Wolwarren, bij de boom

Zo, de driemaandelijkse qutenza-behandeling heb ik weer achter de rug. Nu is het eerst weer een kwestie van afwachten. Over een week tot anderhalve week moet het effect weer merkbaar zijn. Tot die tijd schotel ik jullie wat foto’s voor die ik eind februari heb gemaakt tijdens dat hele mooie voorjaarsweer …

Aan de noordkant van de Wolwarren bij Oudega liepen de eerste koeien in de wei, aan de zuidkant lag het water erbij als een perfecte spiegel …

– wordt vervolgd –

De ljip is werom!

Terwijl enige honderden voornamelijk brandganzen zich op nogal luidruchtige wijze ophielden in het noordelijk deel van de Jan Durkspolder, was het aan de zuidkant rustig. Heel rustig …

Niet zo ver van de vogelkijkhut dobberden wat eenden op het water, verder viel er in eerste instantie weinig te zien. Heel in de verte zaten de eerste lepelaars weer op hun vertrouwde nestplaats. Die zijn dus ook al heel vroeg terug …

Terwijl ik zo wat over het water zat te turen, hoorde ik aan de oostkant van de vogelkijkhut ineens een wel heel bekend vogelgeluid. En jawel, daar zat hij … “De ljip is werom – de kievit is terug …”

Nu eens kwamen er een paar smienten langs, dan weer dobberde er een slobeend voorbij. Het maakte de kievit niks uit. Het was een genot om te zien hoe hij ruim 20 minuten heen en weer trippelde op zijn kleine drassige eilandje. En voor wie altijd heeft gedacht, dat de kievit enkel zwart-wit gekleurd is … Kijk eens wat voor mooie, kleurrijke glans er over zijn verendek ligt …

Tot slot, onder ons gezegd en gezwegen …
Het kan natuurlijk ook heel goed zo zijn dat deze kievit de afgelopen maanden in onze contreien is gebleven, want in zachte winters vliegen niet alle kieviten duizenden kilometers naar het zuiden. Voor zover ik weet, schuiven sommige exemplaren hooguit mee met de sneeuw- of vorstgrens.

De wereld op zijn kop

Ik weet het, ik had jullie beloofd dat we het hier vandaag over de nijlgans zouden hebben, maar ik werd weer eens ingehaald door de actualiteit. Terwijl ik gistermiddag bij Oudega over de Wolwarren reed, werd namelijk ineens het beeld bevestigd dat de wereld echt op zijn kop staat momenteel …

Niet eerder heb ik al op 25 februari de eerste koeien weer in de wei zien lopen, maar gistermiddag was het dan toch zo ver. Natuurlijk heb ik de auto meteen even in de berm gezet, zodat ik in alle rust wat foto’s kon maken …

Daar moesten de nijlganzen dus echt even voor wijken. Die moeten trouwens ook de kievit die ik gistermiddag zag poedelen nog even een dagje voor laten gaan. Maar uiteindelijk krijgen ze allemaal het plekje dat ze hier verdienen. Komt goed! Fijne dag verder.

UPDATE: het was vanmiddag om 15:00 uur op ons terras 18,1 ºC.

Gemaal Fjouwer Kriten

Het Tripgemaal dat mijn weblog de afgelopen dagen sierde, hoeft tegenwoordig in feite alleen nog maar mooi te zijn. Het wordt beoordeeld op zijn uiterlijk en niet op zijn maalvaardigheid. En dat is maar goed ook, want malen is er niet meer bij voor het Tripgemaal …

Het zware werk is in 1976 overgenomen door het gemaal Fjouwer Kriten, dat een kilometer zuidelijker aan De Deelenweg staat. Deze foto’s en de close-ups van gisteren heb ik gemaakt vanaf de Hooivaartsweg.

Het is een stuk minder mooi om te zien dan het Tripgemaal, het is eerder eenvoudig en degelijk. Gemaal Fjouwer Kriten heeft de beschikking 3 schroefpompen met een capaciteit van 200 m³, daarmee kan het gemaal 600 m³ per minuut pompen. Daar valt niet tegenop te drinken, maar het houdt de polder wel droog …

En nu maar hopen dat de Friese gemalen voorlopig tot laten we zeggen tot eind februari stil staan, want dat zou betekent dat er zicht is op een mooie lange winterperiode met een goede kans op schaatstochten op natuurijs.

Het Tripgemaal

Het uit 1876 daterende Tripgemaal staat aan de spiegelende Heafeart (Google Maps) bij Gersloot. Althans, dat heb ik tot voor kort altijd gedacht. Maar sinds 2013 staat het Tripgemaal formeel in de buurtschap Gersloot-Polder. In 2013 zijn – op initiatief van het lokale Plaatselijk Belang – witte plaatsnaamborden geplaatst. “Het dorp Gersloot-Polder heeft in 1978 geen eigen postcode en plaatsnaam gekregen in het postcodeboek, voor de postadressen ligt het daarom sindsdien ‘in’ Gersloot,” aldus de hier vaak reagerende Frank van den Hoven op de pagina over Gersloot-Polder op zijn website www.plaatsengids.nl

Het gemaal is vernoemd naar de familie Trip die drie generaties lang de machinisten van het gemaal waren. Samen met de bijbehorende machinistenwoning vormt het gemaal een rijksmonument. In 1988 is het leegstaande gemaal gekocht door Thom Mercuur (kunstverzamelaar, kunsthandelaar, galeriehouder, curator, uitgever en museumdirecteur). Hij heeft het complex indertijd verbouwd en ingericht als tentoonstellingsruimte en woonhuis. Mercuur toonde hier gebruiksvoorwerpen, foto’s, boeken, etc. die de turfwinning en de slechte sociale leefomstandigheden weer in herinnering brachten. Op dat laatste kom ik hier morgen nog even terug, wanneer we de blik op de zijkant van het gemaal richten …


– wordt vervolgd –

Gesluierd gemaal

Voordat ik iets vertel over het gemaal, moet er eerst maar eens even iets worden rechtgezet, lijkt me. Er waren een paar mensen die het idee hadden dat de foto van gisteren op de kop stond. Maar niets is minder waar natuurlijk. De weerspiegeling in een sloot of kanaal geeft gewoon altijd een omgekeerd beeld van de werkelijkheid.

Maar sommige weerspiegelingen zijn zo mooi, dat ze ook verticaal omgedraaid weer mooi zijn. Deze weerspiegeling van het Tripgemaal lijkt me daar een mooi voorbeeld van. Zo lijkt ’t wat een gesluierd gemaal. En voor de duidelijkheid: dit is dezelfde foto als gisteren, maar dan nu ècht op zijn kop …

– wordt vervolgd –