Heideblauwtjes aan de waterkant

Vorige week woensdag hebben Jetske en ik onze laatste gezamenlijke fotokuier voorafgaand aan het zomerreces gemaakt. Omdat het warm weer was, hadden we een plekje aan de waterkant opgezocht waar we hopelijk wat waterjuffers zouden kunnen fotograferen …

Met die juffers viel het nogal tegen. Ze waren mij veelal net te snel af of ze zaten op ongelukkige plekjes in het helmgras of de biezen. Dat werd echter royaal gecompenseerd door de aanwezigheid van veel heideblauwtjes die zich vooral graag even lieten kieken op polletjes dopheide …

Eén keer lukte het me toch om een waterjuffer te strikken. Ik geneigd om te zeggen dat het een azuurwaterjuffer is, maar als ik één ding lastig blijf vinden, dan is het wel ’t determineren van juffers …

Her en der stonden ook mooie polletjes zonnedauw. Dat kostte niet alleen veel vliegen het leven, maar ook een heideblauwtje was ten prooi gevallen aan de verleidelijk glinsterende, maar o zo kleverige tentakels van deze kleine vleesetende plant …

 

Grutte rinkelbel en de wetterpinksterblom

Nadat ik mijn collectie orchisfoto’s weer had aangevuld met voldoende verse exemplaren, besloot ik rustig terug te scharrelen naar de auto. Dat duurde toch nog weer wat langer dan ik had ingeschat. Onderweg ontdekte ik al snel een plant waar ik een week eerder tevergeefs naar had gezocht …

De Grutte rinkelbel of Grote ratelaar liet zich net als de orchis tot voor kort gemakkelijk vinden en fotograferen langs het pad waar eind 2016 een bankje is geplaatst. Ik ben blij dat ik ze weer heb gevonden, want ze zijn in de loop der jaren echt bij mijn voorjaarsbeleving gaan horen  …

Intussen was ik in de buurt van de sloot beland. Boven het wateroppervlak leken leken talloze witte sterretjes te zweven. Van enige afstand lijkt de Wetterpinksterblom of Waterviolier maar zo’n onooglijk bloemetje …

Van dichtbij bekeken zijn het echter prachtige bloemetjes met fijne kleurnuances. Daar schuilt ook meteen het probleem in, want het valt niet mee om er dicht bij te komen zonder te water te raken. Aan echte macro’s heb ik me daarom veiligheidshalve maar niet gewaagd …

Terug naar ’t Skar

Had ik al verteld, dat ik een week nadat ik er met mijn fotomaatje was, nog eens terug ben gegaan naar het Weinterper Skar? Op 20 mei konden we er maar met moeite enkele orchissen vinden. Een week later waren ze als paddenstoelen uit de grond geschoten …

Het veld waar ze van oudsher in grote aantallen stonden te pronken, zag er nog steeds dor en doods uit. In het veld naast de parkeerplaats kon je echter nauwelijks een stap tussen de boterbloemen zetten zonder een brede orchis te raken …

Niet meer wat ’t was

Als je goed je best doet, dan lukt het in deze tijd van het jaar nog wel om een mooi kleurrijk, maar virtueel veldboeket samen te stellen in het Weinterper Skar …

En als je geluk hebt, dan vind je misschien nog wel een paar brede orchissen ook. Kijk maar eens naar de eerste twee foto’s hieronder. Maar het is niet meer wat ’t was. Kijk maar eens naar de derde foto uit begin juni 2013 …

Tot 2016 kon je hier eind mei – begin juni vaak geen stap zetten zonder een orchis te raken. Zo zaten Jetske en ik woensdag wat te mijmeren over de teloorgang van ons eens zo geliefde Weinterper Skar …

Want voor de echte koekoeksbloemen geldt al precies hetzelfde. Misschien waren we net wat aan de vroege kant, maar ook de koekoeksbloemen waren bijna op één hand te tellen. Hoe anders was dat op de 3e foto uit 2015 …

Op dit moment ziet het er dor en doods uit, zoals te zien was op de eerste foto in het logje ‘In de pluisjes’. En zeg nou zelf, dit koppel had er in 2015 toch een sprookjesachtig mooi plekje voor hun bruidsreportage aan …

* Wie wil weten hoe ik tegenwoordig mijn macrofoto’s maak, kan terecht bij mijn fotomaatje Jetske. Zij heeft zojuist haar eerste serie over onze fotokuier van woensdag gepubliceerd: ‘Brede orchis in het Weinterper Skar’.

 

Op zoek naar insecten

Voordat Jetske en ik elkaar bij de pluizenbollen van de paardenbloemen weer tegen het lijf liepen, tipte zij me over het fluitenkruid langs het pad naar de dobbe. Jetske had daar wat waterjuffers voor de lens gehad …

Die waterjuffers waren kennelijk gevlogen tegen de tijd dat ik daar even rond keek. De mooie witte schermbloemen waren leeg en ze bleven leeg. Helemaal vruchteloos was mijn zoektocht echter niet. Op een bramenstruik zag ik een bloedcicade lopen. De doornen weerhielden me ervan om hem beeldvullend in beeld te krijgen …

Jetske had intussen blijkbaar aan de zuidkant weer wat gevonden. Ze was vast niet voor niks weer in het gras naast het pad neergeknield …

Ik richtte mijn aandacht eerst nog even op een boterbloem met een spuugbeestje. Ik kan er niks aan doen, maar zodra ik het schuim van een spuugbeestje zie, moet ik onwillekeurig denken aan “Het spuugbeestje in de achtertuin van Jan Wolkers”

Omdat ik een spuugbeestje uiteindelijk toch minder interessant vind dan Jan Wolkers, voegde ik me al snel weer bij mijn fotomaatje. Zij bleek druk bezig te zijn om een Sint Jacobsvlinder te portretteren. We zijn gewend om dergelijke vondsten met elkaar te delen, maar zekerheidshalve probeer ik op zo’n moment vaak al een paar foto’s te maken, voordat Jetske plaats voor me maakt. Dat bleek in dit geval maar goed te zijn ook, want amper twee tellen later vloog de bijzondere vlinder op om vrijwel meteen uit beeld te verdwijnen …

In de pluisjes

Terwijl Jetske zich nog enige tijd met de brede orchissen vermaakte, nam ik even plaats op het eerste echte Afanja-bankje langs het pad. Terwijl ik de omgeving nog eens in me opnam, kwam ik opnieuw tot de conclusie dat het tegenwoordig eigenlijk maar een dooie boel was in het Weinterper Skar. Waar je enige jaren geleden de insecten bij wijze van spreken van je af moest slaan, moest je ze tegenwoordig zoeken …

Een loopje naar het begin van het pad leverde dan ook weinig meer op dan wat uitgebloeide paardenbloemen. Omdat je er altijd het beste van moet zien te maken, streek ik even bij een paar pluizenbollen neer …

Ik heb het in de loop der jaren al vaker geschreven, maar ik vind de paardenbloem nog altijd één van de meest ondergewaardeerde bloemen van ons land. Zeker wanneer je er eens goed voor gaat zitten, zijn ze in alle fasen het bekijken waard

Intussen had mijn fotomaatje blijkbaar haar fotosessie met de orchissen afgerond, want terwijl ik geconcentreerd bezig was om wat van de pluisjes te maken, zag ik haar ineens weer in beeld verschijnen …

Plussen en minnen

Het was weer zwaar werk in het Weinterper Skar gisteren. Mogelijk als gevolg van de droogte leken er minder orchissen in bloei te staan dan voorgaande jaren. We moesten ze bijna met een lampje zoeken …

Maar hier en daar wisten we er toch één te vinden. Dankzij diezelfde droogte was het geen probleem om er eens goed voor te gaan liggen in het lange, kruidenrijke gras …

En zo leverden de plussen en minnen van de droogte uiteindelijk toch weer mooie plaatjes op van de brede orchissen die het Weinterper Skar elk voorjaar sieren …