Een leeg zwaluwnest

De Leijen (Google Maps) is één van de kleinste meren van Fryslân. Zoals veel wateren hier in de buurt is het ontstaan door de turfwinning. Het is een ondiep meertje met een aantal kleine eilandjes, sommige daarvan zijn waarschijnlijk restanten van de legakkers, waarop de turf werd gedroogd …

Nadat ik me enige tijd had gelaafd aan de aanblik van het meer, besloot ik eens rond te kijken in de hut. Jetske stond – nog steeds zwaar bepakt – rechts van me foto’s en een filmpje te maken van een bosrietzanger. Zodra ze merkte dat ik naar haar keek, zei ik: “We zijn er hoor .., je mag je rugzak wel even afdoen en neerzetten …”
“Je hebt gelijk,” zei ze even later, “dit voelt toch wel beter …”    😉

Mijn goede daad weer gedaan hebbend, richtte ik mijn blik naar links omdat ik daar vanuit een ooghoek beweging meende te zien. En dat bleek ook wel te kloppen. Net als vorig jaar zaten er weer een paar zwaluwen op de wand langs het vlonderpad …

Meteen vroeg ik me af of we mogelijk de route naar een nest met jongen blokkeerden. Een rondblik door de hut leerde al snel dat er hoog in een van de hoeken van de hut een nest zal. Er klonk geen geluid uit, maar zekerheidshalve maakte ik even bovenhands een foto om te zien of er mogelijk jongen in zaten. Dat bleek niet het geval …

– morgen meer zwaluwen –

Terug naar de Blaustirns

In de zon en uit de wind werd het rond het middaguur flink warm op en rond het bankje aan de oostkant van het Weinterper Skar. Daarom stelde ik na verloop van tijd voor om voor het tweede deel van onze dag een wat frisser plekje op te zoeken. Na kort overleg besloten we weer eens een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut de ‘Blaustirns’ op de oever van de Leijen bij Doktersheide …

Onderweg sprak ik het vermoeden uit dat de kijkhut best eens gesloten zou kunnen zijn i.v.m. het coronavirus. Eenmaal ter plekke bleek dat inderdaad het geval te zijn. Maar het hek naar het toegangspad stond open en dus besloten we in elk geval die kant even op te lopen. Ook al zouden we aan het eind van het vlonderpad alleen maar even van het uitzicht kunnen genieten …

Langs het pad konden we onze camera’s meteen weer laten klikken. Een uurtje eerder hadden we de echte koekoeksbloem voor de lens gehad, hier zorgde de dagkoekoeksbloem voor roze tinten tussen het riet. Slechts enkele meters verderop stond de gele lis. Hij zat ruim onder allerlei klein grut, zoals diverse vliegen en kevers. Wat daar op die rechter knop zit, kan ik niet goed thuis brengen. ’t Lijkt op een pas uitgeslopen libel, maar daarvoor is het volgens mij te klein. Kortom: wie het weet, mag ’t zeggen …

We vervolgden onze weg langs het rietveld waar het eerder dit jaar gemaaide riet weer frisgroen omhoog reikte. Langs de oever van de Leijen en rond de tweedelige boom waar de koekoek kort zat te roepen, was een mooi oud rietkraagje blijven staan …

Uiteindelijk bereikten we het vlonderpad, we naderden ons doel. Nog een paar meter …, zodra we het bosje voorbij waren, zouden de hut in beeld krijgen …

– wordt vervolgd –

Niet meer wat ’t was

Als je goed je best doet, dan lukt het in deze tijd van het jaar nog wel om een mooi kleurrijk, maar virtueel veldboeket samen te stellen in het Weinterper Skar …

En als je geluk hebt, dan vind je misschien nog wel een paar brede orchissen ook. Kijk maar eens naar de eerste twee foto’s hieronder. Maar het is niet meer wat ’t was. Kijk maar eens naar de derde foto uit begin juni 2013 …

Tot 2016 kon je hier eind mei – begin juni vaak geen stap zetten zonder een orchis te raken. Zo zaten Jetske en ik woensdag wat te mijmeren over de teloorgang van ons eens zo geliefde Weinterper Skar …

Want voor de echte koekoeksbloemen geldt al precies hetzelfde. Misschien waren we net wat aan de vroege kant, maar ook de koekoeksbloemen waren bijna op één hand te tellen. Hoe anders was dat op de 3e foto uit 2015 …

Op dit moment ziet het er dor en doods uit, zoals te zien was op de eerste foto in het logje ‘In de pluisjes’. En zeg nou zelf, dit koppel had er in 2015 toch een sprookjesachtig mooi plekje voor hun bruidsreportage aan …

* Wie wil weten hoe ik tegenwoordig mijn macrofoto’s maak, kan terecht bij mijn fotomaatje Jetske. Zij heeft zojuist haar eerste serie over onze fotokuier van woensdag gepubliceerd: ‘Brede orchis in het Weinterper Skar’.

 

Op zoek naar insecten

Voordat Jetske en ik elkaar bij de pluizenbollen van de paardenbloemen weer tegen het lijf liepen, tipte zij me over het fluitenkruid langs het pad naar de dobbe. Jetske had daar wat waterjuffers voor de lens gehad …

Die waterjuffers waren kennelijk gevlogen tegen de tijd dat ik daar even rond keek. De mooie witte schermbloemen waren leeg en ze bleven leeg. Helemaal vruchteloos was mijn zoektocht echter niet. Op een bramenstruik zag ik een bloedcicade lopen. De doornen weerhielden me ervan om hem beeldvullend in beeld te krijgen …

Jetske had intussen blijkbaar aan de zuidkant weer wat gevonden. Ze was vast niet voor niks weer in het gras naast het pad neergeknield …

Ik richtte mijn aandacht eerst nog even op een boterbloem met een spuugbeestje. Ik kan er niks aan doen, maar zodra ik het schuim van een spuugbeestje zie, moet ik onwillekeurig denken aan “Het spuugbeestje in de achtertuin van Jan Wolkers”

Omdat ik een spuugbeestje uiteindelijk toch minder interessant vind dan Jan Wolkers, voegde ik me al snel weer bij mijn fotomaatje. Zij bleek druk bezig te zijn om een Sint Jacobsvlinder te portretteren. We zijn gewend om dergelijke vondsten met elkaar te delen, maar zekerheidshalve probeer ik op zo’n moment vaak al een paar foto’s te maken, voordat Jetske plaats voor me maakt. Dat bleek in dit geval maar goed te zijn ook, want amper twee tellen later vloog de bijzondere vlinder op om vrijwel meteen uit beeld te verdwijnen …

Plussen en minnen

Het was weer zwaar werk in het Weinterper Skar gisteren. Mogelijk als gevolg van de droogte leken er minder orchissen in bloei te staan dan voorgaande jaren. We moesten ze bijna met een lampje zoeken …

Maar hier en daar wisten we er toch één te vinden. Dankzij diezelfde droogte was het geen probleem om er eens goed voor te gaan liggen in het lange, kruidenrijke gras …

En zo leverden de plussen en minnen van de droogte uiteindelijk toch weer mooie plaatjes op van de brede orchissen die het Weinterper Skar elk voorjaar sieren …

Een juffer bij Sparjebird

Aan mijn toppentuursessie kwam een eind, toen ik aan het geklik van haar camera hoorde dat Jetske vlak achter het bankje in de weer was. Dat is meestal het sein dat er weer wat te beleven valt …

Ze bleek een vuurjuffer te hebben ontdekt op een hulstblad. Een mooie combinatie van groen en rood, die me zowaar even aan kerst deed denken …

Toen we even later weer naast elkaar op het bankje zaten en Jetske haar Whatsapp aan het bijwerken was, streek dezelfde waterjuffer op haar hand neer. Dat deed me dan weer denken aan een middag bij Jetske op de camping vorig jaar. Daar werden Aafje en Jetske beurtelings door libellen gebruikt als prettige landingsplaats. En dat vind ik toch een aangenamere associatie dan die aan kerst …

En zo eindigde deze kuier door Speelbos Sparjebird langs een aantal houten dieren uiteindelijk toch nog met een aantal foto’s van een echt beestje. Ik denk, dat er nog wel eens een vervolg komt.   🙂

Turend naar frisgroene toppen

Sparjebird is een speelbos naar mijn hart. Niet alleen vanwege de mooie uit hout tevoorschijn getoverde dieren en de leuke opdrachten voor jong en oud, maar ook omdat niet ver voorbij de eekhoorn al het tweede gerieflijke zitplekje op deze fotokuier stond. Het bankje was in zon en luwte op dat moment zeer welkom. Denkend aan de opdracht, zakte ik even lekker onderuit en richtte ik de blik omhoog …

De kleurrijke tooi van herfstbladeren kan erg mooi zijn, maar ook de frisgroene tinten van bladeren in het voorjaar loont de moeite van het bekijken. En zo gaf ik me even over aan de zachtjes heen een weer wiegende bladeren boven me … Eekie heeft zich niet laten zien, maar mijn fotomaatje attendeerde me wel op wat anders …

– wordt vervolgd –