Meerkoet op ’t nest

Volgens mij is er in deze tijd van het jaar vrijwel geen sloot, vijver of plas waar geen meerkoeten (Fulica atra) broeden. Zo ook in de sloot die mij maandag scheidde van de ree in riet en ruigte …

Waar de frisgroene pompeblêden vanuit de diepte tevoorschijn kwamen, zat een antracietkleurige meerkoet op een voor meerkoetse begrippen tamelijk stevig en degelijk verankerd nest wat om zich heen te kijken …

De partner zwom een eind verderop langs de rietkraag, waarschijnlijk op zoek naar voedsel voor hem of haar …

De laatste rietoogst

Naar mate Acnes en MS me meer hinder en pijn bezorgen, moet ik vaker afspraken, uitjes en fotogelegenheden aan me voorbij laten gaan. Zo ook eind vorige week en afgelopen weekend. Het was de bedoeling om samen met mijn fotomaatje Jetske verslag te doen van wat waarschijnlijk de laatste keer is, dat de rietsnijders die ik al een paar jaar volg actief zijn in de Prikkepolder …

In 2016 heb ik onder de titel Help, de rietsnijder verzuipt (1) al uitgebreid verslag gedaan van de door mensenhand veroorzaakte wateroverlast in het rietland van de Prikkepolder (zie bovenstaande foto). Dit jaar was de overlast opnieuw zo groot dat de mannen zich genoodzaakt zagen om een rupsmaaier te huren om het riet eraf te kunnen krijgen. Dat is overigens niet deze rupsmaaier, want die heb ik in december 2011 bij de Leijen aan het werk gezien …

Na een intussen 7 jaren durende strijd tegen de overheid, is er nog steeds geen duidelijkheid over schadevergoeding of compensatie voor de rietsnijders. Wel is intussen duidelijk dat ook dit gebied in navolging van de aangrenzende weilanden onder water gezet zal worden. Gelukkig kon Jetske er wel bij zijn toen het laatste riet hier vorige week werd geoogst. Haar uitgebreide fotoverslag kun je hier vinden: “Rupsmaaier in het rietland”.

Een ree in riet en ruigte

Het was alweer enige tijd geleden dat ik voor het laatst een ree voor mijn camera kreeg. Maar ja, hoe minder je op pad bent, hoe minder kans je maakt natuurlijk. Enfin, vanmiddag was het toch weer zo ver …

In een ruig stuk rietland in de buurt van Nij Beets scharrelde in de verte een ree rond. Even bleef ze staan alsof ze bedacht wat te doen …

Ze had me niet kunnen ruiken, want ik had tegenwind. Met ’t geruis dat diezelfde wind in riet en ruigte gaf, zat horen er evenmin in. Maar ze had me al lang gezien …

Uiteindelijk zal ze tot de conclusie zijn gekomen, dat mijn knalrode vest vast geen jager zou herbergen. Zo rustig als ze was verschenen, verdween ze even later ook weer uit mijn zicht …

 

Earnewâldster reit

In grote bossen ligt het her en der aan de Dominee Bolleman van der Veenweg te wachten op transport naar de loods van de rietsnijder …

Riet uit Earnewâld (vroeger: Eernewoude) oftewel Earnewâldster reit …

Even fikkie stoken

Nadat we een uurtje bij de rietsnijders in het veld hadden rond gestapt, begon bij mij niet alleen de vermoeidheid, maar ook de meligheid toe te slaan. Op dat moment besloot ik mijn kans te pakken, het was nu of nooit. In een onbewaakt moment pakte ik een vork, waarmee ik het vuur in één van de brandende hoopjes ruigte eens even flink begon op te poken. Wees nou eerlijk, zo vaak krijg je de kans niet om even legaal fikkie te stoken in een natuurgebied. Jetske liet op haar beurt een kans om mij met een vork in actie te zien niet lopen …

Ja, dat riet branden is ook nog zoiets … Een toekomstig verbod op het verbranden van de ruigte hangt als een donkere wolk boven de rietsnijders. Dat zou betekenen dat ze niet alleen het riet, maar ook alle ruigte op de een of andere manier moeten afvoeren en (laten) verwerken. Maar ja, in het kader van het hedendaagse Haagse denken zijn die rookslierten gedurende twee maanden per jaar natuurlijk veel erger dan vele honderden laag overvliegende, vervuilende vliegtuigen boven de Weerribben van en naar vliegveld Lelystad per jaar …

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Intussen was het ruimschoots schafttijd geworden, en dus werden Jetske en ik uitgenodigd om het bezoek met koffie en broodjes knakworst af te ronden in de schaftkeet. Klaas en Klaas-Jan, opnieuw bedankt voor jullie verhalen en de gastvrije ontvangst …

Bij de rietsnijders (5)

“Dat werken op deze wijze moet volgens mij in je zitten,” schreef Sjoerd gisteren in een reactie op deel 4 van deze serie. En zo is het ook. Het riet zit bij de veel rietsnijders in deze regio al generatieslang in het bloed. Het werk in het riet gaat vaak over van vader op zoon of wordt anderszins voortgezet in de familie. Jetske’s vader was rietsnijder, haar zwager Klaas – waarmee ze op de foto hieronder in gesprek is – is rietsnijder en diens schoonzoon Klaas-Jan is de tweede man hier in het rietland …

Dit werk kun je ook alleen maar blijven doen als je er echt van houdt. Je hoeft het zeker niet te doen om rijk van te worden. Tot dusver kwam de concurrentie voor de rietsnijder vooral uit Polen. Op basis van een betere prijs/kwaliteit verhouding is het Poolse riet nooit een echte bedreiging geweest voor het riet uit de Weerribben. De laatste jaren wordt de Nederlandse markt echter overspoeld door riet uit China. De kwaliteit van dat riet schijnt goed te zijn. Omdat het wel tot 25% goedkoper schijnt te zijn, vormt dit Chinese riet een ernstige bedreiging voor rietsnijders …

Om dat Chinese riet hier te krijgen, wordt er door oceaanstomers een massa aan olie verstookt. Terwijl al die ellende de lucht wordt ingeblazen, doet ons eigen riet elk jaar opnieuw zijn stinkende best om hier maar zoveel mogelijk CO2 uit de lucht te halen. Waar zijn we met zijn allen mee bezig …?

Met een dalende prijs voor het riet en gestaag teruglopende subsidiebedragen, blijft voor de rietsnijder straks alleen nog de liefde voor het werk en de natuur over. Er zijn rietsnijders die op dit moment het riet van de oogst van vorig jaar nog deels in de schuur hebben liggen, omdat ze het niet kwijt kunnen. De enige die er beter van schijn te worden, is de rietdekker die het Chinese riet voor de volle prijs op daken legt, alsof het Nederlands riet is …

Van alleen liefde voor het werk en de natuur kan de rietsnijder zijn kachel niet laten roken. Het verdwijnen van de rietsnijder zal op termijn grote gevolgen hebben voor natuur en landschap in de Kop van Overijssel. De rietvelden zullen verlanden en veranderen in broekbossen. Kwetsbare planten en dieren zoals b.v. de zeldzame vuurvlinder zullen verdwijnen …

Dat soort mijmeringen stemt niet vrolijk. De enige die daar geen last van had, was Rhena, zij koesterde zich in het langzaam warmer wordende zonlicht …

– wordt vervolgd –