Lijnen en structuren

Na ruim 30 blogs over het rietland in de Weerribben en de Wieden, en vooral het zware werk dat daar door de rietsnijders wordt verricht, ben ik bijna toe aan een afronding. Voor mij persoonlijk was het topjaar in het riet. Dat begon op 7 februari met een dag in de mist aan de Roomsloot in de Weerribben. Daarna gingen op 25 februari op een prachtige dag per boot het riet in op een voor mij nieuwe locatie in de Wieden …

Op 20 maart waren we te gast bij de rietsnijders in het rietland bij de buurtschap Nederland. Vandaag de laatste serie foto’s die ik die dag heb gemaakt. Lijnen en structuren in het rietland, niet meer en niet minder …

– Morgen nog een laatste filmpje van boven het rietland

Voor nu eerst fijne Paasdagen!

In een holle boom

Van de vele uitstulpingen van de oude beuken heb ik gisteren al het een en ander laten zien, vandaag nemen we even een kijkje in de enorme holte van een van de bomen …


Aan de buitenkant is zo ongeveer elke vierkante centimeter van die bomen interessant, maar aan de binnenkant van deze boom is dat niet veel anders. Het zal op termijn wel tot de dood van de oude beuk leiden, maar op dit moment is het echt een feest van vormen, kleuren, structuren en vraatsporen in de holte van die boom …

Tijd om onze weg weer te vervolgen. Als je vanaf dit punt de Beakendyk in noordwestelijke volgt, kom je na ongeveer 1 km uit bij de dansende bomen(Google Maps). Maar dat was nu niet het plan, het was tijd om terug te gaan naar de Romeinse Sterrenschans om ter plekke de geschiedenis daarvan uit de doeken te doen …

Tussen vriezen en dooien

Tussen vriezen en dooien ligt het nulpunt of het vriespunt, de temperatuur waarbij water bevriest tot ijs of waarbij het juist weer smelt tot water. Dat was de situatie toen ik vorige week zaterdag aan het eind van de ochtend wat foto’s maakte van een dun vliesje ijs op de vijver …


De meeste reageerders hadden gisteren wel door dat het om ijs ging, waarschijnlijk omdat dergelijke beelden in de loop de tijd al (te) vaak op mijn blog zijn verschenen. Meestal ging het daarbij om een harde ijsvloer met strakke geometrische lijnen en figuren bij vriezend weer. Omdat de temperatuur voortdurend rond het vriespunt lag, veranderde de ijssituatie ditmaal echter voortdurend. Op verschillende plaatsen vormden zich tussen de strakke geometrisch lijnen heel kleine plasjes water. Op andere plaatsen zag ik juist dat er in een plasje water nieuwe ijsbloemen op het oppervlak verschenen. Misschien moet ik een volgende keer het statief erbij pakken om wat time-lapse opnamen te maken, want het was echt fascinerend om te zien. Afijn, kijk maar eens of je het wat vindt …

Het laatste ijs van 2021

Hoe kan ik deze licht winterse serie, waar ik op 21 december mee ben begonnen, beter afsluiten dan met het laatste ijs op de vijver …

Ook daar ging de kwaliteit van het ijs na de kerst snel achteruit. Kijk maar eens naar de veranderingen, linksonder 26 december en rechtsonder 27 december …

Maar ach, daar staan dan ook weer andere zaken tegenover. De vissen vertoonden meteen meer actie, en daarmee verscheen er toch weer wat kleur in de vijver …

Het kerstwintertje van 2021 was voorgoed voorbij, toen onze vijver op oudjaarsdag buiten zijn oevers trad …

Smeltend ijs

Het hard bevroren ijs dat op Tweede Kerstdag nog zo’n mooie glanzende herfstcompositie vormde in het vogelbadje, veranderde een dag later in een bordje met papijs …

Het mooiste was er duidelijk wel af, maar toch vond ik het nog steeds een boeiend geheel …

In het grotere houten vogelbad elders in de tuin was de situatie al niet veel anders …

Rondom verscheen water op het ijs, daardoor ontstonden er aan de rand zachte weerspiegelingen …

In het midden van het opbollende oppervlak werden tot slot mooie breuklijnen zichtbaar …

Gebroken weerspiegeling

Na nog een nachtje met lichte vorst was het sierlijke laagje rijp in de ochtend van 23 december al snel verdwenen. Op de beide dagen voor kerst lag de maximumtemperatuur ruim boven het vriespunt. Maar daarmee was het flitswintertje nog niet voorbij …

Op beide kerstdagen was het hier mooi zonnig weer, met maximumtemperaturen die niet boven het vriespunt kwamen. En zo kon ik op de valreep nog net twee ijsdagen voor 2021 bijschrijven …

Meestal maak ik de foto’s van de ijsstructuren op de vijver vanaf het terras, zoals op de eerste en de laatste foto. Maar vanaf de andere kant van de vijver leverden ze nog even een paar flink gebroken weerspiegelingen van ons huis op …

IJskristallen

Voor de liefhebber van winterse verschijnselen als sneeuw en ijs zijn het topdagen. Voor mij geldt dat zeer zeker. Gisteren heb ik eerst een wandeling gemaakt in de met sneeuw bedekte Ecokathedraal. De foto’s daarvan houden jullie nog even tegoed. Vandaag wil ik even terug naar de kern, de kern van de sneeuwvlok …

Terwijl ik gistermiddag achter de pc zat, zag ik dat het heel licht begon te sneeuwen. Met de macro-voorzetlens op mijn camera ben ik naar buiten gelopen, waar ik vervolgens enige tijd bezig geweest ben om wat van die hele kleine sneeuwvlokjes in beeld te vangen. De meeste sneeuwvlokjes bestonden op dat moment gelukkig uit één enkele ijskristal, dat maakte het in feite gemakkelijker om ze in beeld te kunnen brengen. Sommige waren onderweg naar beneden al begonnen samen te klonteren tot een wat grotere sneeuwvlok, dan zijn de structuren veel minder goed zichtbaar …

IJskristallen ontstaan in koude lucht waar veel water in zit. De watermoleculen hechten zich aan stofdeeltjes die in de lucht zweven. Sneeuw bestaat uit aan elkaar geklonterde ijskristallen. Door botsingen onderling van de ijskristallen op hun weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes tot sneeuwkristallen. Ongeveer 4.000 van deze uiterst minieme kristallen zijn nodig voor de vorming van één sneeuwvlok. Wanneer de lucht onder de wolk onder het vriespunt ligt, hebben we op de grond sneeuw. Is de lucht in de onderste honderden meters boven nul dan hebben we regen. Dit is het resultaat van die koude lucht gisteren, en er waren geen twee ijskristallen gelijk aan elkaar …

Bron: ‘Het ontstaan van ijskristallen, sneeuwkristallen en rijp’