Terug in De Deelen

Vorige week woensdag was het een stralende dag in Fryslân. Ik besloot onder een strakblauwe hemel een fotokuier te maken in De Deelen. Sinds ik in januari 2019 ontdekte dat het bruggetje over het tweede petgat in onbruik was geraakt, had ik daar geen echte kuier meer gemaakt. Deze dag had ik er zin in om het weer eens te wagen. En ik was niet alleen, ik werd vergezeld door de lange donkere man …


Terwijl ik langs het eerste petgat aan de wandeling begon, zag ik in de verte een grote zilverreiger op het paadje staan. Op de foto linksonder is hij slechts als een klein wit stipje te zien, op zo’n moment komt de sterke zoomlens weer goed van pas …

Het duurde niet lang voordat de zilverreiger mij ook zag. Hij liet me niet veel dichterbij komen en zocht al snel zijn heil aan de andere kant van het petgat. Daar ging hij op een grote pol zitten …

Op dat moment passeerden toevallig ook de heer en mevrouw grote zaagbek. Hij zwom voorop, maar zij maakte beter gebruik van het licht om netjes op de foto te komen …

Ik naderde intussen het eind van het pad langs het eerste petgat. Daar kreeg ik zicht op het bruggetje aan de andere kant van het Alddeel (Google Maps). Dat zou voorlopig nog wel buiten mijn bereik blijven. Maar dat maakt niet uit, ik was al lang blij dat ik dit punt na jaren weer had gehaald …


wordt vervolgd

Terugblik december 2022

December begon koud, maar van winter was geen sprake. Het was veelal zwaar bewolkt met een gure wind, overdag was het een graad of vier en ’s nachts lag de temperatuur vaak rond het vriespunt. Het onderstaande beeld, gemaakt onderweg naar de Sinterklaasviering, laat duidelijk zien dat het in de eerste week geen weer voor mijn fotokuiertjes was …

Vanaf 10 december veranderde het beeld en kreeg het weer een winters karakter. Na een paar nachten met lichte tot matige vorst zag het er op 14 december in de tuin zowaar even echt winters uit. De zon scheen en het vroor lekker. Het ijs riep! Het eerste wat ik op zo’n dag doe is een ritje naar de Hooidammen maken. Daar maakten de eerste schaatsers op het ondergelopen land hun eerste slagen van het jaar op natuurijs. Ik had een van mijn vermaarde topdagen, want ook in het bos heb ik volop genoten van de winterse sfeer …

Vijf dagen kon er op ondergelopen land en verschillende ijsbanen veilig geschaatst worden. Daarna was het weer voorbij met de winterpret. Vanaf 20 december kwamen we weer onder de invloed van lagedrukgebieden en liepen de temperaturen snel op. Waar op 18 december nog een laag ijs lag, nam de grote zilverreiger zijn bad weer. Bij Earnewâld kreeg ik nog een buitenkansje om een zeearend te zien landen. Op 30 december heb ik het fotojaar samen met mijn fotomaatje afgesloten bij ‘de Slotpleats’ bij Bakkeveen. Ik kom hier nog op terug …

Wat moet ik er verder nog van zeggen? December had duidelijk twee gezichten. Na een licht winterse start eindigde de maand met recordhoge temperaturen. Tijdens de jaarwisseling stond hier in de tuin 13,5°C op de thermometer. Aan het eind van de maand heb ik 11 vorstdagen geteld en 1 ijsdag, de eerste en de laatste van 2022. Dankzij de twee gezichten kwam de gemiddelde temperatuur uit op 3,7°C (normaal over de periode 1971-2000: ca. 3,4°C). Ook de hoeveelheid neerslag week dankzij de natte laatste week nauwelijks af van dat langjarig gemiddelde …

In de Catspoolder

In 2009 is de Catspoolder ingericht als natuurgebied en is de bemaling stopgezet. Het waterpeil gaat er nu op en neer met dat van het riviertje de Lende, dat er langs loopt. De polder dient nu ook als waterberging. In de zomer wordt het gebied losgekoppeld van de Lende, waardoor het waterpeil zakt en de grond deels kan indrogen. Om de vallei nat te houden, is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht dat moet voorkomen dat het gebied helemaal verdroogt. Het gebied trekt vooral water- en moerasvogels …


Hoe mooi een vogelkijkhut ook is, het gaat erom wat je er te zien kunt krijgen. En dat valt bij de ‘Catskieker’ niet tegen. Je hebt er een mooi uitzicht over een flinke plas. Recht voor de hut staat een rijtje dode bomen en boomstronken. In de top van de hoogste boom zat een gestaag toenemend aantal aalscholvers te vergaderen. Op een strookje droge grond scheef voor de hut zaten vogels van diverse pluimage, waaronder meeuwen, kieviten, verschillende ganzen en ook hier enkele aalscholvers. Het was allemaal niet spectaculair, maar we hebben ons er bij heerlijk najaarsweer een uurtje prima vermaakt …

Bij de Catskieker

Na ons bezoek aan de ‘Wolvenroep’ stelde ik voor om naar een bepaalde vogelkijkhut te gaan die mijn fotomaatje al eens op haar blog had getoond, en waarvan ik wist dat hij ergens hier in de Lendevallei moest staan. Jetske wist meteen dat ik de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ in de Catspoolder (Google Maps) bedoelde. Na een ritje van amper 10 minuten waren we ter plekke …


Daarna volgden nog een korte kuier en de beklimming van een dijklichaam dat het wandelpad scheidde aan de waterkant. Ook hier had Jetske weer een juiste inschatting van de loopafstand gemaakt, zodat we al snel de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ betreden. Het belangrijkste deel is een ronde, deels open hut van cortenstaal met daarnaast en deels ervoor een eenvoudig scherm …


De Catspoolder was dankzij de vervening in de 18 en 19e eeuw ooit een petgatengebied. In de twintiger jaren van de vorige eeuw is het gebied geschikt gemaakt voor de landbouw. Om de polder droog te houden voor de landbouw, moest hij sterk worden bemalen …

  • wordt vervolgd

Tussen mist en molshopen

Via de Alle om Slachte en het Nonnepaed – meest gebruikelijke route – zette ik koers naar huis. Nog voordat ik aan de splitsing van beide wegen toe was, was er een witte vlek in de mist te zien …

Nadat ik rechtsaf geslagen was, kreeg ik de grote zilverreiger beter in beeld. Op één poot stond hij fier rechtop tussen hekkelafval langs de sloot en molshopen in de verte …

Een zuchtje wind liet zijn kuifje af en toe zachtjes heen en weer dansen, verder was er geen beweging waarneembaar …

Vissende zilverreiger gevangen

De blauwe reiger, die ik hier gisteren heb getoond, bleef me te lang twijfelen voordat hij in actie kwam. Daarom startte ik de auto om achter de grote zilverreiger aan te gaan, die me eerder was ontsnapt. Stapvoets reed ik zo’n 100 meter in westelijke richting. Daar kon ik een eerste foto van de gracieuze schoonheid maken …

Na die ene foto was het ook snel uit met de pret. Hij was nog onderweg naar de sloot. Daar aangekomen, stapte hij kordaat de diepte in. Mooi voor hem natuurlijk, maar ik kon er niks mee …

Er restte me niets anders dan nog eens pakweg 100 meter verder te rijden. Daar vandaan kon ik nog net één acceptabele foto van de zilverreiger maken. Daarna verdween hij onderweg naar de overkant van de sloot achter een wirwar van takken en twijgjes van een overhangende struik …

Hij wist wel hoe hij me bezig moest houden. Om kans te maken op meer foto’s dwong hij me ditmaal zo’n 50 meter achteruit te rijden. En dat met de huidige brandstofprijzen … Enfin, al snel kreeg ik weer zicht op de grote zilverreiger en deze keer kon ik hem een tijdje observeren en fotograferen. Hij liet zijn scherpe snavel enkele keren het water in schieten, maar ik heb niet de indruk dat hij echt wat heeft gevangen. Mijn vangst was tegen lunchtijd mooier en groter dan de zijne, schat ik zo in …

Vier windstreken rond de hut

Vanaf It Nonnepaed ben ik naar de Jan Durkspolder gereden. Toen ik daar even later in de vogelkijkhut ging zitten, dreef de eerder gemelde bui, aan de zuidkant van de plas voorbij …

Aan de oostkant maakte mijn vriend de grote zilverreiger, die ik hier onlangs ook al eens aantrof, een wandeling langs de rand van zijn revier. Ik was zelf wel gecharmeerd van het gelaagde decor waarin hij zich bevond …

Het buitje – meer was het in feite niet – dreef intussen rustig over de zuidelijke oever van de plas in westelijke richting voort, vage weerspiegelingen met zich meetrekkend …

Aan de westkant van de hut heerste intussen volmaakte rust. Zelfs dat ene rietpluimpje stond tegen een vrijwel vlakke waterspiegel roerloos naast de hut …

Na een laatste blik op de bui aan de zuidkant, hield ik het voor gezien. Over het met knotwilgen omgeven pad liep ik aan de noordkant van de hut terug naar de auto …