Een ooievaar en een ree

Na het treffen met het ree en de reebok bij de Legauke vervolgde ik mijn weg in de richting van Oudega en de Jan Durkspolder. De eerste reeën van die dag hadden me verrast op een plek waar ik nog niet eerder een ree had gezien.

Een kwartiertje later reed ik rustig over de Westersânning bij Oudega. Hier had ik in het verleden al vaak reeën getroffen. Deze keer zag ik er na lange tijd rechts van de weg eindelijk weer eens een ree in het weiland staan. Even verderop foerageerde een ooievaar, alsof het landschap die ochtend nog wat extra rust had meegekregen …

Omdat de dieren op flinke afstand stonden en de wind gunstig was, kon ik de auto een stukje achteruit zetten zonder ze te verstoren. Zo had ik een beter zicht.. Dat leverde de onderstaande serie op. Ik had er nog veel meer foto’s van kunnen maken, want ze maakten geen enkele aanstalten om zich te laten afleiden. Het landschap vertelde verder weer zijn eigen verhaal …

Daarmee was het gemis aan reeën eerst weer even gecompenseerd.

2 kleintjes en een grote

Vrijdag ben ik nog maar eens afgereisd naar mijn fotomaatje in de Kop van Overijssel. Eigenlijk was het al lang Jetskes’ beurt om naar Fryslân te komen, maar ik stelde voor om het nog maar eens andersom te doen. Als Jetskes’ tantezegger Klaas Jan bij Nederland in het rietland aan het werk was, leek dit me een uitgelezen kans om daar nog eens naar toe te gaan. Over een paar weken is het rietland tenslotte weer verboden gebied i.v.m. de broedtijd. Daar kon Jetske zich wel in vinden …

Omdat we pas aan het begin van de middag in het rietland terecht konden, dronken we – met zicht op de voedertafel bij Jetske en haar man in de tuin – eerst koffie. Een vink en een huismusje wilden wel even voor me poseren. Vooral met dat vinkje was ik blij, want die hebben we zelf maar weinig in de tuin.

Daarna stapten we in de auto om naar de Weerribben te rijden. Omdat we nog alle tijd hadden, maakten we onderweg nog een paar tussenstops om wat foto’s te maken. De eerste halte was bij dit ooievaarsnest langs het Kanaal Steenwijk – Ossenzijl. De ooievaar klepperde af en toe eens even en leek het allemaal prima te vinden …

– wordt vervolgd

Een overwinterende ooievaar

Hoewel er hemelsbreed 4 km verderop geschaatst werd op ondergelopen land, was deze in Fryslân achtergebleven ooievaar vandaag precies 10 jaar geleden rustig bezig zijn kostje bij elkaar te scharrelen in de buurt van Earnewâld …

Degelijk houtwerk

“Kunnen we de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder hier vandaan ook zien?” vroeg Jetske na enige tijd. Ze keek op dat moment wel de goede kant op, want aan Jetskes’ oriëntatie ligt het niet. De hut was echter niet te zien. In 2018 stond hij nog duidelijk afgetekend tegen de achtergrond van de bekende windmotor en de boerderij (foto linksonder). Tegenwoordig gaat hij echter schuil achter de bomen (foto rechtsonder) …

We werpen nog even een blik omhoog naar de binnenkant van het dak van deze degelijk gebouwde uitkijktoren. En dan is het tijd om via beide houten trappen af te dalen en ons ‘rondje pontje’ te vervolgen …

Rond de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder leek weinig activiteit te zien, daarom besloten we door te rijden. In Oudega maakten we nog even een korte stop bij het ‘Albert Faber parkje’ om wat houtsnijwerk te fotograferen …

De laatste bezienswaardigheid was de in verval geraakte bijenkorf, die t.g.v. Leeuwarden-Fryslân 2018 in de zomer van 2018 tussen Oudega en Opeinde langs de weilanden werd geplaatst …

Droge weiden en natte natuur

Hat kan niet altijd en overal feest zijn. Nadat we eerder de veel fotogeniekere ouderwetse pakjes hooi hadden gezien, kwamen we verderop langs een weiland waar van die lelijke grote zwarte plastic balen lagen …

Een ooievaar en een blauwe reiger leek het niets uit te maken. Zij scharrelden op zoek naar voedsel rustig tussen de grote zwarte balen rond …

Bijna aan het eind van de Bûtendiken ligt tegenover het Noordergemaal een waterrijk stuk natuur aan beide zijden van It Krûme Gat. Gedurende het jaar zijn er diverse vogelsoorten die hier een tijdlang neerstrijken …

Toen wij er langs kwamen, was een broedeilandje goed bezet met visdiefjes. Het was er een drukte van belang, want er werd voortdurend heen en weer gevlogen …

Verder ademde het gebied rust. Een klein stukje naar rechts zat een nijlgans wat te suffen op een grote kei. Wij hadden daar geen tijd voor, we moesten verder om op tijd bij de pont te zijn …

Earrebarren by Earnewâld

Oftewel: ooievaars bij Eernewoude

Nadat ik de fotoserie van de reeën had gemaakt, besloot ik nog even door te rijden naar Earnewâld. Een stukje voorbij de gaswinningslocatie aan de Dominee Bolleman van der Veenweg zette ik de auto vlak voor de bocht naar rechts in de berm. Aan de andere kant van de weg stonden twee ooievaars samen op het nest in een boom …

Nadat ik een paar foto’s van het bovenstaande paar had gemaakt, richtte ik mijn camera op de ooievaar die op een hoge paal binnen de hekken van de gaswinningslocatie staat. Tot 2014 zaten er grote lampen op zulke palen, Daar hadden de ooievaars in de loop der jaren zulke grote en zware nesten op gebouwd, dat er in 2014 huisuitzettingen volgden om de situatie veilig te houden.

Na al die jaren zie ik nog regelmatig een ooievaar op één van die kale palen staan. Dit exemplaar vloog net op, toen ik de camera op hem had gericht. Tot mijn geluk vloog hij linea recta naar de boom aan de andere kant van de weg …

Daar stond de partner al te wachten. Na de landing zetten ze samen even een luid geklepper in …

Foeragerende ooievaars in de wei

Gisteren vertelde ik hier al, dat ik op weg terug naar huis langs een weiland kwam, waar een tiental ooievaars liepen te foerageren. Dit is geen uitzonderlijk beeld in deze contreien, want onder andere bij Beetsterzwaag en bij Earnewâld zijn talloze ooievaarsnesten te vinden …

Ook de ooievaar die over kwam vliegen, toen ik een uurtje daarvoor in het Weinterper Skar op het bankje zat, was waarschijnlijk naar dit weiland onderweg. Best kans dat hij nu ergens tussen de andere ooievaars stond …

Gelukkig liepen er dichter bij ook een paar ooievaars. Ik zocht een plekje waar ik ze – niet gehinderd door het struikgewas langs de weg – kon portretteren, terwijl ze zij aan zij door het weiland liepen. Nu eens ving de één een klein hapje, dan weer de ander …