Corona – hoe nu verder?

Hoewel de gevolgen van de corona-maatregelen voor mij eigenlijk maar zeer beperkt zijn, had ik het er vorige week emotioneel toch niet gemakkelijk mee. Plotseling vielen mijn dagelijkse structuur en mijn weinige ‘real life’ contacten weg, en dat is even wennen  Gisteren heb ik in de loop van de dag via de digitale weg en telefonisch een goed gesprek heb gehad met een bevriende relatie, en dat heeft geholpen om weer wat perspectief te krijgen …

Maar minstens zo belangrijk zijn de lieve en begripvolle reacties van jullie, mijn trouwe volgers. Die hebben me er de eerste dagen doorheen getrokken. Dankjewel daarvoor!

Het laatste duwtje om uit het dipje te geraken, kwam gisteravond van het kabinet. Ik ben blij met de verder aangescherpte gedragsregels, want die blijven het me mogelijk maken om er zo mogelijk dagelijks even op uit te blijven gaan. En dat is voor mij als MS-patiënt wel van belang om mijn spieren wat op kracht te houden en de geest ook wat fris te houden. Nu maar hopen dat de autoriteiten de aangescherpte regels waar nodig ook echt gaan handhaven …

Nadat ik drie dagen achtereen helemaal solistisch een uurtje in de Ecokathedraal had doorgebracht, ben ik gisteren weer eens naar de Jan Durkspolder gereden om wat meer lucht en openheid om me heen te hebben. Meestal begin ik een bezoekje aan de polder in de vogelkijkhut die op de bovenstaande foto rechts te zien is. Gisteren heb ik dat niet gedaan. Om te beginnen doe ik er alles aan om besmetting met het coronavirus te voorkomen. Je zult er maar lekker voor één van de open luikjes zitten te turen, terwijl er een hoestende of proestende vogelaar naast je op het bankje schuift. Nee, mij niet gezien …

Het zal trouwens met de oostenwind die over de watervlakte aan kwam waaien ook knap koud geweest zijn in de hut, denk ik. Daarom verkies ik mijn eigen mobiele kijkhut nu toch echt boven die andere hut. Als de huidige luchtdrukverdeling 1 of 2 maanden eerder op de weerkaarten was verschenen, dan hadden de liefhebbers hier waarschijnlijk intussen al kunnen schaatsen. De pijlers van de kluunbrug die hier in februari 2012 werd aangelegd, staan nog steeds klaar, zoals je op de foto hierboven kunt zien …

Veel was er trouwens niet te beleven in de Jan Durkspolder. Er duikelden wat kieviten, maar die lieten zich in het tegenlicht niet in beeld vangen. Meer dan wat landschappelijke foto’s kon ik niet maken, dat lukte enige tijd later elders beter …

Ik sluit af met een tegenlichtfoto. Hier werd ik getroffen door de combinatie van de mooie glinstering op de achtergrond en de schaduwen van de takken op het wegdek …

Een fijne dag verder. Pas op jezelf en blijf gezond!

Formaat doet er toe

Toen ik begin november samen met mijn fotomaatje de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder betrad, zat daar al een vogelaar met een joekel van een telelens. Nadat Jetske en ik aan weerszijden van de man een zitplaats voor één van de kijkluikjes hadden ingenomen, lieten we onze blik over de stille plas rond de hut glijden. Af en toe piepte of klikte één van de onze camera’s.

De man leek in eerste instantie met een wat meewarige blik naar onze bridgecamera’s te kijken, maar dat bleek mee te vallen. Eenmaal in gesprek over camera’s en fotografie vertelde hij, dat hij een 900 mm lens op zijn camera had geschroefd. Hij gaf mooie resultaten, maar hij was wel erg zwaar en dat was toch wel een nadeel, vond de man …

Kwalitatief verliezen onze wat fors uitgevallen compactcamera’s het van de zijne natuurlijk. Maar je bent er vanwege het veel geringere gewicht een stuk mobieler mee, en dat kuiert weer wat makkelijker. Op dat moment had ik het equivalent van de 65 x zoom in mm niet paraat. Daarom liet ik het er op dat moment maar bij dat mijn Powershot SX70 IS qua bereik de zijne waarschijnlijk zou overtreffen. Intussen heb ik dat natuurlijk nog even opgezocht, 65 x zoom is te vergelijken met 1365 mm …   🙂

En dus konden Jetske en ik even later met onze camera’s losjes in de hand nog even lekker aan de wandel. Vrolijk groetend lieten we de zwaar bewapende vogelaar achter in de vogelkijkhut …

Op pad met Tijmen

Onze kleinkinderen raakten al van jongs af aan vertrouwd met mijn camera. Het duurde dan ook niet lang voordat Tijmen –  de oudste van de twee – zelf ook foto’s wilde maken. Op zijn vijfde kreeg hij de beschikking over het eerste oude digitale cameraatje van zijn ouders. Vanaf dat moment maakten Tijmen en ik regelmatig samen een fotokuiertje wanneer hij bij ons logeerde …

augustus 2014 – met Tijmen in het Weinterper Skar

Ons eerste fotokuiertje bracht ons in augustus 2011 naar de dobbe in het Weinterper Skar. Daar maakten we aan de waterkant allebei foto’s met fraaie weerspiegelingen. En wat is er mooier om na gedane arbeid samen met je kleinzoon op een bankje in de natuur te zitten. Gezellig samen kletsen over ditjes en datjes en tot verrassing van Tijmen een selfie te maken m. b.v. de afstandsbediening …

In maart 2012 maakten we samen een fotokuiertje in de Jan Durkspolder. Samen wandelden we door het rietland. Tijmen maakte op die dag voor het eerst kennis met het begrip ‘vogelkijkhut’ …

Een halfjaar later wandelden we samen over smalle paadjes en wiebelende bruggetjes langs en over de petgaten in de Deelen. Op één van die bruggetjes nam Tijmen alle tijd om het onderwaterleven in een ondiep petgat te bestuderen …

In mei 2014 maakten we op één dag twee wat kortere kuiertjes. We begonnen in het rietland bij Earnewâld. Daar zag Tijmen voor het een rietsnijder aan het werk. Vooral het verbranden van de ruigte vond Tijmen een spannende aangelegenheid. Onze tweede bestemming was het prieeltje aan de rand van de Leijen bij De Tike …

Mei 2015 waren we voor het eerst samen in de Ecokathedraal bij Mildam. Dat was me toch een vreemde, spannende wereld, vond Tijmen. Maar of het nu ging om stenen of om vlinders, bij alles wat hij wilde fotograferen, ging hij voorzichtig en geconcentreerd te werk

Juli 2015 trokken we opnieuw samen door De Deelen. Dit werd een dag waarop we ons vooral richtten op vlinders, juffers en libellen. Ook daar wist Tijmen knappe plaatjes van te maken …

Omdat ik vanaf 2016 steeds meer geplaagd werd door buikklachten, maakte ik steeds minder en kortere kuiertjes. Daardoor kwam de klad in onze gezamenlijke fotokuiertjes. Wetend hoe snel de belangstelling van tieners zich kan verleggen, was ik er al min of meer vanuit gegaan dat onze gezamenlijke kuiertjes wel voorbij zouden zijn. Niets bleek echter minder waar te zijn …

oktober 2019 – samen op een bankje …

– wordt vervolgd –

Alle eendjes …

Volgens Vogelbescherming.nl nemen de aantallen wilde eenden sinds ongeveer 1990 om onduidelijke redenen af, sinds 2000 zelfs met zo’n 20%. Ook het aantal vogels dat ’s winters wordt geteld in Nederland neemt af sinds ongeveer 2000. De oorzaak kan liggen in gemiddeld zachtere winters, waardoor Noord-Europese broedvogels vermoedelijk minder neiging hebben om in Nederland te overwinteren …

Rond de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan De Leijen bij  De Tike is van die achteruitgang weinig of niets te merken. Daar heb ik de afgelopen weken vele tientallen jonge eendjes gezien. Ook een kuifeend kwam haar kroost even showen …

Tot slot nog even een serie van dat toch altijd weer leuke jonge spul op het spiegelende oppervlak van De Leijen…

Zwarte sterns bij de ‘Blaustirns’

Zodra ik me vrijdagochtend in de vogelkijkhut “Blaustirns’ voor één van de kijkgaten had genesteld, hoorde ik het gekwetter van de boerenzwaluwen alweer …

Er trokken nog wat buien over de provincie, maar volgens de buienradar zouden ze voorlopig de westelijke oever van de Leijen met rust laten. Voor het uitzicht vormden de buien alleen maar een verrijking …

Terwijl de zwaluwen tijdens de volgende aflossing van de broedplicht even naast elkaar op de schutting zaten, kreeg ik een kans om snel even te zien dat er vijf eitjes in het nest liggen. Hoe mooi ook, daar kwam ik niet voor …

Ik was hier vrijdag voor de zwarte stern, een vogel die als bedreigd op de Rode Lijst staat.. De enige zwarte sterns die ik tot nu toe had gezien, broedden op vlotjes in de Kleine Beulakkerwiede bij Sint Jansklooster

Hoewel ik in het verleden hier rond het oude prieeltje in de Leijen bij mijn weten niet eerder zwarte sterns had gezien, was intussen duidelijk geworden dat ze er tegenwoordig wel degelijk zitten. Daar kon Ed Mather zijn reactie op 11 juni niets aan af doen: “Zonder nestvlotjes geen zwarte stern …”

Op het moment dat ik geconcentreerd bezig was met het filmen van het futendansje, lukte het Jetske woensdag al om een aantal mooie opnamen te maken van passerende en vissende zwarte sterns vlak voor de ‘Blaustirns’

Vrijdagochtend ben ik er eens goed voor gaan zitten. Aan het eind van de sessie leek ik toch zeker een tiental voor mij heel acceptabele foto’s van zwarte sterns had gemaakt. Ze waren zo scherp niet als die van Jetske natuurlijk, daar kan ik met mijn eenvoudige Powershot ook niet tegenop. Ik ben er echter weer blij mee …

 

Een futendansje op video

Nauwelijks voelbaar trok af en toe een aangenaam koel briesje door de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ aan de Leijen bij Doktersheide, toen Jetske en ik daar dinsdagochtend kort na elven neerstreken. Desondanks lag het oppervlak van de Leijen er zo goed als rimpelloos bij …

Hoewel ik op dat moment eigenlijk net niet helemaal stabiel en ontspannen zat, besloot ik meteen een video-opname te starten vanaf het moment dat ik een fuut in de richting van een andere fuut zag koersen. Wie weet, misschien zou het tot een dansje komen, dacht ik. En die gedachte werd vlot bewaarheid.

Het filmpje werd door mijn wat ongelukkige houding weliswaar niet helemaal stabiel, maar ik had meer geluk dan mijn fotomaatje. Voor haar speelde deze mooie scene zich af achter een storende rietkraag. Dat was sneu voor Jetske, want het werd een charmant dansje. Maar over het algemeen is dat soort momentjes van klein fotografisch geluk aardig verdeeld tussen ons …

Zwaluwen bij de hut

Nauwelijks zichtbaar deinden de waterlelie en de gele plomp vlak voor de nieuwe kijkhut ‘Blaustirns’ op en neer. Terwijl ik zo wat over het wateroppervlak zat te turen, bekroop me ineens het gevoel dat ik bekeken werd …

Een blik zijwaarts door de opening van de hut leerde me al snel dat dat ook wel klopte. Op een van de palen van de schutting aan het eind van het vlonderpad zat een boerenzwaluw naar me te kijken. Met in zijn snavel wat nestmateriaal, zat hij wat schuchter en afwachtend om zich heen te kijken …

Ik besloot me weer om te draaien en stilletjes te blijven zitten. Het duurde niet lang voordat ik achter me even wat zacht vleugelgeruis hoorde. Nadat ik even later buiten de hut gezellig gekwetter hoorde, besloot ik nog eens in de hut rond te kijken. Jawel, in een van de hoeken werd nog hard gewerkt aan een nestje …

– wordt vast nog wel eens vervolgd –