Via de Mieden naar de Kolken

Nadat we ons de koffie met appeltaart hadden laten smaken en Aafje ons had uitgewuifd, besloten Jetske en ik vorige week dinsdag weer eens een ritje in noordoostelijke richting te maken. Het zou zonde zijn om daarbij niet even te stoppen in de Surhuizumermieden …

De grutto’s stonden nog steeds hoofdzakelijk in een grote groep bij elkaar in en aan het water. Dankzij het heldere zonnige weer waren de grutto’s al een stuk mooier en beter te zien dan bij mijn vorige bezoek. Maar actie viel er verder niet te bespeuren …

Van de Surhuizumermieden zetten we koers naar het Lauwersmeergebied. Nadat we onderweg een afslag hadden gemist en rechtsomkeert hadden gemaakt, kwamen we per ongeluk terecht bij de Eanjumerkolken ten westen van het Lauwersmeergebied …

De Eanjumerkolken is een kleinschalig natuurgebied van 141 hectare bij het dorp Anjum. Het gebied wordt beheerd door It Fryske Gea, de provinciale vereniging voor natuurbescherming. Met twee cultuurhistorische elementen in de vorm van eendenkooien en de verspreid liggende drinkdobben, is het een uniek gebied. De Eanjumerkolken is niet vrij toegankelijk, maar laat zich goed bewonderen vanaf de omringende wegen …

Omdat wij niet meer te zien kregen dan grote groepen brandganzen die de omringende hooilanden bevolkten, besloten we verder te gaan …

De eerste grutto’s

Gisteren hadden we het over de eerste kievit. De eerste grutto’s had ik anderhalve week eerder al gezien. Op een grijze dag in maart had ik zin om even naar buiten te gaan, maar niet naar een van de vaste plekken. Daarom reed ik naar de Surhuizermieden, in de hoop de eerste grutto’s van het seizoen te zien. Dit gebied bestaat uit oude graslanden en hooilanden en is onder meer aantrekkelijk voor grutto’s, kieviten, tureluurs, smienten, slobeenden en kemphanen …

De grutto is een oer-Hollandse weidevogel die in Nederland terugkeert vanaf februari en zich in het voorjaar verzamelt bij ondiepe plassen en plas-dras weilanden om aan te sterken na de trek. In zulke natte graslanden foerageren de vogels intensief, voordat ze zich later in het seizoen meer verspreiden naar hun broedgebieden. De piek van de eileg ligt meestal in de tweede helft van april, en al vanaf eind maart kunnen de eerste legsels aanwezig zijn …

In de Surhuizermieden zijn de omstandigheden speciaal voor weidevogels verbeterd, onder meer door een hoger waterpeil, flauwe slootkanten en het verwijderen van bomen. Daardoor is het gebied een geschikte plek voor soorten als grutto, kemphaan en kievit. Hoewel de vogels vaak op afstand blijven, levert zo’n bezoek toch altijd iets op: een paar momenten waarop een grutto even op de wiek gaat, en het gevoel dat de lente langzaam begint …

Missie geslaagd dus: de nationale vogel is weer gezien, de grutto kan worden afgevinkt.

Op zoek naar weidevogels

Donderdag ben ik voor het eerst dit jaar op zoek gegaan naar weidevogels. Zoals de laatste jaren gebruikelijk is geworden, ben ik daarvoor naar de Surhuizumermieden (OpenStreetMap) gereden …

In eerste instantie leken er nog helemaal geen vogels te zijn. Pas toen ik flink inzoomde, zag ik in de verte in en rond het water o.a. grutto’s, kieviten en smienten. Het viel me niet echt mee. Ze zaten erg ver weg en er leken vooral aanzienlijk minder grutto’s te zijn dan voorgaande jaren. Ook de kemphanen heb ik gemist …

Afijn, het is nog vroeg in het jaar, voorgaande jaren was ik er meestal een week of twee later. Ik ben in ieder geval blij dat ze er weer zijn. De komende tijd zullen ze zich wel verder verspreiden over de landerijen en laten ze zich van dichterbij zien …

Terug naar de Mieden

Vrijdag scheen hier voor het eerst vorige week de zon. Dat was voldoende reden om na de koffie voor het eerst dit jaar een ritje te maken naar de Surhuizumermieden

Ter plekke kon ik de auto zo in de berm zetten, dat ik het linker zijraampje naar beneden kon laten glijden zonder dat de koude wind naar binnen blies …

Het was er nog rustig. Op een paar stroken droge grond in het plasdrasland zaten wat groepjes kieviten. Wat dichterbij zwommen een paar meerkoeten en een kuifeend …

In een plas wat verderop vlogen een paar bergeenden elkaar in de veren. Grutto’s waren er in velden noch wegen te zien, daarom ben ik na enige tijd doorgereden naar een tweede locatie in de buurt …

Op die tweede locatie was ik de enige, zodat ik ook daar de auto gunstig kon parkeren met het oog op een goed zichtveld en geen last van de wind. Daarna begon het wachten, maar dat werd na een half uurtje beloond met o.a. de onderstaande foto van een ijsvogel. Mijn dag kon niet meer stuk …

De weidevogels zijn terug

Nadat ik een aantal foto’s van de ijsvogels had gemaakt, ben ik even doorgereden naar het vogelkijkplatform in de Surhuizumermieden gereden. Nu ik wist dat de ijsvogels nog op hun plekje zaten, was het tijd om ook even te checken of de weidevogels intussen al terug waren op een van hun plekjes …


Ze zaten zoals gebruikelijk na hun lange reis uit zuidelijker oorden weer ver weg. De meesten zaten in de natste delen van het land lekker wat in en bij het water om weer aan te sterken na de lange reis. Er zaten ook ditmaal weer vooral grutto’s. Verder zag ik er wat kieviten, een enkele tureluur en er leken ook nog ’n paar kemphanen te zitten …

Een van de grutto’s leek even genoeg te hebben van de nattigheid. Terwijl hij de weidegrond afspeurde naar wormen, kwam hij even wat dichterbij. Wanneer ze straks op vrijersvoeten zijn en zich verspreiden over de landerijen, hoop ik in de loop van het voorjaar weer eens een paar mooie foto’s van een grutto op een paal of een hek te kunnen maken …

De lange weg terug

Na de winterse onderbreking pak ik de draad maar weer op waar ik hem vorige week had laten liggen, namelijk bij het uitzichtpunt aan de Leyensloane. Aan alles komt een eind, zo ook aan het aangename uurtje dat ik daar had doorgebracht. Ik verheugde me er niet echt op, maar uiteindelijk werd het toch tijd om de lange terugweg aan te vangen …


Gelukkig werd de lange rechte kuier een paar maal onderbroken door een paar lokale bezienswaardigheden. Om te beginnen stond er ergens halverwege een aantal Canadese ganzen aan de overkant van het kanaal. Mogelijk waren het de ganzen, die ik op de heenweg al was tegengekomen, toen ze vanaf de Leijen deze kant op kwamen …

In het weiland aan deze kant van het kanaal stond ergens een bordje dat het bekijken waard was. ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’ luidt het opschrift. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpt ruige mest de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels


Voor de weidevogels was het nog te vroeg, maar hazen leken zich er op dat moment al thuis te voelen. Ik was de auto al mooi genaderd, toen ik een haas in het weiland zag zitten. En al snel zag ik er ook een tweede, gelukkig verscheen de rest van het gezelschap pas toen ik weer bij de auto was. Maar dat is voor morgen …

Vliegshow van de kemphanen

Toen ik eind maart voor het eerst dit jaar in de Surhuizumermieden was, heb ik er nog geen kemphaan kunnen vinden. Dat was vorige week wel even wat anders …

Als broedvogel is de kemphaan bijna uit ons land verdwenen. Tijdens de trek zijn er gelukkig in Fryslân op een aantal plaatsen in maart-april en in juli nog wel vrij grote aantallen te zien. Overwinteraars concentreren zich vooral in Zeeuws-Vlaanderen. In de Surhuizumermieden is tijdens hun trek naar het noorden weer een flinke groep kemphanen neergestreken om te rusten en te foerageren. Tussen de bedrijven door voeren ze regelmatig een vliegshowtje op …

Na een paar rondjes strijkt het hele spul weer neer, waarna ze allemaal een plekje zoeken om hun dagelijkse bezigheden op de grond voort te zetten …

Morgen bekijken we hier een paar kemphanen van wat dichterbij.