Op de begraafplaats

Na onze rondgang langs het museum, het Zodenhuis en ‘het Stekje’ staken we de Camstrawei over (Google Maps)

Daar wandelden we over het pad naar de begraafplaats en de Toren van Firdgum bovenop de terp …

Eenmaal op de begraafplaats konden we de toren ook vanaf de oostkant bekijken. Terwijl Jetske enige tijd over de begraafplaats rondscharrelde, ging ik lekker op één van de bankjes aan de zijkant zitten …

Ik sluit vandaag af dit bijzonder grafmonument … ‘een bijzondere vogel vliegt weg …’

Morgen gaan we terug naar de auto om daarna onze weg te vervolgen.

Het Zodenhuis in Firdgum

Tegenwoordig is het noordelijk kustgebied goed beschermd door een zware en metershoge dijk langs de Waddenzee. In vroeger eeuwen was dat anders en werd een groot deel van Fryslân en Groningen regelmatig overspoeld door het zeewater. Toch werd dit gebied al vroeg bewoond …

Het Fries-Groningse kustgebied was lang een leeg en kaal landschap. De vruchtbare kweldergebieden liepen regelmatig tot ver landinwaarts onder water. Om er te kunnen leven en wonen, werden er terpen en wierden opgeworpen, kunstmatige hoogten in het landschap. Daar konden de kustbewoners bescherming tegen hoog water vinden …

Over hoe er gewoond werd was lang veel minder bekend. Van terpafgravingen hier in Firdgum en diverse andere terpdorpen in de omgeving heeft men intussen geleerd, dat de muren van terpboerderijen uit de 5e t/m 7e eeuw voornamelijk bestonden uit dikke muren van gestapelde kleizoden …

Het Yeb Hettinga Museum en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) maakten in Firdgum een reconstructie van een oude boerderij van graszoden. Het ontwerp van het Zodenhuis dateert van ongeveer 700 na Christus. Er is gekozen voor een stalgebouw met dakdragende muren van zoden. De zoden voor dit wetenschappelijk experiment (11.000 stuks) komen uit het buitendijkse gebied bij Hallum, ongeveer een km ten noorden van de Zeedijk …

Omdat zowel het museum als het Zodenhuis gesloten waren, konden we alleen even naar binnen kijken door de gedeeltelijke open rand tussen de muren en het dak. Zo is toch mooi te zien dat er bijna overal gebruik gemaakt is van pen-en-gatverbindingen. Omdat het zodenhuis veilig moet zijn voor publiek, is op enkele plekken node gebruik gemaakt van draadstaalverbindingen …

Omrop Fryslân heeft het hele proces van de bouw van het Zodenhuis vastgelegd in een tweedelige documentaire. Archeoloog Daniël Postma van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) neemt ons in aanloop naar de bouw mee op een studiereis naar IJsland en Schotland om daar informatie te vergaren over de zodenhuizen of de restanten daarvan, die daar nog goed bewaard in het landschap te vinden zijn.

O, en laat je niet afschrikken door het feit dat het een documentaire van Omrop Fryslân is. Het gaat om een Nederlands- en Engelstalige productie …

Morgen meer over het Zodenhuis van Firdgum en deel 2 van deze boeiende documentaire.

Bij het Yeb Hettinga Museum

Tegenover de ingang van de begraafplaats vinden we het Yeb Hettinga Museum. Yeb Hettinga (1938-1999) verzamelde in zijn vrije tijd o.a. oude landbouwwerktuigen. Ook zocht hij samen met zijn dorpsgenoot Wietse Leistra, die in het bezit was van een metaaldetector naar oude voorwerpen. Na verloop van tijd had hij een ruime collectie aan munten en kledinghaakjes uit 1700 en allerlei andere voorwerpen …

In 1986 kocht Hettinga Camstra State, een sterk verwaarloosde, maar historische boerderij in Firdgum. In een deel van het pand richtte hij een mini-museum in. Later kocht hij het uit 1900 daterende schooltje in Firdgum, tegenwoordig is zijn verzameling daar te bezichtigen …

Het museum was helaas gesloten toen wij er waren. Maar dat wil niet zeggen dat we er voor niks naar toe gelopen waren. Op het terrein van het museum staat in het kader van Sense of Place ook een Zodenhuis. Dit Zodenhuis is in de periode 2012-2015 gebouwd in het kader van een samenwerkingsproject van het museum en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Morgen kom ik daar op terug …

Onderweg naar het Zodenhuis liepen we weer enige vertraging op, omdat Jetske weer een beestje had gevonden. Ditmaal ging het om een kleine vos …

Ik heb me intussen niet verveeld hoor. We zijn er allebei al sinds 2006 aan gewend om ons eigen onderwerp uit te zoeken, wanneer de ander geconcentreerd bezig is. Dat vosje was mij te klein om het nog steeds grijze weerbeeld op te fleuren, ik koos voor de pompoenen …

Morgen gaan we het hebben over de geschiedenis van het Zodenhuis.

Intermezzo bij de paardjes

Aan de andere kant van de toren en de begraafplaats lag een stukje land waar een paardje al grazend rondjes liep …

Als Jetske onderweg een leuk beestje ziet, dan maakt ze daar graag even tijd voor …

Zei ik paardje …? Er stonden zelfs twee van die mooie kleine paardjes …

Natuurlijk ging Jetske ook daar nog even mee in gesprek, daarna stuurde ze deze kleine Amerigo naar mij toe …

Morgen vervolgen we onze weg naar het lokale museum.

De koninginnepage in volle glorie

Zijn roem was de koninginnepage al een paar jaar vooruit gesneld en elk jaar kwam hij wat dichterbij. Toen ik hem vorige week dan eindelijk in werkelijkheid zag, werden mijn verwachtingen ruimschoots overtroffen …

Hij was niet alleen opvallend groot met zijn spanwijdte van een centimeter of zeven, maar ook erg beweeglijk. Een paar maal had ik het geluk om twee exemplaren tegelijk in beeld te krijgen, waarvan eentje vliegend …

Die vlinders hadden trouwens ook geen beter plekje kunnen uitzoeken. Aan de voet van de vlinderstruik stond een picknicktafel waar we al gauw lekker konden zitten fotograferen. Voor Jetske was dat nog niet helemaal genoeg, zij besloot het even hogerop te zoeken. Maar voor alle duidelijkheid: dat was daar heel gebruikelijk geworden …

De koninginnepage heeft een erg mooie tekening, vind ik. Behalve de zachtgele ondergrond kun je er bijna geen eenkleurige vlakken vinden, de gekleurde vlakken zijn allemaal opgebouwd uit hele fijne stipjes …

Ik sluit af met een laatste foto en een dikke tút voor beide vouwen die dit tripje mogelijk maakten …

Op zoek naar de koninginnepage

Vorige week donderdag had ik weer een afspraak met mijn fotomaatje. Dat trof niet echt geweldig goed, want ik had die ochtend meteen al last van weigerachtige onderdanen. Omdat ik dan liever niet een hele dag met de auto op pad ga, bood Aafje heel lief aan om me te brengen. Jetske zou me aan het eind van de dag weer netjes thuis brengen, zo werd afgesproken. En zo had de dag al nauwelijks beter kunnen beginnen …

Het vervolg werd zo mogelijk nog mooier, toen Jetske me meenam voor een ritje naar het bezoekerscentrum De Wieden in Sint Jansklooster. Daar hadden we in het verleden al eens een paar flinke fotokuiers gemaakt, maar dat was nu niet nodig, zo beloofde Jetske me …

We gingen er ook niet zomaar naar toe, Jetske had er een week eerder de koninginnepage gefotografeerd en die kans wilde ze mij ook graag geven …

Zelf vond Jetske het duidelijk ook niet erg om die kleurige verschijning nog eens uitvoerig te fotograferen. Hier is ze geconcentreerd aan het werk met de 70-200 mm lens op haar camera …

Hoe het ook zij, Jetske maakte haar belofte ten volle waar. Na een kuiertje van amper vijf minuten stonden we bij een grote vlinderstruik waar we de koninginnepage in volle glorie konden bewonderen …

En we hadden geluk. Omdat we er mooi op tijd waren, was het er nog rustig. Dat bood ons alle tijd en gelegenheid om die mooie grote, steeds verder naar het noorden oprukkende vlinder te bekijken en te fotograferen …

Tot nu toe kende ik hem alleen van foto’s op internet, maar wat is dat een prachtige vlinder! En er vlogen zelfs minstens drie stuks rond. Ik raakte niet uitgekeken en uitgekiekt, daarom morgen meer …

  • wordt vervolgd

Krabbenscheer als beton

We waren gebleven bij Jetske, die een kleine opening in het rietkraagje had gevonden. Voorzichtig op de afbrokkelende walkant steunend, maakte ze een aantal foto’s van het petgat …

In het petgat staat daar een aantal kooien en manden met daarin verschillende hoeveelheden krabbenscheer. Met deze opstelling wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden om verlanding in het gebied te stimuleren. Dat vraagt om enige nadere uitleg …

De Deelen is een laagveenmoerasgebied dat is ontstaan door de turfwinning, die daar een eeuw geleden begon. De afgegraven stroken liepen vol water – de petgaten – en daartussen liet men stroken grond droog. Op deze droge stroken, de legakkers of stripen, zoals we in Fryslân zeggen, werd de afgestoken turf te drogen gelegd …

Het is nog steeds een nat gebied, maar dat is niet meer te danken aan het oorspronkelijke grondwater en het water is slechter van kwaliteit. Door intensieve landbouw in de omringende gebieden, die gepaard gaat met diepontwatering, is De Deelen hoger komen te liggen waardoor het grondwater wegloopt. Er wordt nu water ingepompt vanuit een naburige zandwinning en als dat niet voldoende is vanuit het oppervlaktewater in de rest van Friesland. Daarmee wordt de waterkwaliteit langzaam maar zeker weer wat beter. Maar daarmee is De Deelen nog niet gered …

Na het stoppen van de vervening kregen weer en wind geleidelijk meer grip op het water. Door stormen kalfden de legakkers steeds verder af. Op sommige plekken zijn ze zelfs helemaal weggeslagen. Als dit proces geen halt wordt toegeroepen, dan heeft Fryslân er op den duur weer een groot meer bij en dat is niet de bedoeling …

Om verlanding in het gebied op een natuurlijke manier te stimuleren, wil men gebruik maken van krabbenscheer. Hier is een proef bezig om dat krabbenscheer een voorsprong te geven. Krabbenscheer is het beton van nieuw veen. Het groeit snel, maakt veel biomassa en legt ook nog eens CO2 vast. Als het krabbenscheer een dikke plak maakt en in de winter boven water blijft, krijgen andere planten als lisdodde, riet en gele plomp een kans: het begin van het verlanden …

Het hele verhaal werd onlangs op een mooie en aanschouwelijke manier uit de doeken gedaan in het natuurprogramma ‘Vroege vogels’. Een 8 minuten durende aanrader: ‘De Deelen verdwijnt’.

  • wordt vervolgd