Een kleumende reiger

Vijftien dagen nadat ik ben begonnen aan het verslag van mijn ritje door de berijpte Friese weilanden, kom ik tot een afronding ervan. Na de zwanen bij Tijnje zag ik onderweg naar huis bij Nij Beets nog een kleumende blauwe reiger in de berijpte berm zitten …

Blijkbaar had hij geen zin om energie te verspillen, want hij liet me rustig dichterbij komen, zodat ik hem mooi door het geopende zijraampje kon portretteren ..

Hekken, palen en een sloot

Wie hier al wat langer meeleest, weet dat ik houd van ons nog altijd mooie Friese platteland. Maar er zijn van die dagen dat het allemaal nog net wat mooier oogt dan normaal …

Als ‘kind van de winter’ ben ik vooral op dagen als vorige week woensdag niet binnen te houden. Zoals het witte rijplaagje het reliëf op de kuilbult accentueerde, zo deed het dat ook in het toch zo vlakke Friese landschap …

En dan zo’n sloot, die als een schitterende scheiding tussen de landerijen loopt. In de verte houden een groep eenden en wat ganzen een wak open. Je weet tenslotte maar nooit hoe lang de kou aanhoudt …

En dan gaat de rit weer verder door weilanden met zacht bollende ruggen tussen de greppels. Een lange rij kale bomen loopt in de verte parallel met een weg …

Hieronder staan die bomen nog net wat duidelijk afgetekend tegen de pasteltinten in de lucht. Met een paar palen en een drinkbak voor het vee sluit ik dit logje af …

Vissende zilverreiger gevangen

De blauwe reiger, die ik hier gisteren heb getoond, bleef me te lang twijfelen voordat hij in actie kwam. Daarom startte ik de auto om achter de grote zilverreiger aan te gaan, die me eerder was ontsnapt. Stapvoets reed ik zo’n 100 meter in westelijke richting. Daar kon ik een eerste foto van de gracieuze schoonheid maken …

Na die ene foto was het ook snel uit met de pret. Hij was nog onderweg naar de sloot. Daar aangekomen, stapte hij kordaat de diepte in. Mooi voor hem natuurlijk, maar ik kon er niks mee …

Er restte me niets anders dan nog eens pakweg 100 meter verder te rijden. Daar vandaan kon ik nog net één acceptabele foto van de zilverreiger maken. Daarna verdween hij onderweg naar de overkant van de sloot achter een wirwar van takken en twijgjes van een overhangende struik …

Hij wist wel hoe hij me bezig moest houden. Om kans te maken op meer foto’s dwong hij me ditmaal zo’n 50 meter achteruit te rijden. En dat met de huidige brandstofprijzen … Enfin, al snel kreeg ik weer zicht op de grote zilverreiger en deze keer kon ik hem een tijdje observeren en fotograferen. Hij liet zijn scherpe snavel enkele keren het water in schieten, maar ik heb niet de indruk dat hij echt wat heeft gevangen. Mijn vangst was tegen lunchtijd mooier en groter dan de zijne, schat ik zo in …

Hitsig rennende reeën

Even leek de reegeit rust te krijgen, maar schijn bedriegt. Vanaf de andere kant van de sloot en het rietkraagje hield de reebok haar nauwlettend in de gaten …

De geit leek hem uit te dagen door strak terug te kijken, terwijl ze tussendoor een hapje gras nam …

En weg was ze weer … natuurlijk bleef hij niet lang achter …

Plotseling maakte zij een scherpe wending, waardoor de rollen speels werden omgedraaid …

Zo ging dit spel nog een tijdje door, totdat ze uiteindelijk in of achter wat struikgewas uit mijn zicht verdwenen …

Geloof me, dergelijke ontmoetingen vervelen nooit. Mij niet in ieder geval … 🙂

Overigens is dit voor reeën wel zo ongeveer de gevaarlijkste tijd van het jaar. In de bovenstaande fotoserie rennen ze zonder enig gevaar door de weilanden. Maar ook eventueel tussenliggende plattelandswegen worden zonder op- of omkijken in volle vaart overgestoken. Als automobilist kun je daar maar beter rekening mee houden door je snelheid te minderen.

Bronstige reeën in de wei

Onlangs had ik op weg naar de Jan Durkspolder opnieuw een ontmoeting op afstand met een paar reeën. Tot nu toe had ik ze iedere keer rustig ergens in een weiland zien staan grazen, ditmaal ging het anders. Het begon met een reebok, die bij een sloot ergens naar stond te kijken …

Plotseling kwam er vanuit de slootkant een tweede ree tevoorschijn. Het was een geit, die er als een hazewindhond vandoor ging, op de voet gevolgd door de reebok. Heel even bleven ze allebei staan …

Als in een soort ‘stare down’ stonden ze – ieder aan een kant van de sloot – tegenover elkaar. Dan draaide de reegeit zich met een sierlijke sprong om, waarna ze er opnieuw in volle vaart vandoor ging. Het was duidelijk: de bronsttijd was hier in volle gang …

Een stuk verderop minderde de geit vaart. Bij een dun rietkraagje bleef ze even staan …

  • morgen meer …

Oude liefde

‘Oude liefde roest niet’, zo luidt het gezegde. Het zal best, maar de glans gaat er na verloop van tijd wel wat af. Dat bedacht ik me, toen ik gistermorgen tussen de buien door voor het eerst dit jaar weer eens een fotokuiertje maakte in het Weinterper Skar …

In de periode 2005-2015 maakte ik – zeker in deze vaak groeizame en bloemrijke tijd het jaar – vrijwel dagelijks even een kuiertje in dit kleine natuurgebied ten zuiden van Drachten. Daar is een eind aan gekomen na het verwijderen van het landweggetje de Nije Heawei uit het gebied in 2016 …

De mooiste plekjes zijn sindsdien een stuk minder gemakkelijk bereikbaar, omdat de actieradius van mijn benenwagen beperkt is. Maar het slootje met de Waterviolier (wetterpinksterbloem in het Fries) bij de parkeerplaats kost me geen moeite. Er leken meer van die mooie roze-witte bloemetjes dan ooit in bloei te staan, alleen jammer dat er geen zon was om het even mooi uit te lichten …

Nu ik er toch was, stelde ik me niet tevreden met alleen wat foto’s van de Waterviolier. Daarom besloot ik toch maar even door te lopen naar ‘mijn‘ bankje, zou ik meteen even kunnen zien hoe het er met ’t blauwgrasland voor stond …

Onderweg daar naar toe, kon ik niet om deze half verzopen paardenbloemen heen …

  • wordt vervolgd

Zwanenbalts, een gracieus liefdesspel

Ik kom tot een afronding van mijn eerste bezoek aan het plas-dras gebied in de Mieden onder de rook van Gerkesklooster-Stroobos …

Ik stond al op het punt om te vertrekken, toen ik een stukje verderop nog twee knobbelzwanen zag, die duidelijk in een amoureuze bui waren …

Even dreigde een derde partner zich met het spel te willen bemoeien, maar die werd snel afgewimpeld …

Daarna begonnen ze lieflijk en gracieus om elkaar heen te draaien, af en toe koppen en snavels even fijntjes langs elkaar wrijvend …

Uit de blikken op de laatste foto van de bovenstaande serie meende ik op te mogen maken, dat mijn aanwezigheid hier niet meer op prijs werd gesteld. Terwijl ik mijn camera weg legde, dobberde het amoureuze tweetal zachtjes kopjes wrijvend verder op de sloot …