Bericht uit veilig Fryslân

Na een blogpauze van ruim een maand is het hoog tijd om eens even wat te laten horen vanuit het hoge noorden. Die pauze bevalt mij tot dusver eerlijk gezegd heel goed. Ik ben lang niet meer zo ontspannen geweest als nu, ontspannen en moe. Misschien zou ik het zelfs lui moeten noemen. Het lijkt erop dat alle vermoeidheid en spanningen van de afgelopen drie jaar en enkele maanden coronacrisis er nu uit komen. Dat bevalt zo goed, dat ik er met een heuse hittegolf in het vooruitzicht nog maar wat pauze achteraan knoop …

Als Kamer en Kabinet zich in tijden van oplopende coronadreiging kunnen permitteren om het reces in alle rust voort te zetten, dan lijkt het mij het best om dat hier in het nog altijd veilige Fryslân ook maar te doen. Serieus mensen, ik weet niet wat jullie daar in het zuiden en westen allemaal doen dat de besmettingsgevallen daar weer zo oplopen, maar hier in Fryslân houden we ons nog steeds zoveel mogelijk aan de coronamaatregelen. En dat is ook te zien aan de internationale cijfers. Fryslân en Drenthe staan hoog genoteerd in de top 25 van 300 Europese regio’s met het laagste aantal nieuwe besmettingen met het coronavirus …

In dat veilige Fryslân is het nog steeds goed vertoeven, ik vermaak me dan ook wel. Om te beginnen bood de tuin de afgelopen tijd voldoende afleiding. Jonge koolmezen, pimpelmezen en mussen maakten veelvuldig gebruik van het waterbakje annex badje bij de vijver. De allerjongsten wachtten daarbij veelal geduldig op hun beurt …

Maar ook elders in Fryslân kun je op de meeste plaatsen goed en veilig terecht. Het is druk in de provincie, ook hier zijn campings, hotels en andere logementen volgeboekt nu veel meer mensen in eigen land vakantie vieren. Bij strandjes, kleinschalige pretparken en andere toeristische trekpleisters is het af en toe druk. Maar wie mij kent, weet dat ik drukte altijd al probeer te vermijden, dat geldt nu nog meer dan anders. Maar er zijn zoveel fijne, rustige plekjes. Wat te denken van onze kleine woestijn het Aekingerzand – bij velen beter bekend als de Kale Duinen – bijvoorbeeld, waar het weer gisteren in een uur tijd snel veranderde …

In de altijd rustige Ecokathedraal bij Mildam heb ik onlangs onze Vlaamse medeblogster Lieve – in blogland bekend als Oma Baard – met haar gezelschap rondgeleid. Nou ja, rondgeleid is veel gezegd, want die taak werd geheel spontaan en onverwachts overgenomen door een vrijwilliger van de Ecothedraal. Dat vond ik niet erg, een beter verhaal over achtergrond en werkwijze in dit mooie stukje Fryslân konden ze niet krijgen. En het gaf mij de vrijheid om wat te fotograferen. Oma Baard doet op haar blog zelf ook verslag van dit bezoek. Het was een fijne kennismaking en een genoeglijke middag …

Met mijn fotomaatje Jetske ben ik o.a. nog een middagje naar de Leijen geweest. Net als in onze tuin konden we ook hier genieten van jonge vogels. Vooral een aantal jonge boerenzwaluwen en jonge zwarte sterns wisten ons wel te bekoren die middag. En ook hier kregen we mooie wolkenpartijen voorgeschoteld …

U ziet het … ik vermaak me wel. En dat zal de komende tijd vast niet veel anders zijn. Straks maak ik weer eens een rondje door weblogland, en daarna duik ik weer even de rust in. Vanaf volgende week heeft Aafje vakantie, vermoedelijk zullen we dan samen nog wel eens wat mooie en vooral rustige plekjes bezoeken …

Grutsk op ús beammen

Omabaard vroeg gisteren: “Wat stelt het bouwwerk rechts op de foto voor …?”
Eigenlijk vertelt het verhaal zichzelf d.m.v. twee Friestalige bordjes die er bij staan. Om het jullie op deze stralende junidag niet al te moeilijk te maken, heb ik er gemakshalve maar even een vertaling van gemaakt. Maar eerlijk is eerlijk, het origineel klinkt ook hier een stuk beter …

Trots

Bedacht en gemaakt door een
groepje inwoners van De Tike

Wij zijn erg blij met en
trots op onze bomen

Trots

Wakker worden
met de kop vol zweet en hars
uit een groene droom
van takken blad
en boom
en bij de koffie
nog steeds denken
dat het niet zo ging
echt niet zo was

Maar dan
in ‘t monster van blik en wielen
op naar ‘t werk
die leegte van de kale koppen
de schrik van weg die schaduw en
weg die stammen
houten tranen
gebroken bomen
gezaagd zonder afscheid

Maar deze grote jongen
van hout van hier
van u van mij
blijft bont en blij bij ons
de reus die roept en schreeuwt het uit
geeft iedereen een kus
zo trots.

Andries de Jong / juni 2019
(Vertaling: Jan K. alias Afanja / juni 2020)

Het zal intussen duidelijk zijn … Er sneuvelt wel eens een boom die je lief is, b.v. door storm, ziekte of ouderdom. Een groepje inwoners van het dorp De Tike gaf een boom uit hun dorp een tweede leven. Dit kunstwerk, dit bouwwerk, dit project of hoe je het wilt noemen, staat aan het eind van het doodlopende weggetje Doktersheide (Google Maps) aan de westkant van de Leijen. De Tike ligt verscholen achter de bomen aan het eind van de vaart op de onderstaande foto. Ergens daarginds zal de boom hebben gestaan …

Boerenzwaluwen en een rietgors

Vandaag sluit ik de fotoserie over de fotokuier met mijn fotomaatje in het Weinterper Skar en bij de Leijen af.. Eerst nog maar even een rustgevende blik door één van de kijkluikjes in de hut over de Leijen. Het water lag er mooi bij onder een vriendelijk gebroken wolkendek …

Daarna richtte ik de blik opnieuw door de open deur naar de achterstaande wand. Daar namen de twee boerenzwaluwen alle tijd om voor me te poseren, zoals de witte kwikstaart dat eerder al had gedaan …

Zodra de zwaluwen gevlogen waren, liep ik naar buiten om te zien of er achter de schutting ook nog wat te fotograferen viel. Dat viel niet eens tegen. Helemaal niet toen Jetske zich even later weer bij me voegde. Terwijl ik doorschoof naar het noordelijke luikje in de schutting, ging Jetske voor het zuidelijk luikje staan. Vrijwel meteen verscheen er een rietgors, waar ik welgeteld één foto van kon maken. Maar de mooiste vangst aan de andere kant van de schutting was toch wel de jonge zwaluw die een stukje verderop op een tak zat …

Ik sluit af met een vrolijke foto van mijn fotomaatje. Dit beeld zegt alles over hoe de sfeer tijdens deze zonnige gezamenlijke fotokuier was …

Een leeg zwaluwnest

De Leijen (Google Maps) is één van de kleinste meren van Fryslân. Zoals veel wateren hier in de buurt is het ontstaan door de turfwinning. Het is een ondiep meertje met een aantal kleine eilandjes, sommige daarvan zijn waarschijnlijk restanten van de legakkers, waarop de turf werd gedroogd …

Nadat ik me enige tijd had gelaafd aan de aanblik van het meer, besloot ik eens rond te kijken in de hut. Jetske stond – nog steeds zwaar bepakt – rechts van me foto’s en een filmpje te maken van een bosrietzanger. Zodra ze merkte dat ik naar haar keek, zei ik: “We zijn er hoor .., je mag je rugzak wel even afdoen en neerzetten …”
“Je hebt gelijk,” zei ze even later, “dit voelt toch wel beter …”    😉

Mijn goede daad weer gedaan hebbend, richtte ik mijn blik naar links omdat ik daar vanuit een ooghoek beweging meende te zien. En dat bleek ook wel te kloppen. Net als vorig jaar zaten er weer een paar zwaluwen op de wand langs het vlonderpad …

Meteen vroeg ik me af of we mogelijk de route naar een nest met jongen blokkeerden. Een rondblik door de hut leerde al snel dat er hoog in een van de hoeken van de hut een nest zal. Er klonk geen geluid uit, maar zekerheidshalve maakte ik even bovenhands een foto om te zien of er mogelijk jongen in zaten. Dat bleek niet het geval …

– morgen meer zwaluwen –

Een kwikstaart bij de Blaustirns

Zodra we het bosje achter ons hadden gelaten zagen we de vogelkijkhut, en tot mijn grote vreugde zag ik even later dat de hut gewoon open was. Er zat geen gesloten deur voor en er waren ook geen planken voor de ingang gespijkerd, zoals dat eind 2017 op deze plek het geval was bij de voorganger van de huidige kijkhut. Sterker nog, naast de ingang hing een mooi kleurrijk koord met onderaan een vriendelijk label ‘HOI’. We voelden ons meteen welkom …

Voor twee personen was het geen probleem om de 1,5 m afstand aan te houden. Al snel zaten Jetske en ik allebei voor een van de kijkgaten op de uiteinden. Jetske zat voor het luik aan de westkant, ik zat aan de oostkant. Het luik in het midden lieten we vrij. En zo zaten we zeker op 1,5 m van elkaar. Perfect dus …

Het dreigde alleen wel erg vol te worden, toen er na enige tijd nog iemand binnen stapte. Het bleek te gaan om een toevallige passant die nieuwsgierig was naar wat er aan het eind van het pad te zien was. Hij had duidelijk geen kwaad in de zin, maar we waren wel blij dat we hem vriendelijk, maar snel weer naar buiten hadden gewerkt. In dit geval was vol echt vol …

Na bijna een jaar was het een prettig weerzien met de Leijen, want zo heet dit meertje. Voor de hut dreven zoals gebruikelijk weer veel bladeren van waterlelies op het wateroppervlak en verderop had het bomeneilandje nog altijd houvast weten te houden. Op één van de paaltjes die voor de hut in het water staan, stond een witte kwikstaart met een snavel vol lekkers voor zijn kroost. Ik had er een perfect model aan, pas nadat ik een mooie serie van hem had gemaakt, verdween hij …

– wordt vervolgd –

Terug naar de Blaustirns

In de zon en uit de wind werd het rond het middaguur flink warm op en rond het bankje aan de oostkant van het Weinterper Skar. Daarom stelde ik na verloop van tijd voor om voor het tweede deel van onze dag een wat frisser plekje op te zoeken. Na kort overleg besloten we weer eens een kijkje te nemen bij de vogelkijkhut de ‘Blaustirns’ op de oever van de Leijen bij Doktersheide …

Onderweg sprak ik het vermoeden uit dat de kijkhut best eens gesloten zou kunnen zijn i.v.m. het coronavirus. Eenmaal ter plekke bleek dat inderdaad het geval te zijn. Maar het hek naar het toegangspad stond open en dus besloten we in elk geval die kant even op te lopen. Ook al zouden we aan het eind van het vlonderpad alleen maar even van het uitzicht kunnen genieten …

Langs het pad konden we onze camera’s meteen weer laten klikken. Een uurtje eerder hadden we de echte koekoeksbloem voor de lens gehad, hier zorgde de dagkoekoeksbloem voor roze tinten tussen het riet. Slechts enkele meters verderop stond de gele lis. Hij zat ruim onder allerlei klein grut, zoals diverse vliegen en kevers. Wat daar op die rechter knop zit, kan ik niet goed thuis brengen. ’t Lijkt op een pas uitgeslopen libel, maar daarvoor is het volgens mij te klein. Kortom: wie het weet, mag ’t zeggen …

We vervolgden onze weg langs het rietveld waar het eerder dit jaar gemaaide riet weer frisgroen omhoog reikte. Langs de oever van de Leijen en rond de tweedelige boom waar de koekoek kort zat te roepen, was een mooi oud rietkraagje blijven staan …

Uiteindelijk bereikten we het vlonderpad, we naderden ons doel. Nog een paar meter …, zodra we het bosje voorbij waren, zouden de hut in beeld krijgen …

– wordt vervolgd –