In de kleine vogelkijkhut

Zoals verschillende mensen gisteren al opmerkten, was het een flinke kuier naar de kleine vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Dat wist ik vooraf ook wel, want ik ben er tot een paar jaar geleden wel vaker geweest. Maar des te lekkerder is het om op zo’n dag bij het doel aan te komen, en daar een tijdlang lekker te kunnen zitten …

Het was geen straf om rustig uit te kijken over het Friese polderland. De gestaag voortdrijvende wolken verzorgden samen met de zon een mooi spel van licht & schaduw en fraai gebroken weerspiegelingen op het wateroppervlak …

In de verte staat de windmotor, die vanaf de andere kant al zo vaak heeft gefigureerd op foto’s die op de achtergrond vooral (imposante) wolkenpartijen tonen …

Het was stil in het polderland. Aan de andere kant van het water stonden een paar koeien te grazen. Een blauwe reiger die ineen gedoken de wind trotseerde, bleef naar alle waarschijnlijkheid zitten om de benaming ‘vogelkijkhut’ eer aan te doen, denk ik …

Verderop stond te midden van het wuivende riet een vogelaar. Hij probeerde om een torenvalk voor de lens te krijgen, die zich ophield bij de gaswinningslocatie. Als een voorbode van de nakende winter blies de wind ontelbare pluisjes door de lucht …

Na enige tijd brak het moment aan om de terugweg te aanvaarden. Eerst langs het ‘dode bomen bos’, dan over het bruggetje waar ik leunend weer even wat rust kon pakken en tot slot langs het bankje, waar ik toen – in tegenstelling tot op de heenweg – wel even ben gaan zitten …

Ja, voor het eerst sinds bijna twee jaar is een langere fotokuier weer te doen, en dat voelt goed. Morgen meer daarover.

Up up and away

Een minuut of tien had ik hem in de plas rond zien stappen. Af en toe bleef hij even staan, met scherpe blik in het water turend. Tweemaal deed hij een vruchteloze poging om een visje te verschalken, daarna ging hij op zoek naar een ander en hopelijk beter stekje …










Einde zomerstop

Het heeft even geduurd, maar nu wordt het toch zo langzamerhand tijd om een eind aan mijn zomerstop te maken. Die lange stop had ik ook wel even nodig in deze lange, warme zomer. Om te beginnen dank aan allen die de afgelopen periode belangstelling en zorg toonden voor mijn gezondheidssituatie. Het warme weer heeft mijn benen weer geen goed gedaan, maar verder ben ik er aardig doorheen gerold …

Het laatste deel van de warmte hebben we doorstaan in onze datsja aan de noordkant van Leeuwarden. Met water rondom is dat ook ’s zomers voorwaar geen verkeerde plek. Het levert mij echter steevast één probleem op: ik kom na elk verblijf daar met veel teveel foto’s thuis, zo ook nu weer …

Tja, en waar begin je dan mee? Een mooie serie van onze trouwe vakantievriend Oskar? Of een serie van één van de vele mooie zonsondergangen? Of toch maar een fotoverslag van onze reis naar de reuzen …?

En om de keuze nog wat moeilijker te maken, heb ik vanmorgen ook nog weer een mooie serie gemaakt van de lepelaars en een blauwe reiger in de Jan Durkspolder. Vandaag volsta ik met een klein voorproefje van wat er hier de komende periode zoal te zien zal zijn …

Reiger loopt juveniel hapje mis

Het lijkt al heel wat, die juveniele meerkoet, maar hij is nog steeds niet veilig. Terwijl hij woensdagavond met pa of ma langs een rietkraag op zoek was naar voedsel en/of nestmateriaal, verscheen er plotseling een blauwe reiger die het tweetal in de smiezen had. De volwassen meerkoet nam een dreigende houding aan en stelde zich op tussen de reiger en de juveniele meerkoet …

Het jong verdween een stukje verderop in de rietkraag op de plek waar vermoedelijk door het ouderpaar aan een nieuw nest voor de tweede wordt gewerkt. Na een korte, maar felle schermutseling tussen de meerkoet en de reiger, hief de laatste de kop op om vervolgens zijn heil elders te zoeken …

Elke pas zorgvuldig overwegend, kwam de reiger langzaam maar zeker, stapje voor stapje onze kant op. Enkele malen deed hij een poging om een visje te verschalken, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij uiteindelijk met lege maag weg vloog om zijn geluk elders te proberen …

En de juveniele meerkoet …, die had weer een dag overleefd.

Onder de boom

Terwijl ik vanaf het parkeerplaatsje bij de Hooidamsbrug mijn blik even over de zuidkant van de Jan Durkspolder liet glijden, kwam er vanuit de sloot aan de andere kant van de weg ineens een reiger tevoorschijn …

Nadat hij even om zich heen had gekeken, stapte hij onder het bruine bladerdek van de boom door in de richting van de open vlakte …

Na enkele parmantige passen hield hij halt. Reikhalzend keek hij even omhoog, waarna hij er met ferme wiekslagen vandoor ging …

Tegelijkertijd streek er vanaf de andere kant een grote vogel in de boom neer …

– wordt vervolgd –