Een fijn vlonderpad

Nadat we allebei genoeg foto’s van de koninginnepage hadden gemaakt, vroeg Jetske of er nog een kuiertje over het vlonderpad in zat. Omdat ik de vlinders goeddeels zittend had kunnen fotograferen, dacht ik het uitkijkplatform nog wel te kunnen bereiken. En het was alweer een tijdje geleden dat we hier samen zwarte sterns hadden gespot vanaf dat uitkijkplatform ….

En dus begaven we ons op weg over het vlonderpad. We kwamen daarbij langs de tjasker die vorig jaar bij een zware storm ernstig werd beschadigd. Dankzij de inzet van vrijwilligers is hij netjes hersteld …

Eenmaal bij het platform aangekomen, bleken de bankjes bezet te zijn door een paar jongedames, die zich daar uitgebreid hadden geïnstalleerd. We hadden er even werk van, maar na enige tijd lukte het toch om ze weg te kijken. En zo kon ik mijn onderdanen even wat rust geven en konden we genieten van het uitzicht …

Langs het licht hellende deel daalden we even later weer af naar het pad, dat verderop tussen en langs het riet verder gaat. De leuningen langs het hellend verhinderden dat ik vroegtijdig naar beneden zou sukkelen. Verderop begon mijn afwijking naar links me enigszins parten te spelen …

Door mijn koers regelmatig een paar graden te verleggen, wisten we uiteindelijk toch het startpunt van het vlonderpad weer veilig te bereiken. De steeds achter me lopende Jetske slaakte nog net geen zucht van opluchting … 😉

Veel meer en vooral ook mooiere foto’s, die langs dit mooie en dankzij een goede materiaalkeuze lekker lopende vlonderpad zijn gemaakt, kun je vandaag op het weblog van mijn fotomaatje zien: Schrijven met licht.

Sweltsjes bij de ‘Blaustirns’

Dinsdag ben ik weer eens naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ op de oever van het meertje de Leijen gewandeld. De laatste keer was half februari, toen er nog een laagje ijs en sneeuw op de Leijen lag …

Het was er nu weer een stuk aangenamer en groener dan in februari. Terwijl het in de winter gemaaide riet alweer mooi groen kleurde, lag er naast het pad een vergeten bosje riet weg te kwijnen …

Vanuit de vogelkijkhut viel niet veel te zien. Bij het boomeilandje lang een vissersbootje afgemeerd en er vloog een paar maal een zwarte stern (blaustirns in het Fries) voorbij, dat had ik al snel bekeken …

Vanaf de andere kant van de hut hoorde ik op dat moment ergens vanuit het riet verschillende keren de ‘misthoorn’ van de roerdomp klinken. En dus heb ik aan de andere kant een luikje geopend, maar hoezeer ik ook in het rond spiedde wanneer hij zich liet horen, hij liet zich niet zien …

Dat deden een paar teruggekeerde boerenzwaluwen wel. Terwijl ik de roerdomp zocht, hoorde ik achter me plotseling het geruis van vleugeltjes en het kenmerkende gepiep van de zwaluwen (sweltjes in het Fries). Het was duidelijk dat ze graag de hut in wilden, om op de gebruikelijke plek een nestje te bouwen, maar dat ze problemen hadden met die grote gedaante van ondergetekende …

Omdat de roerdomp zich niet liet spotten en omdat er verder ook niet veel te beleven viel, besloot ik me terug te trekken uit de hut, zodat de zwaluwen rust en ruimte hadden om hun werkzaamheden uit te voeren …

Onderweg naar de auto heb ik nog een poging gedaan om een rietzanger aan de andere kant van de vaart te kieken, maar ik was veel te traag. Zodra ik hem in de kieker had, schoof de rakker steeds weer een stukje op. Maakt niet uit, de aanblik van de zwaluwen en het geluid van de roerdomp hadden mijn dag voldoende kleur gegeven …

Ooievaars op het nest

De reeën die ik hier zaterdag liet zien, waren bijvangst tijdens een ritje naar de ooievaarsnesten bij Earnewâld. Een kwartiertje later stond ik op de parkeerplaats bij de grote gaswinlocatie …

Vanaf de parkeerplaats heb ik een kuiertje gemaakt langs de Dominee Bolleman van de Veenweg in de hoop wat ooievaars te kunnen fotograferen. Bij mijn nadering en passage van het eerste ooievaarsnest werd ik nauwlettend gevolgd …

Het tweede nest staat een stukje verderop langs een niet vrij toegankelijk pad naar het rietland. Duidelijk te zien dat de rietsnijders ook hier weer aan het werk zijn geweest. Het valt vanaf deze afstand niet goed te zien, maar het riet lijkt me ook hier niet erg lang …

Ook dit paalnest was overigens weer bezet. Mevrouw ooievaar stond op het nest en haar eega stond op één poot aan de overkant van de sloot …

Ook het paalnest meteen ten noorden van de gaswinlocatie was bezet, hier stond het koppel samen op het nest. Aan het boomnest iets verderop werd nog gewerkt. Even later mocht ik getuige zijn van het transport van een deel van de interieurbekleding voor dat nest …

  • wordt vervolgd

De rietsnijders aan het werk

Na de lunch riep het werk weer, en dus namen de rietsnijders hun snit weer ter hand. In vroeger tijden werd het riet met de hand gesneden, daarvoor werd een ‘snit’ gebruikt. Klaas en Jetske hebben voor de video eens een demonstratie van dat aloude handwerk van het riet snijden gegeven: rietsnijden met snit, zoals dat in vaktermen wordt genoemd …

Tegenwoordig wordt het riet gemaaid met een rietmaaier. Op de zachte grond van deze percelen gebruiken de mannen handmaaiers. Op plaatsen waar de draagkracht van de bodem beter is, gebruiken rietsnijders tegenwoordig ook zwaardere rupsmaaiers. De handmaaiers waarmee Klaas-Jan en oom Errie hier werkten, maakt van het gemaaide riet meteen kleine bosjes, die samengebonden op het land blijven liggen …

Het snit wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor het bijeen rapen van de bosjes riet die tijdens het maaien op het land zijn achtergebleven. Die bosjes worden in schoven bijeengezet om te drogen …

Het zal duidelijk zijn dat de mannen op zo’n dag heel wat kilometers afleggen met achtereenvolgens het maaien en het verzamelen van de bosjes riet …

Als je zo’n schoof met bosjes riet ziet staan, dan lijkt het heel wat, maar de oogst valt hier zwaar tegen dit jaar. Het riet is niet echt lang geworden en het is ook erg dun gebleven, bovendien zit er veel afval in waarvan de rietsnijder alleen maar extra werk heeft …

Maar Klaas-Jan blijft lachen, en ik geloof er niks van dat hij dat alleen voor de camera doet. Hoeveel werk er ook in zit, hoe mager de verdiensten ook zullen zijn, Klaas-Jan is hier helemaal in zijn element …

En voor wie nu denkt dat dit zwaar werk was … Het echt zware werk komt nog. Al die kleine bosjes moeten worden gekamd om de groene begroeiing aan de onderkant eruit te halen. Daarna wordt het riet in nog veel grotere en zwaardere bossen bijeen gebonden en met de hand op de wagen worden opgestapeld. In of bij de werkplaats thuis wordt het riet uiteindelijk tot standaard bossen met een omvang van 46 cm gebonden …

Honden van het rietland

We waren nog maar nauwelijks gaan zitten, of er kwam ook nog een oud-rietsnijder aanlopen. Klaas – schoonvader van Klaas-Jan en zwager van Jetske – kwam met zijn hond Kelev even kijken hoe het er in het rietland voor stond. De beide honden, die al jarenlang geregeld samen optrekken, kwamen in volle draf op me af …

Klaas is de nestor van het drietal rietsnijders. Hem heb ik een jaar of tien achtereen regelmatig gevolgd bij zijn activiteiten in het riet. In de periode 2009-2011 heb ik door de seizoenen heen filmopnamen gemaakt van de werkzaamheden van de rietsnijders in De Weerribben vroeger en nu. Uiteindelijk heb ik dat project begin 2012 afgerond met de presentatie van de DVD “Werk in het Weerribbenriet”. Ik denk erover om die eerdaags beschikbaar te maken op YouTube …

Maar dat is voor later, nu eerst terug naar vorige week woensdag. De beide honden voerden een mooi showtje voor ons op. Rhena was loops en Kelev leek wel zin te hebben om daar gebruik van te maken. Maar hij leek niet meer helemaal te weten hoe hij het moest hebben. En al zou hij het geweten hebben, dan nog zou hij als ‘geholpen reu’ weinig gepresteerd hebben …

Toen ze na enige tijd uitgespeeld waren, gingen ze – zoals wel vaker – samen het rietland in. Het zijn allebei leuke en lieve honden die normaal gesproken bij de baas in de buurt blijven, maar wanneer ze samen zijn gaan ze graag op avontuur …

Zodra de boterhammen op waren werden de honden, die intussen alweer uit zicht verdwenen waren, geroepen. Nadat Klaas en Kelev ons allen inclusief Rhena gedag hadden gezegd, gingen de rietsnijders weer aan het werk …

  • wordt vervolgd

Nederlands riet

Vorige week woensdag ben ik weer met mijn fotomaatje Jetske de Weerribben in getrokken. Ditmaal ging het ons niet om het spotten van een ijsvogel – hoewel dat natuurlijk mooi meegenomen zou zijn – nee, we reden linea recta naar het rietland bij de schilderachtige buurtschap Nederland

Wie hier al wat langer meeleest, weet dat ik al zo’n 15 jaar in winter of voorjaar graag eens met Jetske het rietland in trek om foto’s te maken van het werk van de rietsnijders. Dat komt voort uit het feit dat Jetske uit een familie van rietsnijders. Vorige week gingen we naar het rietland van Jetskes’ neef Klaas-Jan …

Tot hier was het pad goed en droog geweest, maar eenmaal in het rietland vielen meteen de ongewoon diepe sporen op. Rhena, de Golden retriever die vaak met de baas het riet in gaat, stond ons al op te wachten …

Met de nodige moeite liepen we over het drassige pad het rietland in. Klaas-Jan en zijn oom Errie, die hem die dag hielp in het rietland, kwamen ons al tegemoet lopen. We raakten meteen aan de praat over de stand van zaken in het riet …

We waren precies op het goeie moment gekomen, de mannen waren net aan hun lunch toe. Nadat Rhena alweer lekker was gaan liggen, zochten wij gevieren een plekje in de buurt van de schaftkeet om te zitten. Daar zetten we het gesprek voort …

  • wordt vervolgd

IJs en sneeuw bij de Leijen

Voor de derde tussenstop tijdens onze winterse rondrit door de gemeente waren Jetske en ik naar de Leijen gereden. Veel schaatsers verwachtte ik daar niet te zien, maar we gingen er vooral voor het landschap naar toe …

vogelkijkhut 'de Blaustirns'

Het rietveld achter de kijkhut was al vroeg in het jaar gemaaid door de rietsnijders. In verte waren de bossen riet te zien. De paar bomen die in het rietveld staan, hadden een warm en sierlijk rietkraagje gehouden. In de nog bijna maagdelijke sneeuwlaag waren verschillende sporen te zien …

Al voordat we de hut betraden, nam ik door een kijkluik in de wand naast het vlonderpad een kijkje naar de sneeuwvlakte op het meertje …

In de richting van Oostermeer stond een koek & zopie tent op het ijs, ook waren er kleine groepjes schaatsers te zien. Twee wandelaars kwamen met iets meer tussenruimte dan de roemruchte anderhalve meter onze kant op …

Voor de hut deinden enkele volle rietpluimen zachtjes heen en weer in de wind …

Bij het verlaten van de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ viel mijn oog nog op een winterse verrassing. Aan de achterkant van de hut hadden wind, water, sneeuw en vorst samen een soort van spiraalvormige witte ‘stalagmieten gevormd …

Terwijl ik me met het ijs bezighield, stond Jetske een paar meter verderop te genieten van de zon, die in de luwte van de wand al lekker warm aanvoelde …

– wordt vervolgd –