Een winter van niks

Gewoontegetrouw presenteer ik aan het eind van de winter de weercijfers, zoals ik die in de periode december-februari in ons tuintje heb opgetekend. Over de winter als geheel kan ik eigenlijk vrij kort zijn: ondanks Piet’s Wintervoorspelling 2021-2022 werd het echt een winter van niks …

Eerst maar eens kijken naar de temperaturen. In de grafiek linksonder is te zien wat voor armzalige boel het was ditmaal. In de afgelopen winter was december met een gemiddelde temperatuur van 4,3°C de minst warme wintermaand. Januari en februari waren met resp. 5,6°C en 6,0°C nog een stuk warmer. De grafiek rechtsonder laat zien waar de afgelopen winter staat in het rijtje winters vanaf 2003. Daar neemt 2021-2022 de vijfde plaats in …

De laagste temperatuur was -6,8°C op Tweede Kerstdag. De Kerstdagen waren ook de enige dagen waarop het hier resp. -5,4 en -6,8°C matig gevroren heeft. Verder heeft hier de hele winter maar 16 keer licht gevroren. Het is dan ook geen wonder dat ik de mooiste winterfoto’s heb gemaakt tijdens een mooi ritje door het wit berijpte landschap in aanloop naar de Kerstdagen …

Wat we aan vorst en kou tekort zijn gekomen, kregen we teveel aan regen. In december viel met 79 mm nog ongeveer de normale hoeveelheid regen. Januari was met 87 mm (tegen normaal ca. 67 mm over de periode 1971-2000) al flink aan de natte kant, maar februari was met 145 mm ronduit druipnat. Niet zo gek dus dat deze winter met stip op nr. 1 terecht gekomen is in mijn lijstje met neerslagcijfers in de wintermaanden …

De sneeuwklokjes en de vroege krokussen hadden het moeilijk in die natte periode. Vooral tijdens de passage van achtereenvolgens de stormen Dudley, Eunice en Franklin kregen ze het zwaar te verduren …

Daarmee zet ik een dikke streep onder de winter van 2021-2022. Vanaf morgen richt ik me op het voorjaar, te beginnen met een fotoserie van een paar pasgeboren lammetjes … 🙂


Het enige ijs van 2022

28 februari, de laatste dag van de meteorologische winter. Een mooie dag om de foto’s te publiceren van het enige ijs dat ik dit jaar in het buitengebied heb gemaakt …

In de nacht van 11 op 12 januari had het een graadje gevroren. Meer ook niet, maar het was genoeg om in de luwte van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een heel dun vliesje ijs op het water te leggen …

Op de bovenstaande foto’s lijkt het bijna alsof het zachtjes motregent, maar door wat in te zoomen wordt duidelijk dat het toch echt ijs was …

Heel zacht deinde het flinterdunne laagje ijs op het water op en neer. Dat had ik mooi kunnen laten zien door er een filmpje van te maken, maar dat bedacht ik me pas toen ik alweer thuis was …

Een merel en vier wandelaars

Voordat ik de hut verliet, keek ik nog even door één van de vensters in oostelijke richting naar buiten. Slechts heel vaag was de glinstering van de windmotor aan de Geau door de mist te zien…

Terwijl ik over het met wilgen omgeven paadje richting auto liep, streek er vlakbij me een merel neer. Even leek er van mist geen sprake te zijn, zonovergoten bleef de merel geduldig voor me poseren …

Terug bij de weg besloot ik nog even een stukje in de richting van de windmotor te lopen. Daar vandaan heb ik een foto gemaakt van de vogelkijkhut in de mist …

Ik was niet de enige die volop genoot van de rust in het mistige en heerlijk rustige buitengebied van de Jan Durkspolder. Uit de mist doemden vriendelijk groetende wandelaars op …

Smienten in de mist

Vijf dagen nadat mijn fotomaatje en ik een fotoserie hadden gemaakt van de honderden smienten in de Jan Durkspolder, ben ik er opnieuw naar toe gereden …

Het was die ochtend mistig en koud. De nacht ervoor was de temperatuur met -0,8°C voor het laatst in januari lichtjes onder het vriespunt gedoken. Het was oorverdovend stil op en rond de plas …

Ik bleek weer een goeie keuze te hebben gemaakt met het ritje deze kant op. Terwijl het in Drachten tot halverwege de middag mistig bleef, begon de zon hier steeds nadrukkelijker door de mist heen te prikken …

Net als bij de vorige gelegenheid dobberden de smienten in groten getale op redelijke afstand van de vogelkijkhut. Het was allemaal wat minder goed te zien, maar wat was het er mooi en stil …

Maar hoe fijn het er ook was, terwijl ik nog wat foto’s maakte van het laatste ijs van het seizoen in de luwte van de kijkhut, begon ik het na enige tijd toch koud te krijgen …

Die foto’s van dat ijs houdt u nog even tegoed. Het werd tijd om de benen wat op te warmen in de auto en dan op zoek te gaan naar meer mistprentjes …

Koeien in de mist

Ook vandaag is het weer naargeestig, grijs en saai weer. Als het dan toch grijs moet zijn, laat het dan ook maar echt grijs zijn wat mij betreft. En daarmee bedoel ik, laat het dan maar eens een dagje mistig zijn …

Mist is weliswaar lastig voor het verkeer, maar het kan ook mooie plaatjes opleveren. Er is alleen één probleem: het aantal dagen waarop het mistig is, is de afgelopen 30 jaar flink afgenomen …

Het is natuurlijk nog wel eens mistig, zoals op 3 en 4 november, maar de mist die er nog wel is, is niet meer zo dik als vroeger. Dat is geen gevolg van de klimaatopwarming, maar het heeft wel gevolgen voor de klimaatopwarming …

Dat er minder mist is, komt vooral doordat de luchtkwaliteit beter is vergeleken met vroeger. Dit komt door de afgenomen luchtvervuiling, voornamelijk zwavel, die bij de stook van steenkolen en vuile olie vrijkwam. Mist ontstaat als waterdeeltjes zich kunnen hechten aan iets anders, zoals zwevende stof- en roetdeeltjes. De vorming van een mistdruppeltje begint als er zich water afzet op een stofdeeltje, zonder stofje kan zich geen druppel vormen. En zonder druppeltjes geen mist …

Doordat er minder mist is, warmt de aarde weer wat sneller op. Mistdruppeltjes houden namelijk zonnestraling tegen, zodat het overdag koeler blijft. De afname van nevel en mist heeft daarmee een kleine bijdrage geleverd aan de snelle opwarming in Europa sinds de jaren 1980 …

De foto’s stammen uit november 2011 en november 2014.

Bron: KNMI: https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/mist-en-nevel-afname-in-europa

Mist, wolken en wat wind

– Virtueel naar Frankrijk 42 –

In de loop van de middag begonnen mist, wolken en wat wind samen een mooi spel te spelen …

Ik heb geprobeerd dat spel in een kleine diashow weer te geven …

Deze diashow vereist JavaScript.

Toen tegen ’t eind van de middag ook de zon zich ermee begon te bemoeien, richtte ik mijn blik op de balkondeur …

– wordt vervolgd –

Mannetjes in de mist

– Virtueel naar Frankrijk 40 –

Die middag verdwenen de krijtrotsen in de verte steeds meer in de mist. Maar ook bij mist hoefde ik me niet vervelen bij hetgeen zich in de diepte voor het huis afspeelde …

Na de lunch verscheen de visserman weer op het strand voor het huis. Terwijl ‘ons mannetje’ – zoals ik hem intussen liefkozend was gaan noemen – aan het scheppen en graven was, verscheen er enige tijd later een tweede visser in beeld. Hij liep van noord naar zuid met zijn net door de branding te zeulen …

Ook het brede strand aan de noordkant van het dorp ging intussen goeddeels schuil in de mist …

Daar werd het plotseling druk. Behalve dat er een paar tractoren op het strand verschenen, waarmee bootjes te water werden gelaten, waren ook daar ineens allerlei mannetjes aan het graven geslagen …

Ons mannetje leek intussen de zee in te lopen. Rare jongens, die Fransen …

– wordt vervolgd –