Zwarte sterns rond de hut

Het duurde even voordat het donderdagochtend echt interessant werd rond de vogelkijkhut de ‘Blaustirns’ op de oever van de Leijen bij De Tike. Maar na een tijdje zagen we toch verschillende keren een zwarte stern vliegen. En dat was maar goed ook, want het is vooral de zwarte stern die deze locatie interessant maakt. De naam van ‘Blaustirns’ is Fries voor ‘zwarte stern’. Deze vogel hoort hier thuis en dat was ook de reden waarom ik hier met Andries naar toe ging …

Uiteindelijk kwamen er toch één of meerdere zwarte sterns wat dichterbij. Het viel echter weer niet mee om er een paar acceptabele foto’s van te maken. Deze vogelkijkhut heeft een paar nadelen: de kijkgaten zijn vrij kleine en de bankjes die er staan zijn slecht geplaatst. Daardoor had ik weinig ruimte om een vogel in de vlucht te volgen. Over deze foto’s ben ik echter wel tevreden …

Op de foto hieronder is de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ te zien vanaf het uitkijkpunt bij het strandje aan de overkant van Opeinde. Zo lijkt het heel wat, maar deze foto geeft een vertekend beeld. Ondanks de minpunten ben ik blij dat deze hut er staat en dat ik er op goede dagen nog kan komen …

Zwarte sterns bij De Tike

Het bleef donderdag lang grijs en relatief koel. Dat had als voordeel dat ik het aandurfde om samen met oud-studiegenoot en Blueskyganger Andries een wandeling naar de vogelkijkhut bij de Leijen te maken. Eenmaal ter plekke viel dat echter nog niet eens mee, want het paadje langs het rietland begon flink dicht te groeien …

Het eilandje ‘de Kninepôle’ dat vorig jaar is hersteld, begon intussen gelukkig weer groen te kleuren. We moesten de hut delen met twee vogelaars, een van hen vertelde dat we de ijsvogel – zoals zo vaak – net hadden gemist. Verder was het rustig rond de hut. Er zwommen een paar futen en wat eenden rond. Een paar jonge meerkoeten waren bezig met hun ochtendgymnastiek op een kennelijk losgelagen broedvlotje. De show werd echter vooral gestolen door enkele zwarte sterns zie met een zekere regelmaat voor de hut langs vlogen. De foto’s daarvan bewaar ik nog even …

Na een ritje door de omgeving zijn we vervolgens nog even naar de Jan Durkspolder gereden. Daar was het zo mogelijk nog rustiger rond de vogelkijkhut. De grote zilverreigers bleven op grote afstand in de bomen zitten en de enige lepelaar die even in de buurt van de hut landde, deed dat op hetzelfde plekje als anderhalve week geleden, toen ik met Ria in de Jan Durkspolder zat. Deze keer bleef hij voor mij echter verborgen achter de bladeren van een pol gele lissen. Dat kon een paar gezellige uurtjes echter niet op de valreep bederven …

Langs it Swynzerpaad

Aafje bleek al een stuk dichterbij te zijn dan ik had gedacht. Toen we elkaar tegenkwamen, stelde ik voor om samen nog even terug te lopen over het Swynzerpaad (kaartje OpenStreetMaps), dat slingerend door de natte weilanden gaat. Van mijn fotomaatje Jetske wist ik al: bij het hek ligt een brede greppel en een sloot waar eigenlijk altijd wel íets te zien is …

In de verte wees de kerktoren ons richting Easterlittens. Zo ver was Aafje dus niet gelopen, vertelde ze. Terwijl we daar stonden, waggelde er iets verderop een eend met zeven donkere, pluizige kuikens door het gras. Vanaf mijn lage standpunt zag ik ze ineens één voor één verdwijnen—alsof ze gewoon oplosten. Pas toen ik weer opstond, snapte ik het: ze waren in de greppel beland. Tijd voor hun eerste zwemles …

Achter ons kwamen ondertussen een paar zwanen rustig onze kant op drijven. Tegen de tijd dat ze dichtbij genoeg waren, zag ik al hoe laat het was: voorjaar in de kop. En niet alleen daar …

– maar goed, dat verhaal komt nog. Eerst de echte primeurtjes …

Met Aafje naar Skrok

Na mijn uitgebreide verslag over het trip naar het Lauwersmeer en het Wad, loop ik weer wat achter op dit moment. En dat is wel jammer, want ik heb de afgelopen week een paar mooie primeurtjes gehad. Zo zijn Aafje en ik weer eens een middagje samen op pad geweest. Laat ik daar maar mee beginnen …

Vorige week maakte ik samen met Aafje een ritje naar de vogelkijkhut Skrok (kaart OpenStreetMaps) bij Wommels. Dat is op zich al een soort van primeur. Eigenlijk wilde Aafje die middag gewoon een wandeling maken in onze eigen wijk, maar echt enthousiast was ze daar niet over. Daarom stelde ik voor om samen naar Skrok te rijden. Terwijl ik in de vogelkijkhut zou zitten, kon Aafje lekker haar eigen wandeling maken over een mooi pad door de weilanden richting Easterlittens. Bijkomend voordeel voor mij was dat Aafje dan terug zou kunnen rijden. Gelukkig zag ze dat wel zitten …

We begonnen samen in de hut, even rustig kijken. Daarna ging Aafje op pad en bleef ik achter in de hut bij de plas. Het was er opvallend rustig. Voor de grutto’s was ik te laat; die hadden zich al verspreid over de weilanden. Even voelde het alsof ik iets gemist had, maar dat duurde niet lang …

Er was namelijk nog genoeg te zien. In het ondiepe water scharrelden meerdere kluten rond. Ik blijf dat prachtige vogels vinden, dat strakke zwart-wit en die sierlijk omhoog gebogen snavel, het heeft iets elegants. Op het eilandje lagen kemphanen wat loom bij elkaar, alsof ze de tijd namen om gewoon even niets te doen. Aan de overkant was het juist levendig: tientallen oeverzwaluwen vlogen onafgebroken af en aan bij de wand. Daar kon ik me echt een tijdlang in verliezen …

Na een tijdje merkte ik dat het goed was zo. Het plaatje was wel compleet was. Net op het moment, toen ik de hut uitliep, zag ik Aafje alweer in de verte aankomen. Dat voelde bijna te mooi getimed. Ik pakte mijn wandelstokken en het viskrukje uit de auto en liep haar tegemoet, met het idee om elkaar in de buurt van het hek te treffen …

– wordt vervolgd

Dwars door Nederland

Nadat we onze broodjes hadden gegeten op een parkeerplekje niet ver van de tjasker, pakte we onze route weer op. Enkele kilometers verderop naderden we de buurtschap Nederland. We maakten aan de oostkant van het dorpje een paar foto’s van de borden, waarvan het blauwe exemplaar recentelijk was bijgeplaatst …

Dit kleine Nederland heeft ruwweg 20 inwoners in de 10 woningen die de nederzetting telt. De goudkust zit aan de zuidkant. Het geld geld wordt hier aan de noordkant aan de Rietweg verdiend met hard werken. Daarbij doet ook een oude ladewagen, die nog uit de vorige eeuw lijkt te stammen, nog dienst …

Aan de westkant van de buurtschap namen we, vlak vóór de brug waar de weg een haarspeldbocht naar links maakt, de afslag naar rechts. Over en langs een fietspad passeerden we de vogelkijkhut op palen, van waaruit je een riant uitzicht over de rietvelden hebt. Het was niet te missen dat er niet alleen een boom stond, die gestut leek te worden, er waren langs het pad vooral veel afgebroken of afgezaagde boomtoppen te zien. Dat heeft te maken met het grootschalige herstel van de natuurwaarden van het gebied. Ik heb daar vorig jaar o.a. een blogje over geschreven: ‘Natuurherstel in de Weerribben’

Nadat wij ongeveer een kilometer over en langs het slingerende fietspad hadden gereden, zagen we een ons onbekende auto aan de rand van het rietland staan. Zouden we hier moeten zijn? We kenden de omgeving niet meer terug van vorige bezoeken, omdat er nogal wat bomen waren verdwenen. Jetske belde neef Klaas Jan om te horen waar we moesten zijn …

De mannen bleken onderweg te zijn. We waren op de juiste plek en besloten het ons makkelijk te maken. Ik pakte mijn klapstoel uit de auto en Jetske haalde haar uitschuifbare krukje tevoorschijn. Het duurde echter een minuut of wat, voordat het ding mee wilde werken. Na een jaar ingeschoven geweest te zijn, was er een tijdlang geen beweging in te krijgen. Maar uiteindelijk zaten we dan toch wel lekker in de zon en uit de wind …

– wordt vervolgd

Terug in de Jan Durkspolder

Het was er donker, toen ik vorige week de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapte. Alle luikjes voor de kijkgaten waren gesloten. Zoals gebruikelijk liep ik eerst even naar de oostkant. Toen ik daar een luikje opende, waaide er meteen een kille wind naar binnen. Daarom zaten de luiken dus dicht …

Op het eilandje naast de hut zaten vooral wat kieviten, een paar meeuwen en o.a. een enkele wintertaling. Verder naar het zuiden was het druk op het water, maar ik kon niet goed zien wat voor vogels het waren. Een paar futen die dichterbij waren, maakten even wat schijnbewegingen, maar zwommen al snel verder. Ik had het daar al snel bekeken vanwege de kille wind. Ik sloot het luikje en liep naar de westkant van de hut om daar nog even te kijken. Daar wachtte me een verrassing …

– wordt vervolgd

Nevel rond de Leijen

Het was nog wat nevelig, toen ik op een ochtend langs het rietland naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen liep. Bijna bij de hut aangekomen, probeerde de zon even door het grijze dek heen te breken. Echt helder werd het niet, mooi was het er wel …