Torenvalk gaat op jacht

Op één van de vele mooie oktoberdagen zag ik een torenvalk zitten op het platform van de windmotor in de Jan Durkspolder. Rustig liet ik mijn auto uitrollen tot vlak bij de windmotor …


Het valkje gaf me net genoeg tijd om een overzichtsfoto en twee ingezoomde foto’s te maken. Daarna vond hij het welletjes en steeg hij op om op jacht te gaan. Even kon ik hem nog volgen, daarna was het gedaan, want ik stond nogal in de weg op de smalle weg …

Watersnippen en een sperwer

Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …


Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …

Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …

De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …

Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’

Grillige stronken en …

Anderhalve week nadat ik bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grillige stronken aan de waterkant had gefotografeerd was ik er weer, ditmaal weer met Jetske. Het was wisselend bewolkt weer. Zon, wind en wolken zorgen samen voor een mooi lichtspel op het water …


Veel meer was er op dat moment ook niet te zien aan de kant van de hut waar ik zat. Daar kwam verandering in, toen Jetske me even later bij zich riep. Zij zat aan de andere kant van de hut en wees naar de stronken, die daar lagen. “Ja, die heb ik vorige week al gezien,” zei ik lachend …


“Ja, maar zie je wel wat er bij die stronken zit ..?” vervolgde ze. Toen ik nog eens keek, zag ik pas wat ze bedoelde …

Pas als je klikt, zie je het echt goed. 🙂

  • morgen meer

Pootjebadende kieviten

Nadat ik de laatste restanten van de jeugdsoos had gefotografeerd, ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Er stond een groepje kieviten op het drooggevallen stuk aan het eind van de strook met gele lissen scheef voor de hut …

Recht voor de hut stonden nog meer kievieten en een aantal ganzen in het ondiepe water. Je kunt ze momenteel ook aantreffen in weilanden waar ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden …

Omdat er op dat moment verder weinig te zien was, heb ik mijn bezoekje aan de Jan Durkspolder afgesloten met een paar foto’s van deze verweerde stronken vlak naast de hut. Wat ik toen nog niet wist, is dat die stronken bij een volgend bezoek aan de Jan Durkspolder een belangrijke rol zouden spelen …

Witgatjes in de polder

Tot nu toe is de maximumtemperatuur hier deze week nog niet hoger gekomen dan 27,4°C. Ik vrees echter, dat we hier vanaf vandaag of morgen ook aan de tropische temperaturen zullen moeten geloven …

Omdat het qua temperatuur nog goed te doen was, ben ik gisterochtend eerst nog maar eens naar de Jan Durkspolder gereden. Het was er goed uit te houden met een nog lekker fris noordoostelijk briesje dat door de luikjes van de hut blies. In eerste instantie was er weer niet veel meer te zien dan honderden ganzen in de verte …

Na een tijdje kwam er een vogel tevoorschijn van tussen de gele lissen in de buurt van de vogelkijkhut. Al snel verscheen er ook nog een soortgenootje …

Ik herkende de vogels niet meteen, even dacht ik dat het tureluurs waren, maar met het juiste licht op de poten en snavel was al snel duidelijk dat dat niet het geval was. Ik vermoedde dat het witgatjes waren, en dat werd later bevestigd door Obsidentify. Deze steltlopers had ik nog niet in mijn fotoarchief, dus ik ben blij met dit primeurtje …

Ik sluit af met een foto, waarop de witgatjes allebei op voorbeeldige wijze door het ondiepe water rond de hut waden …

Twee juveniele bruine kiekendieven

Waar waren we gebleven? Jawel, in de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. In het voorgaande blogje hadden Jetske en ik net een grote donkere vogel zien landen in een boom op de westelijke oever van de plas. De vogel leek me groter dan een buizerd, en dan hoop ik eerlijk gezegd altijd even dat het een (jonge) zeearend is. Er zijn tenslotte onlangs op luttele kilometers afstand van de vogelkijkhut in de Alde Feanen weer twee jonge zeearenden grootgebracht en uitgevlogen …

De grote donkere vogel was neergestreken in een boom waar blijkbaar al een soortgenoot zat. Samen zaten ze nu in de top van een kalende boom. Ik had nog steeds geen idee wat voor vogels het waren …

Met de uiterste krachtsinspanning van de Powershot SX70HS heb ik ze nog een stukje dichterbij kunnen halen. Het bleken donkerbruine vogels met een gele kop te zijn en een donkere rand rond de ogen …

Een tijdlang zaten de vogels samen in de boom, de ene leek daarbij geen fijn plekje te kunnen vinden. Hij moest de nodige acrabatische toeren uithalen om in de boom te kunnen blijven. Na enige tijd zagen we dat hij opvloog en overstak naar de oostkant van de plas …

De tweede vogel bleef zitten waar hij zat. Jetske had intussen Obsidenify al ter hand genomen. Daarbij was ze stilaan tot de conclusie gekomen, dat het waarschijnlijk twee juveniele exemplaren van de bruine kiekendief waren …

De vogel die naar de andere kant van de de plas was gevlogen, was inmiddels geland in de buurt van een groepje eenden. Daar bleef hij een tijdlang lekker zitten badderen …

Nadat het kennelijk genoeg was geweest, schudde hij zijn verendek eens flink uit. Toen hij daarbij zijn vleugels uitsloeg, was goed te zien hoe groot hij was …

Daarna vloog hij terug naar de westkant, waarna we hem uit zicht verloren. Maar dat was helemaal niet erg. De beide kiekendieven hadden ons een prachtig slot van de dag bezorgd, we konden weer een mooie waarneming bijschrijven …

Lepelaars en een verrassing

Na ons bezoekje aan de Leijen, besloten we nog even binnendoor naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder (Google Maps) te rijden …

Aan de westkant van de plas zaten tegenover de kijkhut een achttal lepelaars. Aan de kleur van de snavels te zien, ging het om 7 juneviele lepelaars en één volwassene. Dat zal de oppas van dienst wel geweest zijn …

Verder was er in eerste instantie nog minder te zien dan rond de ‘Blaustirns’ eerder die middag. Zelfs een paar eenden die er kort daarvoor nog rond dobberden, verdwenen uit zicht …

Plotseling zagen we een grote donkere vogel vliegen. We zagen hem ergens links van de lepelaars aan de overkant van de plas in een boom landen …

En het was niet zomaar een boom. De vogel had een boom uitgezocht waar zijn broer kennelijk ook al zat. Maar wat waren het …?

  • wordt vervolgd