Rijp rond De Deelen

Via Warniahuizen en Aldeboarn kwam ik na enige tijd bij De Deelen terecht. Daar heb ik weer even een kort fotokuiertje gemaakt. Ondanks het gaas dat erop is gespannen, was het onderstaande bruggetje flink glad. Toch vond ik, dat ik me er even op moest wagen …

Vanaf het bruggetje heb je een mooi uitzicht over het petgat. Er lag een mooie vlak en glad ijsvloertje op het water. Toch jammer dat het ijs niet de kans heeft gekregen om aan te groeien tot een draagkrachtige ijsvlakte …

De veel diepere Hooivaart, die langs De Deelen loopt, lag nog volledig open. Omdat het op dat moment windstil was, lag het water er rimpelloos en spiegelglad bij …

Tussen het fietspad en de oever had zich op verschillende plekjes wel prachtige rijp had gevormd. Speciaal voor dat doel had ik mijn macro-voorzetlens die dag meegenomen. Kijk eens naar die mooie ijstorentjes …

Begin volgend jaar meer van dit macrowerk, want er was nog veel meer van te zien.

Rijp rond de petgaten

Ben ik even blij, dat ik gisteren een paar uur heb kunnen genieten van de tijdelijk wit berijpte wereld! Vandaag ziet het er met regen en ijzel ineens weer een stuk minder mooi en winters uit. Maar met de foto’s die mijn ritje gisteren heeft opgeleverd, gaat het wel lukken om hier een winterse sfeertje vast te houden tijdens de kerstdagen …

De eerste tussenstop heb ik gemaakt bij het nieuwe gemaal aan de Bûtendiken tussen Smalle Ee en De Veenhoop. Daar heb ik een korte kuier langs het noordelijk deel van het natuurgebied ‘Petgatten De Feanhoop’. Hieronder een blik van oost naar west met ’t winterse tegenlicht van de laagstaande zon …

Het is, omdat het over ijs van maar twee nachtjes lichte vorst lastig schaatsen is, anders zou je bij het onderstaande beeld elk moment kunnen verwachten dat er een schaatser achter het riet vandaan komt. Maar dat kan alleen in de Ryptsjerksterpolder. Daar waagden de eerste vermetele schaatsers zich gisterochtend zoals gebruikelijk wel weer over slechts 2 cm dik ijs. Intussen kunnen de schaatsen weer in het vet, want het regent hier bij een temperatuur net boven het vriespunt …

Silhouetten aan de waterkant

Na een aantal wat actuelere foto’s heb ik voor vandaag weer een greep in het archief gedaan …

Een paar sfeerbeelden als weergave van een fotokuier op de wat grijze Tweede Kerstdag van 2007 in De Deelen. Halverwege de middag wist de zon nog net even gaatje in het wolkendek te vinden …

Veel was het allemaal niet, maar veel meer hoeft het op zo’n dag eigenlijk ook niet te zijn …

Industrieel erfgoed in De Deelen

De eerste baggelmachines werden rond 1900 in gebruik genomen. De machine die hier in De Deelen staat is hier naartoe gehaald door de in deze serie al eerder genoemde firma De Leeuw. Voordat het apparaat naar De Deelen kwam, werd het nog tot 1933 gebruikt in de Rottige Meenthe. Dat laatste was een leuke twist in het verhaal voor mijn fotomaatje, want de Rottige Meenthe behoort meer tot haar rayon. 🙂

In totaal stonden er drie van dergelijke machines in De Deelen. Tegenwoordig is daar nog één exemplaar van over. ,,De familie De Leeuw wilde de laatst overgebleven baggelmachine als oud ijzer verkopen. Ze konden het alleen met de opkoper niet eens worden over de prijs”, vertelde boswachter Roel Vriesema in mei 2019 in de Heerenveense Courant. Nadat deze baggelmachine in 1968 de laatste vracht veen naar boven gehaald om er turf van te maken, bleef de machine hier liggen en zakte hij steeds schever in het petgat …

Toen Staatsbosbeheer in de jaren zeventig eigenaar werd van De Deelen, kreeg ze er ook deze oude machine bij. Sindsdien is er veel gedacht, gepiekerd en gebrainstormd over de vraag wat er met het gevaarte moest gebeuren, zoals het weer rechtop zetten en/of er een kunstwerk van maken. Omdat het apparaat inmiddels in te slechte staat verkeerde, kon het niet meer gerestaureerd worden. Daarom is in 2019 besloten om de baggelmachine op te takelen en hem dan weer rechtop te zetten en te verankeren in een ijzeren corset …

En nu rust dat machtige stuk industrieel erfgoed hier als een grote bonk roest in een verborgen petgat in De Deelen. Roemloos en statusloos, want het ding is praktisch onvindbaar en heeft geen enkele monumentale status. Eigenlijk is dat natuurlijk heel raar. Hier in Fryslân en in de Kop van Overijssel zijn naar schatting tientallen baggelmachines in bedrijf geweest. Samen zijn ze gezichtsbepalend geweest voor het landschap dat we er tegenwoordig aan overgehouden hebben. Treurig dat SBB zelfs nog geen eenvoudige, goed zichtbaar bordje langs het fietspad heeft geplaatst. Je zou bijna denken, dat ze niet willen dat het gezien wordt …

Ik heb altijd gedacht dat dit de laatste baggelmachine van ons land was, maar er schijnt nog een (in werkende staat verkerende) baggelmachine in museum De Ronde Venen in het Utrechtse Vinkeveen te staan. Daar heb ik op internet echter geen enkel bewijs voor gevonden. De laatste mij bekende baggelmachine is daarom de ruïne van dit exemplaar in De Deelen. Hij heeft zijn werk gedaan en mag verder in alle rust wegroesten …

Bij de baggelmachine

Vervening of turfwinning gebeurde in verschillende streken op verschillende manieren. In hoogveengebieden (boven de grondwaterspiegel) werd het veen eerst deels ontwaterd door sloten te graven. Daarna kon het veen direct gestoken worden, het z.g. turfsteken. In laagveengebieden zoals De Deelen lag het veen onder de waterspiegel. Daar werd het veen door de veenarbeiders als natte drab van de bodem geschraapt en dan op de legakker gelegd om te drogen. Na enkele dagen werd de natte veenlaag platgestampt, waarna er turven van konden worden gestoken. Om dit zware werk makkelijker en goedkoper te maken deed begin vorige eeuw de baggelmachine zijn intrede …

  • de baggelmachine was gemonteerd aan de voorkant van een platte schuit, die langs kabels werd voortbewogen (1)
  • een kooi waarin messen waren bevestigd werd eerst opgetakeld en vervolgens losgelaten (2)
  • de messen boorden zich ca 1,5 m in het veen. Als de kooi daarna weer werd opgehesen sloten zich vanzelf twee kleppen onder het gestoken pakket veen (3)
  • de inhoud werd in de schuit gestort en met water vermengd. Daarna kwam de veenbrij via een jacobsladder in de vloeigoot (4)
  • via de vloeigoot werd de veenbrij over de legakkers verspreid (5)
  • wanneer de veendrab enkele dagen had gedroogd, kon het worden aangestampt, zodat er later turven van gestoken konden worden
  • de baggelmachine werd aangedreven door stoom, en vrat zo zich letterlijk een weg door het veenlandschap

Tot zover wat algemene informatie over de (machinale) vervening, c.q. de turfwinning. In vervolg hierop morgen (een deel van) het verhaal achter de baggelmachine die hier in De Deelen ligt. Vandaag mogen jullie verder vrij rondkijken bij deze historische bonk roest. Doe dat wel voorzichtig, want je ligt zo in het veenwater …

  • wordt vervolgd

Oud roest in De Deelen

We kijken nog even verder rond op de plek waar de laatste commerciële veengraver van ons land enkele weken geleden de laatste vracht veengrond op transport zette. Nadat turf als brandstof overbodig werd, schakelde De Vries sr. als laatste veengraver in 1957 over op de exploitatie van veengrond uit De Deelen als basis voor potgrond. Sindsdien zijn de grootste veengravers uitgeweken naar Letland en Estland …

Met een rupskraan werd de veengrond in De Deelen afgegraven en bij één van de petgaten op een dekschuit geladen. De dekschuit werd vervolgens met een motorbootje naar de overslagplaats gesleept. Daar werd de grond dan met een tweede kraan op een transportband geladen, waarmee het in een vrachtschip werd gestort, dat afgemeerd lag in het aangrenzende kanaal ‘de Heafeart’ …

Omrop Fryslân heeft een kort filmpje gemaakt van het laden en de vaartocht van de laatste vracht veengrond. Vanaf 2.47 min. komt de laatste originele baggelmachine in de Deelen in beeld. Dat is het mooiste roest dat in De Deelen verborgen ligt. Deze prachtige bonk oud roest, die ooit eigendom was van Theun de Vries zijn vader, is sinds de jaren 50 deels weggezakt in het moeras …

Ik wist al lang dat ding ergens in De Deelen moet liggen, maar de exacte locatie was me niet bekend. Intussen heb ik er al een paar foto’s van gekregen die ik mag gebruiken. Maar voordat ik die hier publiceer, wil ik dat wonderbaarlijke ding eigenlijk zelf graag eens met eigen ogen zien. En ik weet intussen waar hij ligt …

  • wordt vervolgd

Poelslakken, rupsen en bitterzoet

We vervolgden onze weg over het bij elke stap luidruchtig krakende vlonderbruggetje in De Deelen …

Ergens halverwege hoorde ik Jetske zeggen: “Kijk daar eens, dat lijken wel poelslakken …” En jawel, op de plek die ze aanwees lag een slak met een sierlijk gedraaid huisje in het water, en iets verder lag er nog één.

‘De gewone poelslak, ook wel poelslak of grote poelslak (Lymnaea stagnalis) is een in het zoetwater levende slak uit de familie poelslakken. De grote poelslak leeft alleen in stilstaande wateren, zoals sloten, vijvers en vennen. Bij gevaar laat de slak zich onmiddellijk naar de bodem vallen,’ aldus Wikipedia …

Aan het struikgewas langs ’t laatste stuk van het bruggetje hing een grote tros rupsen, die ik niet nader kan duiden …

Aan de onderkant de struiken schemerden de paarsgele bloemen van het bitterzoet door het gebladerte. Het zijn mooie bloemetjes, maar aardappeltelers hebben deze plant liever niet in de buurt van een perceel met aardappelen. Bitterzoet is namelijk verantwoordelijk voor de verspreiding van bruinrot, een aardappelziekte die de oogst kan verwoesten. Hoe dan ook, de bloemetjes hingen net dichtbij genoeg om er een paar close-ups van te kunnen maken …

In een poging om de lay-out van dit blogje enigszins in evenwicht te houden, sluit ik vandaag af met een foto van een poelslak op het langwerpige blad van een gele lis …

  • wordt vervolgd