Zwarte sterns bij De Tike

Het bleef donderdag lang grijs en relatief koel. Dat had als voordeel dat ik het aandurfde om samen met oud-studiegenoot en Blueskyganger Andries een wandeling naar de vogelkijkhut bij de Leijen te maken. Eenmaal ter plekke viel dat echter nog niet eens mee, want het paadje langs het rietland begon flink dicht te groeien …

Het eilandje ‘de Kninepôle’ dat vorig jaar is hersteld, begon intussen gelukkig weer groen te kleuren. We moesten de hut delen met twee vogelaars, een van hen vertelde dat we de ijsvogel – zoals zo vaak – net hadden gemist. Verder was het rustig rond de hut. Er zwommen een paar futen en wat eenden rond. Een paar jonge meerkoeten waren bezig met hun ochtendgymnastiek op een kennelijk losgelagen broedvlotje. De show werd echter vooral gestolen door enkele zwarte sterns zie met een zekere regelmaat voor de hut langs vlogen. De foto’s daarvan bewaar ik nog even …

Na een ritje door de omgeving zijn we vervolgens nog even naar de Jan Durkspolder gereden. Daar was het zo mogelijk nog rustiger rond de vogelkijkhut. De grote zilverreigers bleven op grote afstand in de bomen zitten en de enige lepelaar die even in de buurt van de hut landde, deed dat op hetzelfde plekje als anderhalve week geleden, toen ik met Ria in de Jan Durkspolder zat. Deze keer bleef hij voor mij echter verborgen achter de bladeren van een pol gele lissen. Dat kon een paar gezellige uurtjes echter niet op de valreep bederven …

Weerzien in de polder

Zoals ik al schreef, ben ik gisteren weer naar de Jan Durkspolder gereden. Omdat het weerbeeld een stuk vriendelijker was dan vorige week maandag, ben ik ditmaal op de Joiny gegaan. Dat laatste had Ria niet verwacht, vertelde ze, nadat we elkaar hartelijk hadden begroet en Ria de Joiny had bewonderd …

Ria en ik hebben elkaar leren op Bluesky. Een paar jaar geleden hebben we eens samen een kuier in de Ecokathedraal gemaakt. Nu Ria een weekje vakantie heeft in Fryslân leek het haar leuk om weer eens wat af te spreken. En zo zaten we gistermorgen rond half elf in de grote vogelkijkhut. Terwijl we uitkeken over de plas, praatten we wat bij over de ditjes & datjes des levens.

Buiten de hut was het stil, de meeste vogels bleven ver weg. Maar ach, het was mooi weer en we zaten lekker in de buitenlucht. Het was trouwens niet eens zo warm in de hut. De noordoostelijke wind blies dermate fris naar binnen, dat we allebei toch maar even een extra vestje hebben aangetrokken …

Na een uurtje hielden we het voor gezien in de vogelkijkhut. Ria stelde voor om nog een stukje de polder in te gaan. Daarbij kon het vest al direct weer uit. Vanaf de Geau trokken we wandelend en rollend in noordelijke richting naar de kleine vogelkijkhut. De Joiny weerde zich kranig in het oneffen terrein en hij paste net over een smal houten bruggetje.

Een dagpauwoog deed onderweg zijn best om de show te stelen. Rond de kleine vogelkijkhut was het zo mogelijk nog stiller dan rond de grote hut. Een oeverlibel die regelmatig naar zijn plekje op een takje terugkeerde moest de show daar redden …

Tot slot wandelden we samen nog een stukje over het zandpad de Geau tot aan het bruggetje nabij de Krúsdobbe. Het was gezellig geweest, maar daar bij het bruggetje scheidden onze wegen voorlopig weer tot een volgende keer. Ria liep over de Geau terug naar haar auto om nog wat in de omgeving rond te zwerven. Ik zette via het fietspad en de fiets- & voetgangerspont De Grietman Eco koers naar huis.

Bloemen in de polder

Vorige week maandag heb ik een ritje naar de Jan Durkspolder gemaakt. Het was zwaar bewolkt, en er stond een stevige wind. Maar met een temperatuur net boven de 20°C was het zeker niet koud …

In en rond de vogelkijkhut was het stil, Er zwommen een paar eenden en een handjevol grauwe ganzen in de buurt van de hut. Verderop zaten een paar lepelaars en een grote witte reiger. Maar het mooist vond ik toch de bloemenpracht in de bermen langs de Westersânning …

Vandaag ga ik er nog eens naar toe. De lucht is een stuk helderder dan vorige week en het zou wel eens wat warmer kunnen worden. Ditmaal hoop ik er een bekende van Bluesky te treffen, die ik een paar jaar geleden eens heb getroffen in de Ecokathedraal.

Recht in de lens

Het was koud en donker, toen ik 18 mei rond half elf ’s ochtends de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapte. De grote plas lag er verlaten bij, er zaten alleen wat grauwe ganzen die beschutting zochten tussen de gele lissen aan de oostkant van de hut. Het had geen zin om er lang te blijven zitten, want ik voelde mijn benen al snel verstijven …

Ik reed een rondje door de omgeving zonder veel bijzonders te zien. Na enige tijd reed ik over de doodlopende Hooiweg om daar ter hoogte van een dam en een hek een stop te maken, zodat ik even een stukje koek kon eten. Daar kwam ik echter nog niet meteen aan toe. Eerst kreeg ik de nog kans om een paar foto’s te maken van een graspieper, die vanaf een dikke paal aan de rechterkant van de weg even recht in de lens keek …

Niet veel verderop stond korte tijd later links van de weg een grutto op me te wachten. Erg waakzaam en alert was hij niet. Waarschijnlijk waren er nog geen rondscharrelende kuikens in het land, anders was hij wel luid krijsend opgevlogen. Ik vond het prima. De beide paalzitters hadden mijn dag mooi opgefleurd …

Windmotor Barfjild is weg

Vanuit de Jan Durkspolder was een paar weken geleden in de verte een kraan te zien. Omdat die vermoedelijk op de Wolwarren stond, reed ik er uit nieuwsgierigheid naartoe. Wat daar precies werd getakeld, was op dat moment onduidelijk. Hoewel er werkzaamheden plaatsvinden aan de verhoging van de kades rond de polder, leek de inzet van een dergelijke kraan daarvoor niet direct verklaarbaar …

Al snel werd duidelijk wat er gaande was: de windmotor Barfjild bleek te zijn verwijderd. Langs de weg stond een aanhangwagen van Bouw- en Molenbouw Bertus Dijkstra uit Sloten, een gespecialiseerd bedrijf in molenonderhoud. De windmotor was inmiddels gedemonteerd en lag klaar voor transport. Volgens een van de aanwezige medewerkers gaat het niet om een volledige restauratie, maar zal de molen een opknapbeurt krijgen. Vanwege het bescheiden formaat is ervoor gekozen de werkzaamheden niet op locatie uit te voeren, maar in de werkplaats …

Tijdens het laden werd het onderstel door twee medewerkers gezekerd, terwijl een derde de bladen van het windrad takelde. Daarbij bleek het windrad, met 18 bladen en een diameter van circa 3 meter, te groot voor de aanhangwagen. Besloten werd om ook dit onderdeel verder te demonteren. Dat proces heb ik niet afgewacht …

Bij een latere passage stonden de medewerkers op het punt te vertrekken, met het windrad alsnog gereed voor transport.

Een bruine kiekendief

Hoewel er een stevige en vooral koude noordoostenwind waaide, kreeg ik dinsdagochtend toch de drang om even aan de waterkant te kijken. Vanwege de windrichting leek het me geen goed idee om naar de Leijen te gaan. Daar zou de kou vrij spel hebben door de open deur die niet dicht kon. Daarom koos ik voor de Jan Durkspolder. Eenmaal daar bleek de wind nog oostelijker dan verwacht, waardoor het ook daar allesbehalve aangenaam was. Nadat ik enkele kuifeenden had gefotografeerd die zich dapper door de woelige golven sneden, besloot ik een beschutter plekje op te zoeken …

Niet veel later zat ik uit de wind en in de zon in de berm langs de Dominee Bolleman van der Veenweg, ten noorden van Earnewâld. Het voorste deel van het rietland was gemaaid, maar verderop stond nog een brede strook riet. Vanuit de auto had ik daar een bruine kiekendief zien landen …

Al snel verscheen hij weer. Hij maakte een rustige vlucht heen en weer over het riet, om vervolgens opnieuw te verdwijnen tussen de stengels. Het duurde lang voordat hij zich weer liet zien. Ik begon me af te vragen of hij daar misschien een nest had …

Ik besloot geduldig te blijven wachten tot hij zich opnieuw zou tonen …

Een ooievaar en een ree

Na het treffen met het ree en de reebok bij de Legauke vervolgde ik mijn weg in de richting van Oudega en de Jan Durkspolder. De eerste reeën van die dag hadden me verrast op een plek waar ik nog niet eerder een ree had gezien.

Een kwartiertje later reed ik rustig over de Westersânning bij Oudega. Hier had ik in het verleden al vaak reeën getroffen. Deze keer zag ik er na lange tijd rechts van de weg eindelijk weer eens een ree in het weiland staan. Even verderop foerageerde een ooievaar, alsof het landschap die ochtend nog wat extra rust had meegekregen …

Omdat de dieren op flinke afstand stonden en de wind gunstig was, kon ik de auto een stukje achteruit zetten zonder ze te verstoren. Zo had ik een beter zicht.. Dat leverde de onderstaande serie op. Ik had er nog veel meer foto’s van kunnen maken, want ze maakten geen enkele aanstalten om zich te laten afleiden. Het landschap vertelde verder weer zijn eigen verhaal …

Daarmee was het gemis aan reeën eerst weer even gecompenseerd.