Terug naar de dobbe

Op de dag waarop ik hier schreef over de fotokuier die mijn fotomaatje en ik in 2006 hebben gemaakt naar de dobbe in het Weinterper Skar, ben ik de uitdaging aangegaan om daar voor het eerst sinds lange tijd weer eens een kijkje te nemen. De laatste keer was volgens mij in maart 2016. Daarna raakte ik ruim drie jaar aan de sukkel met chronische pijnklachten en gestaag afnemende spierkracht in mijn benen. Nu de spieren weer wat meer getraind zijn, stond de kuier voor dit voorjaar op de rol samen met Jetske, maar we weten wat er gebeurde …

De paden op, de lanen in … Eerst het pad op de eerste foto in westelijke richting. Onderweg even een korte stop om mijn blik even over het weer groen wordende veld te laten glijden. Kalm zoekt de weerspiegelende streep water in de slenk zijn weg naar het laagste punt. Tijd om in noordelijke richting af te buigen. Stevig doorstappend bereikte ik verrassend gemakkelijk het eens zo geliefde bankje bij de dobbe …

Ik schrijf ‘eens’, want sinds Staatsbosbeheer in 2007 in haar onmetelijke wijsheid heeft besloten, om de boomsingel die aan de westelijke kant de dobbe van het achterliggende weiland scheidde volledig te kappen, voelt het niet meer als mijn geliefde plek. Het verwijderen van de boomsingel heeft er een vaak kille, winderige vlakte van gemaakt …

Afijn, niet getreurd, het was mooi weer en onder die omstandigheden is het in de zon nog steeds goed toeven op het bankje. Veel viel er niet te zien, want de flora moet nog uit de winterslaap komen. Wel dobberden er twee kuifeenden op het water aan de verste kant van de dobbe …

Het zat lekker op het bankje, maar te lang zitten leek me bij de heersende temperaturen niet wijs. En dus begon ik een kwartiertje later aan de terugreis. Die viel me een stukje zwaarder dan de heenreis, maar dat was wel conform de verwachtingen. Het belangrijkste is, dat het na vier jaar eindelijk weer eens gelukt is om de dobbe op eigen kracht te bereiken. En dat is winst!

Fotomaatje op afstand

Tien dagen geleden heb ik hier een Ode aan onze zorgverleners gebracht. Vandaag doe ik dat in zekere zin nog eens. En sterker nog; vanaf nu ben ik van plan om dat op iedere woensdag te doen. Mijn fotomaatje Jetske is één van de vele verpleegkundigen die er alles aan zullen doen om mensen die getroffen worden door het virus er doorheen te slepen. De komende woensdagen staat Jetske hier centraal …

Ik was bijna een jaar aan het bloggen, toen ik in augustus 2006 een bijzondere reactie kreeg: “Je maakt prachtige foto’s, Jan. Neem jij wel eens iemand mee op je fotokuiers? Nu de kinderen uit de luiers zijn, heb ik een oude hobby opgepakt: fotografie. Van digitale fotografie en fotobewerking heb ik echter geen kaas gegeten. Misschien zou jij me het nodige kunnen leren op dit vlak …,” luidde het belangrijkste deel van de inhoud …

We wisselden een aantal mailtjes, waarin Jetske haar leerpunten met me deelde. Daarnaast heb ik Jetske er nadrukkelijk op gewezen dat ik MS had en dat eventuele fotokuiers daarom maar zelden lang zouden zijn. Daar was Jetske zich goed van bewust, maar dat leek haar geen probleem. In september maakten we een eerste afspraak voor een fotokuier bij Jetske in de Weerribben …

Drie weken later kwam Jetske bij mij voor een fotokuier in wat toen mijn favoriete locatie was: de pingoruïne of dobbe in het Weinterper Skar. Van die fotokuier zien jullie vandaag wat foto’s. Terwijl Jetske wat rondstruinde aan de waterkant, ging ik diep door de knieën om wat macro’s te maken. Ik geloof dat daar in zekere zin Jetskes’ latere liefde voor macro’s is gelegd, maar dat terzijde. Tegenwoordig is het andersom en maakt Jetske tijdens onze gezamenlijke fotokuiers de meeste macro’s, omdat ik steeds minder goed overeind kan komen …

Vanaf het begin werd de tijd op onze gezamenlijke dagen nuttig besteed. Fotograferen hoefde ik Jetske niet meer te leren, dat was al snel duidelijk. Na de kuier en een lichte lunch zaten we vaak samen achter de pc waar ik Jetske het nodige heb getracht bij te brengen op het vlak van fotobewerking en bestandsbeheer. En tussen de bedrijven door leerden we elkaar in gezellige gesprekken langzaam maar zeker wat beter kennen …

Om een lang verhaal kort te maken: in die dagen werd de basis gelegd voor wat is uitgegroeid tot een bijzondere vriendschap, die intussen bijna 14 jaar duurt. Nog steeds gaan we 1 of 2 keer per maand samen op stap, de ene keer in Fryslân, de andere keer in de Kop van Overijssel. Onder normale omstandigheden zouden we vandaag samen op pad gegaan zijn. Maar de omstandigheden laten het niet toe. Ook al zouden we op twee meter afstand van elkaar lopen, dan nog zou Jetske niet het risico willen lopen om mij te besmetten. Dat ze zelf in deze hectische tijd in de Tjongerschans intussen besmet is geraakt, is zeker niet denkbeeldig …

Lieve Jetske, lief fotomaatje op afstand,
Als ik vandaag in mijn uppie ergens een fotokuiertje maak – en dat zal toch wel? – dan zal ik zeker even aan jou en je vele collega’s denken. Jullie staan nog steeds voor een immense klus. Aan jullie inzet en toewijding zal het niet liggen. Maar hoe het met jullie eigen bescherming en zaken als beademingsapparatuur zit, is een tweede. Pas daarom de komende tijd behalve op jullie patiënten vooral ook goed op jezelf en elkaar. Zonder jullie redden we het niet. Nogmaals heel veel sterkte de komende tijd!

Op pad met Tijmen

Onze kleinkinderen raakten al van jongs af aan vertrouwd met mijn camera. Het duurde dan ook niet lang voordat Tijmen –  de oudste van de twee – zelf ook foto’s wilde maken. Op zijn vijfde kreeg hij de beschikking over het eerste oude digitale cameraatje van zijn ouders. Vanaf dat moment maakten Tijmen en ik regelmatig samen een fotokuiertje wanneer hij bij ons logeerde …

augustus 2014 – met Tijmen in het Weinterper Skar

Ons eerste fotokuiertje bracht ons in augustus 2011 naar de dobbe in het Weinterper Skar. Daar maakten we aan de waterkant allebei foto’s met fraaie weerspiegelingen. En wat is er mooier om na gedane arbeid samen met je kleinzoon op een bankje in de natuur te zitten. Gezellig samen kletsen over ditjes en datjes en tot verrassing van Tijmen een selfie te maken m. b.v. de afstandsbediening …

In maart 2012 maakten we samen een fotokuiertje in de Jan Durkspolder. Samen wandelden we door het rietland. Tijmen maakte op die dag voor het eerst kennis met het begrip ‘vogelkijkhut’ …

Een halfjaar later wandelden we samen over smalle paadjes en wiebelende bruggetjes langs en over de petgaten in de Deelen. Op één van die bruggetjes nam Tijmen alle tijd om het onderwaterleven in een ondiep petgat te bestuderen …

In mei 2014 maakten we op één dag twee wat kortere kuiertjes. We begonnen in het rietland bij Earnewâld. Daar zag Tijmen voor het een rietsnijder aan het werk. Vooral het verbranden van de ruigte vond Tijmen een spannende aangelegenheid. Onze tweede bestemming was het prieeltje aan de rand van de Leijen bij De Tike …

Mei 2015 waren we voor het eerst samen in de Ecokathedraal bij Mildam. Dat was me toch een vreemde, spannende wereld, vond Tijmen. Maar of het nu ging om stenen of om vlinders, bij alles wat hij wilde fotograferen, ging hij voorzichtig en geconcentreerd te werk

Juli 2015 trokken we opnieuw samen door De Deelen. Dit werd een dag waarop we ons vooral richtten op vlinders, juffers en libellen. Ook daar wist Tijmen knappe plaatjes van te maken …

Omdat ik vanaf 2016 steeds meer geplaagd werd door buikklachten, maakte ik steeds minder en kortere kuiertjes. Daardoor kwam de klad in onze gezamenlijke fotokuiertjes. Wetend hoe snel de belangstelling van tieners zich kan verleggen, was ik er al min of meer vanuit gegaan dat onze gezamenlijke kuiertjes wel voorbij zouden zijn. Niets bleek echter minder waar te zijn …

oktober 2019 – samen op een bankje …

– wordt vervolgd –

Orchissen ‘in beweging’

Hoewel ik na enig zoekwerk toch nog een paar echte koekoeksbloemen en zelfs twee brede orchissen had gevonden, liep ik enige tijd later toch enigszins teleurgesteld terug naar de auto. Ik was in het verleden beter gewend hier. Vlak voordat ik bij de parkeerplaats was, besloot ik nog even een paar stappen zijwaarts te maken. ’t Idee was om nog even wat plaatjes te scoren van de zee aan boterbloemen daar…

De boterbloemen werden al snel bijzaak. Zodra ik een paar voorzichtige stappen in het veld met de boterbloemen had gezet, zag ik het paars van een brede orchis tussen het groen en geel door schemeren. En al snel werd duidelijk dat er nog veel meer stonden. Ik kon maar tot één conclusie komen: de orchissen waren het oude pad overgestoken om zich opnieuw te vestigen aan de andere kant. En zo te zien hebben ze het daar prima naar de zin …

Op zoek naar de orchis

Half mei had ik al een kuiertje in het Weinterper Skar gemaakt, omdat ik hoopte dat misschien de eerste orchissen te vinden zouden zijn. Dat was wat al te optimistisch, maar met de heiderinkelbel en de wetterpinksterblom was ik toen ook erg blij. Vorige week ben ik in de herkansing gegaan voor de orchissen …

De plek waar ik ze hoopte te zien bood geen erg hoopvolle aanblik. Tot drie jaar geleden liep hier de Nije Heawei. De berm van die smalle landweg bood jaarlijks rond deze tijd een feestelijk aanblik, omdat er steevast een keur aan orchissen tot bloei kwam. Nu niet meer. Het veld ten noorden van de weg ging daar in mei/juni vaak schuil onder een zacht golvende roze zee van van echte koekoeksbloemen. Ook daar was nu niets van te zien. Zou ik dan ook nu nog te vroeg zijn …?

Ik besloot eerst maar eens even te genieten van rust en uitzicht op het ‘Afanja-bankje’ langs het pad. Nadat mijn onderdanen hun kracht hadden hervonden, besloot ik enige tijd later net als twee weken eerder toch maar weer met enige rekkelijkheid der regels behoedzaam wat dieper in ’t groen op zoek te gaan. Dat leverde me na enig zoeken toch nog een paar orchissen en enkele echte koekoeksbloemen op …

– morgen nog wat van dit moois –

De wetterpinksterblom in bloei

Nog voordat ik dinsdag aan de heiderinkelbel toe was, werd ik verrast door een ander bijzonder bloemetje. Het slootje bij de parkeerplaats aan de oostkant van het Weinterper Skar stond vol met waterviolier, in het Fries de wetterpinksterblom

Deze mooie wit-roze bloemetjes, die van hele natte voeten houden, bloeiden vroeger in een slootje aan de zuidkant van It Skar. Sinds Staatsbosbeheer enkele jaren geleden in al haar wijsheid heeft besloten om alle sloten in het gebied te dempen, had ik ze niet meer gezien …

‘De soort is een indicator voor kwel en verdraagt veel schaduw. De waterviolier is de enige Nederlandse vertegenwoordiger van het geslacht Hottonia, dat wereldwijd nog één andere soort telt: Hottonia inflata uit Noord-Amerika. Het geslacht is vernoemd naar Pieter Hotton (1648-1709), Leids hoogleraar en de voorganger van Boerhaave,’ aldus Wikipedia over de waterviolier

Betrapt bij de heiderinkelbel

Na het groen en geel van gisteren is vandaag het roze aan de beurt, roze van het heidekartelblad. Heidekartelblad – heiderinkelbel in het Fries – is een bijzondere tweejarige plant met hele mooie, kleine bloemetjes …

Heidekartelblad staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen. In het Weinterper Skar laat het zich gelukkig vrijwel elk jaar weer zien ….

In de eerste jaren waarin ik blogde was er maar hier en daar een bloemetje te vinden. Ondanks het feit dat ze op en vlak langs een pad stonden, was de kans om er eentje over het oog te zien erg groot. Het zijn namelijk zoals ik al eerder schreef hele kleine bloemetjes. Kijk maar …

Op en langs het pad kon ik het heidekartelblad dinsdag niet vinden, maar vlak naast het pad stonden ze nu in grote roze pollen bijeen (zie foto 2). Er zat niets anders op dan even een paar stappen op verboden gebied te zetten om een paar macrofoto’s te kunnen maken …

De volgende foto laat mooi zien waarom heidekartelblad in het Fries heiderinkelbel heet. Als de vruchten rijp zijn, gaan de zaadjes in de zaaddoos zachtjes ‘rinkelen’ als de wind ze in beweging brengt. Zo wordt althans gezegd … In dit geval zijn de zaadjes al uit het zaaddoosje tevoorschijn gekomen …

Terwijl ik daar – met mijn rug naar het pad – geconcentreerd zat te fotograferen, hoorde ik op een bepaald moment zachtjes ’t nog altijd vrij kenmerkende geluid van een VW naderen. Ik wist meteen dat het mis was, maar omdat ik nu toch al gezien en dus betrapt was, besloot ik maar rustig door te gaan met fotograferen.

“Jo witte wol dat jo yn kwetsber gebiet sitte tink …!?” hoorde ik de man van Staatsbosbeheer zeggen, nadat hij de auto tot stilstand had gebracht.
“Ja, it is my bekend, mar ik koe it net litte om even een pear close-ups van de heiderinkelbel te meitsjen,” antwoordde ik.

De mensen die hier al langer meelezen, weten dat ik ervaring heb op dit gebied. Een jaar of twaalf geleden werd ik op vergelijkbare wijze pakweg 50 meter verderop eens op mijn schouders getikt door een tweetal Boa’s bij het fotograferen van de blauwe knoop. Nadat ik mijn fout had erkend, volgde toen een goed gesprek. En daar bleef het bij. Dinsdag ging het niet anders. De man van SBB kende zijn pappenheimers. Aan de manier waarop ik behoedzaam terug stapte naar het pad, had hij al gezien dat ik goed volk was. Aan het eind van het gesprek wenseten we elkaar nog een genoeglijke dag …