Windmotor Barfjild is weg

Vanuit de Jan Durkspolder was een paar weken geleden in de verte een kraan te zien. Omdat die vermoedelijk op de Wolwarren stond, reed ik er uit nieuwsgierigheid naartoe. Wat daar precies werd getakeld, was op dat moment onduidelijk. Hoewel er werkzaamheden plaatsvinden aan de verhoging van de kades rond de polder, leek de inzet van een dergelijke kraan daarvoor niet direct verklaarbaar …

Al snel werd duidelijk wat er gaande was: de windmotor Barfjild bleek te zijn verwijderd. Langs de weg stond een aanhangwagen van Bouw- en Molenbouw Bertus Dijkstra uit Sloten, een gespecialiseerd bedrijf in molenonderhoud. De windmotor was inmiddels gedemonteerd en lag klaar voor transport. Volgens een van de aanwezige medewerkers gaat het niet om een volledige restauratie, maar zal de molen een opknapbeurt krijgen. Vanwege het bescheiden formaat is ervoor gekozen de werkzaamheden niet op locatie uit te voeren, maar in de werkplaats …

Tijdens het laden werd het onderstel door twee medewerkers gezekerd, terwijl een derde de bladen van het windrad takelde. Daarbij bleek het windrad, met 18 bladen en een diameter van circa 3 meter, te groot voor de aanhangwagen. Besloten werd om ook dit onderdeel verder te demonteren. Dat proces heb ik niet afgewacht …

Bij een latere passage stonden de medewerkers op het punt te vertrekken, met het windrad alsnog gereed voor transport.

Een bruine kiekendief

Hoewel er een stevige en vooral koude noordoostenwind waaide, kreeg ik dinsdagochtend toch de drang om even aan de waterkant te kijken. Vanwege de windrichting leek het me geen goed idee om naar de Leijen te gaan. Daar zou de kou vrij spel hebben door de open deur die niet dicht kon. Daarom koos ik voor de Jan Durkspolder. Eenmaal daar bleek de wind nog oostelijker dan verwacht, waardoor het ook daar allesbehalve aangenaam was. Nadat ik enkele kuifeenden had gefotografeerd die zich dapper door de woelige golven sneden, besloot ik een beschutter plekje op te zoeken …

Niet veel later zat ik uit de wind en in de zon in de berm langs de Dominee Bolleman van der Veenweg, ten noorden van Earnewâld. Het voorste deel van het rietland was gemaaid, maar verderop stond nog een brede strook riet. Vanuit de auto had ik daar een bruine kiekendief zien landen …

Al snel verscheen hij weer. Hij maakte een rustige vlucht heen en weer over het riet, om vervolgens opnieuw te verdwijnen tussen de stengels. Het duurde lang voordat hij zich weer liet zien. Ik begon me af te vragen of hij daar misschien een nest had …

Ik besloot geduldig te blijven wachten tot hij zich opnieuw zou tonen …

Een ooievaar en een ree

Na het treffen met het ree en de reebok bij de Legauke vervolgde ik mijn weg in de richting van Oudega en de Jan Durkspolder. De eerste reeën van die dag hadden me verrast op een plek waar ik nog niet eerder een ree had gezien.

Een kwartiertje later reed ik rustig over de Westersânning bij Oudega. Hier had ik in het verleden al vaak reeën getroffen. Deze keer zag ik er na lange tijd rechts van de weg eindelijk weer eens een ree in het weiland staan. Even verderop foerageerde een ooievaar, alsof het landschap die ochtend nog wat extra rust had meegekregen …

Omdat de dieren op flinke afstand stonden en de wind gunstig was, kon ik de auto een stukje achteruit zetten zonder ze te verstoren. Zo had ik een beter zicht.. Dat leverde de onderstaande serie op. Ik had er nog veel meer foto’s van kunnen maken, want ze maakten geen enkele aanstalten om zich te laten afleiden. Het landschap vertelde verder weer zijn eigen verhaal …

Daarmee was het gemis aan reeën eerst weer even gecompenseerd.

Een koppeltje brilduikers

Zoals meestal het geval is, waren er aan de westkant van de vogelkijkhut minder vogels te zien dan aan de oostkant. In de verte waren een grote zilverreiger en een handjevol grauwe ganzen te zien. Maar ik had geluk, op niet al te grote afstand van de hut dobberde een koppeltje brilduikers mijn kant op …

Deze vogels staan met hun mooie tekening in ons land op de rode lijst als zeer zeldzame broedvogels. Het was de tweede keer dat ik hier een paartje spotte. Waarschijnlijk zijn ze onderweg van hun overwinteringsgebied ergens in het zuiden, naar hun broedgebied in Scandinavië. Dit bijzondere tweetal maakte het loopje naar de vogelkijkhut weer alleszins de moeite waard …

Terug in de Jan Durkspolder

Het was er donker, toen ik vorige week de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapte. Alle luikjes voor de kijkgaten waren gesloten. Zoals gebruikelijk liep ik eerst even naar de oostkant. Toen ik daar een luikje opende, waaide er meteen een kille wind naar binnen. Daarom zaten de luiken dus dicht …

Op het eilandje naast de hut zaten vooral wat kieviten, een paar meeuwen en o.a. een enkele wintertaling. Verder naar het zuiden was het druk op het water, maar ik kon niet goed zien wat voor vogels het waren. Een paar futen die dichterbij waren, maakten even wat schijnbewegingen, maar zwommen al snel verder. Ik had het daar al snel bekeken vanwege de kille wind. Ik sloot het luikje en liep naar de westkant van de hut om daar nog even te kijken. Daar wachtte me een verrassing …

– wordt vervolgd

Een punt achter 2025

Het is weer tijd om een punt achter het jaar te zetten. En dat vind ik in dit geval helemaal niet zo erg, Ik vond het weer geen fantastisch jaar met alle vreemde politieke ontwikkelingen en wendingen, zowel nationaal en internationaal.

Op het persoonlijke vlak heb ik niet echt te klagen gehad dit jaar. Ja, ik sukkel langzaam maar zeker verder achteruit, met name mijn onderdanen laten het wel eens wat te vaak afweten. Maar daar doe je met MS verder niks aan. Gelukkig houdt Aafje me thuis met de meeste zaken nog steeds uit de wind, anders zou de strijd een stuk groter zijn.

Mede dankzij mijn trouwe fotomaatje Jetske is het ook in fotografisch opzicht toch best weer een aardig jaar geworden. Hieronder even een kort overzicht met voor elke maand een foto …

Dank aan alle lezers, likers en reageerders. Zonder jullie bijdragen zou het hier een saaie boel zijn. Mede namens Aafje wens ik jullie allen een rustige & veilige jaarwisseling en een gelukkig & gezond 2026.

Op dun ijs

Zo, dat was weer een winterprikje van korte duur. De minimumtemperatuur steeg gisterochtend vroeg weer boven tot boven het vriespunt. Voeg daarbij mistig en vochtig weer, dan weet je dat het met de draagkracht van het ijs snel gedaan was …

De vaste meelezers weten dat ik me zelden zorgen maak over schaatsers op dun ijs in het ondergelopen polderland. Maar zo af en toe maak ik wel eens een uitzondering. Zo zag ik Eerste Kerstdag o.a. een paar volwassenen die met een kind achter een stoel op het ijs bezig waren. Ook zag ik een paar kinderen die zo te zien ongeveer voor het eerst op de schaats stonden. Verder werd er een klein kind op een slee voortgetrokken, als het gezelschap al in beweging was tenminste. Met meerdere personen op één plekje stilstaan, is op dun ijs helemaal uit den boze.

In dat soort gevallen vind dat ondergelopen land toch een slecht gekozen locatie. Er lopen tenslotte ook wat slootjes door het gebied waar het wel wat dieper is dan een halve meter. Je wilt toch niet dat kind en slee daar door het ijs zakt. Een ijsbaan lijkt me in dergelijke gevallen een geschiktere locatie om na anderhalve nacht met licht tot matige vorst het ijs op te gaan …

In februari 2012 heb ik me eens echt opgewonden over onverantwoord gedrag op het ijs.