De eerste grutto’s

Gisteren hadden we het over de eerste kievit. De eerste grutto’s had ik anderhalve week eerder al gezien. Op een grijze dag in maart had ik zin om even naar buiten te gaan, maar niet naar een van de vaste plekken. Daarom reed ik naar de Surhuizermieden, in de hoop de eerste grutto’s van het seizoen te zien. Dit gebied bestaat uit oude graslanden en hooilanden en is onder meer aantrekkelijk voor grutto’s, kieviten, tureluurs, smienten, slobeenden en kemphanen …

De grutto is een oer-Hollandse weidevogel die in Nederland terugkeert vanaf februari en zich in het voorjaar verzamelt bij ondiepe plassen en plas-dras weilanden om aan te sterken na de trek. In zulke natte graslanden foerageren de vogels intensief, voordat ze zich later in het seizoen meer verspreiden naar hun broedgebieden. De piek van de eileg ligt meestal in de tweede helft van april, en al vanaf eind maart kunnen de eerste legsels aanwezig zijn …

In de Surhuizermieden zijn de omstandigheden speciaal voor weidevogels verbeterd, onder meer door een hoger waterpeil, flauwe slootkanten en het verwijderen van bomen. Daardoor is het gebied een geschikte plek voor soorten als grutto, kemphaan en kievit. Hoewel de vogels vaak op afstand blijven, levert zo’n bezoek toch altijd iets op: een paar momenten waarop een grutto even op de wiek gaat, en het gevoel dat de lente langzaam begint …

Missie geslaagd dus: de nationale vogel is weer gezien, de grutto kan worden afgevinkt.

De eerste kieviten

Bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was weinig te beleven, daarom ben ik vrijwel meteen doorgereden naar de Hooiweg aan de andere kant van Earnewâld. Bij een langzaam uit elkaar vallend hek van It Fryske Gea zette ik de auto even half in de berm om mijn medicijnen te nemen en een stukje koek te eten …

Na enige tijd zag ik verderop een kievit neerstrijken. Toen ik even later dichterbij kwam, zag ik dat het er zelfs twee waren. Het vrouwtje deed alsof ze aan het broeden was. Daar geloofde ik echter niks van, zo dicht bij de weg. Niet veel later vlogen ze allebei op om hun heil ergens anders te zoeken. Maar mijn eerste kievit van het jaar was weer binnen …

Laatste stop: de Alde Ie

Nadat we de Opsterlandse Compagnonsvaart hadden gevolgd tot Lippenhuizen, stelde ik voor om een laatste stop te maken aan de Alde Ie (OpenStreetMap). De natte weilanden aan weerszijden van deze smalle, door het landschap slingerende landweg waren in het voorjaar vaak een klein paradijsje voor weidevogels. Hoe dat tegenwoordig is, weet ik niet, want sinds de weg in 2011 is afgesloten voor alle doorgaande verkeer, kom ik er niet zo vaak meer …

Een laat lammerseizoen?

Het mooie herfstweer lokte me weer eens terug naar een oude liefde, het Weinterper Skar. Ik besloot nu eens een keer te starten op de parkeerplaats aan de Nije Heawei aan de westkant van het gebied …

Ik was nog maar net op weg, toen ik aan de rechterkant van het pad een in plastic verpakt affiche zag hangen. Benieuwd naar de tekst boog ik me voorover om de tekst te kunnen lezen. Hmmm … kennelijk was er in het Weinterper Skar sprake van een laat lammerseizoen … 😉

Bij gebrek aan dartele lammetjes vervolgde ik mijn weg. Al snel was ik bij de slagboom aan het eind van de verharde weg. Vanaf dit punt is in november 2016 de weg weggehaald. Sindsdien ben ik maar een paar keer voorbij deze slagboom geweest …

Het was geen straf om er te lopen. Om te beginnen vond ik er de eerste paddenstoelen van het jaar. Maar nog mooier vond ik de twee blauwe knopen, die vlak langs het pad stonden te bloeien …

Aan het begin van het blauwgrasland aan de linkerkant van het pad merkte ik dat het genoeg was geweest. Het tweede bankje, dat eind 2016 ter compensatie van het verwijderen van de weg is geplaatst, stond nog ruim 200 m verder. Dat ging ‘m niet meer worden, ik moest tenslotte ook weer terug naar de auto …

– wordt vervolgd

Schaatsenrijders en ’n wespendief

Anderhalve kilometer ten westen van Dwarsgracht passeerden we het fietspontje van Jonen. We lieten het pontje rechts liggen en koersten hier vandaan in zuidelijke richting over de Walengracht …

Al snel voeren we langs een paar borden die waarschuwden voor de nadering van een zelfbedieningsstuw. Iets verderop vond Jetske een mooi plekje om even voor anker te gaan voor een bakje koffie en een eerste broodje …

Al snel werd ik gedwongen om mijn lunch te onderbreken. Vlak voor de boot zat een grote schaatsenrijder volkomen roerloos zijn eigen spiegelbeeld te bestuderen, zo leek het. Ik had nog maar nauwelijks een foto gemaakt, toen er een tweede schaatsenrijder in beeld verscheen. Toen ik ’s avonds de foto’s op de pc bekeek, zag ik dat de tweede schaatsenrijder de eerste al had besprongen, voordat ik de derde foto kon maken … 🙂

Intussen verschenen er ineens wolken aan de lucht. Enige tijd later werd het zelfs even wat rillerig. “Het zal toch niet gaan regenen …?” vroeg Jetske. “Ik sluit niks uit in deze tijd van klimaatverandering,” antwoordde ik lachend. Het bleef droog, en het werd alleen maar warmer …

Terwijl we onze tocht vervolgden, meende ik na enige tijd een bruine kiekendief te zien vliegen. Hij was ver weg, maar ik probeerde er op goed geluk toch maar wat foto’s van te maken. Nadat ik kort daarvoor al was verrast door de actie van de schaatsenrijders, werd ik ook door deze vogel ’s avonds nog eens verrast. Toen ik Obsidentify erop los liet, beweerde die dat het een wespendief was. Dat vond ik wel mooi nieuws, want daarmee kan ik weer een nieuwe soort aan mijn archief toevoegen …

Langs pas gemaaide hooilanden, die werden afgewisseld met rietlanden en bosschages, voeren we over de Vaartsloot rustig verder in de richting van de Beulakerwijde …

Toen we hier vorig jaar langs kwamen, moesten we de stuw zelf laten zakken om door te kunnen varen. Om de een of andere reden was de installatie deze keer buiten werking …

– wordt vervolgd

Vervolg van ’n licht winters ritje

Ik had nog maar net de deur van de vogelkijkhut achter me dichtgetrokken, toen ik iets verderop een paar vogels tussen de wilgentakken zag. De eerste herkende ik al snel als een koolmees. Bij de tweede duurde het wat langer. Het was me al snel duidelijk dat het een klein vogeltje was, maar het duurde even voordat hij zo in een wilg ging zitten, dat ik het kenmerkende geel-zwarte petje van het goudhaantje herkende …

Hem herkennen was één ding, hem vervolgens ook nog op de foto krijgen, was weer een tweede. Het kleine snelle vogeltje bleef maar van tak naar tak schieten. Ik heb talloze foto’s gemaakt, maar er zat niet één scherpe foto bij. En ik ben bang dat dat niet alleen aan mij lag, maar ook aan mijn camera …

Ook van de rest van de dag heb ik heel wat onscherpe foto’s linea recta naar de prullenbak moeten verwijzen. Zoiets heeft mijn camera me onlangs ook al eens geflikt, dus ik ben bang dat er sprake is van serieuze scherpstellingsproblemen. Maar gelukkig bleven er nog genoeg bruikbare foto’s over, zoals deze van het deels ondergelopen land achter de Hooidammen (Google Maps). Hier kan vaak al snel geschaatst worden, maar er stond nu gek genoeg maar weinig water op het land …

Terug in de omgeving van Oudega en Earnewâld kwam ik langs een weiland, waar behalve een stuk of wat schapen ook een ooievaar op zoek was naar een lekker hapje. Mogelijk doet hij een poging om hier te overwinteren …