Alle eendjes …

Volgens Vogelbescherming.nl nemen de aantallen wilde eenden sinds ongeveer 1990 om onduidelijke redenen af, sinds 2000 zelfs met zo’n 20%. Ook het aantal vogels dat ’s winters wordt geteld in Nederland neemt af sinds ongeveer 2000. De oorzaak kan liggen in gemiddeld zachtere winters, waardoor Noord-Europese broedvogels vermoedelijk minder neiging hebben om in Nederland te overwinteren …

Rond de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan De Leijen bij  De Tike is van die achteruitgang weinig of niets te merken. Daar heb ik de afgelopen weken vele tientallen jonge eendjes gezien. Ook een kuifeend kwam haar kroost even showen …

Tot slot nog even een serie van dat toch altijd weer leuke jonge spul op het spiegelende oppervlak van De Leijen…

Zwarte sterns bij de ‘Blaustirns’

Zodra ik me vrijdagochtend in de vogelkijkhut “Blaustirns’ voor één van de kijkgaten had genesteld, hoorde ik het gekwetter van de boerenzwaluwen alweer …

Er trokken nog wat buien over de provincie, maar volgens de buienradar zouden ze voorlopig de westelijke oever van de Leijen met rust laten. Voor het uitzicht vormden de buien alleen maar een verrijking …

Terwijl de zwaluwen tijdens de volgende aflossing van de broedplicht even naast elkaar op de schutting zaten, kreeg ik een kans om snel even te zien dat er vijf eitjes in het nest liggen. Hoe mooi ook, daar kwam ik niet voor …

Ik was hier vrijdag voor de zwarte stern, een vogel die als bedreigd op de Rode Lijst staat.. De enige zwarte sterns die ik tot nu toe had gezien, broedden op vlotjes in de Kleine Beulakkerwiede bij Sint Jansklooster

Hoewel ik in het verleden hier rond het oude prieeltje in de Leijen bij mijn weten niet eerder zwarte sterns had gezien, was intussen duidelijk geworden dat ze er tegenwoordig wel degelijk zitten. Daar kon Ed Mather zijn reactie op 11 juni niets aan af doen: “Zonder nestvlotjes geen zwarte stern …”

Op het moment dat ik geconcentreerd bezig was met het filmen van het futendansje, lukte het Jetske woensdag al om een aantal mooie opnamen te maken van passerende en vissende zwarte sterns vlak voor de ‘Blaustirns’

Vrijdagochtend ben ik er eens goed voor gaan zitten. Aan het eind van de sessie leek ik toch zeker een tiental voor mij heel acceptabele foto’s van zwarte sterns had gemaakt. Ze waren zo scherp niet als die van Jetske natuurlijk, daar kan ik met mijn eenvoudige Powershot ook niet tegenop. Ik ben er echter weer blij mee …

 

Een futendansje op video

Nauwelijks voelbaar trok af en toe een aangenaam koel briesje door de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ aan de Leijen bij Doktersheide, toen Jetske en ik daar dinsdagochtend kort na elven neerstreken. Desondanks lag het oppervlak van de Leijen er zo goed als rimpelloos bij …

Hoewel ik op dat moment eigenlijk net niet helemaal stabiel en ontspannen zat, besloot ik meteen een video-opname te starten vanaf het moment dat ik een fuut in de richting van een andere fuut zag koersen. Wie weet, misschien zou het tot een dansje komen, dacht ik. En die gedachte werd vlot bewaarheid.

Het filmpje werd door mijn wat ongelukkige houding weliswaar niet helemaal stabiel, maar ik had meer geluk dan mijn fotomaatje. Voor haar speelde deze mooie scene zich af achter een storende rietkraag. Dat was sneu voor Jetske, want het werd een charmant dansje. Maar over het algemeen is dat soort momentjes van klein fotografisch geluk aardig verdeeld tussen ons …

Zwaluwen bij de hut

Nauwelijks zichtbaar deinden de waterlelie en de gele plomp vlak voor de nieuwe kijkhut ‘Blaustirns’ op en neer. Terwijl ik zo wat over het wateroppervlak zat te turen, bekroop me ineens het gevoel dat ik bekeken werd …

Een blik zijwaarts door de opening van de hut leerde me al snel dat dat ook wel klopte. Op een van de palen van de schutting aan het eind van het vlonderpad zat een boerenzwaluw naar me te kijken. Met in zijn snavel wat nestmateriaal, zat hij wat schuchter en afwachtend om zich heen te kijken …

Ik besloot me weer om te draaien en stilletjes te blijven zitten. Het duurde niet lang voordat ik achter me even wat zacht vleugelgeruis hoorde. Nadat ik even later buiten de hut gezellig gekwetter hoorde, besloot ik nog eens in de hut rond te kijken. Jawel, in een van de hoeken werd nog hard gewerkt aan een nestje …

– wordt vast nog wel eens vervolgd –

Een nieuwe vogelkijkhut

Groot was mijn teleurstelling toen ik in augustus 2016 ontdekte, dat de kijkhut aan het meertje de Leijen bij de Tike (in de volksmond vaak het prieeltje genoemd) was afgesloten. “Kijkhut ‘De Tike’ afgesloten wegens zwamgroei. Niet betreden in verband met instortingsgevaar …,” stond er op de dichtgetimmerde hut.
Toen ik er een jaar later weer was om te kijken of er al verandering in de situatie was gekomen, zag ik dat het prieeltje helemaal was afgebroken, allen het metalen onderstel restte nog …

Enkele weken geleden las ik in de lokale krant dat er inmiddels een nieuwe kijkhut is gebouwd. En dus ben ik begin juni voor het eerst sinds lange tijd weer eens naar Doktersheide gereden. Zodra ik het laatste deel van het vlonderpad betrad, zag ik de nieuwe hut staan. Het zag er op afstand helemaal niet verkeerd uit …

Dichterbij gekomen zag het er zo waar nog beter uit. In tegenstelling tot de oude situatie was het laatste deel van het pad nu afgeschermd met schuttingdelen. De hut heeft de naam “Blaustirns” gekregen, Fries voor zwarte stern. Nu heb ik daar in het verleden nog nooit een zwarte stern gezien, maar misschien hebben die zich inmiddels in de buurt gevestigd. De hut zelf is netjes afgetimmerd met prima bankjes en plankjes bij de kijkluikjes om de camera op te laten rusten …

Rond de hut viel op dat moment weinig te zien. Er hing een grijze deken over de Leijen. Zelfs het bomeneilandje in de verte lag er verlaten bij. Alleen een eendje dat wat ronddobberde tussen de waterlelies aan de voet van de kijkhut zorgde aan die kant voor wat afleiding …

– wordt vervolgd –

Verrassend

Na een grijze en vooral sombere week, waarin het effect van de qutenza-behandeling langzaam maar zeker merkbaar werd, volgde gisteren ineens een dag vol verrassingen.

Mijn fotomaatje had onverwacht vrij, en omdat de dames en heren meteorologen ons (weer) een zonnige dag in het vooruitzicht hadden gesteld, leek het Jetske een leuk idee om mij te verrassen met een ritje naar het plekje waar ze onlangs enkele honderden grutto’s had gefotografeerd. Nu had ik op dat moment wel mijn twijfels of de grutto’s daar nog wel zouden zijn, omdat ze na verloop van tijd weer uitzwermen over de provincie. En over het weer had ik eerlijk gezegd ook nog mijn twijfels na de voorgaande dagen. Maar goed, een dagje met Jetske op pad is over het algemeen geen straf en dus gingen we tegen elven op pad.

Een half uurtje later betraden we de vogelkijkhut ’t Set (kaart Google Maps) aan de noordwest kant van de Ryptsjerksterpolder. Alle goede bedoelingen ten spijt viel het ter plekke nogal tegen. Er blies een koude wind over het water dat zich aan grijze nevelen trachtte te ontworstelen. En zoals ik al vreesde, waren de grutto’s gevlogen …

Omdat ik geen zin had om de dag nu al teleurstellend te laten eindigen, stelde ik voor om door te rijden naar het Wad. De oude palenrij in ’t Wad bij Paesens-Moddergat is tenslotte in alle weersomstandigheden fotogeniek. Onderweg vertelde ik Jetske over de mooie herinneringen die ik aan Paesens-Moddergat bewaar met een prachtige eclips bij zonsopkomst en kansjes op poollicht.

Al voordat we ons doel hadden bereikt, begon de lucht voorzichtig open te breken. Rond het middaguur beklommen we de zeedijk ter hoogte van it Fiskershúske bij Moddergat. Wat heiig, maar badend in een zee van zon lag het Wad aan onze voeten …

Het werden een paar verrassend mooie en vooral ook vermoeiende uurtjes daar op en aan het Wad. Vooral de steeds verder afbrokkelende palenrij heeft weer heel wat foto’s opgeleverd, waar ik voorlopig weer even mee vooruit kan. Nadat ik op de heenweg had gereden, nam Jetske de terugreis voor haar rekening, zodat ik mijn geteisterde lijf en leden rust kon geven …

Bedankt Jetske, het was weer een topdag!

De ljip is werom!

Terwijl enige honderden voornamelijk brandganzen zich op nogal luidruchtige wijze ophielden in het noordelijk deel van de Jan Durkspolder, was het aan de zuidkant rustig. Heel rustig …

Niet zo ver van de vogelkijkhut dobberden wat eenden op het water, verder viel er in eerste instantie weinig te zien. Heel in de verte zaten de eerste lepelaars weer op hun vertrouwde nestplaats. Die zijn dus ook al heel vroeg terug …

Terwijl ik zo wat over het water zat te turen, hoorde ik aan de oostkant van de vogelkijkhut ineens een wel heel bekend vogelgeluid. En jawel, daar zat hij … “De ljip is werom – de kievit is terug …”

Nu eens kwamen er een paar smienten langs, dan weer dobberde er een slobeend voorbij. Het maakte de kievit niks uit. Het was een genot om te zien hoe hij ruim 20 minuten heen en weer trippelde op zijn kleine drassige eilandje. En voor wie altijd heeft gedacht, dat de kievit enkel zwart-wit gekleurd is … Kijk eens wat voor mooie, kleurrijke glans er over zijn verendek ligt …

Tot slot, onder ons gezegd en gezwegen …
Het kan natuurlijk ook heel goed zo zijn dat deze kievit de afgelopen maanden in onze contreien is gebleven, want in zachte winters vliegen niet alle kieviten duizenden kilometers naar het zuiden. Voor zover ik weet, schuiven sommige exemplaren hooguit mee met de sneeuw- of vorstgrens.