Ooievaars op het nest

De reeën die ik hier zaterdag liet zien, waren bijvangst tijdens een ritje naar de ooievaarsnesten bij Earnewâld. Een kwartiertje later stond ik op de parkeerplaats bij de grote gaswinlocatie …

Vanaf de parkeerplaats heb ik een kuiertje gemaakt langs de Dominee Bolleman van de Veenweg in de hoop wat ooievaars te kunnen fotograferen. Bij mijn nadering en passage van het eerste ooievaarsnest werd ik nauwlettend gevolgd …

Het tweede nest staat een stukje verderop langs een niet vrij toegankelijk pad naar het rietland. Duidelijk te zien dat de rietsnijders ook hier weer aan het werk zijn geweest. Het valt vanaf deze afstand niet goed te zien, maar het riet lijkt me ook hier niet erg lang …

Ook dit paalnest was overigens weer bezet. Mevrouw ooievaar stond op het nest en haar eega stond op één poot aan de overkant van de sloot …

Ook het paalnest meteen ten noorden van de gaswinlocatie was bezet, hier stond het koppel samen op het nest. Aan het boomnest iets verderop werd nog gewerkt. Even later mocht ik getuige zijn van het transport van een deel van de interieurbekleding voor dat nest …

  • wordt vervolgd

De rietsnijders aan het werk

Na de lunch riep het werk weer, en dus namen de rietsnijders hun snit weer ter hand. In vroeger tijden werd het riet met de hand gesneden, daarvoor werd een ‘snit’ gebruikt. Klaas en Jetske hebben voor de video eens een demonstratie van dat aloude handwerk van het riet snijden gegeven: rietsnijden met snit, zoals dat in vaktermen wordt genoemd …

Tegenwoordig wordt het riet gemaaid met een rietmaaier. Op de zachte grond van deze percelen gebruiken de mannen handmaaiers. Op plaatsen waar de draagkracht van de bodem beter is, gebruiken rietsnijders tegenwoordig ook zwaardere rupsmaaiers. De handmaaiers waarmee Klaas-Jan en oom Errie hier werkten, maakt van het gemaaide riet meteen kleine bosjes, die samengebonden op het land blijven liggen …

Het snit wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor het bijeen rapen van de bosjes riet die tijdens het maaien op het land zijn achtergebleven. Die bosjes worden in schoven bijeengezet om te drogen …

Het zal duidelijk zijn dat de mannen op zo’n dag heel wat kilometers afleggen met achtereenvolgens het maaien en het verzamelen van de bosjes riet …

Als je zo’n schoof met bosjes riet ziet staan, dan lijkt het heel wat, maar de oogst valt hier zwaar tegen dit jaar. Het riet is niet echt lang geworden en het is ook erg dun gebleven, bovendien zit er veel afval in waarvan de rietsnijder alleen maar extra werk heeft …

Maar Klaas-Jan blijft lachen, en ik geloof er niks van dat hij dat alleen voor de camera doet. Hoeveel werk er ook in zit, hoe mager de verdiensten ook zullen zijn, Klaas-Jan is hier helemaal in zijn element …

En voor wie nu denkt dat dit zwaar werk was … Het echt zware werk komt nog. Al die kleine bosjes moeten worden gekamd om de groene begroeiing aan de onderkant eruit te halen. Daarna wordt het riet in nog veel grotere en zwaardere bossen bijeen gebonden en met de hand op de wagen worden opgestapeld. In of bij de werkplaats thuis wordt het riet uiteindelijk tot standaard bossen met een omvang van 46 cm gebonden …

Honden van het rietland

We waren nog maar nauwelijks gaan zitten, of er kwam ook nog een oud-rietsnijder aanlopen. Klaas – schoonvader van Klaas-Jan en zwager van Jetske – kwam met zijn hond Kelev even kijken hoe het er in het rietland voor stond. De beide honden, die al jarenlang geregeld samen optrekken, kwamen in volle draf op me af …

Klaas is de nestor van het drietal rietsnijders. Hem heb ik een jaar of tien achtereen regelmatig gevolgd bij zijn activiteiten in het riet. In de periode 2009-2011 heb ik door de seizoenen heen filmopnamen gemaakt van de werkzaamheden van de rietsnijders in De Weerribben vroeger en nu. Uiteindelijk heb ik dat project begin 2012 afgerond met de presentatie van de DVD “Werk in het Weerribbenriet”. Ik denk erover om die eerdaags beschikbaar te maken op YouTube …

Maar dat is voor later, nu eerst terug naar vorige week woensdag. De beide honden voerden een mooi showtje voor ons op. Rhena was loops en Kelev leek wel zin te hebben om daar gebruik van te maken. Maar hij leek niet meer helemaal te weten hoe hij het moest hebben. En al zou hij het geweten hebben, dan nog zou hij als ‘geholpen reu’ weinig gepresteerd hebben …

Toen ze na enige tijd uitgespeeld waren, gingen ze – zoals wel vaker – samen het rietland in. Het zijn allebei leuke en lieve honden die normaal gesproken bij de baas in de buurt blijven, maar wanneer ze samen zijn gaan ze graag op avontuur …

Zodra de boterhammen op waren werden de honden, die intussen alweer uit zicht verdwenen waren, geroepen. Nadat Klaas en Kelev ons allen inclusief Rhena gedag hadden gezegd, gingen de rietsnijders weer aan het werk …

  • wordt vervolgd

Nederlands riet

Vorige week woensdag ben ik weer met mijn fotomaatje Jetske de Weerribben in getrokken. Ditmaal ging het ons niet om het spotten van een ijsvogel – hoewel dat natuurlijk mooi meegenomen zou zijn – nee, we reden linea recta naar het rietland bij de schilderachtige buurtschap Nederland

Wie hier al wat langer meeleest, weet dat ik al zo’n 15 jaar in winter of voorjaar graag eens met Jetske het rietland in trek om foto’s te maken van het werk van de rietsnijders. Dat komt voort uit het feit dat Jetske uit een familie van rietsnijders. Vorige week gingen we naar het rietland van Jetskes’ neef Klaas-Jan …

Tot hier was het pad goed en droog geweest, maar eenmaal in het rietland vielen meteen de ongewoon diepe sporen op. Rhena, de Golden retriever die vaak met de baas het riet in gaat, stond ons al op te wachten …

Met de nodige moeite liepen we over het drassige pad het rietland in. Klaas-Jan en zijn oom Errie, die hem die dag hielp in het rietland, kwamen ons al tegemoet lopen. We raakten meteen aan de praat over de stand van zaken in het riet …

We waren precies op het goeie moment gekomen, de mannen waren net aan hun lunch toe. Nadat Rhena alweer lekker was gaan liggen, zochten wij gevieren een plekje in de buurt van de schaftkeet om te zitten. Daar zetten we het gesprek voort …

  • wordt vervolgd

IJs en sneeuw bij de Leijen

Voor de derde tussenstop tijdens onze winterse rondrit door de gemeente waren Jetske en ik naar de Leijen gereden. Veel schaatsers verwachtte ik daar niet te zien, maar we gingen er vooral voor het landschap naar toe …

vogelkijkhut 'de Blaustirns'

Het rietveld achter de kijkhut was al vroeg in het jaar gemaaid door de rietsnijders. In verte waren de bossen riet te zien. De paar bomen die in het rietveld staan, hadden een warm en sierlijk rietkraagje gehouden. In de nog bijna maagdelijke sneeuwlaag waren verschillende sporen te zien …

Al voordat we de hut betraden, nam ik door een kijkluik in de wand naast het vlonderpad een kijkje naar de sneeuwvlakte op het meertje …

In de richting van Oostermeer stond een koek & zopie tent op het ijs, ook waren er kleine groepjes schaatsers te zien. Twee wandelaars kwamen met iets meer tussenruimte dan de roemruchte anderhalve meter onze kant op …

Voor de hut deinden enkele volle rietpluimen zachtjes heen en weer in de wind …

Bij het verlaten van de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ viel mijn oog nog op een winterse verrassing. Aan de achterkant van de hut hadden wind, water, sneeuw en vorst samen een soort van spiraalvormige witte ‘stalagmieten gevormd …

Terwijl ik me met het ijs bezighield, stond Jetske een paar meter verderop te genieten van de zon, die in de luwte van de wand al lekker warm aanvoelde …

– wordt vervolgd –

Terug naar de Blaustirns

In de zon en uit de wind werd het rond het middaguur flink warm op en rond het bankje aan de oostkant van het Weinterper Skar. Daarom stelde ik na verloop van tijd voor om voor het tweede deel van onze dag een wat frisser plekje op te zoeken. Na kort overleg besloten we weer eens een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut de ‘Blaustirns’ op de oever van de Leijen bij Doktersheide …

Onderweg sprak ik het vermoeden uit dat de kijkhut best eens gesloten zou kunnen zijn i.v.m. het coronavirus. Eenmaal ter plekke bleek dat inderdaad het geval te zijn. Maar het hek naar het toegangspad stond open en dus besloten we in elk geval die kant even op te lopen. Ook al zouden we aan het eind van het vlonderpad alleen maar even van het uitzicht kunnen genieten …

Langs het pad konden we onze camera’s meteen weer laten klikken. Een uurtje eerder hadden we de echte koekoeksbloem voor de lens gehad, hier zorgde de dagkoekoeksbloem voor roze tinten tussen het riet. Slechts enkele meters verderop stond de gele lis. Hij zat ruim onder allerlei klein grut, zoals diverse vliegen en kevers. Wat daar op die rechter knop zit, kan ik niet goed thuis brengen. ’t Lijkt op een pas uitgeslopen libel, maar daarvoor is het volgens mij te klein. Kortom: wie het weet, mag ’t zeggen …

We vervolgden onze weg langs het rietveld waar het eerder dit jaar gemaaide riet weer frisgroen omhoog reikte. Langs de oever van de Leijen en rond de tweedelige boom waar de koekoek kort zat te roepen, was een mooi oud rietkraagje blijven staan …

Uiteindelijk bereikten we het vlonderpad, we naderden ons doel. Nog een paar meter …, zodra we het bosje voorbij waren, zouden de hut in beeld krijgen …

– wordt vervolgd –

Rietsnijders in de verte

Gisteren vertelde ik hier wat over de eerste keer dat ik in het rietland van de Weerribben was. Sindsdien ben ik vooral in de periode januari – april talloze malen op ‘werkbezoek’ geweest bij de rietsnijders in die contreien. Dat is één van de zaken waarbij de coronacrisis zand in de machine heeft gestrooid …

Helemaal zonder rietsnijders hoef ik het echter niet te doen dit jaar. Toen ik onlangs was afgereisd naar de noordkant van de Rypstjerksterpolder (deze tongbreker mag wat mij betreft door niet-Friestaligen worden uitgesproken als Rijperkerkerpolder … 😉 ) om foto’s te maken van de eerste grutto’s, waren rietsnijders in de verte bezig met het snijden van het riet en het verbranden van de ruigte. Meer dan wat verre sfeerplaatjes zit er niet in dit jaar. Ik doe het ermee …