Ook zeldzaam: de zilveren maan

Nadat we allebei een aantal foto’s hadden gemaakt van de uiterst zeldzame grote vuurvlinder, staken Anna en ik het witte bruggetje over om iets verderop in een stuk hooiland op zoek te gaan naar een andere vlinder die op de Nederlandse Rode Lijst van Dagvlinders staat, de zilveren maan (Boloria selene)

Onderweg kwamen we opnieuw de Engelsman tegen. Op onze vraag of hij al wat gevonden had, begon hij enthousiast te verhalen: “Ooh … there are so many Silvery Moons as you call them overthere, it’s awesome …”
Terwijl de Engelsman zijn weg vervolgde, ontdekten wij al snel dat hij niets teveel had gezegd. Bij vrijwel iedere stap die we deden fladderde er wel één van de oranje vlinders vanuit het lange gras omhoog …

De zilveren maan kwam in de eerste helft van de vorige eeuw bijna overal in ons land nog algemeen voor. Een paar kaartjes op het tabblad ‘Verspreiding’ van de zilveren maan laten goed zien hoe de populatie sinds 1950 sterk is afgenomen. Op dit moment komt de zilveren maan in Nederland alleen nog voor in het veenweidegebied op de grens van Utrecht en Zuid-Holland, in de kop van Overijssel, in Friesland en op Terschelling. De zilveren maan staat verder op de Waalse, Vlaamse en Britse Rode Lijst. In Duitsland staat de soort in de categorie ´bijna bedreigd´. …

De zilveren maan is familie van de vossen, de parelmoervlinders en de weerschijnvlinders. In 2011 heb ik tijdens een fietstocht op Terschelling eens een ander lid van de parelmoervlinders gefotografeerd, de duinparelmoervlinder …

Met dank aan Anna voor de tip en het perfecte gidswerk, zijn de foto’s van de uiterst zeldzame grote vuurvlinder en de evenzeer erg bedreigde zilveren maan in het hoofdstuk ‘natuurfoto’s’ dit jaar toch wel mijn meest bijzondere foto’s geworden.

Een reekalfje in het lange gras

Toen ik afgelopen week hoorde van het reekalfje en de andere dieren die bij Westergeest het slachtoffer werden van de maaimachine, moest ik onwillekeurig terugdenken aan een gebeurtenis van precies zeven jaar geleden …





Op 2 juni 2006 besloot ik tijdens een fotokuier in het Weinterper Skar eerst even op zoek te gaan naar vlinders in een stuk hooiland, voordat ik naar mijn favoriete bankje bij de dobbe zou gaan …





Ik had nog maar enkele stappen in het lange gras gezet, toen ik plotseling vlak voor me in het gras een donkere schim zag liggen. Even verstijfde ik van schrik, omdat ik in eerste instantie dacht dat het een hond was. Dat bleek echter geenszins het geval te zijn, voor me lag een klein reekalfje …





Terwijl ik op veilige afstand wat foto’s maakte om het diertje niet verder te verontrusten, bleef het kwetsbare beestje roerloos liggen. Daarna ben ik geruisloos op mijn schreden teruggekeerd, zonder nog op zoek te gaan naar vlinders …





Op weg naar het bankje bij de dobbe liep ik een andere fotograaf tegen het lijf, die zich later zou ontpoppen als Heidehipper alias Geert van Geert Sines. Hij wist me gerust te stellen, het reekalfje zou ongetwijfeld later op de dag weer door zijn moeder worden opgepikt, aldus Geert …





Voor mij was het een onvergetelijk moment, dat op dezelfde hoogte staat als de eerste keer dat ik poollicht zag. 🙂