Een onbewezen vangst

Het kuifeendje had het er maar druk mee …

Keer op keer dook hij onder om even later weer zonder vangst boven te komen …

Eenmaal kwam hij tevoorschijn met een zoetwatermossel in zijn snavel, maar uitgerekend die foto is helaas niet door de ballotage gekomen …

Een wegduikend kuifeendje

Met aan onze linkerhand rietvelden en aan de rechterzijde het open polderlandschap kuierden Tijmen en ik zaterdagmiddag goed gemutst van de eerste naar de tweede vogelkijkhut in de Jan Durkspolder …

“Wat een gek bruggetje, pake … Een bruggetje met een hekje, dat heb ik nog nooit gezien en dat is echt gek,” zei Tijmen lachend, toen hij als eerste het bruggetje op liep …

Terwijl ik even later vertelde dat hier in de zomer wel eens schapen lopen te grazen, maar dat die niet over de brug mogen omdat ze dan ontsnappen, maakte Tijmen een foto van mij en het klaphekje …

“Hier is wel veel water, pake, we kunnen hier in de zomer ook nog wel eens wandelen, dan kan ik hier wel zwemmen …”

Intussen produceerde Tijmen een voor een kind van zes een behoorlijk abstracte foto …

Toen we later op de middag onze foto-oogst samen zaten te bekijken, vertelde Tijmen over de bovenstaande foto: “Dan weet ik later nog hoe het was toen ik daar op stond …”

Intussen konden we de tweede vogelkijkhut zien staan. Het viel Tijmen meteen op dat dit maar een kleine hut was …

Vanuit de tweede hut viel in eerste instantie ook weinig te zien, maar dat was helemaal niet erg, want nu hadden we alle tijd om ons rustig te concentreren op de pakjes limonade, die ik had meegenomen. Intussen verscheen er niet zo ver bij de hut vandaan een koppeltje kuifeenden. Het zat Tijmen niet mee. “Elke keer als ik een foto maak, gaan ze onder water. Waarom doen ze dat, pake …?”

Terwijl ik uitlegde dat de kuifeendjes onderduiken om kleine waterdiertjes en waterplantjes te zoeken, omdat ze die lekker vinden, richtte Tijmen zijn camera op een makkelijker doelwit …

“In deze vogelhut kun je niet wonen, want hier is helemaal geen stroom, maar in dat huis kun je wel wonen …”
Nadat ook die foto was genomen, was het tijd om de terugtocht te aanvaarden. Maar niet voordat Tijmen goed om zich heen had gekeken, op zoek naar een prullenbak voor onze lege limonadepakjes. “Kijk,” zei ik, “daarvoor heeft pake altijd een plastic tasje bij zich. Daar doen we het in, en dan gooien we het thuis weg …” Dat vond Tijmen wel slim bedacht … 🙂

Op weg terug naar de auto filosofeerde Tijmen honderduit over de voor- en nadelen van het leven in de natuur. Uiteindelijk kwam hij tot de slotsom, dat het toch wel beter was om in de stad te wonen, want daar woonden zijn vriendjes ook allemaal en daar was de school en het zwembad en …

Toen we aan het eind van de middag onze foto’s aan beppe lieten zien, waarbij Tijmen in geuren en kleuren vertelde wat we allemaal hadden gezien en gedaan, zag hij ineens zijn kans schoon om ook nog een foto van de lepelaar te maken door zijn camera te richten op het beeldscherm van de pc. We konden allebei terugzien op een prachtige middag, dat was duidelijk.   🙂