Wat ’n beetje zon kan doen

Vrijdag 11 november zijn Jetske en ik weer eens samen de Ecokathedraal ingetrokken. We hadden gehoopt dat de zon even zou doorbreken om mooie herfstkleuren boven en rond de gestapelde bouwwerken uit te lichten. Dat viel echter nogal tegen. De zon liet die dag verstek en de bladeren aan bomen en struiken begonnen er nog maar net te verkleuren …


Op zaterdag 19 november ben ik er nog eens naar toe gereden. Het was een stralende dag met temperaturen rond of net boven het vriespunt. De Ecokathedraal was weliswaar nog steeds niet gehuld in volgroeid herfsttenue, maar de zon maakte het toch een stuk levendiger dan de week ervoor …

In de Catspoolder

In 2009 is de Catspoolder ingericht als natuurgebied en is de bemaling stopgezet. Het waterpeil gaat er nu op en neer met dat van het riviertje de Lende, dat er langs loopt. De polder dient nu ook als waterberging. In de zomer wordt het gebied losgekoppeld van de Lende, waardoor het waterpeil zakt en de grond deels kan indrogen. Om de vallei nat te houden, is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht dat moet voorkomen dat het gebied helemaal verdroogt. Het gebied trekt vooral water- en moerasvogels …


Hoe mooi een vogelkijkhut ook is, het gaat erom wat je er te zien kunt krijgen. En dat valt bij de ‘Catskieker’ niet tegen. Je hebt er een mooi uitzicht over een flinke plas. Recht voor de hut staat een rijtje dode bomen en boomstronken. In de top van de hoogste boom zat een gestaag toenemend aantal aalscholvers te vergaderen. Op een strookje droge grond scheef voor de hut zaten vogels van diverse pluimage, waaronder meeuwen, kieviten, verschillende ganzen en ook hier enkele aalscholvers. Het was allemaal niet spectaculair, maar we hebben ons er bij heerlijk najaarsweer een uurtje prima vermaakt …

Bij de Catskieker

Na ons bezoek aan de ‘Wolvenroep’ stelde ik voor om naar een bepaalde vogelkijkhut te gaan die mijn fotomaatje al eens op haar blog had getoond, en waarvan ik wist dat hij ergens hier in de Lendevallei moest staan. Jetske wist meteen dat ik de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ in de Catspoolder (Google Maps) bedoelde. Na een ritje van amper 10 minuten waren we ter plekke …


Daarna volgden nog een korte kuier en de beklimming van een dijklichaam dat het wandelpad scheidde aan de waterkant. Ook hier had Jetske weer een juiste inschatting van de loopafstand gemaakt, zodat we al snel de vogelkijkhut de ‘Catskieker’ betreden. Het belangrijkste deel is een ronde, deels open hut van cortenstaal met daarnaast en deels ervoor een eenvoudig scherm …


De Catspoolder was dankzij de vervening in de 18 en 19e eeuw ooit een petgatengebied. In de twintiger jaren van de vorige eeuw is het gebied geschikt gemaakt voor de landbouw. Om de polder droog te houden voor de landbouw, moest hij sterk worden bemalen …

  • wordt vervolgd

Weidebeekjuffers … wat zijn ze mooi!

Enkele minuten nadat we bij de pizzeria in Kuinre waren vertrokken, zette Jetske de auto alweer stil aan het begin van een bospad …

Ze stelde me al snel gerust, er stond geen boswandeling meer op het programma die middag. Datgene waar we voor gekomen waren, bevond zich op slechts enkele meters van de auto. Door een brede duiker werd vanaf de andere kant van de weg water aangevoerd, dat vanaf dit punt door ’n snel stromende afwateringssloot werd weggevoerd …

Hier had mijn fotomaatje enige tijd geleden weidebeekjuffers ontdekt. Zelf had Jetske ze al eerder gefotografeerd in Drenthe, maar voor mij was dit nog een ontbrekende soort in mijn fotoarchief. De weidebeekjuffer komt in ons land algemeen voor in het oosten, midden en zuiden, bij voorkeur rond schone, langzaam stromende beken …

In Fryslân heeft het diertje zich tot dusver niet laten zien, maar er is hoop! De weidebeekjuffer is in de afgelopen jaren vanuit het oosten en zuiden steeds verder opgerukt naar het noorden en westen. Met een beetje geluk is het nog maar een kwestie van tijd voordat ik er dichter bij huis eentje kan fotograferen. Ze kunnen me niet snel genoeg deze kant op komen, want wat zijn het een prachtige beestjes met die blauwe metallic glans over hun lichaam en de grote vleugels …

Het viel trouwens nog niet mee om ze wat strak op de foto te krijgen. Ze dansten vooral onrustig als vlinders door de lucht. En ook als ze even gingen zitten, had ik er nog een flinke klus aan. De onregelmatige wind liet de lange veerkrachtige bladeren, waarop ze af en toe even neerstreken, soms flink op en neer dansen. Maar na een halfuurtje had ik zowel in de vlucht als zittend op een blad een mooie serie van deze al zo lang gewenste soort gemaakt. Dankjewel, fotomaatje …

  • wordt vervolgd

Pauzeperikelen

Na de fotosessie met de Kempense heidelibellen liepen we in alle rust in de richting van de parkeerplaats. Jetske stond als eerste bij de auto. “Kom je nog …? We hebben meer te doen vandaag …,” zei ze met een brede lach …

“Zorg er eerst maar voor dat ik weer voldoende hoofdruimte heb …,” antwoordde ik op mijn beurt met een knipoog. De kofferruimte opende zich, waarna het dak zacht zoevend open schoof en netjes werd opgeborgen. Zo waren we er helemaal klaar voor om onze weg op deze zoveelste stralende zomerdag te vervolgen …

Jetske had nog een tweede verrassing in petto die dag, maar voordat we daar aan toe waren koersten we eerst in bedaard tempo naar Kuinre. Daar zochten we in de buurt van de Oude Haven van Kuinre eerst een plekje in het bos voor de lunch. Terwijl we in de schaduw van de bomen onze broodjes aten bij een picknicktafel, passeerden er een paar amazones, voor het overige was het er heerlijk rustig …

Waar wat naar binnen gaat, moet af en toe ook wat naar buiten. Om het anders uit te drukken: ik was na de broodjes toe aan een sanitaire stop. Gelukkig wist Jetske ook hier wel raad op. Zonder dralen dropte ze me korte tijd later bij de enige pizzeria in de wijde omgeving, terwijl ze zelf de auto parkeerde op het pleintje tegenover de pizzeria. Zodra ik koffie voor ons op het terras had laten aanrukken, repte ik me naar boven. Opgelucht was ik net terug, toen een koetsje met een tweespan strak langs ons tafeltje reed …

We hadden een fijn plekje in de schaduw en het was er goed toeven, maar er stond meer op het programma. Daarom reden we na de koffie toch maar terug naar we vandaan kwamen, de Hopweg ten westen van Kuinre. Daar presenteerde Jetske wat mij betreft het fotografisch hoofdgerecht van de dag …

  • wordt vervolgd

Een valse start

Vorige week vrijdag stond er weer een dagje met Jetske op het programma. Omdat het opnieuw een lange, warme dag leek te worden, stelde Aafje voor om me maar te brengen en te halen die dag. Dat brengen duurde wat langer dan verwacht. We waren nog geen 5 minuten van huis, toen we al op de toerit naar de A7 in de file terechtkwamen, omdat een truck (een deel van) zijn lading grind was verloren ter hoogte van Beetsterzwaag …

Gelukkig hadden politie en Rijkswaterstaat de zaak goed in de hand. Er werd voorbeeldig ‘geritst’, zodat we na deze valse start al snel op de linker rijbaan reden en daar stapvoets door konden rijden tot de afslag Beetsterzwaag. Een kleine drie kwartier later zaten we in het bijzijn van één van Jetskes’ vele ijsvogels, in de tuin aan de koffie. Nadat we genoeglijk hadden zitten bijpraten, stelde Jetske voor om voor onze fotosessie eerst naar de Hoogeweg bij Kalenberg te rijden …

Enige tijd later wandelden we van de parkeerplaats bij de kanosteiger aan de Hoogeweg naar het witte bruggetje (Google Maps). Hier hebben Jetske en ik eind september 2006 ook onze eerste gezamenlijke fotokuier gemaakt. Het is een bijzonder stukje Nederland waar een paar echt zeldzame dieren leven, die elders in ons land niet of bijna niet voorkomen. Zo heb ik hier, gegidst door een zuster van Jetske, in juli 2017 de uiterst zeldzame grote vuurvlinder gefotografeerd die alleen hier in de Weerribben voorkomt …

Jetske had deze locatie voor vandaag uitgekozen om op zoek te gaan naar een al niet minder zeldzame libel. Het gemaaide gras maakte onze zoektocht niet moeilijker, maar het zat er jammer genoeg niet in om nog een libel sierlijk hangend aan een mooie bloeiende grasstengel te kunnen fotograferen …

Terwijl Jetske een stuk verderop zo te zien al haar eerste model had gevonden, richtte ik me bij het bankje eerst maar eens op een geaderd witje op een akkerdistel. Een fijn model om erin te komen. Maar daar was ik niet voor gekomen …

  • wordt vervolgd

Een verrassing bij de Leijen

Vorige week mocht ik weer een streepje bijschrijven. Een groot feest om dat heuglijke feit te vieren was niet aan de orde. Verdeeld over het weekend hebben we het in kleine kring gehouden. Zaterdagochtend kwam Jetske even langs. Nadat we gedrieën van koffie en gebak hadden genoten en later een paar boterhammen hadden gegeten, leek het Aafje een goed plan dat Jetske en ik maar even een blokje om gingen, zodat zij de handen nog even vrij had voor andere zaken …

Om even wat uit te waaien, besloten we weer even een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen. Misschien hadden we ditmaal wat meer geluk dan de vorige keer, toen het vooral grijs en winderig was. Het was er opnieuw rustig, er waren alleen veel muggen of vliegjes in de lucht, die met graagte werden gevangen door laag over het water scherende zwaluwen. Zelfs op het uiteengevallen boomeilandje was verder geen vogel te zien …

Maar het uitzicht over de Leijen was mooi en ook een aantal voor de hut op het water drijvende waterlelies waren het aanzien nog alleszins waard …

Dat geldt overigens ook voor Jetske, die er buitengewoon netjes op stond. Zonder haar gebruikelijke bepakking en de kniebeschermers die ze regelmatig draagt tijdens onze gezamenlijke fotokuiertjes, was ze nauwelijks herkenbaar als mijn fotomaatje. Omdat we geen van beiden op deze gelegenheid hadden gerekend, was Jetske ’s ochtends zonder haar foto-uitrusting van huis gegaan. Al snel zou blijken, dat ze niet minder spiedend om zich heen keek dan normaal ook het geval was …