Paardenbloemen in volle bloei

Ik houd van velden vol bloeiende paardenbloemen in het voorjaar. Paardenbloemen zijn er in vele vormen en soorten die moeilijk te onderscheiden zijn. In Nederland komen er tenminste 200 ondersoorten voor. Fryslân heeft zijn eigen paardenbloem die alleen hier voorkomt: De Friese paardenbloem (Taraxacum frisicum)

Ik heb het wel eens vaker geschreven, maar ik vind de paardenbloem nog altijd een zwaar ondergewaardeerde bloem. Of je ze nu met duizenden tegelijk in een bijna aaneengesloten gele deken over een groen weiland ziet staan of dat je ze heel goed van dichtbij bekijkt, ze zijn altijd prachtig …

Zoals met veel planten en dieren gaat het helaas niet goed met de paardenbloem. Omdat ze onvoldoende voedsel opleveren voor de koeien, zie je in het overgrote deel van de weilanden vrijwel geen paardenbloem meer bloeien. Dat is doodzonde, want de paardenbloem kan als vroege insectenlokker een belangrijke rol spelen bij het herstel van de weidevogelstand: ‘Laat de paardenbloemen bloeien’

In onze tuin krijgen paardenbloemen daarom echt de kans om volledig uit te bloeien …

De Ald Toer fan Easterwierrum

Van de vogelkijkhut Skrok zetten we koers naar onze volgende bestemming. Daarover had Jetske een tip gekregen: de Ald Toer van Easterwierrum zou zeer de moeite waard zijn om te fotograferen — zeker in de tijd dat de paardenbloemen bloeien. En eerlijk is eerlijk: nog voordat we goed en wel waren uitgestapt, zagen we al dat de tipgever niets te veel had gezegd. Het weiland lag als een zachtgeel golvend tapijt om de terp heen, de eerste bloeiende paardenbloemen licht deinend in een frisse voorjaarsbries. Een voorzichtig zonnestraaltje had het geheel misschien nog nét wat extra glans gegeven, maar ook zonder dat was het een prachtig, bijna verstild beeld …

Easterwierrum is een terpdorp dat al in de vroege middeleeuwen ontstond, bij wat nu de buurtschap Tsjerkebuorren is (kaartje OpenStreetMap). Destijds lag het aan de Middelzee, een gunstige plek voor handel. In de loop van de 18e eeuw schoof het dorp langzaam op naar het zuiden. Wat achterbleef, is een stille herinnering aan die tijd: een eenzame toren op een terp — de Ald Toer. Het huidige Easterwierrum ligt tegenwoordig zo’n 600 meter verderop …

De buurtschap zelf stelt niet veel meer voor dan een paar boerderijen. De toren en het kerkhof liggen er wat verlaten bij, midden in het weidse landschap, op de ommuurde restanten van de afgegraven terp. Een krans van essen leek het geheel als het ware zacht ruisend te omarmen. De kerkhofmuur werd in 1985 vernieuwd …

De toren zelf, die teruggaat tot de 13e of 14e eeuw, is deels gebouwd van gele kloostermoppen. Een gevelsteen vertelt dat er in 1589 al herstelwerkzaamheden nodig waren — ook toen was onderhoud blijkbaar geen overbodige luxe. In 1776 kreeg de toren een moderner uiterlijk: het oorspronkelijke romaanse zadeldak maakte plaats voor de huidige spits met leisteen, een verandering die je in het noorden vaker ziet. De kerk die ooit bij de toren hoorde, werd in 1902 afgebroken. De laatste restauratie van de toren vond plaats in 2006 …

Fryslân kent meer van dit soort eenzame torens die als bakens in het landschap staan. De torens van Eagum, Firdgum en Miedum had ik al eerder vastgelegd. De Ald Toer van Easterwierrum vormt een mooie — en eigenlijk onmisbare — aanvulling op dat rijtje …

Koningsdag in de Ecokathedraal

Zoals ik gisteren al schreef, ben ik niet zo’n Koningsdagvierder. Ik vermijd tegenwoordig luidruchtige menigten graag. En dat is gistermiddag weer prima gelukt in de Ecokathedraal, het was er lekker rustig …

Omdat Aafje er ook al twee jaar niet meer geweest was, gingen we weer eens samen op pad. Dat doen we niet zo vaak, omdat mijn tempo en mijn manier van wandelen, voor een niet-fotograferende medewandelaar nogal eens een gevoel van oponthoud opleveren. In de Ecokathedraal lukt het meestal wel om wat onafhankelijk van elkaar rond te scharrelen …

Een combinatie van verval

Begin mei heb ik dit jaar de eerste ritjes op de iLark gemaakt. Vanwege de harde wind heb ik de eerste dag gekozen voor een ritje door de bosrijke omgeving van Beetsterzwaag. Onderweg kwam ik langs een weiland met een oud roestig hek, dat van ellende bijna uit elkaar viel …

Met de vele honderden pluizige paardenbloemen, die achter het hek zachtjes in de wind dansten, was het niet veel beter gesteld. Zij naderden het moment, waarop ze stuk voor stuk uiteen zouden vallen tot nietige pluisjes. Voor mij vormden het hek en de pluizenbollen die dag een mooie combinatie van verval …

Een foeragerende grutto

Na de ontmoeting met de roodborsttapuit, vervolgde we onze route over de smalle landweg in de Surhuizumermieden. Al snel troffen we een volgende vogel die wel even wilde poseren …

Aan de rechterkant van de weg was een grutto bezig om zijn dagelijkse kostje bij elkaar te scharrelen in een mooi stuk kruidenrijk grasland met veel paarden bloemen. Het was een lust voor het oog …

Een graspieper in de Mieden

Mijn kleine klaagzang over het koude weer en de gemene noordoostelijke wind, lijkt gehoord te zijn. Eindelijk was het gisterochtend eens een aantal uren lekker zonnig, maar nog belangrijker: het was vrijwel windstil. Daarom ben ik al mooi op tijd in de auto gestapt om een ritje naar de Surhuizumermieden te maken …

Dankzij het ontbreken van die koude wind kon ik er zelfs weer een stukje tussen de groengele weilanden wandelen. Dat maakte het ook mogelijk om deze graspieper stilletjes te benaderen, terwijl hij prinsheerlijk op de paal met het bord van Staatsbosbeheer om zich heen stond te kijken …

Het plasdrasland lag er een stuk leger bij dan bij eerdere bezoekjes. De grutto’s hebben allemaal hun eigen plekje gezocht de Surhuizumermieden. Een enkel grutto liep er rond om te foerageren en in een sloot zwom een meerkoet, verder werd het beeld hier bepaald door een aantal zwanen …

Tussen de paardenbloemen

In onze omgeving een stuk minder bijzonder dan de tapuit, scharrelde nauwelijks honderd meter verderop aan de overkant van de weg een ooievaar rond …

Ik stop dan ook niet voor iedere ooievaar om er foto’s van te maken, maar dit exemplaar had iets over zich wat hem de moeite waard maakte. Kijk maar eens naar de prachtige pose, die hij voor me aannam …

En het werd nog mooier, toen hij even later een slootje overstak en vervolgens zijn weg tussen de paardenbloemen voortzette, terwijl de zon flauwtjes probeerde door te breken …