De aalscholvers worden weer mooi

Hoe het elders in den lande is, weet ik niet, maar hier in het noorden was het zonnige begin van februari van korte duur. Het is weliswaar nog altijd veel te zacht voor de tijd van het jaar, maar het is vooral weer net zo grijs als in januari. En dan komt deze voornamelijk uit grijstinten bestaande serie, die ik eind januari in de Jan Durkspolder heb gemaakt, toch nog weer goed van pas …

Tussen een verscheidenheid aan eenden leken de aalscholvers het die dag goed naar hun zin te hebben. Er werd wat gezwommen, er werd wat gewassen en gepoetst …

En natuurlijk werd het verendek voor zo ver mogelijk zorgvuldig gedroogd. Maar ik kreeg het idee, dat er toch vooral geshowd werd met het vroeg verschijnende voorjaarstenue. Zowel wangen en dijen als kruin en nek begonnen al mooi te kleuren …

Smalle Eesterzanding

Nadat ik wat plaatjes van het hekkelwerk had geschoten, heb ik gisteren een kort fotokuiertje gemaakt bij het strandje van Smalle Ee. Op mooie zomerdagen kom ik er liever niet, dan is het meestal te druk en te luidruchtig …

Buiten het zomerseizoen is het er echter vaak goed toeven. Het is een fijn plekje om even te zitten en wat over het zacht kabbelende water van de Smalle Eesterzanding te turen …

De palenrij biedt vrijwel dagelijks een rustplek voor diverse watervogels, zoals eenden, meeuwen en aalscholvers. Een van de aalscholvers wierp me vanaf zijn paal ’n hooghartige blik toe. Hij was me blijkbaar liever kwijt dan rijk …

Zon over de polder

’t Is om te janken … Kijkend naar de pluim lijkt zelfs lichte vorst er deze winter nauwelijks meer in te zetten, om over echt winterweer maar te zwijgen. En dat in de week waarin we hier in het noorden terugdenken aan de zware sneeuwstorm van 14 februari 1979. Het openbare leven in de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe werd dagenlang ontregeld en het leger moest eraan te pas komen om wegen en spoorwegen vrij te maken …

Hoe anders is de situatie nu. In de tuin schieten sneeuwklokjes en krokussen de grond uit. Als het volgens de pluim dan toch geen winter meer wordt, laat dan het voorjaar ook maar komen …

De Jan Durkspolder biedt met wat zon een heel andere aanblik dan laatst met sneeuw en ijs. Het met pas geknotte wilgen omgeven betonnen pad naar de grote vogelkijkhut ligt er glinsterend bij …

Badend in het zonlicht ligt de plas er rustig bij. In de directe omgeving van de vogelkijkhut is geen vogel te zien …

En toch is er altijd leven op het water. Gebruik makend van de mogelijkheden van mijn camera is mooi te zien dat er aan de zuidkant o.a. aalscholvers, ganzen en grote aantallen smienten op het water dobberen …

Vogels en vlinders

Aan alles komt een eind, zo ook aan het zorgeloos zitten genieten van het uitzicht over de Jan Durkspolder. Maar gelukkig was de terugweg naar de auto ook allerminst saai of vervelend. Er viel nog genoeg te genieten onderweg, zoals van dit koppeltje eenden, dat zich met een aalscholver op de uitkijk uitgebreid zat op te poetsen …

Verderop dartelde een groepje vogels door het struikgewas. Een mooi gezicht, maar ze scheepten mij wel op met de vraag wat voor vogeltjes het zijn. Ik vermoed dat het vinken zijn, maar het kunnen net zo goed kepen zijn, die wat vroeg vanuit Scandinavië deze kant op zijn gekomen. Dat laatste heeft eerlijk gezegd mijn voorkeur. Maar er is vast wel een vogelaar onder de lezers die me hierbij kan helpen …

Intussen heeft Erica van ‘Mijn vogeltuin’ me ervan verzekerd dat het om de keep gaat. Dank daarvoor!

Er fladderden voor een oktoberdag ook erg veel vlinders in het rond. Ik heb onder andere een geaderd witje en een kleine  vuurvlinder gezien, maar de kleine vos was de enige die wel even wilde poseren …

Bijna weer terug bij de auto kreeg ik de bevestiging van mijn theorie dat je uiteindelijk ook vanaf deze kant van de Geau weer terecht komt bij dezelfde boer(in) …   😉

Even passeren …

Aan de voet van een dijkje in de Jan Durkspolder waren twee soepganzen op zoek naar voedsel. Daarbij werden ze gestoord door een aalscholver die plotseling uit de vaart opdook …

160108-1151x

Met de kop hooghartig in de nek deden de ganzen de aalscholver uitgeleide naar de overkant van het dijkje …

160108-1152x

Met nog wat parelende druppeltjes op zijn kop, ging de aalscholver aan de andere kant van het dijkje weer te water …

160108-1153x

De soepganzen hadden zich intussen weer omgedraaid om hun zoektocht naar voedsel voort te zetten alsof er niets gebeurd was …

160108-1157x

Skûtsjesilen – inleidende perikelen

Al zo lang ik me kan herinneren worden er in de noordelijke bouwvak in Fryslân zeilwedstrijden gehouden met oude vrachtschepen, de skûtsjes (spreek uit als ‘skoetsjes’). In de eerste twee weken trekt er onder auspiciën van de SKS (Sintrale Kommisje Skûtsjesilen) een vloot van 14 skûtsjes door de provincie, die iedere dag (behalve op zondag) de strijd met elkaar aanbinden. De schepen vertegenwoordigen ieder een dorp of stad uit de provincie Fryslân. Deze schepen moeten ooit echt als vrachtschip hebben gediend en de schipper moet afkomstig zijn uit een oude schippersfamilie.

Sinds 1981 is er een tweede organisatie die zeilwedstrijden met skûtsjes organiseert, de IFKS. De IFKS (Iepen Fryske Kampioenskip Skûtjesilen) organiseert een open Fries kampioenschap. De IFKS-vloot bestaat uit 53 schepen uit het hele land, die in de laatste week van de noordelijke bouwvak dagelijks in 4 klassen de strijd met elkaar aangaan. Als weer en wind meewerken, dan kun je bij de IFKS van 10:00 uur ’s ochtends tot ca. 16:00 uur ’s middags genieten van de skûtsjes.

Toen ik me tijdens onze laatste gezamenlijke fotokuier in Jetskes’ bijzijn liet ontvallen, dat ik ijs en weder dienende op 6 augustus weer eens naar het skûtsjesilen op het Tjeukemeer wilde, vroeg Jetske me of ze dan wel mee mocht, want dat wilde ze toch ook wel eens meemaken. En dus pikte ik Jetske donderdag even na tienen op om samen naar het skûtsjesilen bij Echten te gaan. Onderweg daar naar toe, zei ik tegen Jetske dat ik er een hard hoofd in had of er wel gezeild zou kunnen worden, want er stond geen zuchtje wind. Bij het Tjeukemeer aangekomen, werd mijn vrees bevestigd: de schepen in de B- en C-klasse lagen met gestreken zeilen doelloos te dobberen op het meer, hun wedstrijden waren intussen wegens een gebrek aan wind afgelast …

150806-1115x

Zwaar bepakt met camera’s, koelbox en stoeltje togen we vanaf de parkeerplaats naar de oever van het Tjeukemeer bij Echten. Omdat we mooi op tijd waren, hadden we al snel een mooi plekje gevonden …

150806-1131x

Wat zeg ik … een mooi plekje? Wis en waarachtig, we zaten op de eerste rang bij het Veenpolder gemaal …

150806-1132x

Het was alleen jammer dat er (nog) niet gezeild kon worden. Jetske tastte met haar verrekijker regelmatig de horizon af, maar op het meer viel voorlopig weinig te beleven …

150806-1133x

Maar desondanks hoefden we ons niet te vervelen, want verschillende vogels die zich vlak voor ons op en rond de golfbrekers ophielden, zorgden in eerste instantie voor voldoende afleiding …

150806-1135x
Visdiefjes vlogen af en aan en deden regelmatig vruchteloze pogingen om een visje te vangen. Dat deed ook een aalscholver, die na elke duik weer hard moest werken om zijn veren droog en in de plooi te krijgen …

150806-1201x

Ook een paar mantelmeeuwen waren niet te beroerd om zo af en toe even voor ons te poseren op de stenen …

150806-1159x

Ook Tsjûke en March (over hen zal ik binnenkort nog wel eens wat meer vertellen) tuurden vruchteloos over het water. Hoewel … zag ik dat nu goed …? Jawel, in de verte waren een paar skûtsjes met gehesen zeilen te zien …

150806-1204x

Terwijl Jetske zich bezig hield met een distelvlinder, die op de bloem van het leverkruid was neergestreken, ontstond er wat reuring op de intussen goed gevulde publieke tribune …

150806-1256x

Jawel, het was zo ver. Heel voorzichtig kwam er een briesje over het meer, de skûtsjes in klasse A-klein waren aan het inzeilen en zochten een plekje achter de startlijn …

150806-1237xx