend weer toegezegd. Daar kwam echter weer weinig van terecht, het bleef bewolkt en waterkoud, en het regende zelfs af en toe even een beetje …

Zodra Klaas ons zag aankomen, staakte hij zijn werkzaamheden om eerst even bij te praten. Op het betreffende perceel in het centrum van de rietcultuur bij Kalenberg is opnieuw sprake van een zeer matige oogst. “Het staat niet hoog, maar zo van een afstandje lijkt het nog heel wat,” vertelde Klaas, “maar als je het veld in loopt, dan zie dat er bijna net zoveel gras staat als riet …” Hardnekkige grassen zoals het pijpestrootje zorgen ervoor dat de rietsnijder meer werk heeft van minder riet. Daarover morgen meer …

Rond twaalven verscheen ook de vrouw van de rietsnijder ten tonele met hun trouwe viervoeter Kelev. Omdat het geen weer was om buiten te lunchen, werden we uitgenodigd in de mobiele kantine voor koffie en broodjes …

– wordt vervolgd –

Aan de voet van de toren

Het uitzicht vanaf de uitkijktoren op de Woldberg was absoluut de moeite waard, maar ik was nadien toch wel blij dat ik weer veilig met beide benen op de grond stond. Jetske heeft in haar verslag van de klimpartij een paar foto’s opgenomen waarop ik op de toren te zien ben. Daaraan is mooi te zien dat ik me vanwege mijn hoogtevrees vrijwel steeds wel ergens aan vast hield. Het is nog een wonder dat de meeste foto’s die ik daarboven gemaakt heb gelukt zijn, want de meeste heb ik met één hand gemaakt …

Terug op de grond heb ik eerst een tijdje zitten bijkomen op een van de bankjes aan de voet van de uitkijktoren. Terwijl Jetske bij de toren rond scharrelde begon ik foto’s te maken van het lijnenspel dat deze ranke, open toren te bieden heeft. Het zal niet iedereen aanspreken, maar ik houd wel van dit wat abstractere werk …

 

Op de top van de Kop

Hoe jullie erover denken, weet ik niet, maar ik vind het geen weer om er op uit te trekken nu het (even) echt herfst is. Het regenachtige weer komt mij eerlijk gezegd wel goed uit. Na alle wandelingen en klim- en klauterpartijen van de afgelopen weken kan ik wel een paar dagen rust gebruiken …

Vandaag bied ik jullie een rondblik vanaf de uitkijktoren op de Woldberg (Google Maps). Deze 24 m hoge uitkijktoren staat op de 26 m hoge Woldberg. Daarmee kan ik dus zeggen dat ik op de top van de Kop (van Overijssel) heb gestaan. We beginnen met een selfie waarop ik linksboven op het hoogste platform sta te wuiven en we eindigen met een dromerige blik op de Havelterberg …

De grote weerschijnvlinder

Nadat we aan de rand van de vijver koffie hadden gedronken, stapten Jetske en ik gisteren rond het middaguur in de auto om min of meer op de bonnefooi een ritje door de Kop van Overijssel te maken. Onderweg bespraken we of er wellicht kans was om de grote vuurvlinder of de zilveren maan te spotten aan de Hogeweg, maar daar leek het ons nog wat te vroeg voor …

Dat nog maar net gezegd hebbend, zagen we een viertal met grote lenzen gewapende fotografen aan de kant van de weg bij een halfdode boom staan. “Daar valt voor ons ook wel wat te beleven, denk ik,” zei Jetske, terwijl ze de auto resoluut in de berm tot stilstand bracht. Zodra we uitgestapt waren, maakte ik op goed geluk een foto van een plek op de boomstam waar door een van de fotografen naar stond te wijzen …

Op onze vraag waar we nu naar stonden te kijken, hoorden we dat het de zeldzame grote weerschijnvlinder (Apatura iris) betrof. Op de eerste foto staan er twee bij elkaar. In totaal zaten er vijf op deze halfdode boom en er fladderden ook nog een paar rond …

De grote weerschijnvlinder (op de foto hieronder vlakbij een hoornaar) is in ons land een zeldzame vlinder met nog slechts enkele populaties in Twente, de Achterhoek en Noord-Brabant. Sinds de eeuwwisseling breidt hij zich echter weer uit en wordt op steeds meer plekken gezien, zoals hier in de Weerribben. Desondanks staat hij nog steeds op de rode lijst als ernstig bedreigd

Het is een vrij grote vlinder met een vleugellengte van 3 tot 4 cm. De vlinders leven van het sap van rottende vruchten, bloedende bomen, mest en zelfs dode dieren. De vleugels van beide seksen heeft aan de onderkant een prachtige tekening, zoals op de tweede en derde foto goed te zien is. De vleugels van het vrouwtje zijn aan de bovenkant bruin …

De vlinder ontleent zijn naam waarschijnlijk aan de bijzondere kleur aan de bovenkant van de vleugels van het mannetje. Zijn vleugels hebben aan de bovenkant namelijke bijzondere iriserende kleuren. Afhankelijk van sterkte en invalshoek van het zonlicht, kunnen de vleugels verkleuren van bruin naar een prachtige blauwe kleur ….

Wij konden ons geluk niet op toen er na enige tijd een mannetje neerstreek in een struik aan de voet van de boom. En dat was nog niet alles, hij vouwde zijn vleugels ook nog eens als een volleerd model open …

En zo kregen we uiteindelijk dan toch die bijzondere blauwe tinten op de vleugels te zien. Met het afvinken van deze schoonheid kon mijn dag al niet meer stuk …   🙂

Jetske heeft haar nieuwe bridgecamera, de Nikon Coolpix B700, eens goed losgelaten de grote weerschijnvlinder. Haar verslag en foto’s zijn hier te zien: De grote weerschijnvlinder.”