Moeder de (nijl)gans

Begin juni schreef ik hier een logje over het vaak luidruchtige en agressieve gedrag van nijlganzen. Nog geen week later kreeg ik ineens een heel ander beeld van de nijlgans voorgeschoteld, althans van Moeder de Nijlgans

Terwijl ik in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder naar de lepelaars zat te kijken, hoorde ik plotseling vanaf de andere kant van de hut een kreet opklinken door één van de luikjes. Toen ik daar naar toe liep en me bij het luikje voorover boog, zag ik dat er vlak buiten de hut een nijlgans stond te roepen. Al snel kwamen er ook twee kleine gansjes tevoorschijn …

Gedrieën begonnen ze aan een klein tochtje over het water. Nadat ze moeder enige tijd hadden gevolgd, mochten de jonkies samen wat ronddobberen, terwijl moeder zich weer terugtrok tot bij de hut …

Wel hield ze haar tweetal goed in de gaten. En dat lijkt me ook niet zo gek. Als je nagaat dat een nijlgans gemiddeld 6-9 eieren legt, dan is de kans groot dat ze al een flink aantal jongen is kwijt geraakt en dat ze als een heuse moederkloek waakt over de laatste twee …

Een merel en vier wandelaars

Voordat ik de hut verliet, keek ik nog even door één van de vensters in oostelijke richting naar buiten. Slechts heel vaag was de glinstering van de windmotor aan de Geau door de mist te zien…

Terwijl ik over het met wilgen omgeven paadje richting auto liep, streek er vlakbij me een merel neer. Even leek er van mist geen sprake te zijn, zonovergoten bleef de merel geduldig voor me poseren …

Terug bij de weg besloot ik nog even een stukje in de richting van de windmotor te lopen. Daar vandaan heb ik een foto gemaakt van de vogelkijkhut in de mist …

Ik was niet de enige die volop genoot van de rust in het mistige en heerlijk rustige buitengebied van de Jan Durkspolder. Uit de mist doemden vriendelijk groetende wandelaars op …

Een grijze vogeldag in de polder

Het was grijs en donker in de Jan Durkspolder. Maar een mens moet af en toe wat, daarom heb ik toch maar even een kuiertje naar de vogelkijkhut gemaakt …

Vlak nadat ik er was gaan zitten, vloog er aan de andere kant van het water een grote zilverreiger op …

Korte tijd later dobberden er twee slobberende slobeenden voorbij …

De laatste waarneming was dat er vijf grauwe ganzen in het water neerstreken …

Had ik in korte tijd toch maar weer acht vogels gekiekt, die zich in onze tuin nooit laten zien … Op naar de koffie!

Zwaluwen rond de kijkhut

Op één van de vele donkere augustusdagen ben ik nog maar eens naar de Jan Durkspolder gereden …

Rondom bepaalden dreigende wolkenformaties het beeld …

Veel vogels waren er niet te zien, maar met veel geduld en nog meer mislukkingen, kreeg ik uiteindelijk toch een aantal keren een voorbij vliegende zwaluw in beeld …

Maar lekker droog zittend, heb ik vanuit de vogelkijkhut toch vooral ook genoten van de wolkenmassa om me heen …

Toen ik terugkwam bij de auto leek de stier, waarmee ik anderhalve week geleden bij het hek had gestaan, in de luwte van de boom weer op me te wachten. Omdat de volgende bui zich in de verte alweer aandiende, heb ik hem maar mooi laten staan …

Over turf en meer

Op de terugweg hebben we nog twee tussenstops gemaakt. Om te beginnen trakteerde Nils op een terras bij Vierhuis op koffie met appelgebak. Daarna reden we door naar Rotsterhaule, waar we even een zijsprongetje namen naar het natuurgebied het Easterskar. Net als veel andere natuurgebieden heeft het Easterskar zijn ontstaan te danken aan de turfwinning …

Het had niet veel gescheeld of natuurgebied het Easterskar had niet bestaan. In het kader van werkloosheidsbestrijding werd begin vorige eeuw namelijk veel ‘natuur’ ontgonnen voor de landbouw. Omstreeks 1960 stond het Easterskar op de planning om op de schop te gaan. De groeiende industrialisatie hield het project echter tegen. Het naastgelegen Westerskar was wel al ontgonnen, maar het Easterskar en haar domein van bijzondere planten, vogels, vlinders, reptielen en amfibieën bleef gespaard en werd eigendom van de provinciale vereniging voor natuurbescherming ‘It Fryske Gea’

Ik besloot dit zijsprongetje te maken, omdat we onderweg langs de geboorteplek van mijn moeder kwamen. Pake verdiende zijn brood als landarbeider in en rond het Easterskar. Mem kwam als zevende kind op de wereld in het kleine huisje op de foto hieronder. Zo’n groot gezin in zo’n klein huisje, daar kunnen we ons vandaag niets meer bij voorstellen. Op de rechter foto zie je het gezin nog voordat mijn moeder werd geboren.

Wij waren intussen aangekomen in de vogelkijkhut ‘Skiere Goes’ (‘grauwe gans’ voor niet-Friestaligen) in het natuurgebied. Rondom de hut was het rustig, in de verte dreef een aantal zwanen op het water en vloog een grote zilverreiger op …

Op het moment dat wij de hut betraden waren twee vogelaars met luide stem bezig om een derde vogelaar uit te leggen welke instellingen hij met zijn camera, met daarop een joekel van een zoomlens, het best kon gebruiken. De man bleef echter hardnekkig tegenstribbelen. Nils en Tijmen zagen de humor er wel van in. Pepijn begreep er niets van, vooral omdat ik net voordien had verteld dat je in een vogelkijkhut wat stil hoort te zijn om de vogels niet te verjagen. Toen hij erbij ging liggen, leek het mij de hoogste tijd om huiswaarts te keren …

Last resorts: de Jan Durkspolder

Ik was onderweg naar de Jan Durkspolder, toen ik onderweg weer eens werd opgehouden door een paar reeën. Dat overkomt me de laatste tijd weer vrij vaak op verschillende plaatsen langs deze route. Maar voor alle duidelijkheid: ik heb het nog nooit als lastig ervaren. Integendeel, prettiger oponthoud is nauwelijks denkbaar …

Eenmaal op het laatste deel van de doodlopende Westersânning is aan de linkerkant van de weg de grote vogelkijkhut van de Jan Durkspolder te zien. Hij staat aan het eind van een smalle, ca. 100 m lange landtong te midden, omringd door water …

Waar de weg overgaat in een onverhard pad laat ik de auto achter. Na een klein stukje lopen over het pad genaamd de Geau, sla ik aan het eind van de schaduwen over het pad linksaf …

Een ongeveer 100 m lang paadje slingert omgeven door knotwilgen in de richting van de kijkhut. Ergens halverwege heb ik de foto met de springbalsemien gemaakt, die hier onlangs voorbij kwam onder de titel ‘Last Resorts (2)’. Voorbij de bocht in het pad voert een houten plankier naar de vogelkijkhut …

Vanuit de hut heb je door een groot aantal kijkluikjes rondom uitzicht over de watervlakte. Dit jaar viel het aantal mooie observaties vanuit die hut wat tegen. Dat is in voorgaande jaren wel eens beter geweest, maar desalniettemin is deze vogelkijkhut mijn 2e last resort, omdat ik er na 150 m lopen altijd een droge zitplek heb …

Ditmaal viel de oogst niet tegen. In de verte, eigenlijk net wat te ver voor mijn camera, zat een flinke roofvogel in het topje van een boom. Ik ben geneigd te zeggen dat het een grauwe kiekendief is, maar het kan ook een buizerd zijn …

Ik stond net op het punt om de terugtocht te aanvaarden, toen er aan de westkant van de hut voor het eerst dit jaar een lepelaar dichtbij de hut verscheen. Erg lang liet hij zich niet zien, maar mijn dag was alweer goed …

Tot zover mijn tweede last resort.

Zomer aan de Leijen

Een telefoontje komt onderweg maar zelden gelegen. A belde vorige week precies op het juiste moment, ik was net uit de auto gestapt om een kuiertje te maken bij de Leijen. Terwijl ik vanaf het amper 10 meter verderop staande bankje zicht had op de trots van de Tike, hebben we enige tijd genoeglijk zitten bijpraten …

Daarna was het tijd om in beweging te komen en de korte kuier naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ te maken …

Het paadje werd links en rechts omzoomd door een keur aan bloemen. De bloem van één van de gele lissen werd goed bewaakt door een soldaatje …

Het meertje lag er stil en verlaten bij. In één van de bomen midden in het water zat een aalscholver. Omdat hij net op het randje van het bereik van mijn camera zat, kon ik daar verder niet veel mee …

Een fuut dobberde rustig aan de kijkhut voorbij zonder mij ook maar een blik waardig te keuren. Een futendansje zoals twee jaar eerder op dezelfde plek, zat er helaas niet in. Saai, hoor …

Nog dichterbij was het wateroppervlak goeddeels bedekt met bloemen en bladeren van de waterlelie. Op het eerste gezicht een mooi beeld …

Als ik wat verder inzoom, ziet het er echter een stukje minder mooi uit. Het warme weer van de laatste weken is een katalysator voor algengroei. Het zal niet lang meer duren voordat de eerste zwemverboden i.v.m. blauwalg worden afgekondigd, vrees ik …