Territoriumstrijd in de Alde Feanen

Kort nadat ik de lepelaars uit het vorige logje had gefotografeerd, liep ik door de corridor van knotwilgen terug in de richting van de auto. Halverwege het pad zag ik ineens op enkele meters afstand naast me een grote zilverreiger staan. Zodra hij de klik van mijn camera hoorde, maakte hij dat hij weg kwam …

Een andere grote vogel heb ik zes jaar geleden niet ver hier vandaan eens heel aardig kunnen fotograferen. Die ‘vliegende deur’, zoals de zeearend ook wel wordt genoemd, bevond zich toen een stuk verder verder bij me vandaan dan de bovenstaande zilverreiger. Met zijn spanwijdte van ruim 2 meter is met afstand de meest indrukwekkende vogel die ik ooit heb gefotografeerd …

Sinds 2017 broedt er jaarlijks een zeearendskoppel hier in Nationaal Park de Alde Feanen. De afgelopen jaren zijn er in totaal 4 jongen groot gebracht. Ook dit jaar is het zeearendspaar weer teruggekeerd. Net als voorgaande jaren gaat dat echter niet van een leien dakje. Ook dit jaar wordt er weer heftig gestreden om het enorme nest. De zeearenden moeten hun territorium namelijk delen met o.a. een paar buizerds en een havikskoppel, die ook hun zinnen op dat nest hebben gezet …

Dat is allemaal te volgen via de webcam van It Fyske Gea en Vogelbescherming NL. De afgelopen dagen heb ik ons grootste liefdeskoppel al zien paren op de grote tak aan de ander kant van het nest. Maar ook een paar buizerds zijn er al eens neergestreken. Het meest lastig en agressief zijn ook dit jaar de haviken weer. Als ik het me goed herinner, zijn die vorig jaar uiteindelijk als winnaars en heersers van het nest uit de strijd gekomen. Hoe het dit jaar zal aflopen is nog volstrekt onduidelijk. Wat wel zeker is, is dat de webcam van de zeearenden met de terugkeer van het herfstachtige weer een aangename afleiding kan bieden …

TIP: wanneer het nest leeg is of wanneer er langere tijd een rustig vogel op het nest zit, laat ik beeld en geluid op een tabblad open staan, zodat ik zelf andere dingen kan doen. Als het niet te hard waait, klinkt er dan regelmatig gezellig gekwinkelier van vogels in de omringende bomen door de kamer. Zodra het weer interessant genoeg is om te kijken, laat één van de roofvogels dat over het algemeen luidkeels horen.   🙂

De earrebarre is der wer

Hoewel het zicht bepaald niet optimaal was, kon ik al van ver te zien dat er een ooievaar op het paalnest langs de Bolderen ten noordoosten van Earnewâld stond. Die was knap vroeg terug, bedacht ik me, toen ik daar donderdag langs reed … Ik vervolgde mijn rondje om eens te zien of er in de buurt van de grote gaswinningslocatie dichter bij Earnewâld ook al ooievaars terug waren. Het was onvoorstelbaar, maar vrijwel alle paalnesten – en dat zijn er zeker een stuk of 10 – waren al bezet. Verder zwierven er in de omgeving enige ooievaars rond, die vooral in hooi- en rietlanden hun kostje bijeen probeerden te scharrelen. Kortom: de ooievaar is terug, oftewel in goed Fries: de earrebarre is der wer

 

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, zo luidt het gezegde. Dat geldt naar alle waarschijnlijkheid ook voor de ooievaar, zo valt in de volgende alinea te lezen. Maar nu er al zoveel ooievaars terug zijn op hun thuisbasis, zou je zeggen dat het voorjaar nooit ver meer kan zijn. Dit temeer omdat een krachtige westelijke stroming alles wat maar even op winter lijkt in zo ongeveer heel Europa van de kaart veegt. In tegenstelling tot 2012 wijst tot dusver niets op serieus winterweer …

In 2012 heb ik de eerste ooievaar in deze omgeving al op 14 januari gesignaleerd, maar dat bleek bij nader inzien niet zo’n handige keuze van die eigenwijze eenling. Er was op dat moment voor de lange termijn mogelijk winterweer in het vooruitzicht gesteld. En dat bleek in dat geval ook echt uit te komen. Na twee maanden uitermate zacht winterweer kwam er eind januari een omslag. Van 30 januari t/m 8 februari was er sprake van de 33e officiële koudegolf in ons land sinds 1901. Een mogelijke Elfstedentocht op de schaats deed vele harten zelfs even sneller kloppen. Mijn volledige verslag met foto’s en grafieken over de betreffende winterperiode valt te zien en te lezen op: Weerbeeld februari 2012

 

’t Grijze weer beu

Om toch af en toe wat anders te zien dan de tuin, heb ik gisteren weer eens een ritje gemaakt in de buurt van Oudega en Earnewâld. In fotografisch opzicht mocht ik niet mopperen, maar desondanks ben ik zo langzamerhand wel een beetje klaar met het grijze weer. En volgens mij dacht een fazant in stuk hooiland er ook zo over. Nadat ik de auto in de berm had laten uitrollen om een paar foto’s van hem te kunnen maken, bleef hij chagrijnig zitten waar hij zat. Uiteindelijk was ik degene die het eerst weer vertrok, en dat komt niet zo gek vaak voor bij fazanten …

Slechts bijzaak

Meestal zoom ik langzaam in op een onderwerp, in dit geval heb ik het eens andersom gedaan …

De laatste keer dat ik bij Earnewâld langs de rietlanden reed, was ik meteen in de ban van deze weerspiegeling …

De grote zilverreiger zelf was op dat moment in feite slechts bijzaak …

’t Riedeltje van de Rietzanger

Sinds enige tijd zit er regelmatig een vogeltje luidkeels te zingen in een struikje vlak bij de plaats waar ik mijn auto parkeer wanneer ik naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder ga. Een week of twee geleden ben ik hem maar eens op gaan zoeken. Afgaand op zijn uiterlijk en zijn zang, denk ik dat het een rietzanger is, die vanuit dit struikje zijn territorium overziet en bewaakt …

Tijdens de fotokuier die ik vorige week woensdag in de Jan Durkspolder maakte met mijn fotomaatje Jetske, zat hij ook weer op zijn plekje. Jetske was ook erg enthousiast over deze kleine zanger, zo valt vandaag op haar weblog te lezen in het logje “Rietzanger zing het hoogste lied”

Hoewel de wind het met zijn vrijwel altijd storende windgeruis en ferm heen en weer zwaaiende takjes en twijgjes niet echt gemakkelijk maakte, heb ik vanwege het fraaie lied van deze zanger toch maar even een filmpje gemaakt. Let er ook even op hoe hij zonder noemenswaardige onderbreking tussendoor even een smakelijk vliegje vangt …

Roodoogjuffer op gele plomp

Nadat we in de vogelkijkhut hadden genoten van de show van ‘De lepelaar met zijn mooie vangst’, stelde ik Jetske voor om nog even een stukje in westelijke richting over het schelpenpad ‘de Geau’ te lopen. Een lange kuier zouden mijn onderdanen me niet toestaan, maar het leek me wel goed om nog even de benen te strekken …

Dat bleek al snel weer een goede keuze te zijn. Omdat ik het dichtst naast de vaart liep, had ik tussen het rietkraagje door af en toe goed zicht op het wateroppervlak. Zo viel mijn oog op zeker moment op een waterjuffertje op een blad van de gele plomp, een Pompeblêd zoals we dat hier noemen …

Dichterbij komend en inzoomend met de camera, zag ik dat het een roodoogjuffer was. Ik laat even in het midden of het een Kleine roodoogjuffer was of een Grote roodoogjuffer, daarvoor zijn de verschillen voor mij te gering. Ik vond het in ieder geval weer een mooie vondst …

Zowel Jetske als Aafje spreken op gezette tijden hun zorg uit wanneer ze mij ergens aan de waterkant zien rondscharrelen of wanneer ik balancerend een of andere hindernis neem. Maar Jetske kan er bepakt en bezakt met haar drie camera’s ook wat van …

Nijlganzen in de polder

Vandaag zet ik opnieuw een paar ganzen in de schijnwerper, nijlganzen om precies te zijn. En dat zijn niet echt mijn favoriete ganzen …

Om te beginnen vind ik ze toch wat minder mooi dan bijvoorbeeld brandganzen. Dat masker rond de ogen geeft ze wat schurkachtigs, naar mijn idee. Weet je wanneer ik ze wel heel mooi vind? Als ze vliegen, want in de vlucht vallen de zwart-witte vleugels mooi op. Daar heb ik recentelijk helaas geen foto van kunnen maken. Verder dan deze korte parade in de wei ben ik in fotografisch opzicht niet gekomen …

Maar ik vind het bovenal luidruchtige ganzen. Ik kan ze niet ergens treffen of ze zetten meteen een grote snavel op. Dat is op een paar van de onderstaande foto’s ook goed te zien …